Selecteer een pagina

Samenvatting

Dit boek gaat over Carmen en Stijn, een jong pasgetrouwd stelletje. Samen hebben ze een dochtertje, Luna (1 jaar). Ze zijn heel gelukkig, tot dat hun leven een onverwachtse wending neemt. Ze ontdekken bij Carmen borstkanker. Twee jaar geleden is Carmen ook voor een onderzoek bij de dokter geweest, naar aanleiding van pijn in haar borst, maar toen werd verklaard dat alles in orde was. Nu blijkt dus dat de tumor in haar borst erg groot is. Voor Carmen en Stijn begint een leven vol ziekenhuisbezoeken, onderzoeken en chemo-kuren.

Voordat Carmen kanker kreeg, leefden ze gelukkig. Ondanks dat Stijn zegt dat hij “monofoob” is, wat wil zeggen dat hij niet monogaam kan zijn. Hij heeft altijd een onbedwingbare drang om vreemd te gaan. Dat doet hij dan ook regelmatig. Met collega’s, vriendinnen en met allerlei onbekende dames die hij tijdens het uitgaan ontmoet. Hij gaat wel elke keer weer mee met Carmen naar de ontelbare ziekenhuisbezoeken die ze moet brengen. Maar het is voor hem ondenkbaar om zijn wekelijkse uitgaansavond op vrijdag te schrappen. Die avond heeft hij gewoon nodig om het allemaal te kunnen blijven volhouden.
Met Carmen gaat het steeds slechter en ze stopt op een gegeven moment ook met werken. Ze vindt het heel fijn dat Stijn zo goed voor haar zorgt.

Als Stijn met vrienden tijdens karnaval in Breda is, zit hij Roos weer. Hij heeft haar al eerder ontmoet in Breda met karnaval, maar tot zijn grote teleurstelling is ze nooit eerder op zijn versierpogingen ingegaan. Dit keer is het anders. In Breda gebeurt er niets, maar als ze later in Amsterdam een afspraakje maken heeft hij wel ‘beet’. Deze afspraak leidt tot meerdere en die afspraakjes leiden tot een heuse verhouding. Ze krijgen een hectische affaire. Hij maakt elk vrij moment op de dag vrij voor haar en rijdt naar haar toe, ze smsen en bellen.

Ondertussen heeft Carmen haar borst moeten laten amputeren, ze is kaal en het blijft bergafwaarts gaan. De kanker heeft zich nu ook uitgezaaid in andere organen.
Er gaat ruim een jaar voorbij voor ze het moment bereiken dat het zo slecht gaat met Carmen dat ze het opgeeft. Ze besluit, dat als ze dat wil, euthanasie kan laten plegen. Het is ook een opluchting voor Stijn, haar moeder en hun vrienden, want het is voor hen allen erg zwaar geweest. Carmen heeft er vrede mee dat de dood er aan komt. Nu dit vast staat begint Carmen weer op te bloeien. Stijn en zij doen allemaal leuke dingen. Ze zijn gelukkig samen en met Luna. Carmen schrijft een dagboek voor Luna, voor later en Stijn maakt samen met de anderen een homevideo. Al hun vrienden komen om de beurt langs om afscheid te nemen van Carmen.

Ondertussen is Stijn bij Nora geweest om te praten over zijn problemen. Nora is een alternatief geneester. Dit heeft hem enorm geholpen. Nora heeft hem heel wat duidelijkheid verschaft. Stijn en Carmen zijn hechter dan ooit. Ze zijn zielsgelukkig en ze genieten van het laatste beetje leven dat Carmen nog heeft te leven.

Op een gegeven moment gaat het zo slecht met Carmen dat ze een afspraak maakt met de dokter die bij haar euthanasie zal gaan plegen. De dokter komt en laat Carmen een drankje drinken waarna zij zal overlijden. Het duurt relatief lang voor Carmen echt de wereld verlaat. Ze krijgt nog een extra spuit, die er definitief een einde aan zal maken. Ondanks het zware leven dat ze de laatste jaren heeft gehad sterft ze een vredige en pijnloze dood.

Bron: http://www.scholieren.com

Personages

De hoofdpersonen van het boek zijn: Stijn en zijn vrouw Carmen. Beide zijn ze erg gelukkig, ze hebben een mooi huis, een lief kind, beide een eigen bedrijf en dus ook veel geld.

Stijn

­Karakter

Stijn speelt de grootste rol in het boek, daarom is hij ook de hoofdpersoon. Hij is de ikfiguur in het verhaal. Je ziet vanuit hem hoe alles gebeurd. Stijn is een jonge man van begin 30. Hij heeft een mooie vrouw, een kind en een eigen bedrijf en dus veel geld. Totdat er bij zijn vrouw Carmen borstkanker wordt geconstateerd leven ze met z’n drieën in harmonie. Stijn weet niet hoe hij met deze situatie moet omgaan en vlucht daarom in zijn werk en in het uitgaan. Omdat Stijn veel houdt van uitgaan doet hij dat dus ook zo veel mogelijk, maar door de chemo-kuren die zijn vrouw krijgt, en hij steeds mee moet, gaat dat op een gegeven moment niet meer. Stijn gaat ook graag vreemd. Op de een of andere manier heeft hij daar een onbedwingbare drang voor en doet het dus ook regelmatig. Op seksueel gebied is hij niet monogaam, want hij kan niet bij één vrouw blijven. Hij krijgt zelfs een langdurige affaire met Roos. Dat hij niet erg trouw is blijkt onder andere uit het volgende citaat:

Citaat 1: “Hoe vaak, Stijn?’

‘Ik ben aan het tellen.’

Veertien dus. Miami, Linda. Maakt vijftien. Verder nog iets? Toen op wintersport met Ramon is er niks gebeurd. Met Frenk in New York? Nee, ook niet. Ai, Turkije met Hakan. Die serveerster. Zestien. Hm. So far de vakanties.

Nu het stappen. Jezus, ik zit al op zestien. Ahum. Dat meisje van de kerstborrel in Vak Zuid. Zeventien. Eefje, de zus van Thomas, vorig jaar met carnaval. Achttien. Dat Surinaamse meisje uit Paradiso en die met die wenkbrauwpiercing uit de Pilsvogel. Twintig. Goed dat ik de sliptongetjes in de Bastille, Surprise, De Bommel en Paradiso niet meetel, anders zaten we hier over een uur nog. O, wacht even, die ene na dat concert van Basement Jaxx, daar ben ik wél mee naar huis gegaan, kut, hoever was ik ook alweer? O ja, twintig, Plus eentje is eenentwintig. En misschien een stuk of drie, vier die ik vergeten ben. En Roos natuurlijk. Laten we het maar op vijfentwintig afronden. Ik kijk Carmen aan. Fasten your seatbelts. Welkom in Monofobië.

‘En?’

‘Eh… wel wat meer dan de vingers van één hand.’

‘Meer dan op de vingers van één hand?’

‘Twee handen…’ – vijf handen, lul!”

(Blz. 172)

Hier telt Stijn dus met hoeveel vrouwen hij vreemd is gegaan. Zoals je leest zijn het er ongeveer vijfentwintig in de tijd dat hij en Carmen samen zijn. Hier is het dus heel duidelijk dat Stijn verreweg van trouw aan Carmen is.

Stijn heeft constant medelijden met zichzelf, terwijl het zijn vrouw is die doodziek is en niet hij. Hij is dus kortom: egoïstisch, bang, leugenachtig en diep ongelukkig. Dat blijkt uit het volgende citaat, nadat hij een auto-ongeluk heeft gehad omdat hij dronken was.

Citaat 2: ”Ik voel me schuldig, katerig, zielig, woedend, bang depressief, egoïstisch, zwak, slecht, tekortgedaan, hufterig, huichelachtig, ondergewaardeerd, overspannen, gebroken, immoreel, asociaal, onbegrepen, laf, leugenachtig en ongelukkig. Het gaat kortom niet best.” (Blz. 236)

Verder is Stijn wel erg lief en zorgzaam. Hij gaat steeds mee naar het ziekenhuis, als is dat ook wel het minste dat hij kan doen. Stijn is een goede vader. Hij brengt zijn dochtertje naar de crèche en zorgt goed voor haar.

Citaat 3: “Carm! Doe normaal! Ik ga mee naar de chemokuren, bestralingen, ik maak ruzie met doktoren voor je, ik bel ze voor je uit hun bed, ik… ik… doe alles voor je!” (Blz. 216)

Hieruit blijkt dus wat Stijn allemaal voor Carmen doet.

Uiterlijk

Over het uiterlijk van Stijn wordt in het boek niets verteld.

Karakterontwikkeling

Bij Stijn vindt er wel karakterontwikkeling plaats. Het interesseert hem in het begin namelijk helemaal niet dat hij vreemdgaat. Maar op het laatst, als zijn vrouw bijna dood gaat, krijgt hij schuldgevoelens. Hij komt er op het eind ook achter dat hij heel erg veel van haar houdt, terwijl hij halverwege het boek dacht van niet.

Omgang met andere personages

Stijn gaat met bijna alle personages goed om, hij heeft namelijk veel vrienden. Alleen met zijn beste vrienden Anne en Thomas heeft hij vaak ruzie want zij trekken partij voor Carmen. Ze vinden namelijk dat hij haar slecht behandeld. Stijn houdt heel erg veel van Carmen ook al beseft hij dat pas op het eind. Roos is de vrouw waarmee hij een langdurige affaire krijgt. Na de dood van Carmen zal zij ook zijn nieuwe vriendin worden.

Carmen

Karakter

Carmen is de levenslustige vrouw van Stijn waarbij borstkanker wordt geconstateerd. Ze houdt zielsveel van Stijn, ook al krijgt ze er niet zoveel voor terug, want hij gaat steeds maar vreemd. Carmen heeft net zoals Stijn een eigen bedrijf waarmee het erg goed gaat. Halverwege het boek stopt ze met werken omdat ze het allemaal niet meer aan kan vanwege haar ziekte. Ze voelt zich hierdoor erg zwak. Ondanks haar ziekte blijft ze voor haar leven vechten en probeert van elke dag weer een feest te maken, zeker als bekend wordt dat ze dood gaat. Vaak voelt zij zich hondsberoerd maar gaat toch door, zoals blijkt uit het volgende citaat.

Citaat 1: “Carmen kan geen dagen aan het leven toevoegen, dus voegt ze leven aan de dagen toe. Onze au pair weet niet eens wat leven is. Ze heeft nooit ergens zin in. Nooit.

Carmen zit op dagen dat het eventjes een ietsie beter gaat nog altijd vol levenslust. Zo keek ze deze week uit naar het etentje bij Anne en Thomas vanavond. Ik niet. Het komt me dan ook niet slecht uit dat Carmen zich vandaag hondsberoerd voelt.

Maar ze wil toch gaan.” (Blz. 245)

Carmen is erg eenzaam omdat haar man ’s nachts op stap gaat om met andere vrouwen vreemd te gaan. Maar tegelijkertijd is ze ook erg dankbaar omdat Stijn tot haar dood voor haar blijft zorgen, ook al kan ze er niet zo veel meer voor teruggeven.

Uiterlijk

Over het uiterlijk van Carmen wordt niet echt heel erg veel verteld. Er wordt alleen verteld dat ze op een gegeven moment kaal is en daarom een pruik draagt.

Citaat 2: “Haar pruik heeft ze nog niet op en ik zie dat ze haar prothese-bh niet aanheeft.”

(Blz. 118) Carmen moet een prothese-bh dragen omdat ze nog maar één borst heeft.

Carmen had erg grote borsten waar Stijn dol op was. Maar op de plaats waar haar linker borst zat zit nu een heel groot litteken van twaalf centimeter, dat blijkt uit het volgende citaat.

Citaat 3: “Ik sta naast haar terwijl ze het plakband aan de randen van het verband losmaakt. Langzaam komt het verband los.

Wat eronder vandaan komt is vrouwonterend lelijk. Het is de grootste verminking die ik ook live heb gezien. Een grote ritssluiting loopt van links naar rechts over haar borst. Wel tien, twaalf centimeter lang. Bij de hechtingen wordt de huid ongelijk strak getrokken, waardoor er op sommige plaatsen plooien ontstaan, als het eerste borduurwerkje van een kind op de kleuterschool. “(Blz. 116)

Karakterontwikkeling

Bij Carmen vindt er geen karakterontwikkeling plaats.

Omgang met andere personages

Carmen wordt erg geliefd door alle personages in het boek omdat ze zo spontaan en grappig is. Alleen met Stijn heeft ze vaak ruzie, omdat ze het niet erg prettig vindt dat hij zoveel vreemdgaat.

Mening

Inhoudelijke argumenten

2a. Stijn en zijn vrouw Carmen zijn de hoofdpersonen in het boek. Bij Carmen wordt borstkanker geconstateerd en het boek gaat over de ervaringen die Stijn daarbij heeft. Doordat Carmen borstkanker heeft, kan zij Stijn niet meer bieden wat hij wil. Namelijk zijn grootste liefde: seks. Stijn voelt zich daardoor erg eenzaam en is bang om Carmen kwijt te raken. Angst voor eenzaamheid is daarom ook het thema van het boek. Ik vind dat Stijn geen reden heeft om zelf medelijden te hebben, het is tenslotte zijn vrouw die ziek is. Aan de ene kant is het ook wel weer humoristisch want je ziet vanuit hem hoe hij overal over denkt. Hij moet zich bijvoorbeeld uit de situaties zien te redden dat hij vreemdgaat, en hij zegt steeds kanker kanker. Ik vind dat Kluun de humor er goed in heeft verwerkt. Dit maakt het boek wat aangenamer om te lezen aangezien het over een ernstig onderwerp gaat. Ik wil daarom ook het vervolg: De Weduwenaar lezen.

Citaat 1: “Kijk, nu is ze weg,’ zegt hij zacht, zijn ogen nu op Carmen gericht.

Ik kijk naar Carmen. Mijn Carmen. Ze beweegt niet meer.

‘Nee hoor, ik ben er nog,’ zegt Carmen plotseling, zachtjes, en ze opent haar ogen.

Ik schrik niet maar glimlach.

Daarna zegt Carmen niets meer.”

(Blz. 310)

2b. Wat ik ook heel erg leuk vind zijn de kadertjes met daarom toewijdende tekst die hier en daar op de bladzijden stonden. In het verhaal werd af en toe verwezen naar zo’n kadertje waarin verdere informatie, over bijvoorbeeld discotheken en personages stond.

Citaat 2: “Roos woont ook in Amsterdam, vertelde ze me ooit. Ik heb haar daar nog nooit gespot, helaas. Ik zie haar alleen met carnaval. Elk jaar ben ik dan weer drie dagen ad interim verliefd op haar. En elk jaar wijst ze me lachend af. Ik begrijp niet waarom.“

(Blz. 130) In dit kadertje wordt er dus wat meer verteld over Roos.

2c. Ik vind het erg origineel dat Kluun bovenaan bij elk hoofdstuk een nieuw citaat heeft neergezet, met natuurlijk een bronvermelding. Je kon hiervan af lezen dat de citaten uit liedjes kwamen die emotioneel verbonden waren aan dat hoofdstuk.

Citaat 3: “Had je mijn schoenen aan/wat had jij gedaan/ga in mijn schoenen staan.”

(Blz. 239) Dit citaat vind ik eigenlijk wel erg goed, dat komt omdat het eigenlijk wel zo is wat hij zegt. Wat had jij gedaan als jij in mijn schoenen had gestaan? Iedereen veroordeeld Stijn wel maar wat had jij gedaan?

Structurele argumenten

3a. Het boek is vanuit de ikfiguur geschreven. Dat is gedaan omdat je zo goed mee kan leven met de hoofdpersoon. Het verhaal bestaat uit drie delen: Stijn & Carmen, Stijn & Carmen en Stijn & Roos en het hoofdstuk: Carmen. Kluun heeft expres voor deze drie delen gekozen omdat deze drie delen ook alleen maar over die personages gaan. Deze drie delen zijn ook weer opgedeeld in hoofdstukken.

Citaat: “Deel 1 Stijn & Carmen” (Blz. 11)

           “Deel 2 Stijn & Carmen en Stijn & Roos” (Blz.127)

           “Deel 3 Carmen” (Blz. 255)

3b. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Amsterdam. Maar ook in Miami en Barcelona. In Barcelona gaan Stijn, Carmen en Luna voor de aller laatste keer op vakantie, omdat Carmen heeft besloten euthanasie te plegen. In Miami speelt het verhaal zich even af omdat Stijn daar dan met zijn vrienden op vakantie is.

Citaat 2: “En nu zitten we in club Med. Vlak bij Cannes, dat wel. Maar ik weet nu al dat we de hele week dit klotepark niet af komen.

Als we de koffers naar onze kamer brengen, staan twee GO’s met een groepje mensen te aerobicen bij het zwembad.” Hier speelt het verhaal zich dus af in Club Med, ook in het buitenland.

(Blz. 162)

3c. Het verhaal wordt chronologisch verteld. Eerst wordt Carmen ziek, ze gaan door de hele fase heen en vervolgens gaat Carmen dood. De tijd van het verhaal is gewoon tegenwoordige tijd, en het zou zich zo nu af kunnen spelen. Er zit eigenlijk bijna geen spanning in het boek, alleen maar humor en drama. Het enige spannende wat in het boek voorkomt is als Stijn bijna betrapt wordt op het vreemdgaan.

Citaat 3: ”Wie is Natas?’

Schok.

‘Natas? O, eh… Natasja. Dat is onze nieuwe stagiaire. Hoezo?’

‘Toen je zaterdagochtend de telefoon niet opnam, vertrouwde ik het niet. En toen je je koffer

aan het inpakken was, hoorde ik dat er een sms op je telefoon binnenkwam. Ik op hem opengeslagen voor je. Kijk maar.’

Met trillende vingers open in mijn berichtenarchief. Daar vind ik een nummer dat ik niet ken. Ik open het bericht en word rood.”

(Blz. 165) Hier vraag je je dus af wat staat er in het bericht? En hoe gaat hij dit aan zijn vrouw uitleggen? Dit was dus één van de spanningsmomenten.

Persoonlijke argumenten

4a. Ik vond het een leuk boek om te lezen, ondanks dat het over een ernstige ziekte gaat. Ik houd wel van wat zwaardere onderwerpen namelijk. De humor die erin verwerkt zit maakt het boek wat lichter ondanks de ernstige dingen die er gebeuren. Er worden eigenlijk wel grapjes gemaakt over kanker en Stijn gebruikt het woord kanker ook als scheldwoord.

4b. Ik kan me niet altijd even goed inleven in de hoofdpersoon. Dit komt omdat ik aan de ene kant wel begrijp waarom hij vreemdgaat, maar aan de andere ook weer niet. Ik kan het begrijpen omdat de hoofdpersoon verslaafd is aan seks, en zo een bevrediging zoekt. Maar aan de andere kant is het erg vervelend voor zijn vrouw. Nadat hij heeft opgesomd met hoeveel vrouwen hij vreemd is gegaan, snap ik niet waarom zijn vrouw hem niet heeft verlaten. Want met ongeveer vijfentwintig vrouwen vreemdgaan is wel erg veel.

Citaat 1: “Hoe vaak, Stijn?’

‘Ik ben aan het tellen.’

Veertien dus. Miami, Linda. Maakt vijftien. Verder nog iets? Toen op wintersport met Ramon is er niks gebeurd. Met Frenk in New York? Nee, ook niet. Ai, Turkije met Hakan. Die serveerster. Zestien. Hm. So far de vakanties.

Nu het stappen. Jezus, ik zit al op zestien. Ahum. Dat meisje van de kerstborrel in Vak Zuid. Zeventien. Eefje, de zus van Thomas, vorig jaar met carnaval. Achttien. Dat Surinaamse meisje uit Paradiso en die met die wenkbrauwpiercing uit de Pilsvogel. Twintig. Goed dat ik de sliptongetjes in de Bastille, Surprise, De Bommel en Paradiso niet meetel, anders zaten we hier over een uur nog. O, wacht even, die ene na dat concert van Basement Jaxx, daar ben ik wél mee naar huis gegaan, kut, hoever was ik ook alweer? O ja, twintig, Plus eentje is eenentwintig. En misschien een stuk of drie, vier die ik vergeten ben. En Roos natuurlijk. Laten we het maar op vijfentwintig afronden. Ik kijk Carmen aan. Fasten your seatbelts. Welkom in Monofobië.

‘En?’

‘Eh… wel wat meer dan de vingers van één hand.’

‘Meer dan op de vingers van één hand?’

‘Twee handen…’ – vijf handen, lul!”

(Blz. 172)

Ik vind dat Kluun een beetje heeft overdreven. Hij heeft ook de spanning die hij had kunnen brengen laten liggen. Hij had er namelijk voor kunnen kiezen om te schrijven dat Carmen inderdaad weggaat.

4c. Het afscheid dat Stijn en Luna van Carmen nemen is erg droevig ik moest hierbij ook bijna huilen.

Citaat 2: “Ik kan er niets aan doen. Behalve op mijn knieën naast Carmen en Luna gaan zitten en voor de allerlaatste keer een groepsknuffel doen.

Daarna maak ik me los en loop met Luna in de richting van de deur. Carmen knikt.

‘Dag kleine lieverd van me,’ zegt ze nog een keer, intens verdrietig.

Luna zegt niets. Ze zwaait naar Carmen, haar ene hand in die van mij. En geeft Carmen een kushand. Carmen houdt haar hand voor haar mond en huilt verder.

Luna en ik lopen de slaapkamer uit. Carmen zal Luna nooit meer zien.

God, laat er alsjeblieft een hemel zijn waar we elkaar weer zullen zien.”

(Blz. 302)

Het eind van het boek is erg sentimenteel, ik schoot toen ook wel even vol. Ik vond dat Kluun het erg goed heeft beschreven hoe de euthanasie bij Carmen plaats vond.

Citaat 3:”Daar gaan we dan,’zegt Carmen. Ze zet het glas aan haar mond en begint te drinken.

Terwijl de dokter geconcentreerd toekijkt en rustig ‘doordrinken… doordrinken… doordrinken’ zegt, ben ik voor de zoveelste keer in de afgelopen twee jaar onbeschrijflijk trots op de moed van mijn vrouw.

Het glas is leeg.

‘Smaakt niet eens slecht,’ grapt Carmen. ‘Beetje als ouzo…’

‘Ja, hè?’ zegt dokter Bakker, die ondertussen de kussens achter haar rug weg haalt.

Carmen gaat weer liggen. Ze kijkt nog een keer naar mij. Tevreden, kalm, vol liefde.

‘Mmmm… dit voelt goed,’ zegt ze na een paar seconden, alsof ze in een warm bad ligt. Haar ogen zijn gesloten.

Bakker kijkt mij aan en knipoogt. Ach, hij bedoelt het goed.

Ik streel onophoudelijk Carmens hand. Bakker heeft de pols van Carmens andere arm vastgepakt. Hij kijkt op zijn horloge.

‘Kijk, nu is ze weg,’ zegt hij zacht, zijn ogen nu op Carmen gericht.

Ik kijk naar Carmen. Mijn Carmen. Ze beweegt niet meer.

‘Nee hoor, ik ben er nog,’ zegt Carmen plotseling, zachtjes, en ze opent haar ogen.

Ik schrik niet maar glimlach.

Daarna zegt Carmen niets meer.”

(Blz. 310)

Ook hier zit weer een beetje humor in, namelijk dat Carmen zegt: ‘Nee hoor, ik ben er nog.’

4d. Kluun heeft een plezierige stijl van schrijven omdat er bijna geen moeilijke woorden in voor komen. Alleen de woorden monofobie en hedonist moest ik opzoeken. Ook zijn de zinnen niet te kort en het is ook duidelijk wie er steeds aan het woord is.

Citaat 4: “Ik ben een hedonist met zware monofobie.”

(Blz. 15)

Morele argumenten

De boodschap van de schrijver naar mijn mening is: ga nooit vreemd want je krijgt er spijt van. Een andere boodschap kan zijn: heb niet teveel zelfmedelijden want je gaat er kapot aan. Ik kan me bij beide volledig aansluiten. Vreemdgaan is niet goed, ook al krijg je niet altijd wat je wilt, in Stijns geval seks. En ik vind dat je al helemaal geen zelfmedelijden moet hebben als je vrouw ziek is en niet jij.