Selecteer een pagina

Hoofdstuk 10: Geesteswetenschappen: het bedrijf (blz. 225-236)

10.1 Fragmentatie van kennis

Wetenschap wordt tegenwoordig beoefend in specialistische gemeenschappen, waaronder de geesteswetenschappen. Een probleem hiervan is dat wetenschappelijke publicaties veelal alleen door directe vakgenoten begrepen worden.
Eenheid en overzicht ontbreken: de geesteswetenschappen zijn zowel in sociaal als cognitief opzicht gefragmenteerd. Kortom: er is geen overeenstemming in de methoden die men gebruikt, de manier waarop het object van het onderzoek beschreven wordt, de bronnen waarop men vertrouwt, of de stijl waarin geargumenteerd wordt.
Deze fragmentatie van kennis wordt wel gezien als een cultureel gevaar of gebrek en zelf als het falen van de roeping van de geesteswetenschappen. We moeten ons dus afvragen of de verschillende takken (studies) binnen de geesteswetenschap hun eigenlijke doel niet uit het oog verloren zijn. Veel van deze takken (bijvoorbeeld filosofie) voldoen niet meer aan de publieke functie; want de publicaties zijn alleen nog maar voor collega-vakgenoten te begrijpen.
Naast het probleem van de fragmentatie van kennis binnen de geesteswetenschappen, is er ook nog het probleem van de overdreven aandacht voor vormen van cultuur die nauwelijks de moeite waard lijken te zijn. Want is het wel de taak van de universiteit om zich bezig te houden met bijvoorbeeld de ‘semiotiek van Sinatra’?
De Postmodernisten onder ons zullen het verdwijnende onderscheid tussen hoge- en lage cultuur als positief ervaren en er zelfs nieuwe fragmenten aan toevoegen die in de overgeleverde tradities genegeerd of verdrongen zijn. Maar voor degenen die willen blijven vasthouden aan het idee dat wetenschap naast het toevoegen van steeds meer nieuwe details, ook integratie moet zoeken, merken dat het tij zich tegen hen heeft gekeerd.
Het moderne, specialistische geesteswetenschappelijk onderzoek voldoet niet meer aan de door van Humboldt geformuleerde taak om Bildung (bij Humboldt de brede intellectuele vorming, die niet alleen kennis omvat, maar ook het vermogen tot oordelen en handelen) te verschaffen door de toekomstige elite te confronteren met de geniale prestaties uit het verleden. De vraag hierbij is of het nog wel de taak is van de universiteit om het onderscheid tussen hoge- en lage cultuur te blijven koesteren.

10.2 De organisatie van onderwijs en onderzoek

De combinatie van onderwijs en onderzoek die karakteristiek is voor de hedendaagse universiteiten, bestaat nog niet zo lang. Het hoger onderwijs vond nog voor Christus plaats in Academies, waar veelal filosofen leerlingen om zich heen verzamelden die van hun wijsheid profiteerden.
In de Middeleeuwen werd het hoger onderwijs grootschaliger en minder rond één persoon gevormd. Nu ontstonden de ‘echte’ universiteiten.
Naast de overdracht van kennis, vormt ook het verzamelen van kennis een poot waarop het intellectuele bedrijf staat. Dit besef is nog van voor Christus, toen koningen en enorme bibliotheken aanlegden. De uitvinding van de boekdrukkunst heeft een enorme invloed gehad op de aard en structuur van het wetenschappelijke leven. De onderzoeker van voor de drukkunst had één gekopieerd werk voor zijn onderzoek, die van na de drukkunst meerdere waaruit hij conclusies en vergelijkingen kan maken.
In de 19e eeuw vond onderzoek plaats in de academies van wetenschappen, niet in de universiteiten. Deze academies verzorgden veelal eigen publicaties (waarvan de bekendste de Proceedings of the Royal Society is), de grondvorm van het wetenschappelijk tijdschrift. De selectiemethode om te publiceren in een dergelijk werk wordt nog steeds gehanteerd voor het publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift: een systeem van kwaliteitscontrole dat bekend staat onder de naam peer reviewing (de beoordeling van de kwaliteit van academisch werk door naaste collega’s). Alleen als de collega’s die optraden als referee (academici die het werk van een collega moeten beoordelen) de bijdrage van voldoende niveau vinden, wordt het werk opgenomen.
In de 19e eeuw verzelfstandigde de natuurwetenschap zich en verliet de faculteit der Geesteswetenschappen, wat belangrijke gevolgen had voor andere vakgebieden. Zij moesten zich in navolging van de natuurwetenschappen een rechtvaardiging voor hun bestaan geven, hun methoden definiëren en dergelijke.

10.3 De status en erosie van disciplines

Niet alleen de aard en organisatie van het onderwijs is aan verandering onderhevig, ook de verbanden waarin het onderzoek plaatsvindt. Meer en meer wordt onderzoek gelokaliseerd in instituten waarin universiteiten en bedrijfsleven samenwerken. Hiervan wordt een belangrijk deel bekostigd via contacten voor derden (zogenaamde derde geldstroom-onderzoek).
Er wordt onderscheid gemaakt tussen zuiver- en toegepast onderzoek, dat het verschil bepaalde tussen universitair onderzoek en onderzoek in bedrijfslaboratoria, iets dat in veel takken van de wetenschap zijn belang verliest. Dit zien we in verschillende disciplines van de geesteswetenschappen. Zo worden vernieuwingen in de letterkunde in nauw overleg met uitgeverijen bereikt.
Het vervagen van het onderscheid tussen zuivere en toegepaste wetenschap is slecht één voorbeeld van het ontstaan van nieuwe dwarsverbanden in de wetenschappelijke wereld. Ook de traditionele ordening van de wetenschappen in disciplines (onder discipline verstaan we een vakgebied dat gekenmerkt wordt door een eigen canon aan inzichten, aanpak en resultaten, zoals fysica, biologie en geschiedenis) is aan erosie onderhevig. Zo’n ordening is relevant voor het hoger onderwijs, waarbij je je de canon van je eigen discipline eigen moet maken. Maar voor onderzoek vormt je discipline een veel minder belangrijk kader. Onderzoek vindt namelijk plaats in de specialistische gemeenschappen. Hierin treft men onderzoekers aan met verschillende disciplinaire achtergronden. We spreken hierbij wel van interdisciplinair (onderzoeksbenadering die de aanpak en inzichten van verschillende disciplines integreert) of multidisciplinair (onderzoeksbenadering die de aanpak en inzichten van verschillede disciplines hanteert) onderzoek.
Naast disciplines onderscheiden we ook –kundes (als onderwijs- of organisatiekunde). De vraag hierbij is of Film- en Televisiewetenschap wel een discipline is, of slecht een ‘kunde’?

10.4 Toekomstige ontwikkelingen

Door de komst van internet, en daarmee het afnemende belang van de bibliotheek, is de structuur van de organisatie van het intellectuele bedrijf verandert van een traditioneel, naar een wereldwijd verfijnd netwerk. Want de wetenschappelijke publicaties verschijnen steeds vaker op internet. Maar bijkomend probleem hierbij is, dat de kwaliteit van de informatie op het net niet gewaarborgd kan worden, want iedereen kan immers publiceren op het net.
Het internet biedt zich aan de naïeve gebruiker aan als een grote bibliotheek, maar zoekmachines (te gebruiken als een catalogus) blijken geen contextneutraal instrument te zijn. Deze effecten zijn zowel epistemologisch (epistemologie: filosofisch vakgebied dat de vraag bekijkt wat kennis is en hoe kennisaanspraken gerechtvaardigd kunnen worden) als economisch en zelfs politiek van aard. Via de technische en financiële structuur die in het web aanwezig is, ontstaan nieuwe verbindingen tussen inhoud en het gezag dat aan bronnen wordt toegeschreven. Denk hierbij aan commerciële sites die hoge posities kopen binnen een zoekmachine.
Zal de komst van het internet de elektronische communicatie de persoonlijke interactie van onderzoekers (die centraal stond in de traditionele structuur van de universiteit) volledig gaan vervangen? Waarschijnlijk niet, want persoonlijk contact speelt een belangrijke rol in de kennisoverdracht. Bovendien heeft kennis, zoals ook Kuhn benadrukt, een stilzwijgende praktische dimensie, die alleen door socialisatie over te dragen is. Elektronisch verkeer zal het directe contact tussen onderzoekers nooit geheel kunnen vervangen.
10.5 Resumé

In de 19e eeuw veranderde de houding tussen universiteiten en academies; hiermee veranderde ook de verhouding tussen onderwijs en onderzoek aan de universiteiten.
De institutionele structuur van de wetenschap in Nederland is in belangrijke mate ontleend aan die van Duitsland. De laatste tijd is er echter een verandering gaande in de richting van het Angelsaksische systeem.
In natuur- en geesteswetenschappen vervaagt het onderscheid tussen zuiver en toegepast onderzoek. Dit als gevolg van nieuwe financieringskanalen. Er ontstaan ook nieuwe interdisciplinaire onderzoeksterreinen.
Door de opkomst van nieuwe media zoals het internet verander de organisatie van (geestes-)wetenschappelijk werk, dat daarvoor op het gebruik van bibliotheken steunde.