Selecteer een pagina

Gegevens

boek: Dubbelliefde

auteur: Adriaan van Dis (1946)

uitgeverij: Meulenhoff

druk: tweede, oktober 1999

aantal bladzijden: 363

genre: psychologische roman

Samenvatting

De ikfiguur is een student die op het punt staat zijn examens af te leggen. Als vervolgopleiding kiest hij de toneelschool van Amsterdam. Hij is overtuigd van zijn acteertalent en dichtkunsten. Nadat hij door de examens is gekomen ondergaat hij een zeer intensieve zelfontwikkeling: hij ontdekt dat hij homoseksueel is en ondervindt dit in de praktijk: na met zijn neus in de boeken over homoseksualiteit te hebben gezeten trekt hij de stoute schoenen aan en het witte slipje van zijn zus, en vertrekt naar een homocafé in Amsterdam. Daar wordt hij ingewijd in de ‘herenliefde’. Op school wordt Werner zijn vriend. Ze proberen na rijp beraad de remmen van zijn gestoorde vaders auto door te snijden, maar dit plan mislukt. Hij past zijn garderobe aan zijn geaardheid aan en na een impulsief bezoek aan een hoer ontmoet hij Maud, een oude klasgenoot van de middelbare school. Van studeren komt door de stakingen bij neerlandistiek niets terecht en de ikpersoon hangt maar wat rond bij de Griek om de hoek. Er worden daar in een groep problemen over het regime in Griekenland besproken. Hij wil die problemen in de bekendheid brengen en probeert Maud zover te krijgen dat zij een stuk schrijft voor de Telegraaf; ze is een leerling-journaliste. Hij verliest haar echter uit het oog en de ‘Griekenlandgroep’ besluit tot iets anders: tot het gooien van een nepbom door de ruiten van Olympia Airways. Werner, zijn vriend, gooit de bom en dit blijft uit het nieuws. Werner en de ikfiguur trekken in bij Maud, en de laatsten bedrijven de liefde.
’s Nachts bezoekt hij als ‘Nachtman’ bordelen, bezoekt gigolo’s en speelt er zelf een. Hij speelt; want hij speelt bijna zijn hele leven. De relatie met Maud eindigt en hij fraudeert bijna met girobetaalcheques.

De ikpersoon verwaarloost zijn familie en studie, trekt weg uit het pand van Werner en Maud en komt terecht bij de illegale Chinees Sjeng. Hij koopt cocaïne en gaat met Mischa, een Duitse dealer, naar de kroeg van zijn motorclub. Nadat zijn belevenissen daar besluit hij weg te gaan, ontmoet een oude vriendin en omdat ze beiden geldgebrek lijden, stelen ze samen. De familiebijeenkomst wegens de zestigste verjaardag van zijn moeder eindigt voor hem in de conclusie dat hij ‘het monster van de familie’ is. Nadat Werners gehate vader is gestorven begint hij met het optekenen van al zijn gespeelde rollen, legt zich eindelijk neer bij het idee van een onbekende geaardheid en neemt zich voor gelukkig te worden.

Motivatie

Dit boek heb ik gekozen omdat ik het lekker gemakkelijk vond een boek te kiezen dat we thuis al hadden: ik wist dat we het boek hadden, het stond op de literatuurlijst, ik keek niet verder en ik las het. Hersenschimmen had ik liever gelezen, maar dat boek bleken mijn ouders niet te hebben, dus het is deze tweede keuze geworden. De titel daagde uit om te lezen.

Verwerkingsopdracht

Problemen van de hoofdpersoon

De ikpersoon uit het boek heeft verschillende problemen, maar hij heeft niet voor al zijn problemen een oplossing.

Zijn eerste probleem is zijn identiteit: hij twijfelt aan zijn vanzelfsprekende heteroseksualiteit en gaat actief op zoek naar zekerheid. Kordaat stapt hij naar een leeftijdsgenoot van wie hij heeft horen spreken: hij was een homoseksueel, als iemand het antwoord op zijn probleem wist was híj het wel. Hij vindt bij hem het antwoord niet, maar gaat wel op zoek naar meer informatie, die hij uit boeken haalt. Praktijkervaring doet hij als volgt op: hij gaat als Nachtman bordelen langs, en bedrijft de liefde als heteroseksueel met een vrouwelijke hoer, en bedrijft de liefde als homoseksueel met mannen die hij in homocafés tegenkomt. Dit combineert hij met standvastigere relaties, zoals met Alicia of Maud. Volgens mij is hij biseksueel.
Hij heeft ook een probleem: hij ‘speelt’ zijn persoon. Met zijn vermeende acteer- en dichttalent, die beiden op de toneelschool niet best uit de verf komen, speelt hij alle personen die hij op dat moment wil zijn, in zijn streven de hoogste schoonheid te bereiken. En trouwens: moet schoonheid deels bedekt blijven om nog wat aan de menselijke fantasie over te laten of is de naakte waarheid toch beter? Dit is nog een probleem: door rollen te spelen kan hij andere, minder mooie persoonlijkheden (zoals Nachtman) naar de achtergrond verdrijven. Hij houdt van schoonheid, maar de Nachtman in hem dient afgezonderd te worden: zijn liefde is niet schoon, maar vies. Door zich anders te kleden leeft hij zich beter in zijn rollen in: in pikante kleding (paarse ribbroek, het slipje van zijn zus) is hij Nachtman, in mooie, nette kleding gaat hij naar de schouwburg om het toneel te zien en te genieten van schoonheid. Hij speelt en speelt, om schoonheid in zijn leven te laten zijn en achter zijn ware identiteit te komen.

Hij worstelt ook met ‘kleine’ problemen: hij heeft geldgebrek omdat hij soms met geld smijt. Hij laat zich naakt fotograferen in een enge studio en hij laat zijn moeder vrijwillig geld overmaken. Door bijna te gaan frauderen met girobetaalcheques maakt hij het wel heel erg bont.

Regelmatig komt er ter sprake hoe de ikfiguur het doet op school: behoorlijk slecht. Niet zo slecht dat hij niet slaagt en naar een andere school moet, maar school wordt regelmatig ‘verwaarloosd.’ Er zijn perioden waarin hij niets presteert, alleen maar op bed ligt en poëzie leest.

De oplossingen voor zijn problemen liggen niet voor de hand: niet zoals velen (waarschijnlijk) wel trouwt hij een vrouw en blijft hij zijn homoseksualiteit ontkennen, maar hij trekt er zelfverzekerd op uit, een gouden kettinkje, hét symbool voor homoseksualiteit, om de hals en uitdagende kleding aan. Dit zou ik niet verwachten, hoewel het boek geen letters zou hoeven te bevatten als deze originele oplossing zich niet aandiende.

Voor zijn problemen wat (gebrek aan) schoonheid en reinheid, zijn voortdurend acteren en zijn (geld)problemen door kleren zoekt hij een redelijk inefficiënte oplossing: hij rommelt maar wat aan! Als hij behoefte heeft aan schoonheid laat hij zich op zijn bed neervallen en leest dagen achtereen Baudelaire en Rilke, en verwaarloost zijn school. Hij blijft continu in zijn veranderende rollen, behalve misschien niet bij de dronken Grieken die graag met servies gooien. Doordat hij steeds denkt te veranderen van geaardheid verslijt hij heel wat (echt?) gouden kettinkjes en kleren (ook van zijn vader), en het geldprobleem dat dan ontstaat lost hij op door te stelen, zijn lichaam te verkopen, drugs te verhandelen en te frauderen. Ook deze oplossingen liggen niet voor de hand: zo resoluut als hij handelt zou ik het hem niet nadoen!

Leeservaring

De ikfiguur is heel erg gevoelig voor, zoals hij het zelf noemt, schoonheid. Hij schrijft een hoge gevoelswaarde aan zijn dichten toe. Baudelaire en Rilke zijn zijn lievelingsdichters en vaak citeert hij uit hun werk. Ook Plato en Sokrates komen aan bod. Ook verbloemt hij zijn onkuise leven door net en rein te leven.

Ik kan me niet goed identificeren met de ikfiguur wat dit betreft. Ik heb ook behoefte aan, al zou ik dat zo nóóit formuleren, schoonheid. Maar die zoek ik niet in de poëzie. Gedichten vind ik niet bijster boeiend; eerder ingewikkeld en moeilijk. Genieten is er dus niet bij: zelf dichten of zelfs alleen het lezen doe ik niet voor mijn plezier. Ik zou het meer zoeken in zijn nette en reine manier van leven (behalve zijn personage als Nachtman): hij kan in het ‘gewone’ leven slecht tegen troep in zijn huis. Hierin gaat hij mij lang niet ver genoeg: ik voel me niet schoon als mijn kamer (of de huiskamer) rommelig is. Maar ook als ik een (eventueel) kwetsende opmerking heb gemaakt kan ik daar erg over inzitten: niet schoon! Of als ik andere regels heb overtreden, en eventueel de straf nog probeer te ontlopen ook! Daar schijnt de ikpersoon geen last van te hebben; hij steelt, maakt zich (bijna) strafbaar aan poging tot moord (op de vader van Werner), hij bedriegt een oude vrouw voor het geld en hij handelt in drugs. Hij overtreedt de wet ook door (medeplichtig te zijn aan) het gooien van een bom.

Hij is op zoek naar zijn ware geaardheid, die hij niet kan vinden. Al zou ik zeggen dat hij biseksueel is, weet hij het niet zeker, en als Nachtman zoekt hij naar het antwoord.

Zo’n zoektocht kan ik me heel goed voorstellen: onzekerheid is heel onprettig. Alleen de manier waarop hij zoekt vind ik niet zo geslaagd. Soms worden zijn grenzen hevig overschreden en besluit hij zijn gouden kettinkje af te werpen. Dat lijkt me niet erg prettig: hij begint weer opnieuw bij zijn ‘onderzoek.’ Daarna krijgt hij een relatie met een of andere vrouwelijke oud-klasgenoot bij wie hij het niet heel lang uithoudt; hij moet weer verder in zijn zoektocht en hij bezoekt (mannelijke) hoeren in Amsterdam. Weer werpt hij zijn gouden kettinkje af; nu hoort hij eigenlijk nergens meer bij! Ik zou het niet zo rigoureus aanpakken: informatie opzoeken in boeken is nog goed te begrijpen, en contact zoeken in je kennissenkring ook. Hij brengt zichzelf soms echt in gevaar: de buurten waarin hij rondloopt zijn gevaarlijk en hij maakt dusdanig gemakkelijk contact dat hij ook ongewilde types aantrekt, die hij vervolgens aan zijn broek heeft hangen. Hij is me wat te ongeremd.

Hij verwaarloost zijn studie Nederlands. Ik kan me niet voorstellen dat ik mijn tijd zo bewust en opzettelijk zou verknoeien. Een onvoldoende voor schoolwerk (vooral rapporten) maakt namelijk ook dat ik me ‘minder schoon’ voel: het is prettiger om continu voldoendes te halen, en niet nagelbijtend en handenwringend te hoeven wachten op resultaten, met de hakken over de sloot. De ikfiguur schijnt hier echter geen moeite mee te hebben.

De ikpersoon zit vaak in geldnood. Om dit op te lossen overtreedt hij herhaaldelijk en bewust de wet. Dit zou mijn geweten toch echt bezwaren: de mogelijkheid dat de politie zich voor je deur zou vertonen zou me stapelgek maken! Ik zou het heel moeilijk vinden te stelen, zeker van oude vrouwen (niet alleen uit winkels dus), frauderen is minstens net zo eng. Het beramen van een heuse moord spant de kroon: dit is voor mij onmogelijk, tenzij zich een persoon aandient aan wie ik een grotere hekel zou hebben dan ik het tot nu toe mogelijk acht iemand te haten. Ik haat niemand, en ik denk niet dat niemand me zodanig van de rede zou kunnen beroven dat ik een moord zou plegen.

Al met al heeft hij een onrustig, onevenwichtig en losbandig leven. Dit is niet mijn favoriete manier van leven!

Leerervaring

Dit boek heeft mijn horizon niet heel erg verbreed. Ik heb slechts vagelijk kennis gemaakt met (beroemde) dichters als Baudelaire; de dichtregels gingen voor het merendeel langs me heen. Ook de theorieën van Plato of Sokrates dringen niet diep door.

Het verhaal gaat niet dieper in op maatschappelijke kwesties: het regime in Griekenland komt misschien in de buurt maar is zeker niet diepgaand. Maar het is geen boek vol maatschappelijke kwesties: het gaat eerder om zelfontplooiing die de ikfiguur ondervindt. Ik heb niet het gevoel mezelf verder ontwikkeld te hebben door dit boek te lezen: de ikfiguur geeft me beperkte ruimte om me mee te identificeren; hoogstens de zoektocht naar zijn geaardheid is interessant geweest, maar de rest van zijn leven, losbandig en te crimineel, is een ver van mijn bed show.

Mening

Over het algemeen ben ik eerder negatief dan positief over dit boek, maar de positieve kant zal ik eerst behandelen.
Het is een redelijk humoristisch boek. Sommige conversaties gaan bliksemsnel, overduidelijk te goed doordacht voor een vlug gesprek, en sommige woordgrappen zijn amuserend, bijvoorbeeld als Werner tegen de ikfiguur zegt: “Jezus, doe die VVD-schoenen uit!”

Het is verder een behoorlijk saai boek. De hoeveelheid gebeurtenissen is laag: het blijft bij een aantal criminele acties en vrijpartijen. Deze gebeurtenissen worden wel uitgesmeerd over meer dan driehonderd bladzijden en dat maakt het best saai.

De stijl van de schrijver vind ik toegankelijk en goed te begrijpen, maar saai. Alles wordt duidelijk en vlot uit de doeken gedaan, het is een stijl zonder franje. Er zitten weinig verrassende zinsconstructies in of leuke zelfbedachte woorden. Ik heb het gevoel alsof ik het boek ook had kunnen schrijven met alle kennis van dichters en de kennis van het verhaal. De stijl schiet naar mijn mening dus tekort.

Er worden veel citaten uit het werk van dichters, vooral van Baudelaire en Rilke, aangehaald. Ook aan het begin van het boek, en tussen de hoofdstukken in, treft men fragmenten van gedichten van verschillende dichters aan. Volgens mij is dit een deel van de stijl van de auteur, maar van de gedichten snap ik niets en ik lees er snel overheen: jammer, maar het gaat me boven mijn pet. De gedichten vormen misschien ook wel een groot gedeelte van de inhoud, en als dit zo is heb ik dit gedeelte gemist. Ik denk echter dat de citaten de voorvallen onderstrepen: er gebeurt iets en uit een toepasselijk fragment uit werk van de ikfiguurs lievelingsdichters blijken overeenkomsten. Dit geldt ook voor de uitspraken van Griekse wijsgeren.

Het boek is heel knap geschreven; de hoofdpersoon wordt zo duidelijk beschreven dat de auteur wel een familielid of goede vriend moet hebben om aan deze informatie te komen. Uiteraard kan dit een soort autobiografie zijn, al waarschuwt hij voor het verschil tussen fictie en werkelijkheid met een uitspraak van Louis Couperus, aan het begin van het boek. Toch blijft het een mooie prestatie en het was de drijfveer die me aan het lezen hield: de ziel was complex genoeg om boeiend en verrassend te blijven.