Selecteer een pagina

Het verhaal gaat over Max Opass, een weduwnaar van 80 jaar. Hij voelt zich geestelijk nog erg jong. Alleen lichamelijk ontstaan er wat problemen, de gebruikelijke ouderdomskwaaltjes zoals snel moe zijn en pijn in de gewrichten.
Een tijdje geleden is zijn vrouw Telma overleden. Nu is het leven voor hem een stuk saaier geworden. Hij leeft van dag tot dag en probeert zichzelf zoveel mogelijk bezig te houden. Een doelloos wandelingetje wat ontstaat doordat hij een verkeerde bus pakt komt hem bijvoorbeeld heel goed uit.
De aanwezigheid van zijn vrouw blijft hij heel goed voelen, zo erg zelfs dat hij er na een tijdje last van krijgt. Ze was een erg dominante vrouw, triest maar ook ontzettend mooi. Hij heeft zich vaak niet zo goed op zijn gemak gevoeld in haar aanwezigheid. Dit komt vooral door hun jeugd. Hij was een normale jongen die op zoek was naar een mooi meisje. Zij was een jonge vrouw die getrouwd was met een rijke oude man. Ze gunde de jongens niet veel aandacht. Nadat haar man overleed kwam ze pas los. Ze werd verliefd op Max en ze zijn getrouwd. Maar Max is zich altijd af blijven vragen hoe zij de dood van haar vorige man verwerkte. Zelfs nadat Telma gestorven was bleef hij zich onderdanig gedragen richting haar. Toen hij bijvoorbeeld haar kopje brak bij het afwassen sloeg hij meteen zijn armen om zijn hoofd.
Op een dag besluit hij dat het genoeg is geweest. Hij zal een schilderij laten maken van Telma. Door haar gezicht af te laten beelden door een kunstenaar maakt hij een mooi eerbewijs en tegelijkertijd maakt hij haar ermee duidelijk dat hij haar aanwezigheid in zijn leven aanvaardt.
Hij gaat opzoek naar verschillende kunstenaars, beginnend in het telefoonboek. Daar vindt hij de eerste en later brengt het lot hem bij de rest. Bij iedere kunstenaar komen nieuwe herinneringen aan zijn vrouw naar boven. Zo leer je hen beiden goed kennen, en vooral ook de relatie die zij samen hadden.
Uit de relatie met zijn vrouw zijn natuurlijk ook een paar kinderen gekomen, een meisje en een jongen. Helaas zijn beide naar het buitenland vertrokken om daar vervolgens te blijven wonen. Het boek bestaat deels uit de bezoeken die Max brengt aan de kunstenaars, deels uit zijn terugblikken op het verleden en deels uit brieven die hij vaak naar zijn dochter en één keer naar zijn zoon stuurt. Het zijn een soort dagboeken. Hij vertelt zijn dochter wat hem dwarszit en wat hij zoal meemaakt in een week. Zijn zoon spreekt hij bijna niet omdat hij diens levensideologie niet helemaal snapt. Zijn zoon is namelijk een hippie, wat destijds voor oudere mensen een moeilijk te begrijpen levensstijl was. Hij keurt het niet zozeer af, maar hij snapt niet helemaal wat zijn zoon hem probeert te vertellen.
Uiteindelijk heeft Max vijf verschillende opdrachtnemers.
– Angus, een moderne kunstenaar die normaal gesproken geen portretten schildert maar vreemde abstracte schilderijen maakt. Hij is wat arrogant maar toch ook heel hartelijk. Hij heeft een vrouw met ernstige brandwonden in het gezicht. In eerste instantie vindt Max haar afzichtelijk maar later komt hij erachter dat er een beeldschone vrouw achter zit, ook qua innerlijk. De band met deze vrouw maakt duidelijk dat schoonheid niet alleen van het gezicht af te lezen hoef te zijn. Een mooi lichaam doet ook veel en vooral een mooi innerlijk is toch erg belangrijk voor de uitstraling van een persoon.
– Virginie, een bijstandsmoeder met veel kinderen en geen man. Ze is afhankelijk van de schilderijen die ze maakt, hoewel deze absoluut niet van goede kwaliteit zijn. Max heeft een beetje medelijden met haar en scheept haar dan ook snel af met wat geld voor haar en de kinderen en met een belofte dat hij andere klanten naar haar toe zal sturen. Zij is een voorbeeld van een mooie vrouw die door haar missende zelfvertrouwen in een grijs muisje verandert en zo de mannen van zich wegjaagt.
– Ook zijn er Frédéric en Marion, twee studenten aan de kunstacademie die een totaal nieuwe kijk op kunst krijgen aangeleerd. Max geloofd niet dat ze samen wonen zonder iets te hebben. Bij de relatie die hij met deze twee jonge mensen opbouwt wordt de kloof duidelijk die ontstaan is tussen de oudere mensen en de jonge leerlingen. Bepaalde opvattingen (zoals samen slapen zonder iets te hebben) zijn voor een oudere generatie niet meer te begrijpen.
– Nina, een vrouw die Max kent van het bridgen (een hobby waar je niet aan ontkomt als je ouder wordt) wil ook een schilderij maken van zijn vrouw. Max verdenkt haar er al een tijdje van dat ze hem leuk vindt en stemt eerst niet toe. Maar ze is zo geïnteresseerd in Telma en ze is zo overtuigd van zichzelf dat ze het mooi zal doen dat hij haar haar gang laat gaan. Met deze vrouw bouwt hij een nieuwe relatie op. Zij betovert hem met haar koekjes. Eten staat voor een verleidingsmiddel, kijk maar naar het sprookje van Hans en Grietje. Ook weet iedere vrouw dat de liefde van de man door de maag gaat. Vanaf het moment dat Max een koekje eet breekt het ijs. Hij vertelt voor het eerst in zijn leven zomaar persoonlijke dingen aan een vrouw en Nina op haar beurt vertelt hem over haar verleden.
– Het laatste portret wordt door hem zelf gemaakt. In een droom komt hij bij de wereldberoemde kunstenaar picasso die hem door hem te laten schilderen laat communiceren met Telma. Het doek is een soort poort van de aarde naar de hemel. Nu kan Max eindelijk zijn hart luchten bij haar. Hij vertelt haar alles wat hem dwarszit en verwijt haar ontzetten veel, terwijl niet alles even terecht is. Zij praat terug en maakt hem duidelijk dat ze het goed heeft waar ze nu is en dat hij haar los moet laten. Ze zit niet meer in zijn huis, ze bemoeit zich niet meer met zijn leven, het zit allemaal in zijn hoofd, en dat heeft het al die tijd gezeten.
Na deze droom kan Max rustig de laatste jaren van zijn leven leven. Hij besluit te doen wat hij al jaren lang van plan was: zijn kinderen opzoeken, dat wil zeggen, zijn dochter opzoeken. Hij steekt zijn laatste centines is deze reis (die ontzetten veel kost, zowel geld als kracht). Zo eindigt het boek, met zijn reis naar zijn kinderen, of naar de dood (want of een man van zijn leeftijd en in zijn conditie zo’n zware reis overleeft is maar de vraag).

Over Agnes Desarthe
34 jaar oud
16 kinderboeken geschreven en 4 romans voor volwassen waaronder ‘cinq photos de ma femme’.
Ze is opgegroeid in een familie van verhaalvertellers. Iedere avond bij het eten of bij het naar bed gaan werd er een verhaal verteld, meestal een Russische sage of een Libanees sprookje. Dit verklaart wellicht waarom zij zo’n goede schrijfster is, zowel voor kinderboeken als voor volwassene literatuur.
Ze heeft haar hele leven in Parijs gewoond, maar toch voelt ze zich niet helemaal Française. Haar moeder komt uit een Joods dropje dat nu Moldavië heet. Haar vader is een Libanese Jood, net zoals Max Opass, de hoofdpersoon uit het boek. Je ziet, en ze zegt het zelf ook, dat ze weliswaar een Française is, de invloeden van haar ouders zijn duidelijker terug te zien dan haar eigen afkomst. Dit boek vertelt eigenlijk haar eigen oorsprong.
Desarthe schrijft het liefst over oudere mensen, omdat die interessanter voor haar zijn, met hun sociale onbegaafdheid. Ze vindt het vooral ook veel gemakkelijker schrijven. Dit komt omdat ze bekend is met verhalen over oude trieste mensen, omdat ze die verhalen in haar jeugd vaak gehoord heeft.
Nog liever dan romans over oudere mensen schrijft ze kinderboeken. Er zijn veel mensen die dat als minderwaardig beschouwen, maar zij vindt dat als je ergens goed in bent je datgene moet doen, en niet iets anders met een hogere status. Je ziet ook in haar boeken voor volwassenen terug dat ze het liefst voor kinderen schrijft. Haar schrijfstijl is nog steeds wat kinderlijk (in positieve zin), omdat dat is wat zij zelf als lezer het fijnst vindt.

Dit boek is in 1998 geschreven. Ik vind het heel moeilijk om hier een specifieke literaire stroming aan te koppelen. Er zijn namelijk al zeer veel stromingen uitgeprobeerd en beschreven. De kunstenaars van nu vinden vaak hun eigen stijl het belangrijkst. Het gaat er niet meer om of je op een Realistische manier schrijft, of op een Romantische of een Expressionistische manier. Agnes Desarthe heeft heel erg haar eigen stijl en daar kiest zij ook bewust voor. Ik denk dat dit boek het meest in de buurt komt van het expressionisme, omdat de gevoelens van de hoofdpersoon zo ontzettend benadrukt worden, dat is in feite waar heel het boek om draait. Maar nogmaals, ik denk niet dat dit boek in één van de bestaande stromingen te plaatsen is.

Ik zelf vind dit boek geweldig, zowel de schrijfstijl als het onderwerp. Meestal lees je over personen rond de 30, 40 jaar. Het komt niet vaak voor dat ik een boek lees over een bejaarde man, dus het is leuk om eens van wat afwisseling te genieten. Naarmate een mens ouder wordt gaat hij of zij natuurlijk ook heel anders denken. Je maakt verliezen mee, gebreken aan je eigen lichaam, maar je doet ook ontzettend veel leefervaring op waardoor je bepaalde conclusies trekt waar ik als jongere nooit op zou komen. En dat maakt dit boek zo interessant voor mij.
Ook vind ik de schrijfstijl geweldig. Je leest precies de gedachtes van de hoofdpersoon. Het boek volgt vaak geen precieze lijn, maar echt de vreemde kronkels die normaal gesproken alleen maar in je hoofd voorkomen. In een boek zit een speciale duidelijke structuur waar eigenlijk nooit vanaf geweken wordt, alleen worden in het een boek vooral de details van de situatie beschreven en in het andere boek de gevoelens van de personen. In dit boek raakt de rode draad zo nu en dan zoek. Je kent dat wel. Je begint aan een gesprek over bijvoorbeeld een franse luistertoets en komt uiteindelijk uit bij de kikkers in de vijver van je oma, om maar een dwarsstraat te noemen. In fragment nr.1 lees je ene stukje uit een brief van Max naar zijn dochter en je ziet hoe hij van de schrijfstijl van het meisje uiteindelijk terecht komt bij leer.
Ook vind ik het heel leuk om te lezen hoe Max er zelf achter komt dat één van zijn rare gedachtegangen niet helemaal kloppen. Daarover gaat fragment nr.2. Het is alsof de schrijfster alles wat in haar op komt meteen op papier zet. Wat ook een groot voordeel aan deze manier van schrijven is, is dat je als lezer niet veel hoef te doen. Je leest gedachtegangen van een persoon, die hoef je dus zelf niet te concluderen uit bepaalde situaties. Daar komt nog eens bij dat de hoofdpersoon ongeveer op dezelfde chaotische manier denkt als ik dus het leest voor mij helemaal gemakkelijk.
Ik vind het leuk om te zien hoe zeker Max van zichzelf is. Dat komt misschien door zijn leeftijd, voor oudere mensen heeft men over het algemeen meer respect dan voor jongeren. Hij weet precies hoe hij een situatie aan moet pakken. Bijvoorbeeld als hij naar Angus gaat, de eerste kunstenaar die hij vraagt een portret te maken van zijn vrouw. De schilder weet wel dat hij een portret moet maken, maar hij weet niet dat de dame in kwestie overleden is. Ik zal jullie het stukje laten lezen over het moment waarop hij dit vertelt.
Wat ik ook erg leuk vind om te zien is dat ook oudere mensen nog wel eens fouten maken. Van fouten moet je leren, en je zou zeggen dat iemand die al heel oud is dan niet veel fouten meer maakt. Maar Max denkt het ene moment aan een blunder die hij een aantal jaar terug had gemaakt, schaamt zich daarvoor, en doet vervolgens precies hetzelfde nog een keer. Daar gaat mijn laatste fragment over. Nr.4.
In frase taal geschreven