Selecteer een pagina

Deel 1: De prijs van de grond (blz. 11- 109)
Granny Parker, een oude en verbitterde kolonistenvrouw, vertelt dat haar altijd wordt gevraagd naar de gebeurtenissen op die ene dag dat ze door de Comanches waren overvallen: 19 mei 1836.
Dat valt niet mee voor haar . Het is een dag die haar ook in haar dromen parten blijft spelen. Als ze verslag moet doen van het moment dat ze op de grond werd vast gespietst, denkt ze vooral aan de mier die in de bloedplas rondkroop en waar ze toen alle aandacht op vestigde; alleen maar om een manier te vinden om te overleven. De overval was op een schitterende meiochtend. Haar man John had gezegd: “Gods adem blies onze kant op“ (titel deel 3) Dat sloeg op het verdampte vocht uit de rivier waardoor de velden in de buurt van hun nederzetting altijd vruchtbaar bleven.

Allerlei herinneringen blijven door haar hoofd spelen. Als kind had ze een keer een grote olifant gezien (Old Bet) en die verschijning was haar lang bijgebleven. Het is een vrolijke gebeurtenis die ze van haar moeder niet aan haar vader mag vertellen, maar ze doet het natuurlijk toch. Haar zeer godvruchtige vader vindt dat het dansen van een olifant zinloos vermaak. Hij preekt altijd zwaar over het geloof. Die voorspelling van het hiernamaals vindt Sallie niet aantrekkelijk, daarentegen houdt Old Betwel een belofte voor haar in : een belofte van geluk.
Sallie voelt zich eenzaam in het geloof van het gezin en stort zich in de armen van Richard Druty: ze is dan nog maar veertien jaar. Ze hebben seks met elkaar, wat natuurlijk erg zondig is. Sallie wordt zwanger en moet dan met Richard trouwen. Het huwelijk is niet slecht.
Later ontmoet ze John Parker, een prediker van wie ze onder de indruk raakt. Hij is veel ouder dan zij is, maar wanneer één van de zoons van Parker (James) haar dochter Martha zwanger heeft gemaakt, moet er een huwelijk geregeld worden. Het is vooral Sallie die dat dan voor elkaar krijgt. Ze durft tegen de bazige John in te gaan en koppelt de kinderen aan elkaar. Wanneer later haar man Richard sterft en ook de eerste vrouw van John Parker overlijdt, die Sallie White heet, koppelen de kinderen de oudere John en de veel jongere Sallie aan elkaar. Uit eerbied voor zijn eerste vrouw en het feit dat deze Sallie al oma is, noemt John haar altijd Granny. Ook twee andere kinderen Silas en Lizzy trouwen met elkaar.

Aan de lezer vertelt Granny verder hoe ze de nederzetting Fort Parker hebben gebouwd en hoe de moeizame weg er naar toe was verlopen. Met enkele gezinnen (Parkers, Plummers en Kellogs) hadden ze de zware tocht ondernomen en dat was waarlijk een hels karwei geweest. Er liepen enkele bloedlijnen door de familie, omdat kinderen van de drie families met elkaar getrouwd waren. Dat schept natuurlijk wel vertrouwen in elkaar en at is hard nodig om de ontberingen van de reis te doorstaan. Ze zijn op dat moment nog niet bang voor de indianen, want ze leven in de veronderstelling dat ze de Bijbelse boodschap aan de heidenen gaan brengen. Onderweg mogen de mannen niet met de vrouwen slapen, want een baby kan een probleem geven bij de grote onderneming. Granny’s dochter Rachel wordt niettemin zwanger.

Het zijn zware beproevingen waarin de families bloot staan: er moet hard worden gewerkt om de nederzetting op te bouwen. De Indianen liggen toch altijd op de loer.
Granny heeft een goede band met haar negenjarige kleindochter Cynthia Ann , die een kind is van haar dochter Lizzy en een zoon van Parker, Silas. Granny’s dochter Rachel die tijdens de reis een kind heeft gebaard, is erg zwak. Ze hoeft niet mee te werken en op een dag gaat Granny met haar baden in de rivier: ze zijn poedelnaakt en worden van een afstandje gadegeslagen door Comanches. Het is de eerste keer dat ze met indianen worden geconfronteerd. Uit angst voor hen wordt besloten nu eerst de nederzetting helemaal af te bouwen. Wanneer dat klaar is, heeft John Parker ook weer wat tijd voor Granny. Ze liggen in elkaars armen en Granny ervaart het als geluk. Wat jammer dat geluk in het leven minder indruk maakt dan ellende, vindt ze. Intussen gaan de ontwikkelingen politiek gezien snel: de Mexicanen willen het land van Texas ook bezitten. Het leger gaat zich ermee bemoeien en op een politieke conferentie ontmoet Granny een jonge man Holland Coffee, die aanraadt de indianen voor zich te winnen en die voor het karretje van de Amerikaanse kolonisten te spannen. Hij spreekt de taal van de indianen en wil zich wel daarmee bezighouden . Hoewel hij cynisch is en Granny ook zo antwoordt, is er toch sprake van enige aantrekkingskracht tussen die twee. Tijdens de conferentie wordt duidelijk dat de Mexicanen ook al op oorlogspad zijn.

Granny vertelt verder over de regenperiode die aanbreekt. In die tijd krijgt ze een tekening van Cynthia Ann die Fort Parker moet voorstellen. Ze koestert de nat geworden tekening en bewaart hem goed in een kistje. In het kistje zitten ook 100 zilveren dollars.
De Mexicanen beginnen oorlogshandelingen: ze worden daarbij geholpen door de indianen. De familie Parker vlucht naar een veiliger oord en onderweg worden de kleinkinderen (o.a. Cynthia Ann) doodziek. Doordat Granny heel goed zorgt voor Cynthia Ann, overleeft haar kleindochter. Wanneer de Amerikaanse troepen het leger van de Mexicanen hebben afgeslacht, kunnen ze weer terug naar huis. Maar de indianen hebben in het fort flink huis gehouden, er is veel verwoest en de latrines waren een openbaar toilet geworden. Granny en Cynthia Ann ruimen de stinkende boel op. Wanneer Cynthia Ann haar dan de vragen over het leven en het geluk stelt, vertelt Granny aan de lezer over haar eerste ontmoeting met John Parker (-zie hierboven)

Weer wat later ( op die bewuste dag) komen de Comanches naar het fort. Sommige familieleden vluchten naar het open veld. John en Granny worden gevangen genomen door een jonge krijger.( Peta Nocona) Granny beweert dat hij hen beter meteen had kunnen doden. Cynthia Ann en John worden gevangen genomen. De zoon van John die wilde onderhandelen, wordt afgeslacht. Granny kan niets doen: ze begint op de plaats te marcheren zoals ze dat de soldaten heeft zien doen. Daarna komen John en zij aan de beurt. John wordt voor haar ogen met pijlen doorzeefd (zijn scalp wordt genomen en zijn penis afgesneden) en Granny wordt aan de grond vast gespietst. Daarna wordt ze door de indianen vele keren verkracht. Maar ze beleeft het nauwelijks: ze richt al haar aandacht op een mier die naar haar kruipt en in de bloedplas rond trippelt. De indianen denken dat ze dood is.
In een cursief gedeelte wordt een indiaans verhaal verteld van vier zussen die hun broer Peta Nocona van het slachtveld zien terugkeren. Hij brengt een mooi meisje met zich mee (het is Cynthia Ann) ze noemen haar in de indiaanse taal: “Na-udah” (het meisje dat gevonden is)

Aan het einde van deel I droomt Granny Parker voor het eerst in kleuren. Ze droomt ook over de olifant uit haar jeugd, Old Bet, die geslagen moet worden om vooruit te komen. Ze interpreteert hieruit dat je huid zo dik kan worden dat ze je moeten slaan om je nog aan het dansen te krijgen. (blz. 109) Dat geldt natuurlijk in de eerste instantie voor Granny Parker die zo veel leed heeft meegemaakt. Ze heeft een heel zware prijs voor de grond moeten betalen. (titel van deel 1)

Deel 2: Zaad in de winter (blz. 113- 239)
Dit deel heeft een motto:
Eens kijken of dit echt is
Eens kijken of dit echt is
Eens kijken of dit echt is
Dit leven van me Het is de aanvalskreet van de Pawnee (indianen)

Deel 2 begint met een beschrijving van de aankomst van Quanah. Sallie is boos op mensen die medelijden met haar hebben. Woorden kunnen volgens Granny geen troost bieden. Stilte is het enige wat helpt. Quanah arriveert: hij vraagt haar een paar dingen aan hem te vertellen die niemand anders kan vertellen. Granny reageert verbitterd: ze lijdt onder het verlies van haar meegenomen kleinkind Cynthia Ann.
Ze koestert intussen wel het paard van haar achterkleinkind. Maar ze is innerlijk verscheurd: door haar haat kan ze de afstand tussen hem en haar niet overbruggen. Dan wordt ze boos en laat hem alle littekens zien die ze bij de overval heeft opgelopen. Ze schreeuwt naar hem.

Daarna volgt een gecursiveerd indiaans verhaal (blz. 125-126) Het is een Apache verhaal van een vrouw die voor de toegang tot de hemel een zak met warmte bewaart. Ze is bang dat de wereld zal smelten als ze de zak opendoet. Maar er komt een moment dat de zak vanzelf open gaat en de warmte verspreidt zich over de aarde. De ijstoppen smelten, maar de wereld overstroomt toch niet. Ook de toegang tot de grot smelt en de vrouw wordt zelf weer warm. Jammer dat ze al die tijd de kou en niet de warmte heeft toegelaten.

Granny vertelt de lezer verder van de verschrikkingen van de 19e mei 1836. Granny heeft niets meer over: haar wil is weg; ze is gewoon leeg: ze voelt zich als zaad in de winter (titel deel 2) Ze zit aan de grond vast en probeert tussen de ledematen van haar familieleden los te komen wanneer de indianen zijn weggereden. De pijlen en spiesen in de hand en elleboog komen er wel uit, maar de speer door haar romp levert inwendige bloedingen op. Ze stelpt het bloed met aarde en wil een begin maken met het begraven van de lijken. Zelf ziet ze er verschrikkelijk uit: met bloed overdekt en de kolonisten die het overleefd hadden, omdat ze gevlucht waren, schrikken van haar aanblik. Velen denken dat ze maar beter dood had kunnen zijn.

Silas, Benjamin en John en twee leden van de familie Frost zijn gesneuveld, James en Martha hebben het overleefd, Cynthia Ann en haar broertje Kleine John zijn meegenomen, evenals de zwangere Rachel, de dochter van Martha met haar baby en Lizzy, de dochter van Granny. De overlevenden proberen naar een andere nederzetting (40 mijl uit de buurt ) te komen. Granny wil het onderweg eigenlijk opgeven: ze heeft pijn en ziet het leven niet meer zitten. Door haar schoonzoon James die haar aanmoedigt ( hij heeft haar nodig om ooit wraak te kunnen nemen) redt ze het toch.

Het volgende hoofdstukje begint met de mededeling dat Granny eigenlijk niemand meer zal ontmoeten die haar ooit aan het huilen zal krijgen. ( “Huilen is voor mensen die nooit iets hebben meegemaakt” (blz. 145) Aanvankelijk ontmoet Granny Parker wel medelijden van de mensen in de nederzetting die haar hebben opgevangen. Granny gaat zich nuttig maken met het naaien van kleding. Maar met haar dochters praten over wat er is gebeurd, doet ze niet. Het verdriet blijft onaangetast. Een van de jonge mannen, Zebediah Grimes, houdt contact met hen: hij vertelt dat er wordt geroddeld in de gemeenschap. Vrouwen die met indianen seks hebben gehad, zijn besmet. Granny is verkracht , dus …….
Intussen heeft Martha weer een kind gebaard: ze is bang dat de indianen het komen ophalen. Granny neemt het woord in een kerkdienst, wanneer ze van de voorganger hoort dat alle dingen immers Gods wil zijn. Dan zullen ze dit leed ook zo moeten zien. Haar dochters zijn boos, maar James vindt het prachtig dat ze het woord gevoerd heeft Wanneer straks de anderen terugkeren, zullen ze immers ook met de nek worden aangekeken. De berichten over de vrouwen die waren meegnomen door de Comanches komen binnendruppelen. Lizzy komt als eerste terug, James gaat haar vrijkopen met geld van de regering. Op de terugweg herkent Lizzy een man die bij een paardendiefstal betrokken is als zijnde de man die John heeft gescalpeerd. James neemt bloedig wraak op zijn vader. Lizzy heeft o.a. daarvan een echte tik gekregen: ze is verward, vervuild, maar ze heeft veel oog voor de natuur gekregen. Dan valt de winter in en Lizzy kan haar hart aan de natuur ophalen. Op een ochtend is ze verdwenen: ze heeft zelfmoord gepleegd door in een ijswak te stappen. (was de wraak van James die de man voor haar ogen had gedood haar teveel geworden?)

Granny herinnert zich de naam van Holland Coffee, de indianenvriend. Misschien kan die wat betekenen? Hij wil wel meehelpen. Intussen is de Amerikaanse burgeroorlog uitgebroken. De Amerikaanse bevelvoerder draagt uit dat overleg met de indianen de beste oplossing is. Dat doet Granny Parker erg pijn. De wanhoop, woede en het verdriet is het enige wat Granny nog in leven houdt. Dan wordt ook Rachel terug gevonden en vrijgekocht: in 1938 wordt ze met de familie herenigd. In tegenstelling tot Lizzy die niets over haar indianentijd wilde vertellen, is Rachel heel extravert. Ze vertelt tot in de details wat ze heeft moeten doen en ondergaan. Twee kinderen was ze kwijtgeraakt (James Pratt en de baby die ze in haar buik had) De zuigeling was door de indianen gedood en ze had het lijkje zelf moeten begraven.
Holland Coffee komt ook nog op bezoek om Rachel met eigen ogen te zien. Hij heeft een belangrijke rol in de bemiddeling gespeeld. De aantrekkelijkheid tussen Granny (inmiddels begin vijftig) en Holland blijft. Hij laat Rachel stoffen zien die uit de andere wereld (Parijs) komen. Hij stimuleert haar ook ervaringen op papier te zetten en er een pamflet van te maken dat ze kan verkopen. Granny weigert lichamelijkheid met Holland, maar ze staat wel vroeg voor hem op, wanneer hij weer wegrijdt. Ze doen wel zaken over de stoffen die voor Rachel bedoeld zijn. Stiekem laat Holland Coffee toch de aangeboden zeepjes achter. (symbolisch: voor de reiniging die ze moet ondergaan?) Hij vindt namelijk dat Granny alles van één kant bekijkt.

Rachel begint inderdaad aan haar pamflet te schrijven. Ze wordt steeds meer met de nek aangekeken door de gelovige gemeenschap. Holland Coffee exemplaren drukken Zij gaat die aan het einde van een kerkdienst verspreiden. Holland Coffee en James discussiëren over goed en kwaad . Holland heeft een idee over de zondeval: toen ontstond juist het verschil tussen goed en kwaad. Mensen kijken maar één kant op; anderen (als indianen) kunnen ook wel eens gelijk hebben. Sallie Parker wordt boos om die redenering.

Na de kerkdienst ziet Rachel dat haar pamfletten door de gelovigen allemaal verbrand zijn.
Niet lang daarna sterft Rachel aan een longontsteking. Opnieuw wordt Granny beproefd.
Maar vreemd genoeg betekent ieder nieuw verlies ook weer een stukje opluchting.
Politiek gezien gaan de zaken weer beter. Houston wordt de hoofdstad van de staat. Er komt weer hoop in de mensen en de zaken (o.a. voor Holland Coffee) gaan goed. Granny gaat met Holland opnieuw lange tijd op zoek naar Cynthia Ann. Mensen roddelen achter hun rug dat ze een verhouding hebben, maar dat is niet zo. Granny vertelt hem van de verkrachtingen die ze heeft ondergaan bij de overval.
In een vleermuizengrot waar ze onderweg heengaan, komt het toch tot een lichamelijke toenadering. Ze hervindt daarbij iets van haar trots.

In een gecursiveerd indiaanse scène wordt verteld dat Peta Nocona Na-udah tot vrouw kiest. Na-udah is Cynthia Ann.

In het laatste hoofdstuk (8) van deel 2 vraagt Quanah daadwerkelijk naar informatie over zijn moeder Cynthia Ann. Granny verhardt meteen: de naam van haar kleindochter uit de mond van een Comanche, vindt ze maar niets. Ze is nog steeds vol wrok.
Ze vertelt aan de lezer dat John haar in relatie met het paardrijden eens had verteld dat je je moet overgeven aan een paard. Maar overgave, daarvan heb jij nu eenmaal geen greintje in je (blz. 232)

Maar morgen kan ze het vertellen. Morgen is ook de laatste dag Quanah er is. Om te overnachten kiest hij een open plek. ’s Nachts staat Granny op en wil een deken over zijn lichaam trekken. Ze wankelt en valt boven op hem. Ze schaamt zich daarvoor: ze ligt boven op een Comanche. Ze is het gewoon verleerd om iets aardigs voor een medemens te doen. Dan begint Quanah ontzettend te lachen. Hij draagt Granny naar haar bed. Die had zich dat nooit kunnen voorstellen. Het stemt haar wat milder. Morgen wil ze over Cynthia Ann vertellen. Quanah zegt: “vertel over over Na-udah : het meisje dat is gevonden. “Nee, zegt Granny, “het meisje dat wij hebben verloren.”

Deel 3 : Gods adem (blz. 243-253)
Dit deel begint met een motto:
Denk niet dat ik je kwaad wil doen,
Je krijgt gewoon een nieuw lichaam
Nou vooruit, draai je kop naar het noorden en lig stil !
(Gebed voor het doden van een adelaar)

Granny heeft met Holland Coffee eens een prairiebrand meegemaakt en in tegenstelling tot wat je mocht verwachten is het beter door de vlammen heen te gaan dan de vlammen proberen voor te blijven. In het vertrouwen dat ze in Holland Coffee stelt, doet ze dat ook.
Eigenlijk is dit ook al een vorm van overgave. Ze durft te vertrouwen op Holland Coffee.

Granny kookt de volgende dag eten voor Quanah; ze beseft dat hij naar Fort Sill gaat om de overgave van zijn volk te tekenen. Op die dag heeft ze altijd gewacht en het is zo ver gekomen omdat het leger alle paarden van de Comanches door een tip had omgebracht. Zonder paarden kunnen Comanches niet functioneren. Quanah vertelt een symbolisch verhaal over de ruimte die de blanken aan de Comanches gunnen: steeds minder namelijk. Hij laat zijn oma bijna van de bank vallen.

Ook wordt nu een indianenverhaal ingelast met de boodschap dat iemand wordt wat je in iemand ziet. (de vier zusjes die spelen dat hun broer een bloeddorstige beer is, gaan er later in geloven: zo ontstaat de angst in de wereld.)

Dan wordt de draad van het verleden weer door Granny opgepakt. Op een dag wordt z e bezocht door Zebediah Grimes. Hij komt vertellen wat hij ontdekt heeft. Na weer een indianenaanslag op een blanke nederzetting waren er soldaten geronseld en Zebediah had eraan meegedaan. Ze hadden de indianen kunnen verrassen en bij de overval was Peta Nocono ontdekt. Hij weigert zich over te geven, waarna hij wordt gedood. Maar belangrijker is nog het nieuws dat er een vrouw is die op Cynthia Ann lijkt: ze heeft een baby bij zich. Granny gaat met Zebediah op weg om Cynthia Ann vrij te krijgen. De vrouw kan haar nauwelijks verstaan, maar op een gegeven moment noemt Sallie Parker de naam Sinsie An, en dan komt er wat herkenning. Als Granny begint te marcheren (wat ze deed toen Cynthia Ann werd weggevoerd uit het Fort Parker) komt er meer herinnering los.

Granny weet dat Cynthia Ann nog een zoontje Quanah heeft, maar dat is niet meegegaan toen ze werd opgepakt door de blanken. Cynthia Ann wil wegvluchten naar huis, maar ze wordt weer opgepakt. Met een scherp mes snijdt Granny de veer van haar hoofdtooi en knipt de lokken van d’r haar. Om Cynthia Ann terug te krijgen moet er een betere communicatie komen: Cynthia Ann moet de taal weer leren en er is geld nodig. Granny wil de gouverneur spreken en gaat naar hem op zoek. Het is 25 jaar na de overval (dus 1861) De gouverneur is Sam Houston. Die vraagt ze te spreken. Wanneer hij binnen komt, geeft Cynthia Ann net haar baby de borst. Granny schaamt zich, maar Cynthia Ann helemaal niet. Wanneer ze even niet opletten, vlucht Cynthia Ann met haar baby weg. Ze is bang geworden van het gejuich dat uit de vergaderzaal was opgestegen. De gouverneur regelt een tegemoetkoming van de staat (100 dollar per jaar) Dan mag ze Cynthia naar huis brengen: een groots moment in haar leven. Op de terugweg komen ze een waar slagveld tegen: honderden bizons zijn afgeslacht: ze moeten er letterlijk over heen rijden. Dat doet Granny denken aan een situatie met Holland Coffee die haar een keer de gelegenheid had geboden om een bizon te schieten. Op het laatste moment had ze opzettelijk gemist: ze kon het uiteindelijk niet: een weerloos dier neerschieten.

Bij thuiskomst dansen Cynthia Ann en Granny Parker. Ze heeft muziek ingehuurd. Ze heeft ook een lerares ingehuurd die Cynthia Ann weer de taal moet aanleren. Politiek gezien gaat er weer het en ander mis. Aan de zuidelijke staten die in oorlog zijn, worden er door een besluit van Abe Lincoln geen medicijnen meer geleverd. Granny wordt erg ziek. Cynthia Ann verdwijnt dan, maar ze komt weer terug en heeft een medicijn gemaakt, wat ze geleerd heeft van de indianen. Granny knapt weer helemaal op. Dan ineens begint Cynthia Ann op een verjaardag van haar lerares over de gewoonten bij de feesten van de Comanches te vertellen. Ineens beseft Granny dat Cynthia Ann eigenlijk naar haar volk terug wil en dat ze dat onlangs ook aan Zebediah had gevraagd. Granny wil er wel aan meewerken.
Maar Topsannah het kind van Cynthia Ann wordt ook ineens ziek en sterft. Granny wil Cynthia Ann wel laten terugkeren, maar door verdriet overmand, stopt ze met eten.

Opnieuw is er een tussenlas (gecursiveerd, waarin Quanah, bijgenaamd de adelaar toestemming van zijn voorouders vraagt om zich te mogen overgeven) Uit de hemel komt een adelaar die met grote halen op weg gaat naar het fort. Het is ene teken voor Quanah om de overgave te tekenen. (deze passage kan ook in verband worden gebracht met het motto van dit deel)

Granny krijgt het er te kwaad mee en wordt weer boos op Quanah, omdat ze alle ellende weer moet beleven. Quanah vertelt dat hij wist dat zijn moeder een blanke was omdat zijn vader dat verteld had. Hij had haar altijd moeten verdedigen, omdat ze was terug gegaan naar de blanken, weliswaar onder dwang.
Granny vraagt hem het kistje te pakken, dat ze heeft verstopt: in het kistje zit de tekening van Cynthia Ann en de veer van de hoofdtooi die ze heeft afgeknipt. Ze schenkt het kistje aan Quanah. Het is haar manier om de vergeving te tonen. Daarna voelt ze zich heel leeg. Ze is haar haatgevoelens kwijt, maar wat is er voor in de plaats gekomen. Wat heeft ze nu nog om voor te leven. Quanah vertrekt kort daarna.

In een laatste gecursiveerd deel wordt beschreven hoe Quanah zich overgeeft aan de blanken. Wanneer een Comanche zich overgeeft, moet hij zijn paard doden. Maar Quanah doet dat niet. Hij geeft zijn paard een klap en wanneer dat weg loopt, schreeuwt hij “Daar gaat de geest van de Comanches.”