Selecteer een pagina

Zakelijke gegevens:

Titel: De onzichtbare jongen.
Auteur: J. Bernlef.
Uitgeverij: Querido, Amsterdam.
Eerste druk: 2005.
Gelezen druk: eerste druk, 2005.
Aantal bladzijdes: 188.
Genre: psychologische roman.

Titelverklaring

Max vertelt Wouter, wanneer ze nog op de lagere school zitten, dat hij oefent in ‘onzichtbaar’ zijn. Hij heeft een boek gelezen van H.G. Wells: “De Onzichtbare Man”. Dat boek gaat over een man die door een mislukt experiment onzichtbaar was en niet meer zichtbaar kon worden. Max weet goed dat echt onzichtbaar worden niet mogelijk is, maar hij doet zijn best om niet te veel op te vallen. Dat is iets wat moeilijk is voor Max, want zijn gave om alles te onthouden wat hij ziet, hoort of leest, trekt juist aandacht, bijvoorbeeld op school waar hij met zijn eindexamen de hoogste cijfers scoort.

Maar is er ook een symbolischer verklaring voor de titel te vinden. Max blijft altijd een ‘onzichtbare jongen’ voor zijn directe omgeving. Zijn psychiater kent hem niet, omdat hij niet wil praten, zijn vader kende hem niet, omdat hij hem vroeg in de steek had gelaten, zijn halfzusje Mara weet pas van zijn bestaan als hij zelfmoord heeft gepleegd en zelfs zijn beste vriend Wouter (Beaufort) kent hem niet goed: de brief die Max naar Wouter stuurt in het tweede deel is verward en onsamenhangend: Max wordt niet zichtbaar voor Wouter en als in de allerlaatste regel Mara een foto van Max aan Wouter vraagt zegt Wouter dat hij die niet heeft. Er is nooit een helder beeld van Max overgebleven. Hij was “de onzichtbare jongen”.

Korte samenvatting:

Wouter en Max, twee 13-jarige jongens uit het Amsterdam van 1947, zijn schoolvrienden. Max is een zonderling, hij woont bij zijn vader, zijn moeder is met een Canadees vertrokken. Max wil uitvinder worden en oefent in onzichtbaarheid. Hij is geobsedeerd door wind, omdat wind onzichtbaar is en toch gemeten kan worden. Wouter wil harder lopen dan de wind en wordt een topatleet die wint van Fanny Blankers-Koen. De jongens verliezen elkaar uit het oog, maar zien elkaar als volwassene terug in een kliniek waar Wouter revalideert. Max, de onzichtbare jongen, is krankzinnig geworden. Hij praat alleen nog met Wouter, totdat hij zelfmoord pleegt. Deze roman schetst niet alleen een goed tijdsbeeld van het grijze naoorlogse Amsterdam, maar is ook een overtuigend en intrigerend verhaal over vriendschap en schizofrenie.

Voorlopige mening:

Inhoudelijke argumenten

2a. Het boek draait voornamelijk om stilstand en beweging, alles draait om de wind en snelheid. Dit is van beide hoofdpersonen Wouter en Max van toepassing. Wouter wil sneller lopen dan de wind, onder de elf m/s, en Max heeft een voorliefde voor alles wat wetenschappelijk gezien met de wind en Beaufort te maken heeft. Het thema van het boek is een jongensvriendschap die onuitgesproken blijft. De vriendschap is daarom niet minder belangrijk. Ook al lijkt vind Wouter, Max maar een vreemde jongen voelt hij zich toch gekwetst wanneer Max niets meer van zich laat horen na zijn verhuizing aan het einde van het eerste deel. Ook Max vindt Wouter maar raar omdat Wouter zich fanatiek bezig houdt met hardlopen. Hij vindt dat elke seconde dat Wouter harder loopt, hij onzichtbaarder wordt. Max wil graag onzichtbaar zijn. Maar desondanks trekken de twee tegenpolen elkaar aan. Ik vind het een leuk boek om te lezen. Bernlef legt de plaatsen en ruimtes gedetailleerd uit waardoor ik mij goed in kon leven. Ook vond ik het interessant om een boek te lezen over een jongen die onzichtbaar wil worden en het hem uiteindelijk op symbolische wijze ook nog lukt. Ik blijf Max een vreemde jongen vinden en ik vind het daarom ook wel jammer dat Bernlef niet duidelijk beschrijft waarom Max op het einde van het boek zo gek is geworden. Juist deze uitleg had er voor gezorgd dat ik Max beter zou begrijpen. Ik vind het een origineel thema en voornamelijk Max vind ik een interessant personage.

2b. Het boek draait om de wind en om snelheid. Beide personages zijn op hun eigen manier daarmee bezig. Max wil de windsnelheden en de circulaties op aarde vastleggen in cijfers en kaarten, net zoals Beaufort deed met de schaal van Beaufort (beschrijving van de windkrachten). Wouter is ook bezig met de wind en met cijfers, maar dan met hardlopen. Hij wil de 100 meter onder elf seconden lopen, dit lukt hem met een prestatie van 10,6 seconden. Hij rent sneller naarmate hij de wind in de rug heeft, hij rent langzamer als hij wind tegen heeft, dit scheelt hem tienden van seconden. Wouter ontwikkelt zich snel zowel op lichamelijk als op geestelijk niveau. Hij heeft veel beweging in zijn leven. Alleen op een van de belangrijkste momenten van zijn leven gaat het mis. Op de start van de 100 meter bij de Olympische Spelen in Helsinki vergeet hij te starten door faalangst. Ik vond het raar gezegd fijn om te lezen dat het fout ging. Anders was het Wouter allemaal wel erg voorspoedig verlopen en had het boek geen spanning gehad. Wouter stopt met ontwikkelen als hij het leger in gaat. Ook als hij reisleider wordt bij bejaarden en later als hij amper kan lopen staat hij eerst geestelijk en dan lichamelijk stil.

2c. De functie van het geheugen is een ander subthema. Max heeft een fotografisch geheugen waardoor zijn hoofd zo vol komt te zitten en hij uiteindelijk krankzinnig wordt. Alles wat hij waarneemt, wordt in zijn geheugen opgeslagen en dat maakt zijn leven ondraaglijk. Daarom draagt hij aan het einde van zijn leven ook geen bril meer, want door het bril dragen is hij nog beter gaan zien, dus moet hij nog meer opnemen. Max pleegt uiteindelijk ook zelfmoord omdat hij gewoon teveel opgeslagen heeft. Ook heeft het hem niet altijd meegezeten. Zijn vader pleegt overspel waardoor zijn moeder hen verlaat. Max heeft nooit precies geweten hoe de vork in de steel zat en daarom zoekt hij als het ware naar de waarheid door middel van de Wet van Beaufort. Ik vind het eigenlijk wel een beetje zielig voor Max. Eerst verlaat zijn moeder hem en vervolgens laat zijn vader hem ook nog in de steek. Ook kan niemand hoogte van hem krijgen en hij is eigenlijk zo gek als een deur.

Structurele argumenten

3a. Het verhaal begint met een soort proloog waarin de hoofdpersoon/ik-verteller genaamd Wouter aangeeft waar het boek overgaat. Hij heeft aan dat het boek zal gaan over stilstand en beweging, maar ook over een bijzondere vriendschap. Het verhaal dat volgt bestaat uit twee delen. In het eerste deel komt de ontwikkeling van de vriendschap tussen Wouter en Max aanbod. In het tweede deel wordt verteld hoe Wouter na een aantal jaren stilstand weer in contact komt met Max. Namelijk op het moment dat hij in een revalidatiecentrum zit voor zijn geheimzinnige aandoening en hij Max in de naastgelegen psychiatrische inrichting ziet. Ook kom je te weten hoe de vriendschap uiteindelijk afloopt. Ik vind dit een fijne indeling. Er komen eigenlijk geen flashbacks in het verhaal voor waar door het verhaal op een chronologische wijze te volgen is. Dit zorgde ervoor dat ik niet verward raakte, zoals ik bij sommige boeken raak door flashbacks. Ik denk ook dat de schrijver hiervoor bewust gekozen heeft. Zo leer je de personages op een rustige manier kennen en wordt de nieuwsgierigheid naar Max op een leuke manier opgebouwd.

3b. De hoofdstukken worden van elkaar gescheiden door cursief gedrukte stukken tekst waarmee ieder nieuw hoofdstuk een stukje inleiding krijgt. Het zijn namelijk de gedachten van de Wouter. Hij doet dit echter niet in de ik-vorm waarin de rest van het boek in is geschreven maar in de afstandelijkere jij-vorm. Hierdoor kreeg ik het idee dat hij achteraf zijn verhaal vertelt over de belangrijke gebeurtenissen die hij heeft gemaakt wat betreft zijn vriendschap met Max.

3c. De tijd waarin het boek begint is op 17 augustus 1947, kort na de oorlog dus. Wouter heeft zelf nog de oorlog meegemaakt. Het hele boek zou je kunnen zien als een grote flashback want wouter vertelt het verhaal als een herinnering. Het verhaal speelt zich in de tienerjaren van Wouter af in Amsterdam. Max verhuist hierheen en komt in de Curacaostraat te wonen. Samen zitten ze op dezelfde basisschool en middelbare school. Na zijn diensttijd gaat Wouter op kamers wonen in Haarlem waar hij ook werkt. Ik denk dat de ruimte niet een hele belangrijke rol in het verhaal speelt. De jongens zouden net zo goed in een andere stad zijn opgegroeid. Ik vond het wel leuk om te lezen dat het verhaal zich in het begin in Amsterdam afspeelde. Ik kende eigenlijk alle straten en plaatsen wel wat ervoor zorgde dat ik mij beter in kon leven.

Persoonlijke argumenten

4a. Het onderwerp van het boek is de wind en zijn snelheid. Beide personages zijn op hun eigen manier daarmee bezig. Max wil de windsnelheden en de circulaties op aarde vastleggen in cijfers en kaarten, net zoals Beaufort deed met de schaal van Beaufort (beschrijving van de windkrachten). Wouter is ook bezig met de wind en met cijfers, maar dan met hardlopen. Hij wil de 100 meter onder elf seconden lopen, dit lukt hem met een prestatie van 10,6 seconden. Hij rent sneller naarmate hij de wind in de rug heeft, hij rent langzamer als hij wind tegen heeft, dit scheelt hem tienden van seconden. Max is geobsedeerd door de wind en dat wordt hem uiteindelijk fataal. Ik vond het een leuk onderwerp om over te lezen. Ik had in eerste instantie gedacht dat het een ander verhaal zou worden en dat het niet zo gefocust zou zijn op de wind. Maar juist door deze verrassende wending en door de manier waarop Bernlef alles beschrijft en de gevoelens uitdrukt vond ik het een leuk boek om te lezen.

4b. Ik kon wel enigszins meevoelen met Max. Hij voelt zich eigenlijk gewoon in de steek gelaten door zijn moeder en later ook door zijn vader. Daarom wijdt hij zich aan de wind. Ik begrijp Max alleen niet goed, hij leeft een beetje in zijn eigen wereld en zijn drang om de wind te meten vind ik vrijwel absurd. Deze introverte houding en daarmee zijn gedrag past wel goed bij hem en het feit dat Wouter eigenlijk heel simpel is vind ik leuk als tegenpool. Ik vind het wel jammer dat er weinig emoties getoond worden. De gedachten van Wouter zijn vrij oppervlakkig en je komt niet goed te weten wat er nou precies in hem omgaat. Dit vond ik eigenlijk een beetje teleurstellend omdat ik het altijd fijn vind om een personage goed te begrijpen zodat ik mij beter in kan leven. Desondanks vond ik het toch een redelijk boek.

4c. Het boek had ik eigenlijk vrij snel uit. Dit komt doordat de schrijfstijl niet erg moeilijk is er en ook niet zoveel moeilijke woorden en zinnen in zitten. Wel had ik soms moeite met de stukken die Max zei. Vooral met zijn brief begreep ik niet echt wat hij nou duidelijk wilde maken. Gelukkig begreep Wouter dat ook niet. Dit vind ik wel jammer, ik had graag wat meer van Max willen zien zodat zijn vaagheid verklaart werd.

Morele argumenten

De schrijver wil duidelijk maken dat als je te ver buiten de werkelijkheid gaat dat je visie op de werkelijkheid verandert en je gek wordt omdat je de dingen niet meer goed kunt benoemen. Zoals Max door zijn fascinatie voor onzichtbaarheid. Max wordt zo gek omdat hij alle details in zijn hoofd opslaat waardoor zijn hoofd overvol raakt. Door zelfmoord te plegen is hij hiervan af en is hij meteen onzichtbaar geworden. Maar ondanks het feit dat hij dood is heeft hij toch ook zichtbare sporen achtergelaten hoe hard hij ook zijn best deed om niet zichtbaar te zijn…

Definitieve mening

Inhoudelijke argumenten

2a. Het boek draait voornamelijk om stilstand en beweging, alles draait om de wind en snelheid. Dit is van beide hoofdpersonen Wouter en Max van toepassing. Wouter wil sneller lopen dan de wind, onder de elf m/s, en Max heeft een voorliefde voor alles wat wetenschappelijk gezien met de wind en Beaufort te maken heeft. Het thema van het boek is een jongensvriendschap die onuitgesproken blijft. De vriendschap is daarom niet minder belangrijk. Ook al lijkt vind Wouter, Max maar een vreemde jongen voelt hij zich toch gekwetst wanneer Max niets meer van zich laat horen na zijn verhuizing aan het einde van het eerste deel. Ook Max vindt Wouter maar raar omdat Wouter zich fanatiek bezig houdt met hardlopen. Hij vindt dat elke seconde dat Wouter harder loopt, hij onzichtbaarder wordt. Max wil graag onzichtbaar zijn. Maar desondanks trekken de twee tegenpolen elkaar aan. Ik vind het een leuk boek om te lezen. Bernlef legt de plaatsen en ruimtes gedetailleerd uit waardoor ik mij goed in kon leven. Ook vond ik het interessant om een boek te lezen over een jongen die onzichtbaar wil worden en het hem uiteindelijk op symbolische wijze ook nog lukt. Ik blijf Max een vreemde jongen vinden en ik vind het daarom ook wel jammer dat Bernlef niet duidelijk beschrijft waarom Max op het einde van het boek zo gek is geworden. Juist deze uitleg had er voor gezorgd dat ik Max beter zou begrijpen. Ik vind het een origineel thema en voornamelijk Max vind ik een interessant personage.

Ook schrijver Arnold Heumakers van het NRC Handelsblad vind dit.

Dat wil niet zeggen dat Bernlef niet zijn best heeft gedaan om het al te alledaagse te vermijden. Verteller Wouter van Bakel kan bijvoorbeeld erg goed hardlopen en zijn beste vriend Max Veldman is een rekenwonder, iemand met een absoluut geheugen en een opvallende belangstelling voor de winden en de sterren of, zoals hij het zelf noemt, voor de ‘machinerie van het heelal’. Dat laatste is weer niet zo ongewoon, net zo min als zijn verlangen naar ‘onzichtbaarheid’ na het lezen van H.G. Wells’ meesterwerk The Invisible Man

2b. Het boek draait om de wind en om snelheid. Beide personages zijn op hun eigen manier daarmee bezig. Max wil de windsnelheden en de circulaties op aarde vastleggen in cijfers en kaarten, net zoals Beaufort deed met de schaal van Beaufort (beschrijving van de windkrachten). Wouter is ook bezig met de wind en met cijfers, maar dan met hardlopen. Hij wil de 100 meter onder elf seconden lopen, dit lukt hem met een prestatie van 10,6 seconden. Hij rent sneller naarmate hij de wind in de rug heeft, hij rent langzamer als hij wind tegen heeft, dit scheelt hem tienden van seconden. Wouter ontwikkelt zich snel zowel op lichamelijk als op geestelijk niveau. Hij heeft veel beweging in zijn leven. Alleen op een van de belangrijkste momenten van zijn leven gaat het mis. Op de start van de 100 meter bij de Olympische Spelen in Helsinki vergeet hij te starten door faalangst. Ik vond het raar gezegd fijn om te lezen dat het fout ging. Anders was het Wouter allemaal wel erg voorspoedig verlopen en had het boek geen spanning gehad. Wouter stopt met ontwikkelen als hij het leger in gaat. Ook als hij reisleider wordt bij bejaarden en later als hij amper kan lopen staat hij eerst geestelijk en dan lichamelijk stil. Ik vond de plotselinge overstap naar zijn motorische aandoening een beetje ongeloofwaardig. Wat ik nog ongeloofwaardiger vond is dat hij er dan ook opeens weer van herstelt. Dit vond schrijfster Danielle Serdijn van Het Parool ook. “Wouters beknelde gevoelszenuw spontaan bevrijd wordt en hij, Wout, weer tot bewegen en voelen in staat is. Het maakt nogal een gekunstelde indruk, die plotsklapse psychosomatische aandoening. En de evenzo plotsklapse genezing ervan. Vanzelfsprekend heeft het alles te maken met de waantoestand waarin voormalig hartsvriend Max zich bevindt en de onmogelijkheid om de herinnering en het gevoel dat er bij hoorde werkelijkheid te laten worden, maar de geloofwaardigheid van het verhaal strandt hier eerlijk gezegd een beetje.”

2c. De functie van het geheugen is een ander subthema. Max heeft een fotografisch geheugen waardoor zijn hoofd zo vol komt te zitten en hij uiteindelijk krankzinnig wordt. Alles wat hij waarneemt, wordt in zijn geheugen opgeslagen en dat maakt zijn leven ondraaglijk. Daarom draagt hij aan het einde van zijn leven ook geen bril meer, want door het bril dragen is hij nog beter gaan zien, dus moet hij nog meer opnemen. Max pleegt uiteindelijk ook zelfmoord omdat hij gewoon teveel opgeslagen heeft. Ook heeft het hem niet altijd meegezeten. Zijn vader pleegt overspel waardoor zijn moeder hen verlaat. Max heeft nooit precies geweten hoe de vork in de steel zat en daarom zoekt hij als het ware naar de waarheid door middel van de Wet van Beaufort. Ik vind het eigenlijk wel een beetje zielig voor Max. Eerst verlaat zijn moeder hem en vervolgens laat zijn vader hem ook nog in de steek. Ook kan niemand hoogte van hem krijgen en hij is eigenlijk zo gek als een deur.

Structurele argumenten

3a. Het verhaal begint met een soort proloog waarin de hoofdpersoon/ik-verteller genaamd Wouter aangeeft waar het boek overgaat. Hij heeft aan dat het boek zal gaan over stilstand en beweging, maar ook over een bijzondere vriendschap. Het verhaal dat volgt bestaat uit twee delen. In het eerste deel komt de ontwikkeling van de vriendschap tussen Wouter en Max aanbod. In het tweede deel wordt verteld hoe Wouter na een aantal jaren stilstand weer in contact komt met Max. Namelijk op het moment dat hij in een revalidatiecentrum zit voor zijn geheimzinnige aandoening en hij Max in de naastgelegen psychiatrische inrichting ziet. Ook kom je te weten hoe de vriendschap uiteindelijk afloopt. Ik vind dit een fijne indeling. Er komen eigenlijk geen flashbacks in het verhaal voor waar door het verhaal op een chronologische wijze te volgen is. Dit zorgde ervoor dat ik niet verward raakte, zoals ik bij sommige boeken raak door flashbacks. Ik denk ook dat de schrijver hiervoor bewust gekozen heeft. Zo leer je de personages op een rustige manier kennen en wordt de nieuwsgierigheid naar Max op een leuke manier opgebouwd.

3b. De hoofdstukken worden van elkaar gescheiden door cursief gedrukte stukken tekst waarmee ieder nieuw hoofdstuk een stukje inleiding krijgt. Het zijn namelijk de gedachten van de Wouter. Hij doet dit echter niet in de ik-vorm waarin de rest van het boek in is geschreven maar in de afstandelijkere jij-vorm. Hierdoor kreeg ik het idee dat hij achteraf zijn verhaal vertelt over de belangrijke gebeurtenissen die hij heeft gemaakt wat betreft zijn vriendschap met Max.

3c. De tijd waarin het boek begint is op 17 augustus 1947, kort na de oorlog dus. Wouter heeft zelf nog de oorlog meegemaakt. Het hele boek zou je kunnen zien als een grote flashback want wouter vertelt het verhaal als een herinnering. Het verhaal speelt zich in de tienerjaren van Wouter af in Amsterdam. Max verhuist hierheen en komt in de Curacaostraat te wonen. Samen zitten ze op dezelfde basisschool en middelbare school. Na zijn diensttijd gaat Wouter op kamers wonen in Haarlem waar hij ook werkt. Ik denk dat de ruimte niet een hele belangrijke rol in het verhaal speelt. De jongens zouden net zo goed in een andere stad zijn opgegroeid. Ik vond het wel leuk om te lezen dat het verhaal zich in het begin in Amsterdam afspeelde. Ik kende eigenlijk alle straten en plaatsen wel wat ervoor zorgde dat ik mij beter in kon leven.

Persoonlijke argumenten

4a. Het onderwerp van het boek is de wind en zijn snelheid. Beide personages zijn op hun eigen manier daarmee bezig. Max wil de windsnelheden en de circulaties op aarde vastleggen in cijfers en kaarten, net zoals Beaufort deed met de schaal van Beaufort (beschrijving van de windkrachten). Wouter is ook bezig met de wind en met cijfers, maar dan met hardlopen. Hij wil de 100 meter onder elf seconden lopen, dit lukt hem met een prestatie van 10,6 seconden. Hij rent sneller naarmate hij de wind in de rug heeft, hij rent langzamer als hij wind tegen heeft, dit scheelt hem tienden van seconden. Max is geobsedeerd door de wind en dat wordt hem uiteindelijk fataal. Ik vond het een leuk onderwerp om over te lezen. Ik had in eerste instantie gedacht dat het een ander verhaal zou worden en dat het niet zo gefocust zou zijn op de wind. Maar juist door deze verrassende wending en door de manier waarop Bernlef alles beschrijft en de gevoelens uitdrukt vond ik het een leuk boek om te lezen.

4b. Ik kon wel enigszins meevoelen met Max. Hij voelt zich eigenlijk gewoon in de steek gelaten door zijn moeder en later ook door zijn vader. Daarom wijdt hij zich aan de wind. Ik begrijp Max alleen niet goed, hij leeft een beetje in zijn eigen wereld en zijn drang om de wind te meten vind ik vrijwel absurd. Deze introverte houding en daarmee zijn gedrag past wel goed bij hem en het feit dat Wouter eigenlijk heel simpel is vind ik leuk als tegenpool. Ik vind het wel jammer dat er weinig emoties getoond worden. De gedachten van Wouter zijn vrij oppervlakkig en je komt niet goed te weten wat er nou precies in hem omgaat. Dit vond ik eigenlijk een beetje teleurstellend omdat ik het altijd fijn vind om een personage goed te begrijpen zodat ik mij beter in kan leven. Desondanks vond ik het toch een redelijk boek.

4c. Het boek had ik eigenlijk vrij snel uit. Dit komt doordat de schrijfstijl niet erg moeilijk is er en ook niet zoveel moeilijke woorden en zinnen in zitten. Wel had ik soms moeite met de stukken die Max zei. Vooral met zijn brief begreep ik niet echt wat hij nou duidelijk wilde maken. Gelukkig begreep Wouter dat ook niet. Dit vind ik wel jammer, ik had graag wat meer van Max willen zien zodat zijn vaagheid verklaart werd. Ook vind ik sommige delen in het boek niet echt realistisch. Zo duikt er op het eind plotseling een halfzusje van Max op die sprekend op hem lijkt. Ze voegt geen enkele waarde toe aan het boek en ik denk dat Bernlef dit net zo goed had kunnen weglaten. Dit vind ook schrijfster Danielle Serdijn van Het Parool: “Maar dan blijkt er plots een zusje te zijn van Max. Dat zusje heeft hetzelfde effect op de lezer als Wouters aandoening. Het ondermijnt de geloofwaardigheid van het verhaal. Bekomen van deze merkwaardige goocheltruc heeft Bernlef vervolgens minder dan een alineaatje nodig om te suggereren dat Wout beslist troost zal vinden bij zus”

Morele argumenten

De schrijver wil duidelijk maken dat als je te ver buiten de werkelijkheid gaat dat je visie op de werkelijkheid verandert en je gek wordt omdat je de dingen niet meer goed kunt benoemen. Zoals Max door zijn fascinatie voor onzichtbaarheid. Max wordt zo gek omdat hij alle details in zijn hoofd opslaat waardoor zijn hoofd overvol raakt. Door zelfmoord te plegen is hij hiervan af en is hij meteen onzichtbaar geworden. Maar ondanks het feit dat hij dood is heeft hij toch ook zichtbare sporen achtergelaten hoe hard hij ook zijn best deed om niet zichtbaar te zijn…

Uitwerking n.a.v. het themaonderzoek

Bernlef, de onzichtbare jongen

Wat voor soort karakter hebben de vrienden?

De hoofdpersonages van het boek zijn Wouter en Max. Het verhaal gaat namelijk over hun vriendschap. Beide personages leer je niet echt heel goed kennen omdat hun gevoelens niet worden verteld.

Wouter van Bakel

Wouter is een doorsnee jongen. Hij is een gemiddelde leerling en hij heeft geen opvallende uitstraling. Hij houdt van voetbal omdat hij dan lekker hard kan rennen, maar wat betreft de balcontrole is hij niet zo sterk. Hij wordt door de jongens van zijn school Karel Knal genoemd omdat hij zo ontzettend snel is. Max is Wouters tegenpool, hij is ontzettend slim en valt hierdoor ook ontzettend op. Wouter raakt bevriend met Max maar in eerste instantie komt de vriendschap wat oppervlakkig over. Wouter kan Max niet goed doorgronden maar heeft wel veel ontzag voor zijn slimheid.

Als Wouter wat ouder is vindt hij een nieuwe passie: hardlopen. Hier kan hij namelijk echt in uitblinken omdat hij razend snel is. Hij meldt zich aan bij de plaatselijke atletiekvereniging en al snel word zijn gave ontdekt. Hij traint met de oudere jongens mee en hij krijgt veel respect van zijn trainer. Hij breekt steeds weer zijn persoonlijk record en door zijn inzet en doorzettingsvermogen presteert hij het zelfs om de 100m in 10,7 seconden te lopen. Een uitzonderlijke tijd voor iemand van zijn leeftijd. Zijn vriendschap met Max staat inmiddels op een laag pitje want Max vindt dat Wouter met elke seconde die hij sneller loopt onzichtbaarder wordt.

Het verhaal speelt zich af in de tijd dat Fanny Blankers-Koen voor Nederland uitkwam op de Olympische Spelen en ze alle recordtijden brak. Als Wouters trainer de man van Fanny blijkt te zijn organiseert hij een klein wedstrijdje tussen Fanny en Wouter. Wouter verslaat Fanny met gemak en hij is verbaasd over zijn eigen kunnen. Hij mag naar de Olympische Spelen maar hier faalt hij. Als het startsignaal wordt gegeven gaat Wouter niet van start en zijn hele wereld lijkt in te storten. Hij heeft geen zin meer in atletiek en stopt ermee.

Op latere leeftijd krijgt Wouter ook nog eens een onbekende aandoening aan zijn benen waardoor hij letterlijk stil komt te staan. Zijn vriendschap met Max is ook stil komen te staan. Dit vindt Wouter erg vervelend en dat laat zien dat, ondanks dat de vriendschap vrij oppervlakkig overkomt, Wouter wel veel om Max geeft. Als Wouter voor revalidatie in een gespecialiseerd centrum komt hij erachter dat Max in een psychiatrische inrichting zit besluit hij na al die jaren eens langs te gaan. Hij komt erachter dat Max echt knettergek is geworden en heeft medelijden met hem. Uit trouw voor zijn vriend gaat hij geregeld langs. Als Wouter eenmaal gerevalideerd is hoort hij dat Max zelfmoord gepleegd heeft. Ondanks dat hij Max niet zo goed meer kent, of eigenlijk nooit goed gekend heeft, heeft hij verdriet.

Max Veldman

De eerste vier jaar van zijn leven praat Max vrijwel niet. Hij vindt dat er niet gepraat moet worden als er niets zinnigs gezegd wordt. Zijn ouders vinden dit erg vreemd en als Max op zijn vierde eindelijk gaat praten, blijkt dat hij alle woorden al kent. Max verhuist vanuit Haarlem naar Amsterdam en komt daar als een nieuwe, vreemde jongen in de klas van Wouter. Max heeft niet echt een opvallende uitstraling: bolle wangen, volle lippen, hoog voorhoofd en borende ogen. Max valt in eerste instantie niet op totdat hij moet hoofdrekenen van zijn leraar. Max blijkt hier een gave voor te hebben en zelfs de moeilijkste sommen kan hij uitrekenen. Hij heeft hier een simpele verklaring voor: hij ziet alles voor zich waardoor de sommen zich vanzelf oplossen. Zijn medeleerlingen denken dat Max gewoon wil slijmen bij de leraar en pesten hem. Wouter vindt dit echter bijzonder aan Max en zoekt contact met hem. Max blijkt nog veel meer in petto te hebben. Hij weet ontzettend veel en hij is mentaal ook met andere dingen bezig dan de rest van zijn klasgenoten. Hij vertelt aan Wouter dat hij oefent onzichtbaar te zijn, dit had hij namelijk in een boek gelezen. Hij probeert zich zo onopvallend mogelijk te gedragen maar door zijn fotografisch geheugen wordt dat moeilijk.

Max woont alleen bij zijn vader die in de Blookerfabriek werkt. Max z’n moeder is na de oorlog met een Canadees meegegaan waardoor Max niet graag over haar praat. Het is een heel gesloten en een tikkeltje vreemde jongen. Max is ook eenzaam omdat zijn vader veel werkt en vaak laat thuis komt. Max schijnt dat niet erg te vinden want zo heeft hij alle ruimte om zijn natuurkundige experimenten uit te voeren.

Op latere leeftijd wordt Max feitelijk gezien gek. Nadat Wouter hem een lange tijd niet hebt gezien komen ze elkaar op een dag tegen in de buurt van Wouters revalidatiecentrum. Max schijnt niet te reageren op zijn naam maar als Wouter zegt: Max het is Beaufort!, Reageert hij opeens wel. Als Wouter gevraagd wordt door Max zijn arts om bij Max op bezoek te komen is Max helemaal doorgedraaid. Max wil namelijk alle winden in de kamer meten en deze in kaart brengen. Hij heeft allerlei apparaatjes in zijn kamer hiervoor hangen. De arts begrijpt hem niet en denkt dat hij schizofreen is. Max voelt zich gewoon niet begrepen en daarom praat hij met niemand anders dan met Wouter (Beaufort) want die begrijpt hem wel. Wouter begrijpt hem echter ook niet. Max schrijft ook nog een verwarrende, onsamenhangende brief naar Wouter waarin hij beschrijft wat hij allemaal wil bereiken waar Wouter niets van begrijpt. Als Max zelfmoord pleegt, door in de zee te verdwijnen, is hij letterlijk onzichtbaar geworden.

Hoe is de vriendschap ontstaan?

De vriendschap tussen Max en Wouter is ontstaan op de lagere school. Toen Max verhuisde naar Amsterdam kwam hij bij Wouter in de klas. Het is niet zo dat ze vanaf het eerste moment meteen vrienden werden. Wouter was een gewone leerling in de klas terwijl Max eigenlijk een beetje een buitenbeetje was. Wouter begint Max interessant te vinden op het moment dat hij erachter komt dat Max ontzettend slim is en veel kan onthouden. Hun medeleerlingen hebben het al snel met Max gehad omdat ze denken dat hij wil slijmen bij de leraar. Max wordt gepest, maar dat wordt een minder wanneer hij na enkele weken met pesterijen de grootste pestkop van de klas, Jim, neerslaat. Dit is het moment waarop Wouter achter Max aanrent om de vragen hoe hij dat heeft gedaan. Max vertelt Wouter dat alles om snelheid en om beweging gaat. Door om een hoekje stil te staan en slechts zijn vuist te strekken kwam Jim door zijn snelheid vol onverwachts in zijn vuist terecht waardoor hij omviel. Max weet Wouter te interesseren door zijn kennis over de natuurkunde waardoor ze vrienden worden.

Hoe reageert de buitenwereld op de vriendschap?

De buitenwereld reageert positief op de vriendschap. Max z’n vader is blij dat hij aansluiting heeft gevonden op zijn nieuwe school. Hij realiseert zich namelijk ook dat zijn zoon anders is dan andere kinderen. Hij neemt Wouter en Max namelijk ook gezellig mee naar de Blookerfabriek waar hij werkt. De ouders van Wouter vinden Max een beetje een rare snuiter. Maar wel een die Wouter kan helpen met zijn huiswerk. Wouter leeft namelijk voor het hardlopen maar zijn ouders vinden dat school belangrijker is. Met de hulp van Max haalt hij uiteindelijk wel zijn eindexamen.

Wat stopt de hoofdpersoon zelf in de vriendschap?

In het begin zien Wouter en Max elkaar ontzettend veel. Dit wordt minder als Wouter zijn passie voor hardlopen ontdekt. Hij is de hele week bezig met trainen en heeft daardoor weinig tijd voor Max. Ook Wouter beseft dat:

Citaat 1:Niet alleen Max was onzichtbaar geworden, ook de rest van de wereld was verdwenen. Het enige wat bestond was de gesloten wereld van het hardlopen, waarbinnen ik langzaam maar zeker mijn weg naar de top zou vinden, de absolute top.” (blz. 83)

Max reageert teleurgesteld en vind dat Wouter onzichtbaarder wordt met elke seconde dat hij sneller rent. Hij doet niet zoveel moeite meer om contact te zoeken met Wouter en wacht een beetje af. Wouter echter, vindt het raar dat zijn beste vriend hem niet steunt in zijn liefde voor hardlopen en voelt zich een beetje gedumpt. Ook Wouter begrijpt Max zijn liefde voor de wind niet. Hij vindt het maar een beetje raar dat Max al die tijd spendeert met het zoeken naar antwoorden en laat het daar maar een beetje bij. De vriendschap verwatert en als Max besluit dat hij liever gaat werken in de zomervakantie, terwijl Wouter en Max samen op vakantie zouden gaan, is de vriendschap op een heel laag pitje gezet. Als Wouter terugkomt van zijn eenzame vakantie is Max opeens verhuisd en hij hoort vrijwel niets meer van Max. Je zou dus kunnen zeggen dat beide jongens veel van elkaar verschillen waardoor ze elkaar niet goed begrijpen. Ze voelen beide een soort van afschuw tegen elkaar waardoor ze er beiden op een gegeven moment niet zoveel meer instoppen.

Hoe gaat de hoofdpersoon met de vriendschap om en hoe denkt hij over zijn/haar vriend(in)?

Beide hoofdpersonen gaan op hun eigen manier met de vriendschap om. Het lijkt alsof Wouter, Max meer nodig heeft dan andersom. Dit komt denk ik omdat Max een beetje in z’n eigen wereld leeft en toch onzichtbaar wil worden. Hij heeft Wouter er niet voor nodig en praat het liefst met niemand. Hij gaat voornamelijk in het begin met Wouter om omdat hij het idee heeft dat Wouter hem wel begrijpt. Hij noemt Wouter zelfs naar zijn grote idool Beaufort. Max vindt dat Wouter moet stoppen met hardlopen omdat elke seconde die hij harder rent hij onzichtbaarder wordt (voor Max). Max vindt dus dat het hardlopen hen uit elkaar drijft omdat ze elkaar hierdoor minder zien. Ondanks dat Wouter bevriend is met Max vindt hij hem wel een beetje een rare jongen. Hij is soms wel eens bang voor Max zijn blik. Dat blijkt ook uit het volgende citaat.

Citaat 2: “De meeste kinderen wilden niets met hem te maken hebben. Ze waren denk ik een beetje bang voor hem. Hij kon je aankijken alsof hij wilde dat je ter plekke zou verdwijnen”. (blz.53)

Aan de andere kant bewondert Wouter Max zijn intelligentie en zijn kennis over de natuurkunde. Maar in eerste instantie vindt hij, net als de andere kinderen in zijn klas, dat Max een uitslover is.

Citaat 3:Max was een uitslover, een heilig boontje dat zo nodig een wit voetje bij de meester moest halen.” (blz. 17)

Hij vindt Max ook een beetje zielig dat zijn moeder hem verlaten heeft en zijn vader nooit thuis is. Als Max later zo doordraait vindt Wouter dit niet echt een wonder, hij vindt het wel zielig voor Max.

Wat heeft de vriendschap voor invloed op de hoofdpersonen? Is er onder andere sprake van emotionele afhankelijkheid?

De vriendschap heeft niet echt een grote invloed op de hoofdpersonen. Beide hoofdpersonen blijven doen wat ze zelf leuk vinden om te doen ondanks dat het hen uit elkaar drijft. Wouter krijgt medelijden met Max omdat niemand hem begrijpt. Maar als de vriendschap verwaterd blijkt dat geen van beide afhankelijk is van de ander. Ze blijven doen wat ze zelf leuk vinden en leiden allebei hun eigen leven. Dat ze elkaar later weer ontmoeten is puur toeval.

Is er verschil tussen het begin en het eind m.b.t. de vriendschap?

Er is wel degelijk verschil wat betreft het begin en het einde. In het begin zien Wouter en Max elkaar heel veel en gaan ze goed met elkaar om. Natuurlijk zoals in alle vriendschappen hebben zo hun meningsverschillen. Als de vriendschap een gegeven moment verwatert verandert de vriendschap ook. Ze zien elkaar minder en je merkt ook dat Wouter, ondanks dat hij af en toe nog wel eens aan Max denkt, hij er niet zo heel veel mee zit dat het over is. Als Max een kaart stuurt probeert hij er wel achter te komen waar Max nu woont omdat hij wil weten hoe het met hem gaat. Als hij het adres niet kan achterhalen gaat hij er vanuit dat Max gelukkig is. Als ze elkaar later nog eens ontmoeten is de spanning duidelijk voelbaar. Wouter komt er ook achter dat Max compleet is doorgedraaid en heeft eigenlijk met hem te doen. Ook als Max zelfmoord pleegt kan Wouter er niet om huilen omdat Max nu eindelijk onzichtbaar is geworden, z’n droom is uitgekomen.

Mijn hoofdvraag luidde: Heeft de vriendschap een positieve of een negatieve uitwerking op de hoofdpersonen? In het boek de onzichtbare jongen van Berlef heeft de vriendschap op beide hoofdpersonen (vrienden) geen negatieve uitwerking. Er zou dus sprake moeten zijn van een positieve uitwerking. Het is niet zo dat beide jongens er later nog iets aan hebben aangezien de vriendschap verwatert. In het begin heeft de vriendschap wel een beetje een positieve uitwerking op Max omdat hij als vriendloze/nieuwe jongen in de klas van Wouter komt. Doordat Wouter bevriend met hem raakt voelt hij zich wat minder eenzaam. De vriendschap heeft op Wouter een positieve uitwerking want zonder Max had hij waarschijnlijk zijn eindexamen niet gehaald. Ook vergaart Wouter door Max meer kennis want Max leert hem dingen waar Wouter nog nooit van gehoord heeft. Als later de vriendschap verwaterd heeft Wouter hier wel een beetje moeite mee waaruit blijkt dat hij zijn vriendschap met Max toch als iets waardevols zag.