Selecteer een pagina

1. Ambiorix, een geducht tegenstander van Caesar

Overmoedig geworden door deze strijd vertrok Ambiorix meteen met de cavalerie naar de Atuatuci, die naburig waren aan zijn rijk; hij liet noch een dag, noch een nacht voorbijgaan en hij beval het voetvolk hem op de voet te volgen.
Nadat de zaak was duidelijk gemaakt en nadat de Atuatuci waren opgehitst bereikte hij de volgende dag de Nervii, en spoorde hen aan, dat zij niet de gelegenheid uit handen gaven om zich voor altijd te bevrijden en om wraak te nemen op de Romeinen voor die onrechtmatige daden, die zij hebben ontvangen.
Hij toonde aan dat twee gezanten gedood waren en dat een groot deel van het leger was omgekomen; hij zei dat het geen enkele moeite was dat het legioen dat met Cicero overwinterde, gedood zou worden, als het plotseling overweldigd werd.
Hij bood zich bij deze zaak aan als helper. Hij haalde de Nervii gemakkelijk over met deze redevoering.

2. De Galliërs vallen het Romeinse kamp aan

Daarom gingen zij snel onverwachts naar de winterkwartieren van Cicero en begonnen zij het legioen aan te vallen. Onze soldaten liepen met snelheid te hoop naar de wapens, en ze beklommen de wal.
Die dag werd ternauwernood uitgehouden, omdat de vijanden alle hoop legden in de snelheid en omdat zij er op vertrouwden dat zij, nadat ze deze overwinning behaald hadden, voor altijd overwinnaars zouden zijn.
Er werd meteen een brief gezonden naar Caesar door Cicero, nadat grote beloningen waren voorgelegd als zij het overgebracht zouden hebben; omdat alle wegen bezet waren werden alle bodes onderschept.
’s Nachts werden ruim 120 torens opgericht uit dat materiaal, dat zij wegens versterking bij elkaar hadden gebracht; datgene dat scheen te ontbreken aan de versterking. De volgende dag vielen de vijanden het kamp aan, ze vulden de gracht, nadat veel grotere troepen bijeen waren gebracht.
Het werd door de onzen op dezelfde manier als de vorige dag weerstaan. Dit zelfde dat gebeurde achtereenvolgens op de overige dagen; niet de zieken, niet de gewonden werden er de mogelijkheid van rust gegeven. Wat ook maar nodig is voor de bestorming van de dichtstbijzijnde dag wordt in de nacht verworven.
Cicero zelf verliet zelfs de nacht niet om te rusten, zodat hij, bovendien door de smeekbeden van de opdringerige soldaten, gedwongen werd hemzelf te ontzien.

3. Cicero laat zich door de Galliërs niet de wet voorschrijven

Toen zeiden de legeraanvoerders en de andere voornaamsten van de Nervii, die een of ander toegang tot een gesprek en een vriendschappelijke betrekking met Cicero hadden, dat ze een gesprek met hem wilde hebben.
Nadat de mogelijkheid ontstaan was, vermeldden ze dat heel Gallië in wapens is, dat de Germanen de Rhenus waren overgestoken; dat de winterkwartieren van Caesar en van de overigen werden bestormd.
Dat zij toch zo’n gezindheid hadden tegen Cicero en het Romeinse volk, zodat ze zich niets anders dan verzetten tegen de winterkwartieren en dat zij niet wilden dat deze omgang ene gewoonte wordt; dat het ze vrijstaat ongedeerd uit de winterkwartieren weg te gaan wat hen betrof en, naar welke delen ze ook wilden, zonder vrees te vertrekken.
Cicero antwoordde hierop slechts één ding: dat het niet de gewoonte van het Romeinse volk was ook maar één voorwaarde van de gewapende vijand te ontvangen; als ze de wapens wilden neerleggen, ze hem als bemiddelaar moesten gebruiken en bodes naar Caesar moesten sturen; dat hij(zelf) hoopte, overeenkomstig zijn rechtvaardigheid, dat zij de dingen zie zij vroegen, zouden verkrijgen.

4. De Galliërs sluiten het kamp van Cicero in

Maar de moed van de soldaten en hun onverschrokkenheid was zo groot, dat, hoewel zij van alle kanten door een vuur verzengd werden en door een zeer grote hoeveelheid wapens in het nauw gebracht werden en (hoewel) zij begrepen dat al hun bagage en al hun bezittingen in vlammen opgingen, (dat dus) niemand van de wal wegging om zijn post te verlaten, maar dat zelf bijna niemand omkeek en (dat) allen toen zeer fel en dapper streden.
Deze dag was verreweg het zwaarste voor de onzen; maar toch had zij deze afloop, zodat op deze dag het grootste aantal van de vijand verwond en gedood werd, doordat zij zich opeen hadden gedrongen, vlak onder de wal en de achtersten gaven de eersten niet de mogelijkheid zich terug te trekken.

5. Eindelijk contact met Caesar

Naarmate met de dag het belegeren zwaarder en moeilijker was, en wel vooral omdat een groot deel van de soldaten werd verzwakt door de verwondingen kwam.de aangelegenheid neer op een handje vol verdedigers, des te talrijker werden brieven en berichten naar Caesar gestuurd. Een deel van hen die gegrepen was werd gedood voor de ogen van onze soldaten.
Eén enkele Nerviër was in het legerkamp, Vertico genaamd, een man van voorname geboorte, die onmiddellijk na het begin van de belegering was gevlucht naar Cicero en die aan hem de grootste trouw had betuigd. Hij haalde een slaaf door hoop van vrijheid en met grootte beloningen over om een brief over te brengen naar Caesar.
Hij bracht deze (brief) in de schacht van een speer gestoken naar buiten en hij bewoog zich als Galliër onder de Galliërs. Zonder enige verdenking bereikte hij Caesar. Er wordt door hem vernomen over de gevaren van Cicero en zijn legioen.

6. Caesar: “Houd moed, ik kom eraan”

Caesar bereikte door grote dagmarsen het land van de Nervii. Daar kwam hij van de gevangenen te weten wat er bij Cicero gebeurde en in hoe groot gevaar de zaak verkeerde.
Toen haalde hij een zeker iemand van de Gallische ruiters over door een grote beloning, om een brief naar Cicero over te brengen.
Deze in het Grieks geschreven brief zond hij opdat, wanneer de brief onderschept zou worden onze plannen niet door onze vijanden vernomen zouden worden.
Hij waarschuwde dat, als hij er niet heen kon gaan, dat hij de werpspies met die brief die aan de slingerriem bevestigd was, binnen de versterkingen van het kamp zou gooien.
In de brief schreef hij, dat hij met zijn legioenen vertrokken, snel aanwezig zou zijn. Hij spoorde aan dat hij de vroegere moed zou behouden.
De Galliër gooide de speer omdat hij gevaar vreesde zoals het was voorgeschreven. Deze bleef toevallig steken in een toren en nadat hij twee dagen lang niet ontdekt was door de onzen, kreeg op de derde dag een soldaat hem echter in het oog; hij nam hem weg en bracht hem naar Cicero.
Deze las de brief door en in een samenkomst met de soldaten vervulde allen met zeer grote blijdschap, nadat hij hem doorgelezen had.
Toen werden er ver weg rookpluimen gezien. Deze zaak verdreef alle twijfel over de aankomst van de legioenen.

7. De Galliërs breken het beleg op en trekken Caesar tegemoet

De Galliërs, nadat de zaak door de verkenners was vernomen, verlieten de belegering en zij haastten zich naar Caesar met alle troepen. Deze waren ongeveer 60.000 bewapenden.
Cicero vond, nadat de gelegenheid hem gegeven was, een Gallier van de kant van dezelfde Vertico die wij eerder hebben genoemd, die de brief naar Caesar moest brengen; hij waarschuwde deze om de tocht voorzichtig en nauwkeurig te maken. hij schreef uitvoerig in een brief, dat de vijanden van hen weggegaan waren en dat de vijanden hun hele menigte naar hen hadden gekeerd.
Nadat deze brief ongeveer midden in de nacht bij hem gebracht was, stelde Caesar de zijnen ervan op de hoogte en sprak hij hen moed in voor de strijd.

8. Caesar verslaat de Galliërs

De vijanden, door dit alles ertoe gebracht, brachten hun troepen over en stelden op ongunstig terrein een slaglinie op, (en) kwamen nog dichterbij de onzen, nadat dezen zich zelfs van de wal hadden teruggetrokken, en wierpen van alle kanten werptuigen binnen de versterking, en bevalen, nadat rondom herauten waren uitgezonden, bekend te maken:
dat als een zekere Galliër of een zekere Romein voor het derde uur naar hem wil overlopen, staat het hem vrij zonder gevaren; na dit tijdstip zal dit niet meer mogelijk zijn.
En zelfs zo verachtten zij de onzen, dat sommigen begonnen de wal met de hand los te rukken, anderen de grachten begonnen dicht te gooien, omdat ze dachten dat ze daar (door de poorten) niet konden binnendringen, hoewel deze (de poorten) slechts voor de schijn met één enkele laag graszoden waren gebarricadeerd.
Nadat er uit alle poorten een uitval was gedaan en de ruiterij was uitgezonden, joeg Caesar toen de vijanden snel op de vlucht, zó dat in het geheel niemand bleef staan om te vechten, en een groot aantal van hen doodde hij en allen noodzaakte hij hun wapens weg te werpen.

9. Caesar prijst Cicero en zijn mannen

Bang om verder te achtervolgen, omdat er bossen tussen (hem en de vijand) lagen, kwam hij diezelfde dag bij Cicero aan, terwijl al de zijnen ongedeerd waren.
Hij bewonderde de torens die waren opgericht, de schutdaken en de versterkingen van de vijanden. Nadat hij het legioen had laten aantreden, kwam hij erachter dat er niet één op de tien soldaten over was zonder verwonding; uit al deze feiten stelde hij vast met hoeveel gevaar en hoeveel moed de strijd was verricht.
Hij prees Cicero voor zijn verdienstelijke verrichting, en het legioen: hij sprak met name de centurionen één voor één, en de tribunen, toe, van wie hij door de verklaring van Cicero had vernomen dat hun moed uitstekend was geweest.
de volgende dag, nadat er een vergadering was belegd, deed hij verslag van het verloop van de oorlog, hij troostte en bemoedigde de soldaten; hij leerde (zette uit een) dat de schade die door de schuld en roekeloosheid van een soldaat was geleden, met des te rustiger hart gedragen moest worden, omdat er nu door de weldaad van de onsterfelijke goden en door de moed van dezen het ongemak weer was goed gemaakt, geen langdurige blijdschap aan de vijanden werd overgelaten, en geen al te lang verdriet aan henzelf.