Selecteer een pagina

Titelverklaring

De roman de vriendschap gaat over een specifieke vriendschap en wel die tussen Kit en Ara, twee meisjes uit de provincie die in het Nederland van de jaren zestig en zeventig opgroeien tot zelfstandige vrouwen. Het verhaal beschrijft hoe zij elkaar aan het einde van de lagere school leren kennen, hoe de onderlinge band zich in de loop der tijd verstevigt en hoe zij het intieme karakter van hun vriendschap weten vast te houden, ook nadat zij relaties met mannen krijgen en kit de provincie heeft ingeruild voor de grote stad om zich intellectueel te kunnen ontplooien. Aan het einde van de roman staan kit en ara midden in het leven. Zij zijn de dertig gepasseerd en hoewel hun contact vooral via brieven verloop, blijken zij nog altijd innig met elkaar verbonden. Het verhaal gaat dus niet zover over vriendschap in het algemeen, zoals de titel lijkt te beloven, maar over een bijzondere vriendschapsrelatie. Anderzijds sluit het beschrijvende, neutrale karakter van de titel goed aan bij het verhaal, want de daarin behandelde vriendschap kent nauwelijks of geen ingrijpende ontwikkelingen. Het meest dramatische aspect aan de vriendschap – het inzicht van Kit en de onderliggende psychologische structuur van haar relatie met Ara – wordt door haar vooral beleefd als een innerlijk, reflectieve kwestie.

Voorlopige mening

Inhoudelijke argumenten

2a. De hoofdpersonen van het boek zijn Catharina Buts (Kit) en Barbara Callenbach (Ara). Het boek gaat over de bijzondere vriendschap tussen hun twee. Ze leren elkaar kennen op school waar Ara dat schooljaar nieuw is. Kit is al snel gefascineerd door Ara en ze komt erachter dat Ara haar tegenpool is in alles. Ara volgt haar gevoel en kan niet goed uit de voeten met taal, je zou zelfs kunnen zeggen dat ze woordenblind is. Verder is ze groot, dik en vrij lomp. Kit daarentegen is klein en mager, ontzettend goed in taal en laat haar leiden door haar ratio. Zelfs hun initialen zijn tegengesteld aan elkaar: CB en BC. Bij Ara gaat Kit opzoek naar het geborgen wat ze thuis niet kan vinden, dit zorgt voor hun bijzondere en hechte vriendschap. Uit het volgende citaat blijkt ook hoe erge tegenpolen Kit en Ara aan elkaar zijn.

Citaat 1: Ik hield van de verbazing en ergernis die haar verschijning opriep, van het ongemak dat ze veroorzaakte. Ik hield ervan dat ze lomp was en hoekig en dat ik achter haar aan moest lopen om de verwoestingen die ze aanrichtte zoveel mogelijk te herstellen. Zij leek blind voor alles wat mij timide maakte en voorzichtig. Waar ik behoedzaam trad en fluisterde, stampte zij en was luidruchtig; wanneer ik grijnsde, glimlachte, knikte en boog, richtte zij zich onversaagd op en wierp staalharde blikken in de rondte.” (blz. 50)

Ik vind het leuk dat de schrijfster ervoor gekozen heeft om twee vrouwen te nemen die elkaars tegenpolen zijn. Ze zeggen wel eens: tegenpolen trekken elkaar aan. In dit geval is dat dus een juiste uitspraak. Het is veel leuker dat de twee steeds discussies hebben en het geregeld niet met elkaar eens is, anders zou het een saai boek.

Het thema van dit boek is de betekenis van verbintenissen, zoals de vriendschap tussen de twee uitersten Kit en Ara een verbond is, maar ook de verbintenis tussen lichaam en geest, waar Kit in haar studie naar op zoek gaat en die ook in hun vriendschap een rol speelt. Ara ‘is’ het lichaam, Kit ‘is’ de geest. Het draait ook om de onderlinge afhankelijkheid van mensen. De afhankelijkheid komt tot uiting in de slotregels “zonder jou ben ik minder waard.” Ik ben het ermee eens dat de verbintenis tussen lichaam en geest belangrijk is. Ik vind alleen niet dat Kit het recht heeft te zeggen zonder jou ben ik minder waard. Ik vind niet dat een vriendschap zoveel invloed op een persoon mag hebben.

2b. Kit is degene die de hele roman door de ik-persoon is en degene uit wiens ogen je het verhaal volgt. Kit ziet Ara als iemand die meer kennis over haar heeft dan zijzelf. Deze onbekende kennis over haarzelf en het bezit dat niemand anders heeft verbind hun. Ik vind goed van de schrijfster dat ze dit zo duidelijk aanbod laat komen en gedetailleerd uitlegt. De vriendschap is heel duidelijk en het is gemakkelijk je te verplaatsen in de hoofdpersonen. Alleen kon ik niet meevoelen met Kit, de manier waarop zij zich aan die vriendschap hecht/bind vind ik een beetje raar. Kit is zo afhankelijk en slaafs naar Ara toe dat de macht die Ara heeft pas later door haar geconstateerd wordt. Iets waarvan ik niet eens begrijp dat ze het zover heeft laten komen. Maar een meisje opzoek naar liefde is denk ik blind voor de werkelijkheid. Ik kreeg soms ook het idee dat Kit het zichzelf graag extra moeilijk maakte.

2c. De opbouw van het boek was vrij gemakkelijk. Er word gebruik gemaakt van een gemakkelijke schrijfstijl en door de chronologische vertelwijze begrijp je goed waar er allemaal gebeurd. Het filosofische in het boek vond ik ronduit irritant. Connie Palmen ging hier veel te lang op door en ik kreeg op het einde het idee dat ze iets naar alle filosofen toe wou bewijzen. Dan denk ik bij mezelf: schrijf dan geen roman mevrouw Palmen. Ik moest sommige stukken ook een paar keer opnieuw lezen omdat ik me simpelweg niet kon concentreren op dat ellende lange/langdradige gezwam.

Structurele argumenten

3a. Het boek bestaat uit drie delen die alle drie chronologisch worden vertelt. In het eerste deel is Kit 10 jaar, in het tweede deel zit ze in de puberteit, het derde en daarmee laatste deel speelt zich af als beide vrouwen volwassen en rond de 40 jaar zijn. Dit vind ik prettig lezen aangezien ik me dan niet steeds af hoeft te vragen wanneer het verhaal zich nou precies afspeelt. Soms heb je dat wel eens met boeken en dan raak ik vaag genoeg de draad kwijt. Het boek deed me alleen wel een beetje aan een dagboek denken. Kit beschrijft namelijk haar vriendschap met Ara, waar haar hele leven eigenlijk ook alleen maar uit bestond. Ik heb het niet zo heel erg op boeken geschreven in dagboekstijl want hierdoor leer je maar één bepaald personage goed kennen.

3b. De verschillende alinea’s worden weergegeven door een kleine verspringing aan de kantlijn, en soms door een hele regel open te laten. Verder hebben de hoofdstukken geen titel en begint een hoofdstuk eerst met een paar leeg gelaten regels.

Als Ara en Kit nog klein zijn speelt het verhaal zich af in een klein dorpje in Limburg. Het dorpje in Zuid-Limburg is gekozen, omdat het dorp een kleine gemeenschap is. In een kleine gemeenschap (dorp) kent vrijwel iedereen elkaar en de sociale controle is er veel groter dan in een stad. De gemeenschap is dus hecht en eventuele nieuwkomers zijn snel verdacht en raar. Het is daarom ook niet gek dat er over de familie van Ara wordt geroddeld en ze als een persoon wordt beschouwd die “anders” is. Door de kleine gemeenschap is het onvermijdelijk dat er een eventuele vriendschap tussen Ara en Kit ontstaan. Ara is anders dan de klasgenoten van Kit. Ze doet wat ze zelf wil, ze is ouder, ze is onafhankelijker en ze draagt de kleren die ze zelf dragen wil. Daardoor voelt Kit zich aangetrokken tot Ara, ze is haar tegenpool. Als Kit gaat studeren gaat ze in Amsterdam wonen, waar ze zich isoleert. Ze heeft weinig contacten en ze lijkt daarom in de anonimiteit te verdwijnen. In een klein dorp zou dat niet snel kunnen gebeuren. Ik vind dit goed van de schrijfster gedaan. Hierdoor is de vriendschap en de keuze van Kit voor Ara wat logischer en duidelijker. Omdat Ara als buitenstaander nieuw in het dorp komt maakt dat haar automatisch interessant. Kit raakt gefascineerd/geobsedeerd wat ik dan weer een beetje overdreven vindt, maar ik snap wel dat ze zich aangetrokken voelt tot Ara.

3c. Het boek is op geen enkele manier spannend te noemen. Dit is logisch aangezien het meer over een vriendschap gaat dan over iets als een moord. Ik kan zeggen dat ik dit vrij jammer vind maar dat is meer omdat ik een liefhebber ben van enige spanning in boeken. Ik wil me kunnen afvragen: wat gaat er nu gebeuren? Ik hou van het onvoorspelbare en dit boek kon ik in het begin eigenlijk al voorspellen. Jammer, maar het is een ander soort boek.

Persoonlijke argumenten

4a. Het onderwerp van het boek is vriendschap. Dit onderwerp staat mij wel aan aangezien iedereen eigenlijk wel in het dagelijks leven hiermee te maken heeft. Iedereen (zullen ongetwijfeld een klein aantal uitzonderingen zijn) heeft vrienden waarmee je verbonden bent en waarmee je persoonlijke kwesties deelt. Ik vond het boek ook best grappig. Vooral omdat de opmerkingen en de belevingen van een kind soms heel onvoorspelbaar en verassend komisch kunnen zijn. Ook moest ik lachen om het stukje dat Kit voor de eerste keer dronken was.

Citaat: “Ik heb veel gedronken en fiets naar huis. Het fietsen gaat goed, het is geen enkel probleem om mij door het sporadische nachtverkeer te loodsen en volgens mij rij ik in een kaarsrechte lijn, maar dat denken alle dronken mensen, daar gaat het ook niet om. Het gaat mij om het moment dat ik erin slaag om bij mijn huis te geraken, mijn vertrouwde straat indraai, rijd tot de plek waar ik gewoonlijk mijn fiets neerzet en mij laat uitdrijven. Ik ben opeens doodmoe. De fiets komt tot stilstand. Ik herinner mij vaag dat, als ik dit karwei goed wil afmaken, nog een belangrijke handeling moet verrichten, maar ik weet niet meer welke. Het komt domweg niet in mij op en het laat mij eigenlijk ook koud. Als de fiets helemaal tot stilstand komt val ik om, omdat ik niet meer weet wat ik moet doen. Door de pijn schiet het me weer te binnen dat je, als je eenmaal op een fiets bent geklommen bent, er op een bepaald moment er ook weer vanaf moet stappen. Ik kom niet meer bij van het lachen.”

4b. Zoals ik al eerder heb gezegd kan ik niet goed meevoelen met de hoofdpersoon (Kit). Ik kan me in haar verplaatsen maar ze heeft een, laten we zeggen, bijzondere manier van denken waar ik het niet mee eens ben of mij niet altijd in kan vinden. Ik vond haar ook niet echt realistisch overkomen, ze is naar mijn idee een beetje te volwassen. Natuurlijk ontwikkeld ieder kind zich op een andere manier en gedraagt zich op een andere manier, maar dit vond ik lichtelijk overdreven.

4c. De schrijfstijl van Connie Palmen vond ik het eerst hoofdstuk eenvoudig. Dit kwam omdat ze probeerde te schrijven vanuit het perspectief van een 10-jarige. In het tweede deel is Kit rond de twintig, de schrijfstijl verandert met de hoofdpersoon mee. Kit haar emoties worden op een andere, meer volwassen, manier geschreven en het is niet allemaal meer kinderlijk. Dit vond ik plezierig om te lezen omdat dit een beetje meer op mijn niveau kwam. In het derde deel kon ik er bijna geen touw meer aan vast knopen. Ik verloor eerlijk gezegd mijn concentratie en mijn drang om het boek uit te lezen. Het psychologische en het filosofische sprak, en spreek, mij niet aan en ik moest regels steeds opnieuw lezen. Ik vond de overgang van het tweede op het derde deel veels te groot. Ik kreeg het idee dat Connie Palmen iets wou bewijzen ten opzichte van filosofen.

Morele argumenten

Ik denk dat het moreel van de schrijfster het volgende is: het gaat in het leven niet om het lichaam of de geest apart, maar om de verbintenis tussen beide. Verbintenissen geven het leven namelijk pas zin. Woorden alleen hebben namelijk ook geen apart bestaan, ze zeggen pas iets in zinsverband. Ik ben het wel met de schrijfster eens. Ik denk dat je ook alleen van iemand kan houden als je die twee aspecten met elkaar verbind. En als je geen verbintenissen hebt met iets of iemand leidt je maar een eenzaam bestaan.

Definitieve mening

Mijn mening over het boek is niet heel erg verandert. Ik vond het boek voornamelijk niet zo goed omdat het derde deel naar mijn oordeel veels te psychologisch en te filosofisch is geschreven. Gelukkig waren eigenlijk bijna alle recenten dit met mij eens. Zoals Koen vergeer en Arnold Heumakers. Mijn mening over het moraal is wel verandert naar aanleiding van de recensie van Hans Goedkoop in het NRC Handelsblad.

Inhoudelijke argumenten

2a. De hoofdpersonen van het boek zijn Catharina Buts (Kit) en Barbara Callenbach (Ara). Het boek gaat over de bijzondere vriendschap tussen hun twee. Ze leren elkaar kennen op school waar Ara dat schooljaar nieuw is. Kit is al snel gefascineerd door Ara en ze komt erachter dat Ara haar tegenpool is in alles. Ara volgt haar gevoel en kan niet goed uit de voeten met taal, je zou zelfs kunnen zeggen dat ze woordenblind is. Verder is ze groot, dik en vrij lomp. Kit daarentegen is klein en mager, ontzettend goed in taal en laat haar leiden door haar ratio. Zelfs hun initialen zijn tegengesteld aan elkaar: CB en BC. Bij Ara gaat Kit opzoek naar het geborgen wat ze thuis niet kan vinden, dit zorgt voor hun bijzondere en hechte vriendschap. Uit het volgende citaat blijkt ook hoe erge tegenpolen Kit en Ara aan elkaar zijn.

Citaat 1: Ik hield van de verbazing en ergernis die haar verschijning opriep, van het ongemak dat ze veroorzaakte. Ik hield ervan dat ze lomp was en hoekig en dat ik achter haar aan moest lopen om de verwoestingen die ze aanrichtte zoveel mogelijk te herstellen. Zij leek blind voor alles wat mij timide maakte en voorzichtig. Waar ik behoedzaam trad en fluisterde, stampte zij en was luidruchtig; wanneer ik grijnsde, glimlachte, knikte en boog, richtte zij zich onversaagd op en wierp staalharde blikken in de rondte.” (blz. 50)

Ik vind het leuk dat de schrijfster ervoor gekozen heeft om twee vrouwen te nemen die elkaars tegenpolen zijn. Ze zeggen wel eens: tegenpolen trekken elkaar aan. In dit geval is dat dus een juiste uitspraak. Het is veel leuker dat de twee steeds discussies hebben en het geregeld niet met elkaar eens is, anders zou het een saai boek.

Het thema van dit boek is de betekenis van verbintenissen, zoals de vriendschap tussen de twee uitersten Kit en Ara een verbond is, maar ook de verbintenis tussen lichaam en geest, waar Kit in haar studie naar op zoek gaat en die ook in hun vriendschap een rol speelt. Ara ‘is’ het lichaam, Kit ‘is’ de geest. Het draait ook om de onderlinge afhankelijkheid van mensen. De afhankelijkheid komt tot uiting in de slotregels “zonder jou ben ik minder waard.”

Ik ben het ermee eens dat de verbintenis tussen lichaam en geest belangrijk is. Ik vind alleen niet dat Kit het recht heeft te zeggen zonder jou ben ik minder waard. Ik vind niet dat een vriendschap zoveel invloed op een persoon mag hebben.

2b. Kit is degene die de hele roman door de ik-persoon is en degene uit wiens ogen je het verhaal volgt. Kit ziet Ara als iemand die meer kennis over haar heeft dan zijzelf. Deze onbekende kennis over haarzelf en het bezit dat niemand anders heeft verbind hun. Ik vind goed van de schrijfster dat ze dit zo duidelijk aanbod laat komen en gedetailleerd uitlegt. De vriendschap is heel duidelijk en het is gemakkelijk je te verplaatsen in de hoofdpersonen. Alleen kon ik niet meevoelen met Kit, de manier waarop zij zich aan die vriendschap hecht/bind vind ik een beetje raar. Kit is zo afhankelijk en slaafs naar Ara toe dat de macht die Ara heeft pas later door haar geconstateerd wordt. Iets waarvan ik niet eens begrijp dat ze het zover heeft laten komen. Maar een meisje opzoek naar liefde is denk ik blind voor de werkelijkheid. Ik kreeg soms ook het idee dat Kit het zichzelf graag extra moeilijk maakte.

Het is de schrijfster wel goed gelukt om de lezer te laten denken zoals de hoofdpersoon. Omdat het van uit een ik-persoon is geschreven wordt je bijna automatisch in het hoofd van een vrouw opgesloten. Ik vind dit echter alleen niet heel goed gedaan. Het is meer gebeurd omdat het een efficiente manier van schrijven is dan in dit geval een mooie manier van schrijven. Soms wou ik toch wel eens weten dat Ara nou precies allemaal dacht over Kit.

Ook Hans Goedkoop vind dit, hij zegt het volgende: “de auteur slaagt erin om de lezer in het hoofd van een vrouw op te sluiten, maar hij is niet onder de indruk van de manier waarop dat gebeurt. Mooi is het woord niet voor wat ze schrijft, haar stijl is weinig meer dan adequaat.” Ook vind ik het boek niet echt geschikt voor mannen. Het is meer in een vrouwenstijl geschreven en dat vond ik soms best wel vervelend. Het werd een beetje meisjesachtig, maar ik kon me er wel goed mee identificeren. Verder ben ik niet de enige die vind dat Kit een beetje een gek meisje is. Zo schrijft Marian Mulder van scholieren.com: “Soms als ik dingen las over Kit zag ik mezelf daar ook wel een beetje in. Bijvoorbeeld dat ze zoveel in haar hoofd praat. Dat doe ik namelijk ook wel eens. Verder lijkt het me een raar meisje, maar het is maar fictie.” (zie blz.26)

2c. De opbouw van het boek was vrij gemakkelijk. Er word gebruik gemaakt van een gemakkelijke schrijfstijl en door de chronologische vertelwijze begrijp je goed waar er allemaal gebeurd. Het filosofische in het boek vond ik ronduit irritant. Connie Palmen ging hier veel te lang op door en ik kreeg op het einde het idee dat ze iets naar alle filosofen toe wou bewijzen. Dan denk ik bij mezelf: schrijf dan geen roman mevrouw Palmen. Ik moest sommige stukken ook een paar keer opnieuw lezen omdat ik me simpelweg niet kon concentreren op dat ellende langdradige gezwam.

Gelukkig waren er meer recenten dit met mij eens. Koen Vergeer vind dat de stijlbreuk aan het einde ervoor zorgt dat de overtuigingskracht van de roman hieraan ten ondergaat. Ook zeggen Alle Lansu en Arnold Heumakers vinden dat de gebrekkige integratie van verhaal en refelctie zorgen voor een onbevredigde en slechte roman. Lansu zegt zelfs dat de roman is weggezakt in vermoeiende redenergen en vind daarom het boek “niet echt geslaagd”. De theorien die op het eind volgen worden dus door meerderen niet gewaardeerd. (Zie achterkant blz. 7)

Ik vind het erop lijken dat de schrijver zich pas achteraf besefte dat ze het allemaal achteraf nog eens moet uitleggen wat er is gebeurd. Het literaire opzich gaat hierdoor een beetje ten onder en ik denk dat Connie Palmen de brief beter weg had kunnen laten, of in ieder geval niet op zo’n manier er in had moeten stoppen.

Structurele argumenten

3a. Het boek bestaat uit drie delen die alle drie chronologisch worden vertelt. In het eerste deel is Kit 10 jaar, in het tweede deel zit ze in de puberteit, het derde en daarmee laatste deel speelt zich af als beide vrouwen volwassen en rond de 40 jaar zijn. Dit vind ik prettig lezen aangezien ik me dan niet steeds af hoeft te vragen wanneer het verhaal zich nou precies afspeelt. Soms heb je dat wel eens met boeken en dan raak ik vaag genoeg de draad kwijt. Het boek deed me alleen wel een beetje aan een dagboek denken. Kit beschrijft namelijk haar vriendschap met Ara, waar haar hele leven eigenlijk ook alleen maar uit bestond. Ik heb het niet zo heel erg op boeken geschreven in dagboekstijl want hierdoor leer je maar één bepaald personage goed kennen.

3b. De verschillende alinea’s worden weergegeven door een kleine verspringing aan de kantlijn, en soms door een hele regel open te laten. Verder hebben de hoofdstukken geen titel en begint een hoofdstuk eerst met een paar leeg gelaten regels. Dit vond ik eigenlijk toch best wel irritant lezen. Ik mis (net als recent Arnold Heumakers, blz. ) de aanwezigheid van een heldere structuur. De vriendschap zou, aan de inhoudsopgave denkend, opgebouwd zijn uit drie overzichtelijke delen, die elk voorzien zijn van een titel. Van deze overzichtelijkheid gaat alleen een groot deel verloren. Het is min of meer chronologisch vertelt maar uiteindelijk komt het erop neer dat het boek eigenlijk in tweeen, in plaats van in drieen, is gedeeld. Deze twee deling zorgt voor een te groot verschil tussen beide delen. Vanaf het tweede deel gaat alles een van beetje hak op de tak en er worden teveel provisorische theorieen onthult. Het geheel was een stuk strakker en proffesioneler geweest als Connie Palmen dit gewoon weg had gelaten. Het bevat nu te weinig literaire en esthetische vormen. Het laatste gedeelte is bijzonder uitputtend en daardoor is het boek eigenlijk stuurloos geworden.

Als Ara en Kit nog klein zijn speelt het verhaal zich af in een klein dorpje in Limburg. Het dorpje in Zuid-Limburg is gekozen, omdat het dorp een kleine gemeenschap is. In een kleine gemeenschap (dorp) kent vrijwel iedereen elkaar en de sociale controle is er veel groter dan in een stad. De gemeenschap is dus hecht en eventuele nieuwkomers zijn snel verdacht en raar. Het is daarom ook niet gek dat er over de familie van Ara wordt geroddeld en ze als een persoon wordt beschouwd die “anders” is. Door de kleine gemeenschap is het onvermijdelijk dat er een eventuele vriendschap tussen Ara en Kit ontstaan. Ara is anders dan de klasgenoten van Kit. Ze doet wat ze zelf wil, ze is ouder, ze is onafhankelijker en ze draagt de kleren die ze zelf dragen wil. Daardoor voelt Kit zich aangetrokken tot Ara, ze is haar tegenpool. Als Kit gaat studeren gaat ze in Amsterdam wonen, waar ze zich isoleert. Ze heeft weinig contacten en ze lijkt daarom in de anonimiteit te verdwijnen. In een klein dorp zou dat niet snel kunnen gebeuren. Ik vind de keuze van de schrijfster voor deze plek goed. Hierdoor is de vriendschap en de keuze van Kit voor Ara wat logischer en duidelijker. Omdat Ara als buitenstaander nieuw in het dorp komt maakt dat haar automatisch interessant. Kit raakt gefascineerd/geobsedeerd wat ik dan weer een beetje overdreven vindt, maar ik snap wel dat ze zich aangetrokken voelt tot Ara.

3c. Het boek is op geen enkele manier spannend te noemen. Dit is logisch aangezien het meer over een vriendschap gaat dan over iets als een moord. Ik kan zeggen dat ik dit vrij jammer vind maar dat is meer omdat ik een liefhebber ben van enige spanning in boeken. Ik wil me kunnen afvragen: wat gaat er nu gebeuren? Ik hou van het onvoorspelbare en van dit boek kon ik eigenlijk vanaf begins af aan het einde al voorspellen. Jammer, maar het is een ander soort boek.

Persoonlijke argumenten

4a. Het onderwerp van het boek is vriendschap. Dit onderwerp staat mij wel aan aangezien iedereen eigenlijk wel in het dagelijks leven hiermee te maken heeft. Iedereen (zullen ongetwijfeld een klein aantal uitzonderingen zijn) heeft vrienden waarmee je verbonden bent en waarmee je persoonlijke kwesties deelt. Ik vond het boek ook best grappig. Vooral omdat de opmerkingen en de belevingen van een kind soms heel onvoorspelbaar en verassend komisch kunnen zijn. Ook moest ik lachen om het stukje dat Kit voor de eerste keer dronken was.

Citaat 1: “Ik heb veel gedronken en fiets naar huis. Het fietsen gaat goed, het is geen enkel probleem om mij door het sporadische nachtverkeer te loodsen en volgens mij rij ik in een kaarsrechte lijn, maar dat denken alle dronken mensen, daar gaat het ook niet om. Het gaat mij om het moment dat ik erin slaag om bij mijn huis te geraken, mijn vertrouwde straat indraai, rijd tot de plek waar ik gewoonlijk mijn fiets neerzet en mij laat uitdrijven. Ik ben opeens doodmoe. De fiets komt tot stilstand. Ik herinner mij vaag dat, als ik dit karwei goed wil afmaken, nog een belangrijke handeling moet verrichten, maar ik weet niet meer welke. Het komt domweg niet in mij op en het laat mij eigenlijk ook koud. Als de fiets helemaal tot stilstand komt val ik om, omdat ik niet meer weet wat ik moet doen. Door de pijn schiet het me weer te binnen dat je, als je eenmaal op een fiets bent geklommen bent, er op een bepaald moment er ook weer vanaf moet stappen. Ik kom niet meer bij van het lachen.” (blz. 206)

4b. Zoals ik al eerder heb gezegd kan ik niet goed meevoelen met de hoofdpersoon (Kit). Ik kan me in haar verplaatsen maar ze heeft een, laten we zeggen, bijzondere manier van denken waar ik het niet mee eens ben of mij niet altijd in kan vinden. Ik vond haar ook niet echt realistisch overkomen, ze is naar mijn idee een beetje te volwassen. Natuurlijk ontwikkeld ieder kind zich op een andere manier en gedraagt zich op een andere manier, maar dit vond ik lichtelijk overdreven.

“Een element van het verhaal vond ik nogal onrealistisch en dat is dat een klein meisje van 10 zo geobsedeerd kan raken door haar vriendin. In het eerste deel van het verhaal zien we dat Kit geobsedeerd is door alles wat Ara doet. Dit lijkt me nogal ongeloofwaardig. Normaal gezien hechten kleine meisjes zich niet zo erg aan een vriendin en veranderen ze vaak van vriendinnen.” Schrijft Tounsia op scholieren.com (zie blz. 28) Ik ben het hier heel erg mee eens. Het is vrij vreemd dat een 10-jarige al zo geobserdeerd kan zijn door een meisje. Vooral omdat ze hun toekomst samen ook al gaat uitstippelen. Een 10-jarige is voornamelijk bezig met spelen en leuke dingen doen en niet met de toekomst etc.

4c. De schrijfstijl van Connie Palmen vond ik het eerst hoofdstuk eenvoudig. Dit kwam omdat ze probeerde te schrijven vanuit het perspectief van een 10-jarige. In het tweede deel is Kit rond de twintig, de schrijfstijl verandert met de hoofdpersoon mee. Kit haar emoties worden op een andere, meer volwassen, manier geschreven en het is niet allemaal meer kinderlijk.

Zoals de recent T. van Deel van de Trouw (zie blz. 20) ook zegt: “De beschrijving van hun omgangen van de wereld eromheen, thuis, op school, de Eerste Heilige Communie en dergelijke, vindt plaats op een express wat naief vormgegeven manier, die dicht blijft bij hoe een meisje van die leeftijd denkt. (Althans dat is het effect). Ik den ook dat dit de bedoeling is geweest van Connie Palmen. Door deze manier van schrijven zorg je ervoor dat een lezer zich beter kan verplaatsen in de hoofdpersoon. Ik vond wel dat Kit een beetje te volwassen was maar door de schrijfstijl merkte je wel goed dat het bijvoorbeeld in het eerste deel om een 10-jarig meisje ging.

Dit vond ik plezierig om te lezen omdat dit een beetje meer op mijn niveau kwam. In het derde deel kon ik er bijna geen touw meer aan vast knopen. Ik verloor eerlijk gezegd mijn concentratie en mijn drang om het boek uit te lezen. Het psychologische en het filosofische sprak, en spreek, mij niet aan en ik moest regels steeds opnieuw lezen. Ik vond de overgang van het tweede op het derde deel veels te groot. Ik kreeg het idee dat Connie Palmen iets wou bewijzen ten opzichte van filosofen.

Morele argumenten

Ik denk dat het moreel van de schrijfster het volgende is: het gaat in het leven niet om het lichaam of de geest apart, maar om de verbintenis tussen beide. Verbintenissen geven het leven namelijk pas zin. Woorden alleen hebben namelijk ook geen apart bestaan, ze zeggen pas iets in zinsverband. Ik ben het wel met de schrijfster eens. Ik denk dat je ook alleen van iemand kan houden als je die twee aspecten met elkaar verbind. En als je geen verbintenissen hebt met iets of iemand leidt je maar een eenzaam bestaan.

Ik denk dat de moraal ook te wil tot weten is. Zoals Hans Goedkoop van het NRC Handelsblad (zie blz. 18) mooi omschrijft: “Dat zegt veel over het schrijverschap van Palmen. Mooi is niet het woord voor wat ze schrijft, haar stijl is weinig meer dan adequaat, maar dat lijkt ook niet te zijn waar het haar om gaat. Ze wil iets met haar lezer. Ze sluit je driehonderd pagina’s op in het hoofd van een vrouw die denkt en zoekt en worstelt, nu en dan een dwaalweg inslaat maar toch langzaamaan een duizelingwekkende samenhang van al met al ontdekt. Ze zet je op sporen en zijsporen, pakt hier eens uit over het lot en daar eens over taal en lichaamstaal, of natuur en cultuur, ze laat je alle hoeken zien – en daar moet je dus tegen opgewassen zijn. Maar hou je vol, dan wacht je aan het eind Kits loutering van kennis. En kennis, zegt ze, is vrijheid. En vrijheid is de aanzet tot geluk. Die gedachte speelde ook al in De wetten, maar De vriendschap gaat verder. De roman is veelomvattender en tegelijk ook eindeloos veel scherper en preciezer. Waar Marie Deniet nog als een vreemde door haar eigen denken schoof, daar heeft Kit een doel en redenen om daar verwoed op af te gaan. Haar wil tot weten maakt Palmens obsessie met de wetten van het leven voor het eerst invoelbaar, en volkomen authentiek. Het woord is vlees geworden”. (zie recensies blz.)