Selecteer een pagina

De steenuil
De Steenuil is de kleinste uil die in Nederland leeft. De uil behoort natuurlijk tot een groep (klasse genaamd), en dat is natuurlijk de groep van de vogels. In deze groep hebben ze de verschillende vogels verdeeld, en de uil behoord tot de orden van de Strigiformes. De steenuil, waar wij het over gaan hebben, is anders dan bijvoorbeeld een Bosuil en wordt dus weer onderverdeeld in een nog kleine groep onder de uilen. En deze kleinste groep (geslacht genaamd) heet Athene noctua noctu.
Het aantal broedparen van de Steenuil in Nederland neemt de laatste tientallen jaren snel af. Tussen 1960 en 1992 is een afname van meer dan 50 % waargenomen. Het schatten van de omvang van het totale aantal steenuilen in Nederland is moeilijk. De huidige populatie zal waarschijnlijk rond de 8.000 paar liggen. De meest steenuilen zijn te vinden op de oostelijke en zuidelijke zandgronden en de gebieden rond de grote rivieren, dus als je er eentje wilt zien dan weet je nu waar je moet zijn. In Noord-Nederland is de Steenuil zo goed als verdwenen. In West-Nederland is de hoeveelheid steenuilen ook niet erg groot. De steenuil houdt niet van winderige en vochtige gebieden. Gebieden waar in de winter voor lange tijd een sneeuwdek ligt wordt vindt de steenuil ook niet fijn. Dus als je een steenuil wilt zien moet je ook niet naar deze gebieden gaan.
Omdat de steenuil niet een eigen nestholte maakt maar op zoek gaat naar bestaande holen is de concurrentie met andere steenuilen en andere vogels die de oude nesten van andere vogels gebruiken, zoals Kauwen en Holenduiven, groot. In gebieden war dus vel steenuilen zitten laten de mannetjes in het voorjaar vaak horen door middel van een harde roep, dat de grond waar hij is van hem is.
’s Winters gaan de meeste uilen dood doordat er te weinig eten is en het te hard vriest. Grote overstromingen zorgen dat de steenuilen niet goed kunnen broeden. Als de steenuilen een slechte conditie hebben, krijgen ze ook sneller last van parasieten.
De steenuil woont op plekken waar er niet te veel bos is en waar veel beesten rondlopen om op te jagen. Ze wonen liever niet op plaatsen waar het te hard waait of waar ’s winters te veel sneeuw ligt.
De uilen hebben graag plekjes in hun leefomgeving waar ze kunnen zitten en die ze kunnen gebruiken als uitkijkpost. Zo kunnen ze goed jagen, rusten en zonnen.
In Nederland wonen er veel steenuilen in de Achterhoek, omdat er daar weilanden, akkers en houtwallen zijn. Veel prooien van de steenuil willen daar graag wonen, dus daarom gaat de steenuil daar ook wonen. Ook is de Achterhoek een goede plaats om te broeden.
De steenuil is een holenbroeder en om te kunnen broeden moeten er meerdere nestholtes zijn in het territorium. Die nesten kun je op veel plekken vinden, maar de vroegere nestplaatsen zijn bijna allemaal weg uit Nederland omdat de mens er veel van kapot heeft gemaakt. Tegenwoordig wordt er door de steenuil veel gebroed in kleine schuurtjes of onder de daken van huizen en andere gebouwen. Er zijn ook veel nestkasten aangelegd door mensen.
De mensen doen ook minder goede dingen voor de steenuil. Door het verkeer gaan er bijvoorbeeld al heel veel uilen dood. Er gaan ook veel uilen dood doordat ze tegen een raam aanvliegen of doordat ze vast komen te zitten in een hek of prikkeldraad. Soms gaan ze ook dood door de gifstoffen die mensen hebben achtergelaten in de natuur.