Selecteer een pagina

Het boek hebben wij opgekregen van school. Mocht dat niet het geval zijn geweest en had ik hem zelf uitgekozen, dan zou ik dat gedaan hebben omdat Kafka een zeer bekende en voor mij veelbelovende schrijver is.
Wij hebben in de klas een stukje film gekeken nog voordat ik aan het boek begon. Ik wist dus al grotendeels wat er zou gebeuren (wat het lezen overigens ook een stuk gemakkelijker maakte). Ik verwachtte een vrij moeilijke schrijfstijl die tegen het poëtische aan lag, omdat Duitsers toch wel bekend staan om hun mooie woordkeus en zinsconstructies. Deze verwachting is zeer zeker uitgekomen. Het is misschien een dun boekje (met een ontzettend klein lettertype), ik was er lang mee bezig. Ik had echt moeite om lekker door te lezen. Bij Schachnovelle was dat geen probleem. Toen ik één keer in de Duitse taal zat was ik al snel aan het eind van het boek. Maar bij Kafka moest ik iedere keer mijn gedachten er goed bijhouden en moeite doen deze moeilijke zinsconstructies te ontcijferen. Dit neemt niet weg dat het wel een mooie schrijfstijl is. Moeilijk maar mooi. Ik ben dus ook niet teleurgesteld of ontevreden en het is niet tegengevallen. Maar het heeft me wel verrast.

Gregor Samsa wordt op een ochtend wakker en komt tot de ontdekking dat hij in een grote monsterachtige kever is veranderd. Dit brengt een hoop problemen met zich mee. Hij kan niet langer naar zijn werk (een inspecteur komt nog langs om te kijken waar hij blijft maar maakt zich snel weer uit de voeten als hij ziet dat Gregor een kever is). Hij werkte voor zijn familie. Hij was de enige die geld verdiende bij hen thuis. Zijn vader had ook nog eens een grote schuld die afbetaald moest worden en dit had Gregor voor zijn rekening genomen. Zijn familie verloor dus opeens hun enige inkomen.
Eerst zijn ze helemaal in de war en verstoten ze Gregor. Gelukkig realiseren ze zich wel dat hij hun zoon is en dat ze hem toch eten moeten geven. Zo leren ze met hem leven. Zijn zus is de enige die hem eten brengt en die in zijn kamer durft te komen. Langzaam went zijn familie en ze ontwikkelen allemaal bepaalde gevoelens voor hem. Zijn vader verafschuwt hem, zijn moeder vindt het vreselijk en zielig, ze is vooral heel verdrietig. Zijn zus doet eerst nog aardig en houdt rekening met hem, ze behandelt hem als lieve hond. Later is zij degene die zegt dat ze hem zeg moeten doen, dat hij niet langer Gregor is maar een vies beest dat hen het leven zuur maakt. Langzaam verandert hij in hun ogen van hun zoon in een monster die geen liefde nodig heeft.
De familie ontslaat in de loop van de tijd al hun personeel. Ze gaan zelf werken en nemen gasten in huis. Drie heren aan wie ze kamers verhuren. Het gaat mis wanneer het zusje op haar viool speelt voor de drie mannen en Gregor op het geluid afkomt. De heren zien hem en willen meteen vertrekken. De vader wordt boos op Gregor en jaagt hem zijn kamer in (dit heeft hij al vaker gedaan, hij gooide toen met appels waardoor Gregor voor altijd gewond is geraakt).
Uiteindelijk heeft de familie geen goed gevoel en geen goed woord meer voor Gregor over. Zijn zus hakt de knoop door en zegt dat ze hem weg moeten doen. Gregor overlijdt diezelfde nacht. De nieuwe schoonmaakster vindt hem op zijn kamer. Dit betekent voor de familie een nieuw begin. Ze verhuizen en beginnen aan een nieuw leven.

Het belangrijkste personage is natuurlijk Gregor Samsa. Hij is een hardwerkende jonge man die nooit klaagt en erg veel over heeft voor zijn familie. Het is voor hem dan ook erg moeilijk dat zijn familie hem zo hard laat vallen omdat hij veranderd is in een kever. Vanaf dat moment wordt de wereld steeds somberder voor hem. Hij zit helemaal alleen in zijn kamer en voelt zich buitengesloten en eenzaam. Hij mist de gezelligheid en de liefde van een familie. Hij zondert zich steeds meer af van de echte wereld en verandert ook geestelijk steeds meer in een kever. Hij leert te leven met zijn nieuwe uiterlijk.

De band die hij heeft met zijn zus is in het begin het sterkst. Hij ziet haar als slimste van de familie: zij heeft meteen door hoe het zit. Ook is zij de enige die meteen in zijn kamer durft te komen om hem eten te geven. Ze denkt goed met hem mee, in het begin. Later echter, en dit komt waarschijnlijk doordat zij hem elke dag verzorgt, gaat ze hem steeds minder als broer zien en steeds meer als gewone kever. Ze verliest al haar liefde voor hem. Aan het eind is zij zelfs degene die zegt dat ze hem kwijt moeten zien te raken.

De band met zijn vader is erg slecht. Toen hij nog een mens was, was er niets aan de hand (dat zou ook stom zijn aangezien hij de schuld van zijn vader aflost en het huis betaalt). Maar vanaf het moment dat hij in een kever verandert verafschuwt zijn vader hem. Hij reageert erg agressief op Gregors aanwezigheid. Hij gooit zelfs met appels naar hem om hem terug naar zijn kamer te drijven. Een stuk appel komt in zijn rug terecht en mede hieraan overlijdt hij uiteindelijk. Zijn vader laat zich dus meteen misleiden door uiterlijk. In de kever zit nog steeds Gregor, zijn zoon. Maar hij behandelt hem alsof hij een stuk ongedierte is. Ik denk dat hij Gregor de schuld geeft van de ellende die ontstaat, van het miserabele leven dat ze leiden, terwijl hij daar eigenlijk zelf verantwoordelijk voor is (zijn bedrijf is over de kop gegaan). Er moet altijd een zondebok zijn, en wat is nou makkelijker dan een kever die niets terug kan zeggen en wie zijn vrouw en dochter ook vreemd vinden de schuld te geven?

Zijn moeder is ene heel lief mens. Ze is mentaal zeer zwak, en fysiek trouwens ook. Zodra ze Gregor in zijn nieuwe gedaante ziet valt ze flauw. Ook durft ze de eerste paar weken zijn kamer niet in. Gregor is zo lief zich voor haar te verbergen zodat ze niet te erg zal schrikken wanneer ze zijn kamer binnenkomt. Zijn moeder doet niet vervelend tegen hem, als enige. Ze is alleen heel verdrietig, ze is min of meer haar zoon verloren. Aan de ene kant lijkt het alsof ze nog wat moederliefde voor hem overheeft (omdat ze hem niet het huis uit wil zetten en omdat ze zijn meubels niet wil verplaatsen (ze denkt dat hij dat niet leuk zal vinden)). Maar aan de andere kant is ze bang voor hem, voor het monster dat hij geworden is.

Heel het boek wordt verteld vanuit Gregor Samsa (verwijzing naar Kafka, hijzelf). Hierdoor ontstaat richting het eind van het boek een steeds grimmigere stemming. In het begin is alles nog wat onduidelijk, hoe lang hij een kever zal blijven en hoe zijn familie er uiteindelijk mee om zal gaan. Maar later wordt hij steeds eenzamer en verdrietiger en ook steeds bozer, omdat ze hem niet langer als Gregor (de jongen) behandelen. Hij ziet niets meer van de buitenwereld en doet niet veel op een dag. Zo raakt hij steeds stoffiger en pessimistischer. Uiteindelijk gaat hij dood aan al zijn verwondingen. Dat betekent zowel de lichamelijk wonden als de geestelijke. Hij zit vol herinneringen aan vroeger, toen het eigenlijk nog goed was, en vol trieste emoties. Hij mist het gezelschap, de liefde van zijn familie. Door al deze negatieve gevoelens (pijn in de letterlijke én figuurlijke betekenis) gaat hij uiteindelijk dood.

Het boek speelt zich (op het eindje na) geheel af in het huis dat Gregor voor zijn familie gekocht heeft. Meestal in zijn eigen kamer, omdat het vertelperspectief bij hem ligt en hij zijn kamer bijna niet uitkomt.
Het speelt zich af in 1912 (neem ik aan, toen is het namelijk geschreven). Je kunt dit ook zien aan de manier waarop de personen zich tegenover elkaar gedragen. De vader bepaalt wat er gebeurt in huis. De vrouwen koken en naaien wanneer het personeel ontslagen is. Ook komen de drie heren in hun huis wonen en het respect en de beleefdheid waarmee zij behandeld worden is niet iets van deze tijd. Men zou nu niet in de keuken eten zodat de huurders aan de gewone eettafel kunnen eten. Een huurder toont nu respect voor de persoon waar hij verblijft, niet andersom.

De stijl van het boek heb ik al in de eerste opdracht beschreven. De sfeer is grimmig, omdat het steeds slechter met Gregor gaat en hij zich heel vervelend voelt onder de situatie, maar dat heb ik ook al uitgebreid uitgelegd.

Het thema van het boek is verandering en verdriet. Dan heb ik het niet over ene letterlijke verandering van gedaante, maar over de verandering in een leven. Soms wordt er plotseling iemand ziek, of gaat er iemand dood en dit zorgt dan voor een grote verandering in het leven van de personen om diegene heen. Dit boek gaat vooral over hoe deze mensen reageren op zo’n extreme verandering en hoe ze het verwerken. Maar zeker ook over hoe Gregor zelf met de verandering omgaat. Hij heeft er in feite het meest last van. Hij kan niets meer doen van de dingen die hij eerst deed. Hij zit voor de rest van zijn leven opgesloten in zijn kamer. Hij zal nooit meer nieuwe mensen leren kennen en leuke gesprekken met hen voeren.
Ook brengt deze verandering veel verdriet met zich mee. De moeder laat dit gewoon dien, ze huilt zo nu en dan er wordt er letterlijk ziek van. De zus verwerkt het op haar eigen manier, ze betrekt er niemand bij. De vader en Gregor zetten het beide om in boosheid. De vader reageert heel agressief elke keer als hij Gregor ziet, hij ziet hem totaal niet meer als zijn zoon. En Gregor is boos op iedereen omdat niemand meer rekening met hem houdt. Dit is deels ook wanhopigheid, omdat hij van niemand meer aandacht en liefde krijgt.

De titel slaat natuurlijk op de gedaanteverwisseling van Gregor, letterlijk genomen. Maar ook figuurlijk heeft het een betekenis. Namelijk de verandering in het leven van alle personen (maar dat ga ik niet nog een keer uitleggen, het heeft geen zin alles dubbel op te schrijven).

Ten eerste wil ik zeggen dat het boek een mooie schrijfstijl heeft. Het lijkt alsof Kafka over elke zin eerst heel lang na heeft gedacht voordat hij hem opschreef. Helaas waren de zinnen soms iets te lang. Bijvoorbeeld: Mit diesem Laufen und Lärmen erschreckte sie Gregor täglich zweimal; die ganze Zeit über zitterte er unter dem Kanapee und wusste doch sehr gut, dass sie ihm gewiß gerne damit verschont hätte, wenn es ihr nur möglich gewesen ware, sich in einem Zimmer, in dem sich Gregor befand, bei geschlossenem Fensteraufzuhalten. Dat is een beetje overdreven hoor.
Soms ergerde ik me aan het egoïsme in het boek. Het zusje denkt in het begin nog heel erg met Gregor mee, de moeder doet dat eigenlijk heel het boek. Maar de vader laat hem meteen vallen als zoon. Ook is hij helemaal niet lief tegen zijn vrouw en dochter. Hij werkt alleen maar en als hij dan thuis is eet hij óf hij ligt te slapen in zijn stoel. Maar het allerergste is toch Gregor zelf. Ik vind het dom van hem dat hij zo egoïstisch denkt, daar wordt niemand beter van. Als zijn zus hem weer wat eten komt brengen vindt hij het vervelend dat zij hem stoort, terwijl dat alleen maar lief bedoelt is. Ook loopt hij de kamer in terwijl de drie heren binnen zijn (die niet van zijn bestaan af mogen weten) omdat hij het vioolspel van zijn zusje wil horen. Hij denkt dat hij de enige is die er zo erg van kan genieten. Ik denk dat iedereen het heel mooi vindt, niet alleen hijzelf. Daar komt bij dat hij door zich te laten zien de heren de schrik op het lijf jaagt. Hij zorgt ervoor dat een belangrijke inkomst van de familie verloren gaat. Dat vind ik heel egoïstisch en ondoordacht van hem. Daar kan ik me echt aan ergeren.
Wat ik heel leuk vind is dat Franz Kafka speelt met de naam van de hoofdpersoon. Samsa is afgeleid van Kafka, het heeft dezelfde klank. Ook Gregor is een leuke naam. Ik heb er nog nooit eerder van gehoord. Eerst wilde ik George lezen, maar er staat Gregor. Dat is echt heel leuk.
Op zich is het een heel mooi boek, er zit een hele duidelijke sfeer in, maar het is jammer dat die sfeer zo somber is. Ik lees het liefst lieve boeken, die een mooi einde hebben, een goed einde. En dan bedoel ik eigenlijk een goed einde op een disneyfilm manier. Want op zich heeft dit boek ook een happy end. Gregor is uit zijn lijden verlost en de rest van de familie kan een nieuwe start maken. Maar toch heeft het een bittere nasmaak. Gregor is wel dood, na een vrij lange lijdensweg. Ik houd niet zo van die sombere sfeer, daar word ik zelf ook een beetje verdrietig van. Liever lees ik een boek waar ik gelukkig van wordt.

De zus leek in de film een stuk aardiger dan in het boek. In de film deed ze nog heel lang lief voor hem. Maar in het boek werd het voor haar al snel een automatisme om Gregor eten te geven. Gregor veranderde voor haar als snel in een lastig insect, terwijl ze in de film heel lang voor hem zorgt alsof hij een lief hondje is. Dit komt waarschijnlijk omdat je in de film de gedachtes van Gregor niet hoort. Hij denkt dat zij hem heel vervelend vindt, dus dat denk je als lezen zijnde. Terwijl je als filmkijker objectief naar haar kijkt en het (met mijn positieve instelling) meer lijkt alsof ze het niet zo erg vindt.
Het moment van de meubels verplaatsen was ook heel anders. In het boek doen ze dat om Gregor een plezier te doen, zodat hij lekker over de muren en het plafond kan kruipen zonder daarbij gehinderd te worden door stoelen, tafels en kasten. In de film lijkt het meer alsof ze de meubels puur uit praktische overwegingen weghalen. Alsof Gregor die niet meer nodig heeft. En in de film maakt hij rare beledigde geluidjes, terwijl hij in het boek uitlegt waarom ze de meubels weghalen.
Een wat oppervlakkiger verschil is dat hij in de film een kever van normaal formaat lijkt, terwijl hij in het boek zo groot is dat hij niet normaal door de deur kan. Dat betekent dat hij in het boek echt een monster is, terwijl hij in de film een klein beestje is.
De drie heren kwamen in de film ook heel anders over op mij dan in het boek, met name op het moment waarop de zus viool speelt. In het boek luisteren ze eerst met interesse maar al snel raken ze hun aandacht voor het meisje kwijt. In de film echter blijven ze bij haar staan, extreem dichtbij, en lijkt het na een tijdje zelfs alsof het hen niet meer om het vioolspel gaat maar om het mooie meisje.
Tot slot was de sfeer in de film iets minder grimmig dan die in het boek. Als de beelden helemaal blauw-zwart-grijs waren geweest had dat al een hoop gescheeld. Dit komt ook doordat je in de film de ontzetten negatieve gedachten van Gregor niet meekrijgt.