Selecteer een pagina

[b]Praktische opdracht Klassieke Culturele Vorming[/b]
08-06-2005
R. G. Kleijnen

[b]Voorwoord[/b]

Dit verslag is tot stand gekomen in het kader van onze Rome-reis. Voor deze reis heb ik besloten om het Pantheon te behandelen als onderwerp van mijn verslag, omdat het gebouw me aansprak op het punt dat het zo geweldig goed behouden is gebleven in de loop van de eeuwen. Buiten dat sprak ook de bijzondere betekenis van het gebouw me aan. Mijn eigen ervaring in het Pantheon was zeer indrukwekkend, het is daadwerkelijk een magnifiek stukje architectuur. Het is moeilijk om een verslag te schrijven zonder heimwee naar dit prachtige gebouw, en natuurlijk Romes beste ijssalon op nog geen twee minuten lopen. Toch zal ik mijn best doen om mijn ervaringen zo veel mogelijk over te brengen, en zo veel mogelijk informatie geven over het Pantheon. Ik hoop dat iedereen dit verslag met plezier leest, en iedereen die nog nooit in Rome is geweest, of het Pantheon niet gezien heeft ervan overtuigd wordt deze stad en tempel eens te gaan bezoeken.

[b]Inhoudsopgave[/b]

Voorwoord 2
Inleiding 4
De geschiedenis van het Pantheon 5
De betekenis van het Pantheon 7
Het interieur van het Pantheon 8
Vroeger 8
Nu 9
De architectuur van het Pantheon 12
Nawoord 14
Literatuur 15

[b]Inleiding[/b]

Het Pantheon, aan de Piazza della Rotonda op de Campus Martius in het centrum van Rome wordt gezien als het best bewaarde gebouw uit de Romeinse oudheid. Wat dit imposante gebouw echter nog uitzonderlijker maakt is, behalve zijn goede staat, de architectuur en de bijzondere betekenis. Het Pantheon is niet zo maar een goed bewaard gebouw, het is een monument oorspronkelijk bedoeld om álle goden te eren, het geheel van de aarde, en het heelal. Ook de prachtige vorm van de architectuur is het waard om verslag over te doen.
Zoals alle, nog enigszins intacte gebouwen in Rome dankt het Pantheon zijn goede staat aan het feit dat het gebouw in gebruik genomen is als katholieke kerk, waardoor het gebouw gespaard bleef tijdens plunderingen van klassieke overblijfselen.
In dit verslag zullen vooral de geschiedenis, betekenis, het interieur en de architectuur van het Pantheon besproken worden. Dit verslag is vooral bedoeld voor degenen die meer willen weten over het Pantheon dan in de reguliere reisgidsen of boeken over Rome staat, maar niet de mogelijkheid hebben zich te verdiepen in de wetenschappelijke literatuur.

[b]De geschiedenis van het Pantheon[/b]

In het jaar 118 begon keizer Hadrianus met de bouw van het Pantheon. Op de plek waar eerder een heiligdom had gestaan dat gebouwd was door consul Agrippa, maar al twee keer was afgebrand, besloot Hadrianus een tempel te bouwen, gewijd aan alle goden, en de gehele kosmos. Het gebouw moest de vorm krijgen van een perfecte cirkel, met bovenop een koepel, die niet voorzien was van een ronde sluitsteen, maar van boven open was, het gebouw zou een oculus krijgen, waardoor licht naar binnen kon vallen.
Tussen 118 en 126 werd er aan het Pantheon gebouwd. Hadrianus liet in zijn bescheidenheid de inscriptie van de afgebrande tempel intact en plaatste hem op de gevel van het Pantheon. De inscriptie, M.AGRIPPA.L.F.COS.TERTIUM.FECIT – Marcus Agrippa, zoon van Lucius heeft dit in zijn derde consulaat gebouwd – zorgt tot op de dag van vandaag voor veel verwarring.
Het is nauwkeurig te bepalen wanneer het Pantheon is gebouwd, omdat Romeinse steenbakkers de bakstenen merkten met een houten stempel. Op deze stempel stond in verkort Latijn de naam van de steengroeve en de consul of keizer die op dat moment aan de macht was. Zo kunnen archeologen determineren na welke tijd een gebouw in ieder geval moet zijn gebouwd.
Na de verhuizing van de Romeinse hoofdstad naar Constantinopel vielen vele pleinen en bestuursgebouwen in verval. In 398 kwam er vanuit Constantinopel stad een verbod op de bouw van hutten op de toen verlaten Campus Martius om alle monumenten zo goed mogelijk te behouden. Het Pantheon overleefde de woelige tijden van het vroege Christendom en werd ingewijd als kerk in het jaar 609 toen paus Bonifatius IV het Pantheon als geschenk kreeg van de Oost-Romeinse keizer Phocas. Alle sporen van het oude Rome werden uit het gebouw verwijderd en vanaf toen ging het Pantheon door het leven als de Sancta Maria ad Martyres – De Heilige Maria bij de Martelaren. – In 663 roofde de Byzantijnse keizer Constans II de bronzen dakplaten van de koepel van het Pantheon, maar naar verluidt is hij ze al snel kwijtgeraakt aan Arabische rovers op zijn weg terug naar het oosten.
Ondertussen ontstond er een netwerk van ondergrondse passages onder het Pantheon waar de botten van martelaren neer gelegd werden. De koepel kreeg een nieuwe loden dakbedekking in de achtste eeuw. Een belangrijke architecturale verandering was de toevoeging van een klokkentoren bovenop de façade achter het tympaan in 1270. Een significante toevoeging aan het interieur was het graf van Rafaël, die, in 1520, in het Pantheon begraven wilde worden.
In 1627 werden er eeuw twee kleine torens aan beide zijkanten van de façade gezet, door waarschijnlijk Carlo Maderno. Deze torens werden lang niet door iedereen even gewaardeerd en ze kregen al snel verschillende bijnamen, zo werden ze door de Romeinen spottend “de twee ezelsoren” genoemnd. Tweeënhalve eeuw later, in 1883, werden de torens verwijderd, en de voorzijde weer in oude staat hersteld.
In 1625 speelde paus Urbanus VIII voor Constans II en haalde nog eens tweehonderd ton brons van het Pantheon om het om te smelten tot kanonnen voor op de engelenburcht. Rond 1740 werd de originele Romeinse omgang vervangen door erg saaie en gesloten platen. Van origine hadden er zich ramen bevonden waardoor licht naar binnen scheen zodat de nissen prachtig verlicht werden. Twee platen zijn echter in de twintigste eeuw weggehaald en het stuk is weer in de oude staat teruggebracht.
In de grote westelijke nis is het graf van Victor Emmanuel II, de eerste koning van Italië, die in 1878 overleed. In de nis tegenover ligt de tombe van de in 1900 vermoorde Umberto I.
In de twintigste eeuw zijn er weinig restauraties van betekenis meer uitgevoerd, behalve de restauratie van de omgang, en de huidige schoonmaakoperatie van de binnenkant van het dak. Het Pantheon heeft ons een zeer goed inzicht gegeven in de Romeinse bouwkunst en geeft een goede indruk over hoe overblijfselen, zoals het Forum Romanum er tweeduizend jaar geleden daadwerkelijk uit zagen.

[b]De betekenis van het Pantheon[/b]

Over de betekenis van het Pantheon is ondanks de goede staat van het gebouw maar weinig bekend. Het is bekend dat het een monument aan alle goden was, maar we weten weinig over wat het voor speciale betekenis had, of waar het voor gebruikt werd, bij welke feesten of ceremonies. Het belangrijkst om te weten is de positie en de namen van de goden in de nissen van het Pantheon. In de loop van de eeuwen is deze informatie echter verloren gegaan, wat het moeilijk maakt om een correcte betekenis te herleiden, zeker nu we het dus alleen vanuit bouwkundig opzicht nog een beetje kunnen reconstrueren. Overigens zijn niet alle goden uit het Pantheon onbekend, consul Dio Cassius schreef in de vroege derde eeuw dat er veel godenstandbeelden stonden, waaronder beelden van Venus en Mars. Samen met het feit dat er zeven nissen zijn, en het Pantheon veel astronomische kenmerken heeft is het met redelijk veel waarschijnlijkheid te zeggen dat de overige goden de toen bekende planeten voorstelden. Opvallend is ook dat hij schrijft over een beeld van Julius Caesar in de tempel. In alle waarschijnlijkheid is dit gedaan om Caesars goddelijkheid uit te drukken, hij stamde immers af van Venus, en hoorde nu ook bij de onsterfelijke goden. Bovendien was hij ook nog de eerste in zijn familielijn, wat zijn directe nakomelingen ook goddelijk maakt.
Zoals al hierboven gezegd is het alleen mogelijk nog iets van de betekenis van het Pantheon terug te vinden in de architectuur. De archtect gebruikte een mix van traditionele en nieuwe creatieve vormen om het Pantheon en aanliggende plein te ontwerpen. De zuilen waren Korintisch, een stijl die vooral gloreerde in de Romeinse keizertijd. Uit het voorportaal spreekt een religieuze boodschap, maar tegelijkertijd staat er wel een keizerlijke adelaar op het heiligste deel van de temel, het fastigium. Keizer Hadrianus moet zich dicht bij de goden hebben voelen staan, als hij hun relatie op zo’n manier pontificaal uitdrukt op de voorgevel van zijn tempel. Al deze dingen waren echter vanzelfsprekend voor een Romein, hij wist niet beter. Het interieur was echter wel significant anders.
Het bouwen van gesloten ruimte met een lichtdoorlatend gat bovenin was niets nieuws voor de Romeinen. Het is te zien in het atrium van menig Romeins huis. Het nieuwe van het Pantheon was echter dat het gebouw een maatje groter zou zijn. Eén van de doelen van het Pantheon was, behalve om de goden te eren, om de keizerlijke macht ten toon te spreiden. De keizers hadden er voor gezorgd dat het Romeinse rijk vele provinciën besloeg die allemaal met orde geleid werden. Het algehele thema in het Pantheon was eenheid, de eenheid van de goden, maar ook de eenheid van het Romeinse keizerrijk, de eenheid van de verschillende volken die erin leefden. Het unificeren van eenheden en hen maken tot het universum was het grootste doel van het Pantheon.
Het Pantheon is gebouwd in een tijd dat de oude Romeinse rituelen nog wel bestonden, maar men al een tijd op zoek was naar een ander, nieuw geloof. Mede daarom is het Pantheon gebouwd in een vorm die nog niet vaak was toegepast in religieuze gebouwen. Tempels in het oude Rome of Griekenland hadden veelal een rechthoekige basis, terwijl het Pantheon rond is. Voor een niet getraind oog lijkt het Pantheon dus enkel een monument voor Romeinse goden, maar zelfs de Christelijke waarden zijn – misschien onbedoeld – in het gebouw geïntegreerd. De oculus zou gezien kunnen worden als het alziend oog van God, die vanuit het hoogste van het hoogste op de aarde neerkijkt. Het licht dat binnenvalt is goed zichtbaar, maar ongrijpbaar, zodat de toeschouwer zowel dichtbij, als ver weg van het universum en de hemel staat.

[b]Het interieur van het Pantheon [/b]

[i]Vroeger[/i]

Hoewel het Pantheon van buiten vrijwel geheel kaalgeroofd is is er van het interieur verassend veel in een zeer goede staat overgebleven. Nog steeds is gewaar te worden wat de Romeinen wilden bereiken met het interieur, namelijk het overweldigende van de koepel, het grote geheel, met in het midden de zon, in de vorm van de oculus in het midden van de koepel. Zodra een mens binnenkomt voelt hij zich klein en nietig in de grote kosmos. In dit hoofdstuk zal het interieur van het Pantheon besproken worden, zoals het tweeduizend jaar geleden was, en zoals het nu is.
De ronde vorm van het Pantheon wordt aan de voorkant afgeschermd door een rechthoekig portaal met een rij van acht en twee rijen van vier Egyptische granieten zuilen van veertien meter hoog die de tempelachtige voorkant met de beroemde inscriptie ondersteunen. In de twee nissen hebben voorheen de beelden gestaan van Augustus en zijn minister en beste vriend Agrippa. Van oorsprong liep er een marmeren trap met vijf treden naar het portaal, omdat het Pantheon zoals meer Romeinse gebouwen op een hoger fundament is gebouwd. Door de stijging van het grondniveau door het overtollige grondwater lijkt het alsof het Pantheon in de loop van de eeuwen lager is komen te liggen en de trap verdwenen is. Ook heeft er een bronzen beplating gezeten op het plafond, waar nu een gewone houtconstructie zit.
De daadwerkelijke toegang tot het binnenste van het Pantheon bevindt zich achter de bronzen deuren. De hoogte van de vloer tot de top van de koepel (als de oculus dicht was geweest) is 43.3 meter. Het ronde interieur heeft echter ook een diameter van exact 43.3 meter, het was de grootste koepel ter wereld tot de koepel van Filippo Brunelleschi in de kathedraal van Florence werd gebouwd tussen 1420 en 1436. De omvang van de koepel in het Pantheon wordt nog eens versterkt door de geometrische figuren in de marmeren vloer, die in een duidelijk patroon zijn aangebracht en met hun schuine ligging de grootte van de binnenzijde extra imponerend maken. Door hun ligging als op een schaakbord vormen de rijen van cirkels en vierkanten als het ware de perspectieflijnen die binnen te zien zijn.
In de zeven nissen die de buitenkant van de cilinder vormen hebben in de Romeinse tijd een aantal godenbeelden hebben gestaan. Welke goden dat waren is echter onbekend, aangezien alle beelden bij de inwijding tot kerk in 609 verloren zijn gegaan. Het is goed mogelijk dat de nissen de beelden van de grootste en belangrijkste goden herbergden, maar waarschijnlijker is de theorie dat het de goden van de toen bekende planeten waren, dat waren er zeven, hetzelfde aantal als het aantal nissen in de ronde.
Later, in 1766 werd de traditie in gang gezet dat in de nissen de bustes van leden van de broederschap van de Virtuosi werden geplaatst. Deze traditie werd rond 1820 beëindigd door Paus Pius VII, die de bustes verhuisde naar het Protomoteca Capitolina.
In vroeger tijden werden de nissen verlicht door licht dat binnenviel door de vele ramen in de omgang. Het cassetteplafond van de koepel was blauw geverfd, en had in elk blok een bronzen ster in het midden. Het brons is er helaas in de loop van de eeuwen vanaf geroofd om het te gebruiken voor andere doelen.
Het meest in het oog springende detail is de aanwezigheid van de oculus. In plaats van een sluitsteen die de koepel doorgaans in zijn verband houdt, is deze hier weggelaten en is de koepel van boven open. Dit heeft een prachtig lichtspel tot gevolg, er is letterlijk een lichtbundel te zien die langzaam door de hele tempel verschuift. Door de oculus is het Pantheon van binnen een zeer licht geheel, in tegenstelling tot veel andere Romeinse gebouwen die maar zelden van ramen voorzien waren.

[i]Nu[/i]

Door de eeuwen heen is het interieur van het Pantheon duidelijk veranderd. De Romeinse godenbeelden zijn verwijderd en vernietigd, en Augustus en Agrippa staan niet meer op hun plaats in de nissen voor de tempel. In plaats daarvan zijn de nissen in de loop der tijd in gebruik genomen als plaatsen voor grafmonumenten. In de westelijke nis, [3] oorspronkelijk gewijd aan de heilige geest, ligt het graf van Victor Emanuel II, ontworpen door Manfredo Manfredi, en tegenover zijn tombe ligt in de oostelijke nis, die voorheen gewijd was aan de aartsengel Michaël en later aan de apostel Thomas, het graf van Umberto I [4], de tweede koning van Italië, en zijn vrouw Margherita di Savoia, ontworpen door Giuseppe Sacconi. Het graf van Rafael heeft zijn plaats naast de tombe van Umberto I.
Behalve tombes van koninklijke families en schilders hangen er ook nog een groot aantal schilderijen en is er een groot aantal kapellen aanwezig in het Pantheon. Te beginnen met de ronde rechts naast de ingang.
In de eerste nis rechts is de Madonna van de Riem en St. Nicolaas van Bari te vinden, geschilderd in 1668 door een onbekende schilder. Links daarnaast bevindt zich de kapel van de Maria-Boodschap, met daarin een fresco dat toegeschreven wordt aan Melozzo da Forli. Hier bevond zich ook tot 1824 het doopvont. Links in de kapel hangt een schilderij van Clement Maioli met St. Laurens en St. Agnes uit de periode tussen 1645 en 1650. Rechts is een doek te zien uit 1633, “Het ongeloof van Thomas”, geschilderd door Pietro Paolo Bonzi.
In de tweede nis is een vijftiende-eeuws fresco te vinden: “de kroning van de Maagd”.
Aangekomen bij de westzijde is het graf van Victor Emmanuel II te vinden, dat hierboven beschreven is. In de nis ernaast hangt een doek van Il Lorenzone, “St. Anna en de gezegende maagd. In de volgende kapel hangt een vijftiende-eeuws schilderij, “De Madonna van de Genade tussen St. Franciscus en St. Johannes de Doper. Aan de rechtermuur van de kapel hangt een voorstelling van Keizer Phocas, die het Pantheon overdraagt aan paus Bonifatius IV, geschilderd in 1750 door een onbekende schilder.
De laatste nis aan de rechterkant bevat een beeld van St. Rasius, gemaakt door Bernardo Cametti, in 1725.
Het volgende punt is het grote altaar – het Pantheon is nog altijd een kerk, hoewel het daar niet altijd op lijkt. – In de nis links van het altaar staat een beeld van St. Athanasius, gemaakt door Francesco Moderati in 1717. De naastliggende kapel is de kapel van de kruisiging. De houten crucifix stamt uit de vijftiende eeuw. Aan de linkerzijde van de kapel hangt “De Neerdaling van de Heilige Geest” en rechts bevindt zich een reliëf waarop Kardinaal Consalvi de vijf teruggekregen provincies aan de Heilige Zee aanbiedt aan paus Pius VII Hierop volgen de tombes van respectievelijk Rafael en Umberto I.
In de volgende nis staat een standbeeld van St. Agnes, van Vincenco Felici. Links staat een buste van Baldassare Peruzzi.
De laatste kapel is gewijd aan St. Jozef in het Heilige Land, en is de kapel van de broederschap van de Virtuosi, een broederschap bestaande uit de beste kunstenaars, muzikanten en architecten. Een aantal bekende namen uit deze broederschap zijn Gianlorenzo Bernini, Pietro da Cortona en Allessandro Algardi. De broederschap bestaat nog steeds, onder een andere naam, als de Academia Ponteficia di Belle Arti. In de kapel van de broederschap is een altaar, met een beeld van “St. Jozef en het Heilige Kind”, van Vincenzo de Rossi. Aan beide zijden hangen schilderijen van een van de leden van de Virtuosi, Francesco Cozza, “De adoratie van de Herders” hangt links, en rechts bevindt zich “De adoratie van de Wijzen”. Beide schilderijen zijn geschilderd in 1661. Verder is er in de kapel ook een reliëf te vinden, links “De Droom van St. Jozef”, door Paolo Benaglia, en rechts “De Vlucht uit Egypte”, door Carlo Monaldi. Op de tombe staan enkele zeventiende-eeuwse schilderijen, van links naar rechts: “De Cumaanse Sibylle”, door Ludovico Gemignani; “Mozes”, door Francesco Rosa; “De Eeuwige Vader”, door Giovanni Peruzzini; “David”, door Luigi Garzi, en “De Eritreaanse Sibylle”, door Giovanni Andrea Carlone.
De meest linkse nis bevat een doek van Andrea Cammassei, “De Hemelvaart”, uit 1638

[b]De architectuur van het Pantheon[/b]

Een tempel als het Pantheon is niet zo maar gebouwd. Massa’s berekeningen en problemen met steun en gewicht gaan er aan vooraf. In dit hoofdstuk zal een indicatie worden gegeven hoe het Pantheon vanuit architectonisch opzicht in elkaar zit.
Het voorportaal was geen grote uitdaging om te bouwen, er waren weinig tot geen bouwkundige nieuwigheden ingezet, en het was al vaak gedaan. Toch is het voorportaal indrukwekkend, vooral in de tijd van Hadrianus moet moet het een imponerend geheel gegeven hebben. Het plein voor het Pantheon was langer dan dat het nu is, ongeveer twee keer de lengte van het Pantheon. Als iemand in het midden ging staan, zag hij niets anders dan de reusachtige Egyptische zuilen, boven een marmeren trap met vijf treden. Het voorportaal is iets breder dan het Griekse Parthenon. De maten zijn zoals bij veel Romeinse gebouwen grotendeels allemaal veelvouden van vijf Romeinse voet. In het geval van het Pantheon is het voorportaal 115 Romeinse voet breed, de diameter van de grote Egyptische zuilen was vijf voet, en de diameter van de oculus was dertig voet.
De zuilen hebben een marmeren voet en hebben boven een korintische stijl. Opvallend is dat het binnenste gedeelte van het voorportaal en de binnenkant van het Pantheon barokke vormen lijkt aan te nemen. De fijne afwerking, roodgranieten zuilen, maar vooral het drama door de lichteffecten van zowel de oculus als de lichtdoorlatende ramen langs de omgang doen denken aan menig barokke kerk, feit blijft dat het Pantheon zo’n 15 eeuwen vroeger is neergezet.
Met het rechthoekige voorportaal en het vroeger gelegen rechthoekige plein voor het Pantheon wekt de architect de indruk de rechthoekige vorm door te zetten in het gebouw. De rechte lijn is echter het verlengde van de straal van een cirkelvormige tempel. Op deze manier werd een onverwacht effect gecreëerd. Als iemand het Pantheon binnenkwam, trad hij werkelijk binnen in een andere wereld.
Het bouwen in cirkels was in 118 niets nieuws voor de Romeinen. Sterker nog, het werd makkelijker gevonden dan het bouwen in rechthoeken, een perfecte cirkel was immers al met een stokje in de grond en een touwtje eraan vast snel gemaakt. Bij rechthoekige gebouwen was het lastig om de hoeken precies negentig graden te krijgen en om het gebouw recht te krijgen. De basisvorm van het Pantheon, de cilinder, was dus al relatief makkelijk gemaakt. Lastiger werd het om de koepel te maken, met de oculus. De Romeinen hadden daar al wel ervaring mee, maar niet op zulke grote schaal.
De ontwikkeling van beton was van zeer groot belang voor de Romeinen. Door deze nieuwe technologie toe te passen konden ze nauwgezet zeer stevige constructies neerzetten, iets wat met conventionele methoden niet, of veel minder snel zou zijn gelukt. Door de perfectionering van de betontechnologie was de stap naar een koepel als die van het Pantheon sneller gemaakt. Ook voor het interieur kwam een betonnen basisstructuur goed uit. Dankzij onzichtbare massa’s steunend beton, hoefden zuilen niet meer de last te dragen die ze normaal te verduren zouden krijgen, hetgeen een artistieke beperking ophief. Er kon nu meer gedaan worden met bijvoorbeeld een kapiteel, een zuil kon slank zijn, of van een ander, minder stevig, maar misschien wel mooier materiaal. De zuilen zijn in het Pantheon dan ook meer cosmetisch van aard, ze verbergen het saaie, grijze beton, ze mystificiëren het.
De koepel van het Pantheon bestaat uit vijf rijen van achtentwintig cassettes die het idee van een zich uitbreidende ruimte goed overbrengen, en bijna vloeiend overgaan in de nissen en kapellen. De cassettes zijn gemaakt met wat optisch bedrog om zo diepte te suggereren. Zo is te zien op de foto rechts dat de treden in de onderste rij van cassettes aan de onderkant schuiner oplopen dan aan de bovenkant. Zo lijken de cassettes dieper te zijn dan ze dadwerkelijk zijn.
De koepel in zijn geheel is een wonderlijk staaltje Romeinse architectuur. Het bovenste gedeelte, waar nog geen cassettes zitten, is gemaakt van puimsteen. Naarmate de hoogte afneemt, neemt de dichtheid en draagkracht van de stenen toe, het puimsteen wordt vervangen door een laag beton, die ook nog eens steeds dikker wordt. De puimsteenlaag is bij de oculus ongeveer 1.2 meter dik, en de muren zijn bij het fundament van een dikte van zes meter. Dit alles is nodig om de koepel zo veel mogelijk steun te geven, omdat hij anders instort onder zijn eigen gewicht.

[b]Nawoord[/b]

Het Pantheon heeft een prachtige architectuur en herbergt bijzonder veel renaissance kunst. Het achterliggende idee van de universele eenheid spreekt mij en vele anderen zo aan, dat het een gebouw is waarin iemand zichzelf helemaal kan verliezen en kan opgaan in de grootsheid. Ik hoop dat dit verslag een bijdrage heeft kunnen leveren aan het beeld van iedereen die dit gelezen heeft. Ik heb het erg leuk gevonden om zo veel te schrijven over dit bijzondere gebouw. Ik ben zelf ook meer te weten gekomen dan ik voorheen had gedacht. Terecht is er over het Pantheon op het internet zeer veel te vinden, maar helaas beperkt de reguliere literatuur zich tot een paar pagina’s over deze tempel. Veel hulp heb ik gehad van het boek van William MacDonald, die in zijn boek ongeveer alles wat er te vinden is over het Pantheon beschreven heeft.
Ik hoop nogmaals dat dit verslag de lezers plezier heeft gedaan en heeft bijgedragen aan een beter beeld en begrip van het Pantheon. Het laatste wat ik zou willen is dat we allemaal denken dat deze tempel door Agrippa is gebouwd – iets wat veel mensen helaas nog steeds denken. –

[b]Literatuur[/b]

(1) MacDonald, William L. The Pantheon. 1976, ISBN 0-674-65346-7
(2) Mozzati, Luca. Rome. 2003, 50, 51
(3) Ceccato, Beppe Rome. 1998, 78-80, ISBN 90-396-0412-6
(4) http://www.greatbuildings.com/buildings/Pantheon.html
(5) http://web.kyoto-inet.or.jp./org/orion/eng/hst/roma/pantheon.html
(6) http://www.roman-emperors.org/hadrian.htm
(7) http://www.billstclair.com/rome0010/small/PantheonTomb2-320×240.jpg
(8) http://europeanhistory.about.com/library/readyref/blitalyrulers.htm
(9) http://www.romeguide.it/MONUM/ARCHEOL/pantheon/the_pantheon.htm
(10) http://www2.siba.fi/~kkoskim/rooma/pages/PANTHEON.HTM
(11) http://www.mega.it/eng/egui/pers/fibru.htm
(12) http://www.worldtouristattractions.travel-guides.com/attractions/fld/fld.asp
(13) http://www.exseminarians.com/rome/Churches/pantheon.htm
(14) http://roma.katolsk.no/mariamartyres_plan.htm