Selecteer een pagina

– 1 – Inleiding
– 2 – Het jodendom en het joodse volk
– 3 – De pogroms en de Dreyfus-affaire
– 5 – Het zionisme
– 6 – Theodor Herzls Der Judenstaat
– 8 – De Holocaust
– 10 – De Britse politiek
– 12 – Conclusie
– 13 – De kwestie
– 15 – Logboek
– 17 – Bronvermelding
– 19 – Post Scriptum

INHOUDSOPGAVE

– 1 – Wat is de (migratie)geschiedenis van het joodse volk?
– 2 – Wat is de diaspora?
– 3 – Wat is de oorzaak van het zionisme?
– 4 – Wat is (de geschiedenis van) het zionisme?
– 5 – Welke invloed heeft het boek Der Judenstaat gehad op het zionisme?
– 6 – Welke invloed heeft de Holocaust gehad op het zionisme?
– 7 – Welke invloed heeft de Britse politiek gehad op het zionisme?

INLEIDING
Eind vorig schooljaar. Opgelucht loop ik de klas uit. De inspanningen vantevoren en die van binnen het lokaal zijn passend beloond. De uitkomst van het spannende mondelinge schoolexamen geschiedenis 1: er zal een negen prijken op mijn eindlijst en diploma, net als op die van mijn compagnon Bastiaan Weldring.
Het is dus een goed resultaat voor een mooi werkstuk met een aardig onderwerp. Grotendeels om die reden wil ik dat onderwerp van het schoolexamen van vorig jaar gebruiken en uitbouwen tot mijn profielwerkstuk, een jaar later. Maar ook persoonlijke interesse speelt een rol: het onderwerp heeft gaandeweg het proces mijn aandacht getrokken en mijn interesse gewekt.
De gebruikte bronnen bestaan uit boeken van de bibliotheek en (informatieve) publicaties van het internet. Deze bronnen zijn gekozen om de reden dat ze gaan over of raakvlakken hebben met het onderwerp. De zoekmachines van zowel de bibliotheek als het internet gaven de gebruikte bronnen weer als de relevantste voor het maken van een werkstuk over het gekozen onderwerp.
Na het zorgvuldig uitzoeken van de gebruikte bronnen ben ik me gaan inlezen. Tijdens het inlezen heb ik het onderwerp afgebakend. Het zionisme en het anti-zionisme in zijn geheel zijn te breed, daarom heb ik het onderwerp minder breed gemaakt. Dus ik schrijf geen werkstuk over beiden, maar alleen over het zionisme en niet over het anti-zionisme. En dan niet het zionisme vanaf zijn ontstaan, maar het zionisme vanaf grofweg de Dreyfus-affaire. En het gaat niet over de migratie naar landen als de Verenigde Staten, maar over de migratie naar Israël.
Gaandeweg tijdens het inlezen kwam ik goede informatie tegen over bepaalde gebeurtenissen of zaken die het zionisme beïnvloedden. Daarom heb ik het onderwerp verder toegespitst. Onder meer de publicatie van Theodor Herzls boek Der Judenstaat heeft geleid tot het ontstaan van het moderne zionisme, maar ook de Holocaust heeft het zionisme gestimuleerd. Tenslotte heeft ook de Britse politiek zijn stempel gedrukt op het zionisme ― denk hierbij aan de Exodus-affaire. Dit leken me goede aanknopingspunten, goede invalshoeken om het verloop van het zionisme te beschouwen. Vandaar de hoofdvraag: welke invloed hebben het boek Der Judenstaat van Theodor Herzl, de holocaust en de Britse politiek op het zionisme?
Deze vraag zal uiteraard beantwoord worden, maar omwille van de duidelijkheid en om ze in hun historische context te kunnen plaatsen, worden bovengenoemde gebeurtenissen en bijbehorende relevante begrippen eerst uitgelegd en is er in het werkstuk een beknopte samenvatting van het jodendom en het joodse volk opgenomen.

HET JODENDOM EN HET JOODSE VOLK
DEELVRAAG: WAT IS DE (MIGRATIE)GESCHIEDENIS VAN HET JOODSE VOLK?
DEELVRAAG: WAT IS DE DIASPORA?
In dit werkstuk staat het begrip zionisme centraal. Maar om dit begrip duidelijk te maken, is eerst een beknopte samenvatting nodig van de geschiedenis van het jodendom en het joodse volk in het bijzonder.
Volgens het Oude Testament, het eerste boek van de bijbel, was Abraham de eerste jood. Abraham was een nomade, die leefde rond het jaar 1800 voor Christus, en die in Mesopotamië van het zuidwestelijke Ur naar het noordwestelijke Haran trok. Daar gelastte God hem zijn land en familie te verlaten en in een ander land een eigen volk te stichten. Als volgt sprak God tot Abraham: “Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn.” Abraham gehoorzaamde en vertrok met zijn familie en dienaren naar Kanaän, het huidige Israël. Om de periodieke droogte aldaar te ontvluchten trok het volk af en toe naar Egypte. Maar de Egyptische farao gooit roet in het eten: hij laat de joden gevangen nemen en maakt ze tot slaven. Na circa vierhonderd jaar van slavernij leidt Mozes de joden uit Egypte. Dit noemen de joden de uittocht, de Exodus.
Vervolgens vestigen de joden zich in Kanaän. Tweehonderd jaar leven zij daar in voorspoed. Omstreeks 1000 voor Christus worden de verspreid levende joodse stammen samengevoegd onder het gezag van de uitverkoren koning Saul. De patriarchale troonsopvolging bracht kleinzoon Solomon aan de macht, die de Eerste Tempel van Jeruzalem bouwde. Na zijn dood viel het rijk uiteen in twee koninkrijken: Israël en Judea. In 721 voor Christus veroveren de Assyriërs de staat Israël. Veel joden worden gevangengezet of verdreven. Later, in 586 voor Christus, werd ook Judea veroverd, door de Babyloniërs − de opvolgers van de Assyriërs. Koning Nebudchadnezar II vernietigde de Eerste Tempel van Jeruzalem. De Babyloniërs namen de joden als slaven gevangen. De joden die wisten te ontkomen vluchtten naar landen als Egypte, Syrië en Perzië. Weinig joden bleven achter in Israël. Zo raakte het joodse volk verspreid over vele landen. Dit verschijnsel heet de diaspora.
Zo kende het joodse volk een lange periode waarin zij werden verbannen uit Israël of werden vervolgd in Israël. Ondanks dat de Perzen, die de Babyloniërs in 538 voor Christus versloegen, de joden vrijlieten, namen zij Israël in bezit. Na de heerschappij van de Perzen viel Israël in de handen van de Grieken, onder wiens gezag het gedurende vierhonderd jaar stond. Na een opstand in 142 voor Christus heroverden de joden Jeruzalem, maar na een zelfbeschikkingsperiode van niet meer dan honderd jaar viel Jeruzalem − en dus Israël − in Romeinse handen. Opstand broeide, en in zesenzestig na Christus leidde de Eerste Joodse Oorlog tot de verwoesting van Jeruzalem en de Tweede Tempel. De Romeinen richtten een ware slachting aan onder de joden en namen de overlevenden gevangen als slaven. Na de Tweede Joodse Oorlog, nog geen eeuw later, werden de overgebleven joden uit Jeruzalem verbannen. Onder het gezag van de Arabieren, vanaf het jaar 636 na Christus, vestigden veel joden zich weer in Jeruzalem en Israël. De tolerante houding van de moslims verdween echter en veel joden verlieten Israël weer.
Zo belandde het joodse volk steeds opnieuw van ballingschap in de slavernij, terwijl verschillende andere volkeren de joodse gelederen uitdunden.
Toen Israël in de negentiende eeuw omwille van zijn geografische ligging weer belangrijk en aantrekkelijk gevonden werd, ging het de joden beter af. Jeruzalem werd met een aantal wijken uitgebreid. Het was een tijd van voorspoed.

DE POGROMS EN DE DREYFUS-AFFAIRE
DEELVRAAG: WAT IS DE OORZAAK VAN HET ZIONISME?
Toch leden de joden onder de jodenhaat, het antisemitisme, dat wereldwijd voelbaar was. Met name in Oost-Europa hadden de joden te lijden onder het antisemitisme. Meermalen zijn er pogroms gehouden onder de joodse bevolking.
Het Russische woord pogrom duidt een georganiseerde kortdurende aanval op de joodse bevolking van een stad of dorp aan. De bevolking drong een joodse wijk of nederzetting binnen, vernielde gebouwen en mishandelde en vermoordde de joodse inwoners. Dit gebeurde zonder tussenkomst van de autoriteiten − soms hielpen deze zelfs actief mee!
In 1871 vond in Odessa (Oekraïne) de eerste pogrom plaats. In 1881 broeide het in Kiev en omgeving: met behulp van de politie viel de plaatselijke bevolking de joodse gemeenschap aan. Tussen 1882 en 1899 vonden diverse pogroms plaats, als gevolg van onlusten in de arbeidersklassen door misoogsten. Deze pogroms kostten aan duizenden joden het leven. Tussen 1902 en 1906 vonden in Rusland nieuwe doelgerichte pogroms plaats. Aangestuurd door de autoriteiten vermoordden de Witten tijdens de burgeroorlog meer dan 100 000 joden. Deze pogroms hadden drie emigratiegolven van joden uit de betrokken landen tot gevolg.
Niet alleen in Oost-Europa, maar ook in West-Europa was er sprake van ernstig antisemitisme. In West-Europa uitte dit antisemitisme zich sterk in de veroordeling van de joodse officier Alfred Dreyfus. Deze Fransman leefde van 1859 tot 1935 en werd op 15 oktober 1894 onterecht veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, op verdenking van spionage voor Duitsland. De verdenkingen waren geformuleerd op valse verklaringen en op documenten van de werkelijke spion, Marie-Charles-Ferdinand Walsin-Esterhazy. Dreyfus werd op 5 januari 1895 op Duivelseiland gevangengezet.
Picquart, het nieuw benoemde hoofd van de inlichtingendienst van Frankrijk, nam de zaak Dreyfus opnieuw onder de loep en ontdekte de werkelijke gang van zaken. Hij kwam achter de rol van Esterhazy en hij gaf dit door aan de militaire top. Dit bericht was voor hun niet welkom en ze stelden valse documenten op om Dreyfus’ schuld te bewijzen. Ook hebben zij getracht het voorval in de doofpot te stoppen, door Picquart af te leiden door hem op dienstreis te sturen. Later wordt hij zelfs ontslagen en gevangengezet.
Hetzelfde overkomt de schrijver Émile Zola. Deze bracht de Dreyfus-affaire in de openbaarheid door in de literaire krant l’Aurore een beroemde open brief te plaatsen, gericht aan de president van Frankrijk, getiteld J’accuse! Naar aanleiding van deze op 13 januari 1898 verschenen brief wordt Zola aangeklaagd en veroordeeld, maar hij vlucht naar Engeland.
In 1899 respectievelijk 1906 worden Dreyfus en Picquart vrijgesproken. Zij krijgen beiden hun baan in het leger terug, zij het in een lagere rang.
De Dreyfus-affaire hield Frankrijk geruime tijd in zijn greep. Niet alleen wegens het antisemitisme, maar ook wegens de ontevredenheid over het Franse regime. De machthebbers hebben het antisemitisme en het nationalisme gebruikt om Dreyfus en degenen die hem bijstonden, zwart te maken. En met succes: in 1908 wordt Dreyfus neergeschoten in de Franse hoofdstad.
Maar de affaire had meer gevolgen. Niet alleen wonnen de linkse partijen in Frankrijk, die achter Dreyfus stonden, flink aan invloed en verloren de rechtse partijen, die zich achter het leger hadden geschaard, flink aan invloed, maar ook de doctor in de rechten Theodor Herzl werd bewogen tot het schrijven van zijn fameuze boek Der Judenstaat, waarvan de publicatie het zionisme onder wereldwijde aandacht bracht en sterk stimuleerde.

HET ZIONISME
DEELVRAAG: WAT IS (DE GESCHIEDENIS VAN) HET ZIONISME?
De Grote Van Dale geeft voor het zionisme de volgende definitie:
zi•o•nis•me (het ~)
1 het streven om de Joden naar een eigen zelfstandige, nationale staat in Palestina terug te brengen.
Het zionisme is een nationalistische beweging en ideologie die dus een joodse staat nastreeft in het gebied van de vroegere koninkrijken Judea en Israël. De term verwijst naar de berg Zion , waarmee Jeruzalem wordt aangeduid.
Theodor Herzl wordt gezien als de grondlegger van het zionisme. De in Boedapest geboren Herzl verbaasde zich tijdens zijn verblijf in Wenen en Parijs over het felle antisemitisme. Naar aanleiding van de Dreyfus-affaire besloot hij tot actie over te gaan: in zijn boek Der Judenstaat in het jaar 1896 gooit hij niet alleen een balletje op over de stichting van een jodenstaat, maar werkt hij zijn plan zeer concreet uit. Een jaar na publicatie richt hij de Internationale Zionistische Beweging op.
De publicatie van zijn boek doet een hoop stof opwaaien. Zijn idee slaat onder bepaalde groepen joden onmiddellijk aan, maar Herzl weet dat hij het van de machthebbers moet hebben, wil hij iets te bereiken. Hij overlegt met invloedrijke joodse diplomaten en keizer Wilhelm II zelf , en zelfs bij het Vaticaan vindt hij een gewillig oor. Het overleg loopt echter spaak en teleurgesteld en wanhopig maakt hij zijn opwachting bij het Zionistische Congres in 1903. Het jaar daarop overlijdt Theodor Herzl op slechts 44-jarige leeftijd aan een hartaanval.
In de geschiedenis van het zionisme, dat zich in optima forma uit in migratiegolven naar Israël, hebben grofweg vijf immigratiegolven plaatsgevonden. De joden hebben hun nagestreefde thuisland in vijf golven, aliyahs genaamd, overspoeld met zichzelf. Bepaalde gebeurtenissen in de geschiedenis hebben veel invloed gehad op, hebben impulsen gegeven aan deze aliyahs. Welke impulsen waren dat in grote lijnen? Hoe beïnvloedden de verschillende deelonderwerpen − de publicatie van Herzls boek Der Judenstaat, de Holocaust en de Britse politiek − het zionisme?

THEODOR HERZLS DER JUDENSTAAT
DEELVRAAG: WELKE INVLOED HEEFT HET BOEK DER JUDENSTAAT GEHAD OP HET ZIONISME?
“In Basel heb ik de grondslagen voor de Joodse staat gelegd. Als ik dat vandaag zou zeggen, zouden mijn woorden met hoongelach worden begroet. Maar over vijf jaar, en zeker over vijftig, zal iedereen het zien…” zo schreef een zelfverzekerde Theodor Herzl. Het was 1897, een jaar na de verschijning van Der Judenstaat. Toen hij dit in zijn dagboek schreef had hij zojuist het eerste wereldcongres voor joden voorgezeten.
Bulgaarse joden riepen hem daar uit tot de nieuwe Messias, na het lezen van zijn boek en Russische joden wilden hem tot koning kronen. Herzls idee berustte niet eens op een ongeremde impuls, maar op heldere en realistische denkbeelden. Het doel dat hij voor ogen had was kort en bondig: de stichting van een eigen staat voor het joodse volk. Zijn motieven waren net zo eenvoudig: de bescherming van de rechten die elk volk heeft.
Op de theorieën van Herzl inspireerde zich een stroming van zionistische joden die in de praktijk een eigen koers ging volgen, nog specifieker dan de koers die beschreven wordt in Der Judenstaat. Zij voelden zich sterk aangetrokken tot Herzls ideeën over een eigen jodenstaat.
De publicatie van Der Judenstaat heeft het zionisme mondiale bekendheid gegeven. Hoewel het boek geen spontane aliyah teweeggebracht heeft, is het wel van belang geweest voor de hoedanigheid van het zionisme. Het boek heeft de vage verlangende gevoelens naar de hereniging van een volk, die broeiden in menig jood, gestalte gegeven. De bewering die hij op die dag in zijn dagboek heeft gemaakt kwamen exact vijftig jaar later precies uit. Hij werd niet weggehoond, maar er stonden vele zionistische joden achter hem.
Maar je kunt je afvragen hoe het zionisme eruit had gezien zonder Herzls boek. Je kunt je de cruciale rol die het boek heeft gespeeld met het oog op de werkelijke zionisten, afvragen. De zionistische joden die werkelijk huis en haard verlieten om terug te gaan naar hun werkelijke huis en haard, de praktiserende zionisten. Want Herzl heeft in zijn werk nooit vastgehouden aan een jodenstaat per definitie in Israël. Ook de mogelijkheid van een jodenstaat in Argentinië hield hij open. Waar de jodenstaat gesticht zou worden, was van minder belang. Dát het zou gebeuren, deed er echt toe.
Dat de zionisten ook anders konden ageren dan ageren slechts aan de hand van Herzls Der Judenstaat, blijkt uit het volgende: toen Der Judenstaat al enkele jaren in de omloop was en Herzl sindsdien constant bezig was geweest zijn theorie toe te lichten en hem te verdedigen, zegde Engeland Oeganda toe aan de zionisten. Maar het vierde Zionisten Congres te Basel wees dit aanbod af. Sindsdien zou men zich nog maar op één joods vaderland richten: Israël.
Toch had Der Judenstaat iets speciaals, iets cruciaals. Herzl zou nooit aan zijn boek begonnen zijn als hij wist dat iemand met dezelfde denkbeelden als hij al een poging had gedaan tot een moderne oplossing van het joodse vraagstuk. Het boekje Zelfemancipatie van Pinskers was al uitgekomen toen Herzl nog niet eens was begonnen aan Der Judenstaat. De overeenkomsten tussen beide werken zijn opvallend groot, maar alleen het laatste werk plaatste het zionisme in de wereldwijde politieke schijnwerpers.
Toch bestond het concept van een zelfstandige joodse staat al eerder. Sir Lawrence Oliphant was de eerste die met een concreet vestigingsplan kwam. Hij wilde een joodse staat in Gilead stichten. Hij had zijn ideeën echter niet gedetailleerd en concreet uitgewerkt en in 1894 was zijn plan al geheel vergeten. En in 1862 schreef de joodse socialist Moses Hess, die banden had met Karl Marx, het boek Rom und Jerusalem, die letzte Nationalitätenfrage. In dit boek schreef hij over het nationaliteitsbeginsel voor het joodse volk. Hierin kwamen zowel de joods nationalistische gedachten als enkele communistische opvattingen naar voren. De joden die in de loop der eeuwen geïntegreerd waren in verscheidene landen, werden gehekeld omdat ze hun religie en cultuur (“hun bestaan”) zouden verloochenen. De term bestond nog niet toen, maar de praktische uitvoering ervan wel: Hess was marxistisch, en wel extreem marxistisch. Hij viel ook de Rooms-katholieke Kerk hard aan in zijn boek en duldde geen enkel ander autoritair geloof naast het zijne. Door deze nogal eenzijdige visie had zijn boek nooit een echte kans om te slagen zoals Der Judenstaat.
Want daar komt het uiteindelijk op neer. Het boek van Theodor Herzl werd wél een succes. Het kreeg de aandacht waar anderen dat niet verdienden. Op vele vlakken kwam de visie van Herzl overeen met anderen, maar op enkele − en dus ook de cruciale − vlakken ook niet. Zijn simpele idee en de hartstocht waarmee hij dat bracht en gedurende zijn korte leven verdedigde, wekte de sympathie en interesse van veel joden. Zíjn boek en niet een ander werd gelezen. Definitief zette zijn boek het zionisme in gang.

DE HOLOCAUST
DEELVRAAG: WELKE INVLOED HEEFT DE HOLOCAUST GEHAD OP HET ZIONISME?
Het woord Holocaust is afgeleid van het Griekse ὁλοκαυστόν, dat “brandoffer aan een god” betekent. Onder de Holocaust wordt de massamoord verstaan op ongeveer zes miljoen Europese joden in de zogenaamde concentratiekampen, door de Duitse nazi’s en hun handlangers in de Tweede Wereldoorlog. Omdat een normaal brandoffer vrijwillig wordt gebracht en omdat dat offer niet aan een god, maar aan de nazi’s is gebracht werd, spreken de joden liever over de shoa, de vernietiging.
Als je er ironisch genoeg voor bent, zul je een opvallende parallel kunnen trekken tussen de Holocaust en het zionisme. In het geval van Die Judenfrage werd gezocht naar een oplossing om de ongewenste joden te verwijderen uit de normale leefomgeving. Der Judenstaat stelde ook voor om de joden van alle uithoeken van de wereld op een centrale plaats samen te brengen. Hier speelden weliswaar geheel andere motieven een rol, maar het vertoont dezelfde overeenkomst.
Het verschil zit in de eindoplossing − of, zoals de nazi’s het plachten te noemen: die Endlösung der Judenfrage. Reinhard Heydrich, een van Hitlers compagnons, was belast met Die Judenfrage. Het idee om alle joden naar Madagascar te deporteren bleek niet realistisch genoeg. Tenslotte zorgde Heydrich ervoor dat de enige staat die de joden van de nazi’s kregen, de staat van onherroepelijke aftakeling in de concentratiekampen was. Voor zes miljoen joden kwam het streven beschreven in Der Judenstaat, namelijk de stichting van Israël, te laat.
Los van deze feiten is het zeker dat de Holocaust er indirect wel voor heeft gezorgd dat het zionistische ideaal zijn einddoel juist wel een stuk dichter genaderd is. Vanzelfsprekend zorgde de grootste en efficiëntste pogrom ooit voor veel sympathie en interesse van de joden voor het zionisme.
Toch vond de eerste invloed op het zionisme al plaats lang voordat de Holocaust plaatsgevonden had. Dan gaat het over de dreiging ervan. In de Vierde en Vijfde Aliyah, van 1924 tot 1939, emigreerden 67.000 respectievelijk 250.000 joden uit voornamelijk Polen, Duitsland en Oostenrijk naar Israël. Daarbij is de Vijfde Aliyah een gevolg van de opkomst van het nationaal-socialisme in de twee laatstgenoemde landen, Duitsland en Oostenrijk.
De zionistische beweging zag al snel het grote gevaar van Hitlers horden en probeerde zoveel mogelijk Duitse joden naar Erets Jisraël, het thuisland en vaderland Israël, te krijgen. Veel joden zagen Israël echter niet als het Beloofde Land en voelden zich, ondanks het explosief toenemende aantal vervolgingen, thuis in Duitsland of Oostenrijk.
Door het steeds erger wordende antisemitisme in de vorm van het nationaal-socialisme in met name Duitsland, emigreerden na 1933 veel joden naar Israël − zowel rijke als arme joden. Zij zouden later de kern gaan vormen van de Israëlische regering, het leger en de uitvoerders van uitgebreide landbouwkundige projecten die moesten zorgen voor vruchtbare grond. Al deze verschillende joden, die als het ware preventief geëmigreerd waren, deelden echter een gemeenschappelijke zaak: de reden om te emigreren. Uit angst voor het nationaal-socialisme, in de veronderstelling dat ze in Israël samen hun toekomst veilig konden stellen.
Toen de Holocaust dus daadwerkelijk had plaatsgevonden was er, als gevolg van diezelfde Holocaust, al een goede basis gelegd in Israël voor de nieuwe toestroom van joden, die groter was dan ooit tevoren. Het medelijden met de joden en het besef dat zij een eigen staat verdienden was groot in veel Westerse landen. Landen als Denemarken, België, Italië en ook Nederland waren dus zeer begaan met het lot van de joden − wederom (gedeeltelijk) als gevolg van diezelfde Holocaust. Vooral Frankrijk verleende op politiek vlak zoveel mogelijk steun aan de getroffen joden. In de Verenigde Staten noemden vele welvarende joden zichzelf zionist, terwijl ze niet eens overwogen om zelf naar Israël te emigreren, maar omdat zij hun steentje bijdroegen aan hun meelijwekkende lotgenoten, in de vorm van financiële steun. Zowel de joden die de concentratiekampen overleefd hadden als de ondergedoken joden die nog leefden konden en wilden nu naar Israël. Zij waren niet allen overtuigde zionisten, maar zij wilden gewoon een veilige thuishaven. De Internationale Zionistische Beweging, die al vanuit Israël zelf opereerde, probeerde hen zoveel mogelijk te helpen.

DE BRITSE POLITIEK
DEELVRAAG: WELKE INVLOED HEEFT DE BRITSE POLITIEK GEHAD OP HET ZIONISME?
Het zionisme is zonder twijfel beïnvloed door de Britse politiek. De Britten hebben beloftes gemaakt en weer gebroken, zij stonden zionistische acties aan de joden toe, maar zij straften de zionisten ook door middel van sancties. Het beleid van de Britten was dus allesbehalve consequent.
Het begon allemaal met de Balfour-verklaring. Hierin zegde de Britse minister van Buitenlandse zaken, Arthur James Balfour, de joden alle steun toe bij het stichten van een joodse staat in Israël. Deze verklaring werd met veel enthousiasme ontvangen door de zionisten. Maar Europa verkeerde nog in oorlog en van directe hulp was dus nog geen sprake. Twee jaar later, bij de besprekingen voor het Verdrag van Versailles, werd Israël aan Groot-Brittannië toegewezen als mandaatgebied met de bijkomende bepaling dat de Balfour-verklaring moest dienen als basis voor een joods nationaal tehuis in Israël.
In de hieropvolgende jaren bleek echter de onbetrouwbaarheid van de Britten. Omdat de Britten ook toezeggingen aan de Arabieren hadden gedaan (naar aanleiding hun hulp in de strijd tegen de Turken) konden conflicten om het betrokken gebied niet uitblijven. De Britten kozen echter de kant van de Arabieren. De olie telde zwaarder dan de humanistische Balfour-verklaring aan de joden.
De Britten hielden een legermacht in Israël gestationeerd terwijl steeds meer zionisten en joden vanuit de hele wereld naar Israël trokken om de opgekochte woestijngrond te bewerken tot vruchtbare akkers. Er ontstond steeds meer wrijving tussen de Arabieren en de joden, terwijl de Britten zich zoveel mogelijk op de achtergrond probeerden te houden. Dit werd hen door geen van beide partijen in dank afgenomen en de aanwezige Britse soldaten in Israël werden zo nu en dan het slachtoffer van een aanslag.
Het volgende hoofdstuk in deze affaire begint in 1939 als het voor het zionistische ideaal fatale Witboek verschijnt. Hierin neemt de regering afstand van de gedane beloften in de Balfour-verklaring en zij verklaart daarmee dat het geenszins de bedoeling is dat (een deel van) Israël tot een joodse staat verwordt, omdat de Arabieren in Israël ook gelijke rechten hebben. Zolang zij niet in een joodse staat willen leven, zal die, wat de Britten betreft, er ook nooit komen. De joodse immigratie wordt vanaf nu ernstig beperkt: maximaal 100 000 nieuwe joodse immigranten worden toegelaten tot Israël. Dit resulteert in illegale immigratie en veel schermutselingen in allerlei Israëlische steden.
Het verloop van de Tweede Wereldoorlog is bekend, maar als Duitsland verslagen is en de Holocaust aan het licht komt, is Groot-Brittannië geenszins van plan alsnog toe te geven aan het zionistische ideaal. Hoewel vrijwel de hele Westerse wereld de stichting van een joodse staat voorstaat, weigert Groot-Brittanië toe te geven. Hierdoor ontstaat een pijnlijke situatie waarin joden, die jaren de concentratiekampen getrotseerd en ternauwernood overleefd hebben, opnieuw in kampen worden gestopt − Britse kampen, maar het blijven kampen. Het gaat zelfs zo ver dat enkele voormalige concentratiekampen van de Duitsers deels in hergebruik worden genomen om de joden in te huisvesten. De verontwaardiging hierover is wereldwijd reusachtig. De zionisten antwoorden met terroristische aanslagen op Britse doelen (voornamelijk in Israël) en proberen zoveel mogelijk joden Israël binnen te smokkelen.
De Exodus-affaire staat uiteindelijk symbool voor de situatie van toen. In 1946 stond een klein schip met zijn opvarenden centraal in het wereldnieuws. Waar in de Bijbelse historie het Hebreeuwse volk de Egyptische slavernij ontvluchtte (de zogenaamde Exodus), waren nu 4500 joden geherbergd in het schip de Exodus met de intentie (illegaal) Palestina binnen te komen.
In zekere zin staat het conflict rondom de Exodus symbool voor de toenmalige internationale verhoudingen. De publieke opinie die pro-joods was en de inconsequentie van de Britten waar de joden het slachtoffer van werden. In de Exodus-affaire raakten alle partijen betrokken. De opvarenden van de Exodus weigerden mee te werken met de Britten, met het gevolg dat hun leven in gevaar kwam door gebrek aan voedsel. Uiteindelijk gaven de Britten dan ook toe aan de opvarenden. Hiermee was het strikte anti-emigratiebeleid niet meer waterdicht. In feite was het eerste signaal afgegeven dat de joden vrije doortocht zouden krijgen naar Palestina. Het zionisme kon verder manifesteren.
Het tij lijkt definitief te keren voor de joden als de Verenigde Naties op 29 november 1947 een resolutie aannemen die bepaalt dat een joodse staat opgericht mag worden, die moet bestaan naast een Palestijnse staat. Dit is het teken voor de daar gevestigde joden om grofweg een half jaar later de Staat Israël uit te roepen. Het doel van het zionisme is geslaagd, ondanks de vele (Britse) tegenwerkingen. Zion is weliswaar nog niet geheel veilig en haar staat nog vele conflicten te wachten, maar de stichting van een joodse staat is een feit.

CONCLUSIE

Der Judenstaat heeft het zionisme wereldwijde bekendheid gegeven. Ook heeft het boek de vage verlangende gevoelens naar de hereniging van een volk, die broeiden in menig jood, gestalte gegeven, wat leidde tot een geestdrift, die zich uitte in onder meer de organisatie van Zionistische congressen. Maar deze geestdrift zou zich vroeg of laat toch hebben gemanifesteerd in de joodse bevolking: Der Judenstaat heeft het proces slechts versneld. Dat het zionisme zich ook ontwikkelde onafhankelijk van Herzls werk, blijkt uit het feit dat de zionisten zich vastpinden op Israël zonder daarbij open te staan voor Herzls mogelijkheid van Argentinië en het Britse aanbod van Oeganda. Maar het blijft een feit dat niet Oliphants, niet Hess’, maar wel Herzls boek het zionisme met succes in de wereldwijde politieke schijnwerpers plaatste.

De Holocaust heeft vooral invloed gehad op het internationale beeld dat men van de joden had. Van de sympathie die de joodse slachtoffers kregen hebben de echte zionisten kunnen profiteren door Israël dichter te bevolken met volksgenoten. Deze volksgenoten waren door de Holocaust des te gewilliger om zich, om met Herzl te spreken, over te laten planten naar Israël. Hierdoor was de toestroom van joden naar het Beloofde Land enorm vergroot en zo heeft de Holocaust inderdaad een grote invloed op het zionisme gehad.

De Britse politiek heeft een nare smaak achtergelaten in de mond van menig zionist. De joden waren, na de eeuwenlange vervolgingen, verbanningen, moorden, de pogroms en de Holocaust zo dicht bij de stichting van een eigen staat, maar ze werden tegengehouden door het inconsequente politieke spel van de Britten. Uitgerekend de Britten hadden de joden tevoren hun helpende hand toegestoken! Maar deze geschiedenis heeft nog een staartje. Behalve het uitstellen van de stichting van een eigen joodse staat heeft Groot-Brittannië voor de joden een onprettige verrassing in petto: decennia van verergerde conflicten met de Arabieren in Israël, lagen en liggen waarschijnlijk voor hun in het verschiet…

DE KWESTIE
Het feit dat bij de totstandkoming van de hoofdvraag geen gebruik is gemaakt van een kwestie, doet niets af aan het feit dat de twee literaire bronnen in kwestie besproken moeten worden. Dat zal geschieden met een andere vraagstelling: hoe verschilt het anti-zionistische boek De schaduw van de ster door Peter Edel van het pro-zionistische artikel Het herstel van Israël door Franklin ter Horst? Aan de hand van samenvattingen van het boek en het artikel zal vanzelf blijken hoe de verhoudingen liggen, en in een conclusie zal ik deze bevestigen. Ook zal ik er beknopt mijn eigen weloverwogen mening aan toevoegen.
Peter Edel begint zijn boek (dat ik niet in zijn geheel gelezen heb − slechts de inleiding, enkele relevante delen uit het middenstuk en de conclusie) met een uitgebreide analyse van het zionisme: over het ontstaan, Theodor Herzl, het verloop tot aan het heden. Hij stelt dat het zionisme op zich geen kwalijke ideologie is, maar dat het in de praktijk verkeerd is aangepakt. Hij stelt dat de joden zijn doorgeschoten in hun drang naar een eigen staat. Concreet hebben ze het land van de Palestijnen bezet, maar de schrijver hekelt eerder nog de slinkse wijze waarop de joden hun staat hebben gekregen. Ze houden vast aan later ingetrokken verklaringen en toezeggingen, ze blijven hameren op hun ellendige verleden om hun land op te eisen − en soms schuwen ze daarbij buitenproportioneel geweld niet. De joden worden dus omschreven als “kinderlijk van gedrag in het streven naar hun jodenstaat.”
Ter Horst beschrijft in zijn vurige betoog het verloop van het zionisme na de publicatie van Der Judenstaat. Hij gaat rustig van start, maar naarmate hij de smaak te pakken lijkt te krijgen, laat hij, eerst nog subtiel, zijn zionistische en pro-joodse denkbeelden blijken, door ietwat meelijwekkende zinnen als: “In de Eerste Wereldoorlog slaagden de zionisten in Londen erin de stichting van de joodse staat onder de aandacht van de Engelsen te brengen nadat zij een eind hadden gemaakt aan 400 jaar Turkse overheersing van het bijbelse land.” Het bestaansrecht van Israël wordt door hem verdedigd aan de hand van de gesloten verdragen. Hij vervolgt met een lange verhandeling over de onrechtvaardigheden van de Britse en internationale politiek en natuurlijk mag de Holocaust niet ontbreken. Haast huilerig wordt de ellende van de joden beschreven en in contrast geplaatst met de koelbloedige houding van de Duitsers en de slappe houding van de rest van de wereld. Het geweld van de Palestijnse Arabieren tegenover hun landgenoten komt ook uitgebreid aan de orde. Gaandeweg onderbouwt hij zijn visie en verhaal met citaten uit de bijbel. Tegen het einde hakt hij er keihard in: “De wereldleiders negeren de onbetwistbare joodse waarheid en omarmen de fantastische onzin van een islamitisch-religieus recht en de leugenachtige islamitische aanspraak op de Heilige Stad. De christelijke naties hebben zelfs actief en meedogenloos met de Arabieren gecollaboreerd bij het in de lopende geschiedenis implanteren van een schandalig op niets gebaseerde leugen, die, zo benadrukken zij impliciet, de joodse waarheid moet vervangen. Naast de bindende resoluties, die vandaag nog onveranderd van kracht zijn, welke Israëls recht op het land bewijzen, bestaat Gods Woord. Honderden bijbelteksten laten niets aan duidelijkheid te wensen over aan wie het land toebehoort.” Hij eindigt met een kanonnade van bijbelse teksten.
Deze twee visies staan duidelijk lijnrecht tegenover elkaar. Hoewel Edel wat gematigder schrijft − hij moet het publiek langer dan tien minuten zoet houden, langer dan Ter Horst − zou een discussie tussen deze twee kemphanen voor veel mensen verhelderend zijn. Het verschil is simpel: Edel is tegen het zionisme in zijn hoedanigheid, terwijl Ter Horst voor het zionisme is − zowel voor het idee, voor de theorie als voor de uitvoering.
Ikzelf ben voor een joodse staat. De joden hebben, zoals Ter Horst al betoogt, zoveel ellende te verduren gekregen, zowel in het recente verleden als reeds tijdens het leven van de nakomelingen van Abraham, dat ze, na hun verspreiding over de hele wereld, een eigen staat zeker verdienen. Maar de manieren waarop ze die probeerden en proberen te krijgen keur ik af. De joden zijn echt doorgeschoten in hun drang naar hun thuisland Israël. Ik kan mij geheel vinden in hetgeen ooit een wijs man zei: “Die joden, c.q. de c.q.-liere boefjes van het zionisme, balanceerden als agressor temeer op de marge van het toelaatbare, ergo, zij zullen zich in afwachting van een schorsing moeten vervoegen bij de afdeling, alwaar hun de toegang tot het felbegeerde lokaal F4 ontzegd zal worden, volgens de richtlijnen van het witboek van afdelingshoofd Mat de Wit.”

LOGBOEK
4 oktober 2005:
Getypt A4-tje schrijven met gekozen onderwerp met globale omschrijving, duidelijke motivatiekeuze, te gebruiken bronnen en de planning.

1 tot 14 oktober 2005:
Concreet onderwerp zoeken en vinden. Vervolgens onderwerp afbakenen, door het opnieuw lezen van het geschiedenis 1-werkstukje van vorig jaar. Hoofd- en deelvragen opstellen.

17 november 2005:
Begonnen met het grondig inlezen door me te worstelen door Leon Uris’ Exodus, een langdradig, lelijk naar het Nederlands vertaald boek, dat me is aangeraden door zowel E. Robben als B. Weldring, die het in boek dezelfde mate verafgoodt als ik het verafschuw.

3 februari 2006:
Bronnen zoeken op het internet en in de bibliotheek.

3 tot 15 februari 2006:
Inlezen.

3 tot 24 februari 2006:
Regelmatig terugkeren naar de bibliotheek om te verlengen.

21 februari 2006:
Moeizaam begonnen met schrijven. Titelblad, inhoudsopgave, bronvermelding en logboek opgesteld. Ondanks de zeeën tijd na slechts drie uur school in verband met massale afwezigheid van het gehele lerarenapparaat, weinig gepresteerd.

22 februari 2006:
Nog moeizamer begonnen met schrijven. Inleiding geschreven en blauwdruk voor de deelvragen. Hoofd- en deelvragen aangepast.

23 februari 2006:
Vanaf een uur ’s middags tot twaalf uur ‘s avonds lekker gewerkt aan het profielwerkstuk. Het besef van een slechte tijdsplanning komt vast wel tijdens de nabespreking. Of het werkstuk al dan niet voldoende bevonden wordt, evenzo.

24 februari 2006:
00:00 uur: De klok tikt onverbiddelijk door. Energiek doorgewerkt, want van moeheid voel je toch niets meer. De laatste hand gelegd aan de kwestie. Serieus blijven blijkt moeilijk. Vervolgens verzorging lay-out. Wat een dankbaar werkje.

03:10 uur: Uitprinten voor een laatste check om

09:00 uur: Laatste spellingcheck.

11:20 uur: De deadline loopt af. Inleveren profielwerkstuk.

23:59 uur: Naar Stratumseind om mezelf grenzeloos te bezatten . FEEST!

BRONVERMELDING
BOEKEN:
۞ Edel, P.
De schaduw van de ster: zionisme en anti-zionisme
Berchem (B); EPO-uitgeverij, 2002

۞ Herzl, Th.
De jodenstaat: poging tot een moderne oplossing van het joodse vraagstuk Amsterdam; Mets & Schilt, 2004

۞ Hoksbergen, H.
Het vroege zionistisch denken over de Arabieren in Palestina tot 1917
Kampen; uitgeverij Kok, 1990

۞ Houwaart, D.
Het beloofde land? : theocratie, democratie, zionisme en de toekomst van Israël
Kampen; uitgeverij Kok, 2003

۞ Kaniuk, Y.
Exodus, de odyssee van een commandant
Amsterdam; Meulenhoff, 2000

۞ Prazdny, B.
Op bezoek in… Israël
Amsterdam; KIT Publishers, 2005

۞ Scheller, G., e.a.
Operatie Exodus; bijbelse profetieën gaan in vervulling
Hoornaar; Gideon, 2000

۞ Smit, W.
Israël
Bussum; Romen, 1979

INTERNET:
http://www.vandale.nl online woordenboek der Nederlandse taal;
http://www.onsverleden.net/ historisch overzicht van het ontstaansverleden van Israël ( Midden-Oosten  chronologie);
http://nl.wikipedia.org/wiki/Jodendom informatie over de geschiedenis van het jodendom;
http://nl.wikipedia.org/wiki/Joden informatie over de geschiedenis van het joodse volk;
http://nl.wikipedia.org/wiki/Diaspora informatie over de diaspora;
http://nl.wikipedia.org/wiki/Dreyfus-affaire informatie over de Dreyfus-affaire;
http://nl.wikipedia.org/wiki/Herzl informatie over Theodor Herzl;
http://nl.wikipedia.org/wiki/Zionisme informatie over het zionisme;
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pogrom informatie over pogroms;
http://www.cijo.nl/v2/?p=artikel&id=38 informatie over pogroms;
http://nl.wikipedia.org/wiki/Russische_Burgeroorlog informatie over de Russische Burgeroorlog;
http://nl.wikipedia.org/wiki/Holocaust informatie over de holocaust;
http://www.homepages.hetnet.nl/~fm-ter-horst/herstel-israel.html informatie over het herstel van Israël;
http://www.israel-palestina.info/zionisme.html informatie over het zionisme;
http://www.mtsu.edu/~baustin/finlsol.html informatie over de Holocaust als “die Endlösung“;
http://history.acusd.edu/gen/WW2Timeline/Final_Solution.html tijdbalk van de Holocaust als “die Endlösung“;
http://holocaust.klup.nl/ overzicht van documentaires van o.a. Abel Herzberg.

Post Scriptum

Mocht het gebruik van humor in dit verder serieuze profielwerkstuk als onserieus, storend en daarom onvoldoende scorend worden aangemerkt, gelieve dit te melden zodat het (zojuist) afgeschreven exemplaar vervangen kan worden door een serieuzer exemplaar.
Daarbij zou ik wel willen opmerken dat de humor niets afdoet aan de kwaliteit van het werkstuk. Het doet slechts af aan de geloofwaardigheid van het vaak onnodige overbodige notenapparaat .