Selecteer een pagina

Moenli en de moeder van de wolven
door Klaus Kordon

Aantal bladzijden: 237 (+ informatie: 252)
Het boek is een vertaling vanuit het Duits, de oorspronkelijke titel is:
Wie Spucke im Sand en het is vertaald door Els van Delden. De uitgever is
Van Holkema en Warendorff/ Lannoo.

De omslag is niet echt spectaculair, je ziet een meisje op de voorkant waarvan je kunt aannemen dat dat Moenli is, en voor de rest zie je van een afstandje gewoon wat groen op de achtergrond. Als je beter kijkt zie je dat er nog meer mensen op de achtergrond staan, waarschijnlijk mensen van het kamp waar ze een tijd in zal wonen. De mensen hebben knuppels of geweren in hun handen, en het ziet er een beetje triest, misschien wel vijandig uit.

De tekst aan de achterkant maakte mij meteen nieuwsgierig, omdat ik wel geïnteresseerd ben in verhalen over andere culturen. Ik vind het jammer dat op de achterkant wordt gesproken over maar één stuk van het boek, en er wordt gedaan alsof dat het hele verhaal is. Dit was eerst een beetje misleidend, omdat in het verhaal zoveel meer gebeurt, voordat ze veilig in de stad woont.

Het boek is geschreven vanuit een soort dagboekvorm (ik-vorm), met aan ieder hoofdstuk een stukje over het heden (het leven in de stad), en daarna het verhaal van hoe ze bij het heden is gekomen. In het begin was dat erg verwarrend, omdat Moenli het steeds over dingen had waar je als lezer nog geen weet van hebt, zoals haar kleine broer Yoni. Maar hoe verder het verhaal vorderde, hoe minder storend dat werd, doordat steeds meer dingen duidelijk werden.

De dikte valt wel mee, ik heb het boek gewoon in één dag uitgelezen en had daarbij zelfs nog tijd om te eten en drinken.

De informatie van de bibliothecaresse is niet erg veelzeggend. Het gaat alleen over de aanleiding van de gebeurtenissen. Meestal is het zo dat die informatie niet erg nuttig is, dus daar ga ik dan ook nooit op af. Als er niks op de achterkant staat, lees ik altijd de laatste bladzijde (niet dat die wat zegt, maar dan weet ik tenminste of het verhaal goed afloopt: erg belangrijk!).

Er wordt weinig of niet met cursieve teksten gewerkt, alleen een nieuw hoofdstuk wordt aangegeven door een woord in schuine letters.

Het boek is in drie delen gedeeld: Adoor Ram, Meera en Aroena.
Als een nieuw hoofdstuk begint, gaat dat niet op een nieuwe bladzij, maar gewoon onder het vorige hoofdstuk door. Dit heeft als voordeel dat je gewoon door kunt lezen, maar als nadeel dat je niet weet waar je precies in het boek zit, doordat ik nog al eens over de hoofdstuknamen heb gelezen

Ik verwachtte dat het een erg leuk en interessant verhaal ging worden, doordat Carli ook een boek van hem had gelezen, en daar was ze heel enthousiast over. Ze had daar ook een boekverslag over geschreven, en daar werd ik heel nieuwsgierig van.

Korte samenvatting:
Moenli, een meisje van dertien, wordt uitgehuwelijkt aan Adoor Ram, de meest beruchte en gevreesde man van het dorp. Hij schijnt zijn vorige vrouw dood te hebben geslagen, en Moenli is er zeker van dat haar ook dat lot te wachten staat als ze met hem trouwt. Maar Lata, haar beste vriendin, haalt haar over te vluchten met haar, naar Meera, de moeder van de wolven die met een groep ‘baghi’s’ in de bergen woont. Samen gaan ze de volgende dag op pad en na een paar dagen lopen bereiken ze het kamp. Ze worden daar opgenomen door een vrouw, Kamla, en ze leven daar bijna een jaar lang. Maar Moenli krijgt gewetensbezwaren door al de plundertochten, en als tijdens een plundertocht Meera omkomt, besluit ze achter de jongen aan te gaan die haar as naar de Ganges zal brengen.
Maar ze wordt voortijdig tegengehouden door een agent, en even later komen ook de resterende bendeleden bij haar. Het kamp is overvallen door de politie, en haar beste vriendin Lata heeft het niet overleefd. Ze worden met z’n allen in een veetrein gepropt om naar een gevangenis te worden gebracht. Als de agenten een keer niet goed opletten, helpt Kamla Moenli ontsnappen. Ze loopt in haar eentje wat verloren rond, totdat ze bij de stad komt, waar de trein hen ook naartoe zou hebben gebracht, Allahabad. Ze hoopt daar ook de jongen te vinden die Meera naar de Ganges zou brengen, omdat hij ook was ontkomen aan de politieagenten. Ze bedelt om te kunnen eten en ze slaapt op straat aan de oever van de Ganges.
Maar op een dag, als ze alle moed al heeft opgegeven, mede doordat ze de jongen waar ze naar op zoek was dood heeft gevonden, wordt ze wakker geschopt door een jongetje, die zich afvroeg of die berg vodden misschien leefde. Eerst zijn ze vijandig tegen elkaar, maar als blijkt dat hij haar kan helpen met bedelen, blijft ze bij hem en adopteert ze hem als haar kleine broer. Ze stelen af en toe iets en doen ‘zaken’ en kunnen daarvan beter leven dan van tevoren. Maar het is nog steeds erg moeilijk, en ze besluiten om een paar manden bij mandenvlechtsters te stelen. Maar dit mislukt, en de mandenvlechtsters besluiten Moenli op te nemen. Zij werken voor de Federatie van Vrouwen, een speciale organisatie om meisjes als Moenli een beter leven te gunnen. Yoni, de kleine broer, gaat naar een internaat en ze leren allebei lezen en schrijven. Op het einde van het boek besluit Moenli terug te gaan naar haar geboortedorp om iedereen daar ook te leren lezen en schrijven.

Het boek heeft ruimschoots aan mijn verwachtingen voldaan. Er wordt goed in beschreven hoe Moenli leefde en je komt veel te weten over het hindoeïsme en de plaats van vrouwen daarin. De gevoelens van Moenli worden goed beschreven en je komt zo ook goed te weten wat Moenli voor een persoontje is. Ik heb veel geleerd van het boek, en ik begrijp nu de verhoudingen tussen man en vrouw veel beter. Ik vind het boek op sommige punten een beetje ongeloofwaardig, omdat Moenli zich nog hele dialogen van drie jaar geleden kan herinneren. Ik denk dat de schrijver voor een boek dat zo’n lange tijd beslaat beter een andere ik-vorm had kunnen gebruiken, bijvoorbeeld gewoon een boek dat wordt beschreven vanuit het heden zonder flashbacks. Maar aan de andere kant was die dagboekvorm ook weer handig, doordat je dan ook stukje bij beetje dingen over het ‘heden’ bij de mandenvlechtsters te weten komt, en je dus altijd weet dat er aan die ellende een einde zal komen.
De schrijver heeft aan het einde van het boek nog een stukje over het thema van het boek, maar dan in de echte wereld geschreven. Dat was ook wel interessant en helpt wel om het boek te begrijpen.

Het thema van het boek is vrouwen in het hindoeïsme. Mijn ideeën over het thema zijn niet veranderd, slechts een beetje bijgesteld. Ik vond al dat het erg onrechtvaardig was hoe de vrouwen door hun mannen behandeld mogen worden, en dat vind ik nog steeds. Maar achterin staat dat bijna alle vrouwen het accepteren zoals het is en niet willen dat hun mannen zich wat vriendelijker opstellen. Gelukkig zijn er ook nog een heleboel vrouwenbewegingen, dus ik heb nog altijd hoop dat het eens nog ‘goed’ zal komen en de vrouwen op durven komen voor hun rechten.