Selecteer een pagina

Wat is koraal?

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is koraal geen plant, maar een grote verzameling kleine diertjes. Koraal gedijt het beste in een warme , heldere en zoute zee met een constante temperatuur van ongeveer 25 graden Celsius. Het water mag in geen geval kouder worden dan 20 graden Celcius en ook voldoende licht is een vereiste. Vaak wordt koraal vergeleken met het regenwoud op het vastenland, omdat het een grote verscheidenheid heeft en er veel dieren in wonen.
Koraal bestaat uit een skelet van kalk waar zich koraalpoliepen in bevinden, die zich onderling aan elkaar vasthouden met slijm. Overdag trekken de poliepen zich terug in hun skelet, maar ’s nachts steken ze hun tentakels naar buiten om zoöplankton te vangen. Hierdoor ziet het koraal er overdag uit als een kleurig stuk steen en is het ’s nachts veel donziger.
Net zoals bij mossen het geval is, is koraal een samenlevingsverband tussen dierlijke organismen en een plantje, in dit geval eencellige kalkwieren, ofwel zoöxanthellen.
De samenwerking gaat als volgt: de eencellige kalkwieren halen met behulp van fotosynthese energie uit het licht en halen hiermee kalk uit het zeewater, waar ze het kalkhuisje van de poliep van maken. In ruil voor het maken van het skelet mag het eencellige wier er ook in wonen. Ook gebruikt het kalkwier de afvalstoffen van de poliep en profiteert de poliep weer van de zuurstof die het plantje maakt. Af en toe eet de poliep ook een paar van de kalkwiertjes op.
Koraal groeit doordat er bovenop het skelet van een dode poliep telkens weer een nieuwe komt te leven, die er zijn eigen skelet bovenop bouwt. Hierdoor wordt het koraal dus met iedere nieuwe generatie een stukje hoger. Dit is ook wel noodzakelijk, omdat de zeebodem een beetje verzakt onder het gewicht van het koraal en het koraal anders te ver van het zeeoppervlak komt te liggen. Hierdoor zou het dan minder licht en daardoor ook minder zuurstof krijgen, waardoor het zou doodgaan.
De koraalpoliepen planten zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voort. De ongeslachtelijke voortplanting vindt plaats doordat de poliep op zijn lichaan kleine bobbeltjes maakt. Deze scheiden zich af van zijn lichaam en vormen op hun beurt weer nieuwe poliepen, die met de moederpoliep in hetzelfde kalkskelet leven.
Eens per jaar planten de koraalpoliepen zich geslachtelijk voort. Dit doen ze door een enorme hoeveelheid eitjes en een nog grotere hoeveelheid zaadjes tegelijkertijd het water in te schieten. Hierdoor kleurt het water troebel en er komen ook een hele hoop vissen op af om de zaadjes en eitjes op te eten. De zaadjes en eitjes die dit overleven, bevruchten elkaar en vormen zygotes. Deze zygote is geen minipoliepje, maar een larve die in tegenstelling tot zijn ouders, kan zwemmen. De larve gaat op zoek naar een geschikte plek om het begin van een koraal te vormen en zet zich daar dan vast. Langzamerhand verandert hij dan in een poliep en bouwt hij, met behulp van een kalkwiertje, een exoskelet. Binnen een week is de nieuwe poliep in staat zich ongeslachtelijk voort te planten en zijn koraal te vergroten.
De vele kleuren die koraal heeft zijn niet afkomstig van de koraalpoliep of zijn skelet. De poliep is namelijk doorzichtig en het skelet heeft een witte kleur. De wiertjes die in het skelet van de poliep leven hebben echter verschillende kleuren.
Behalve de wiertjes en poliepen zelf wonen er nog veel meer organismen in en tussen het koraal. Dankzij de grillige vorm biedt het goede schuil- en jachtplaatsen voor onder andere papegaaivissen, die het koraal zelf opeten door met hun snavelachtige bek de levende bovenlaag er vanaf te schrapen. Sponzen, manteldieren en schelpdieren halen tussen het koraal zoöplankton uit en ook grotere vissen zoals de walvishaai en de manta zoeken er naar plankton. Het koraal heeft deze dieren nodig, omdat het, als het overwoekerd wordt door algen, ook sterft.

Koraal bedreigd

Hoewel koraal een van de grootste biologische bouwwerken op aarde vormen en, zoals bij het Great Barrier Reef, met een lengte van 2000 kilometer lang, een oppervlakte ter grote van Groot Brittanie en Ierland samen en een hoogte van negen meter erg imposant en sterk overkomt, is koraal een kwetsbaar dier. Lichte aanraking van koraal kan al voor beschadigingen en afsterving zorgen.
Over de hele wereld zien we het verscheinsel van Coral Bleaching, het verliezen van kleur van het koraal. In feite is het niet het koraal dat zijn kleur verliest, de koraalpoliepen zijn immers kleurloos, maar de microscopische algenplantjes die van het koraal weggaan of door het koraal afgestoten worden. De zoöxanthellen in de poliepen gaan bij te grote verstoringen in het koraal dood of zoeken een plaats om te leven buiten het koraal. Als de verstoring van korte duur is en de zoöxanthellen komen weer terug kan het koraal overleven. Als het koraal lang onder druk van het zeemilieu staat komen er geen nieuwe algen, of worden ze door het koraal weer afgestoten. Zonder deze zoöxanthellen heeft het koraal echter geen zuurstof en zal het na verloop van tijd sterven.
Coral Bleaching doet zich al een lange tijd voor op verschillende riffen gedurende sommige periodes, maar de laaste twintig jaar is de hoeveelheid gebleekt koraal explosief gegroeid. In 1983 stierf aan de Grote Oceaan in midden Amerika 95 procent van het koraal. In diezelfde periode deden zich ook beschadigingen voor in het midden en westen van de grote oceaan, het Australisch Groot Barriererif en Thailand, Indonesie en de GalaposEilanden. Daarna kwam ook in de Bahamas, Colombia,Jamaica, Porto Rico en het zuiden van Texas en Florida ernstige verbleking aan het licht.
Uit onderzoek van het Wereld Natuur Fonds blijkt dat dertig procent van alle koraal op de wereld reeds vernietigd is, of dusdanig aangetast dat het nooit meer kan herstellen. Over een aantal decennia zal zestig procent van alle koraal verloren zijn.
Veel onderzoekers houden zich bezig met de vraag wat de verwoesting van koraalriffen op zulke grote schaal veroorzaakt heeft. Koraal kan door natuurlijke oorzaken beschadigen, bij stormen gaat snelgroeiend koraal namelijk vrij gemakkelijk kapot, om aan langzaamgroeiend koraal een kans te geven te overleven.
Ook natuurlijke zeewatertemperatuurschommelingen en kunnen het koraal kwaad doen. Het koraal is, zoals eerder gezegd, gewend aan een watertemperatuur tussen 25 en 29 graden Celcius. Als het water 1 graad warmer wordt, kan het koraal al ernstig beschadigen. El Nino (het fenomeen van het warmer worden van het zeewater over de hele wereld) taste in 1998 veel koraal aan. Vooral in the Great Barrier Reef en de riffen van Oost-Afrika was de schade groot.
De natuurlijke schommelingen van de zeespiegel kunnen eveneens koraal aantasten. Bij een daling van de zeespiegel kunnen de toppen van een koraalrif boven de nieuwe zeespiegel steken, en koraal overleeft boven water niet. Ook een stijging van de zeespiegel kan schadelijk zijn als er niet genoeg zonlicht tot de zoöxanthellen kan doordringen en het koraal een gebrek aan zuurstof krijgt.
Tenslotte kunnen koraalriffen of zoöxanthellen ook door ziektekiemen in het water aangetast worden.
Veel onderzoekers komen echter tot de conclusie dat de mens hierin een groot aandeel heeft. Uit onderzoek van Peter Glyn, onderzoeker aan de universiteit van Miami blijkt namelijk, dat er geen bewijs is dat het 400 jaar oude koraal in het oosten van de Stille Oceaan dat hij onderzocht, al eerder zulke schade heeft opgelopen.
Over het algemeen is het de mens die zorgt voor stijging van de temperatuur op aarde en daarmee ook voor verhoging van de zeespiegel. De kans dat koraal vatbaar is voor ziektekiemen in het water is nu eenmaal veel groter als het al onder druk van de omgeving staat, en het lijkt erop dat de mens deze druk op veel manieren veroorzaakt. Zo heeft koraal vissen nodig die de algen en die op het koraal leven opeten en zo het koraal schoonhouden. Door overbevissing zijn er niet genoeg vissen om de hoeveelheid algen te beperken, waardoor het koraal door algen overwoekerd wordt en afsterft.
Bovendien is de manier waarop gevist wordt is soms erg schadelijk voor het koraal. Visnetten van grote schepen die over de bodem van de oceaan slepen om zoveel mogelijk vis te kunnen vangen, verwoesten onvoorstelbaar veel koraal. Ook vistechnieken met dynamiet waarbij een leeg colablikje gevuld wordt met een dynamietstaaf en tot ontploffing gebracht waardoor de vissen (en het koraal) automatisch boven komen drijven, en met cyanide, wat tussen de spleten van koraal wordt gespoten waar vissen zich verschuilen, richten veel schade aan.
Ook de menselijke vervuiling van het zeewater wordt als een van de oorzaken genoemd. Bijvoorbeeld afvalstoffen die in de zee gedumpt worden kunnen veel schade aanrichten, vooral omdat koraal maar tot een zeediepte van 60 meter groeit, en dus vaak bij de kust groeit. Doordat het water troebel wordt van bijvoorbeeld rioolafval kan het zonlicht de zoöxanthellen niet bereiken en treedt verbleking op. Als olie gedumpt wordt en het koraal bereikt, zal het verstikken.
Daarnaast kan toerisme ook veel schade aanrichten, behalve de mensen die koraal vernietigen door het aan te raken, de boten die hun anker op het koraal uitgooien en daarmee de boel verwoesten wordt koraal ook gekapt en als souvenier verkocht.
Maar de hierboven al even genoemde toename van de temperatuur op aarde en in de zeeën en de schade die de mens aanricht aan de ozonlaag zijn naar alle waarschijnlijkheid de meest belangrijke oorzaken voor de verwoesting van koraal en alle dieren en planten die er op leven of er van eten. Volgens sommige onderzoekers kan door de uitstoot van CO2 gas het broeikaseffect ervoor zorgen dat de temperatuur op aarde 2 tot 5 graden gestegen zijn tegen het midden van de volgende eeuw, een stijging die fataal kan zijn voor het koraal.
Het vervelende is dat juist koraal ons kan helpen in de strijd tegen het broeikaseffect. Koraalriffen nemen namelijk een grote hoeveelheid CO2 uit de oceanen op om calciumcarbonaat voor hun skelet te maken. Zonder de zoöxanthellen wordt de hoeveelheid koolstof dat koraal om kan zetten echter sterk verminderd, waarbij het haar eigen ondergang dus versneld, en als het koraal weg is, het broeikaseffect alleen maar toe zal nemen.
Jammer genoeg is er weinig dat een persoon of een land voor de koraalriffen kan doen. Alleen een mondiale aanpak van de uitstoot van CO2 kan ervoor zorgen dat het koraal, de algen die erop leven, de vissen die ervan eten en de prachtige eilanden die erdoor omringd en beschermd worden, bespaard blijven.