Selecteer een pagina

Florian Leopold Gassman
L’opera Seria
Op tekst van Reiniri de’ Calzabigi

Deze opera is een parodie op de opera zoals deze ten tijde van L’opera Seria bestond, waarin de tekortkomingen van alle betrokkenen rond een opera (zoals tekstschrijvers, componisten, zangers, zangeressen, theaterdirecteuren, orkestmusici, toneelknechten, decorschilders, dansers, kleermakers, figuranten, souffleurs, kopiisten en de moeders van grote zangeressen) op de hak worden genomen door in de opera hilarische gebeurtenissen te verwerken.
Het begint al bij de namen van de medewerkers van de opera: Fallito, Sospiro, Delirio, Ritornello, Stonatrilla, Smorfiosa, Porporina, Passagallo, Caverna, Befana en Bragherona zijn namen die de meest uitgesproken slechte eigenschap van de (functie van) betreffende persoon ironisch weergeven. Alleen Smorfiosa heb ik onthouden: dat betekent iets als “lelijkerd.”
Tijdens het schrijven, het repeteren en het opvoeren van de opera wordt er constant ruzie gemaakt; bij het schrijven vliegen de tekstschrijver en de theaterdirecteur elkaar in de haren, bij het repeteren maken de zangeressen, die elk de meeste aria’s willen zingen en die elk de mooiste jurk willen dragen, elkaar samen met hun moeders het leven zuur en tijdens het opvoeren van de opera knokken de zangers achter (àchter?) de schermen.
Ik vond de ons voorspelde humor tegenvallen. Er is niet zo hard gelachen dat de muziek niet meer te horen was en de acteurs hoefden maar weinig te wachten op schuddebuikend publiek. Ik heb gelachen om de simpele grappen uit de opera: het vodhondje van een zangeres’ mannelijk ogende moeder en de moeders zelf, de grappigheid van de hoogst zingende “castraat” (dat kleine magere kereltje), de tank over het podium (de betekenis erachter ontging me in de chaos), et cetera.
De muziek was verzorgd door het Combattimento Consort Amsterdam. Deze mensen hebben ook de opera Agrippina muzikaal verzorgd. Ook hier was niets op aan te merken, maar het viel op dat het orkest in de opera seria Agrippina van meer humor blijk had gegeven dan in de opera buffa L’opera seria. (In Agrippina stopte een duidelijk zichtbaar orkestlid geld in haar decolleté nadat een over zijn rijkdom opscheppende zanger ermee had lopen strooien) Het orkest valt dus eigenlijk buiten de boot.
Maar met kop en schouders boven de rest uit, stak natuurlijk de inleiding, verzorgd door niemand minder dan onze eigen meneer Bakker! *kwijl* Net als op school werden we wegwijs gemaakt in vreemde werelden.
Het was eigenlijk leuk om te bemerken waar de grens tussen leraar en inleider lag, maar wees niet bang: de bezoekers zullen zich niet als kinderen behandeld voelen. Dat kunnen degenen die u als zowel leraar als inleider hebben meegemaakt, redelijk goed beoordelen. Slechts één keer tijdens de inleiding had ik het idee dat ik op school zat, maar ik ben vergeten waar. Waarschijnlijk is het alleen de Vanmaerlanders opgevallen.