Selecteer een pagina

Opdracht 1:

Mariecke Grauw (of Grayson, zoals haar vader liever heeft) is een meisje van zeventien jaar. Ze zit in een soort inrichting voor criminele meisjes omdat ze haar Nederlands leraar vermoord heeft. Een reclasseringsambtenaar komt bijna elke dag langs om met haar te praten over de reden dat ze haar leraar heeft vermoord. Ze noemt die mevrouw “Lipstick”, omdat ze altijd vuurrode gestifte lippen heeft. Mariecke heeft het meestal alleen maar over koetjes en kalfjes. Maar de lezers kunnen wel precies meelezen wat er allemaal is afgespeeld en wat er door haar hoofd heen ging.
Mariecke woont in Nederland bij Mevrouw Dendermonde, een soort gastgezin. Haar ouders wonen in Genève. Op de dag waarop het boek begint, moet ze eigenlijk op weg naar Dendermonde zijn. Maar eerst wilde ze nog uit gaan. Deze avond liep echter niet goed af. Ze dumpte een vriendin en kwam plotseling een lerares tegen die niet helemaal haar zelf meer was.
Na die lerares weer naar huis te hebben gebracht, ging ze op weg naar Dendermonde. Daar kreeg ze zin om iemand te bellen, en omdat Daniëlle ’s avonds altijd bereikbaar is koos ze haar. Daniëlle had ze ontmoet in Valtirano, een van de meest saaiste vakantieoorden. Samen met Daniëlle haalden ze veel kattenkwaad uit. Zo was de vakantie toch niet zo saai als ze verwacht had. Aan de telefoon hadden ze een afspraak gemaakt elkaar te zien in een klein stadje, genaamd Villeneuve.
Mariecke heeft daar drie dagen op Daniëlle gewacht, maar ze kwam niet. Mariecke besloot niet naar haar ouders in Genève te gaan maar naar een vriend van haar die woonde in Amsterdam. Met die vriend, genaamd Sammy, ging ze naar de discotheek ”HITIT”. Daar ziet ze plotseling Daniëlle voor zich staan en Mariecke werd heel boos op haar. Daniëlle reageert daar erg koel op en daardoor kalmeert Mariecke. Ze neemt Mariecke mee naar haar huis, een kleine, onverzorgde kamer. Daniëlle bleek te werken in een topless-bar en handelt in drugs. Doordat Mariecke per ongeluk aan een jongen te veel drugs mee geeft die dat ook nog niet had betaald werd Daniëlle ontzettend boos en wil dat Mariecke mensen gaat overvallen om het geld terug te verdienen.
Na een mislukte poging komen ze bij het huis van Marieckes leraar, Freek van Brunschot, terecht. Mariecke moet hem bezig houden terwijl Daniëlle van alles jat. Maar omdat het gezellig is besluiten ze nog wat langer te blijven. Daniëlle ziet een foto op de kast van drie jongens op het strand en stelt voor om naar het strand te gaan. Daar begon de ellende. Van Brunschot en Daniëlle waren stomdronken en wisten niet wat ze deden. Freek begon Daniëlle te betasten waardoor ze helemaal verstijfde. Ze kon geen woord meer uitbrengen en stond machteloos in het water. Mariecke had een paar jaar daarvoor ook al een voorval gehad met een vriendin van haar, maar voor haar was ze niet opgekomen. Door dat schuldgevoel besefte ze nu wel dat ze moest ingrijpen. Ze duwde van Brunschot onder water tot hij uiteindelijk verdronk.

Opdracht 2 a:

Ik vind eigenlijk voor geen van de personages echt bewonderenswaardig, maar voor mevrouw Lipstick dan denk ik nog het meest. Maar dat komt eerder omdat ik de rest van de personages helemaal niks vind. Die zijn namelijk allemaal zo gek als een deur of hebben geen enkel sprankje schaamtegevoel. Er staan ook weinig positieve dingen in het boek. Mevrouw Lipstick wordt wel in een stukje van het boek besproken en ik heb toch ook een beetje sympathiek tegenover haar. De ikpersoon mocht ik al helemaal niet, zij zag Lipstick als een soort van vijand terwijl zij het toch best goed bedoelde. Dus heb ik haar gekozen.
Wat ik van mevrouw Lipstick bewonder, is onder andere haar doorzettingsvermogen. Ze vindt het vreselijk irritant dat Mariecke niet alles wil vertellen over waarom ze haar leraar had vermoord. Toch blijft ze naar haar luisteren, hoe onuitstaanbaar Mariecke zich dan ook gedraagt. Want als er iemand was in dit boek wie ik niet mocht, was het de hoofdpersoon. Ze sluit zich helemaal af tegen de ‘normale’ mensen en doet zo veel mogelijk om Lipstick te bespelen. Op bladzijde 51 merkt Mariecke dat Lipstick erg geïnteresseerd was in Daniëlle. Hierdoor laste ze express een pauze in midden in een zin en staarde voor zich uit alsof ze iets voor haar zag. Hierdoor raakte Lipstick natuurlijk erg nieuwsgierig maar omdat Mariecke bij eerdere sessies was weggelopen moest ze zich inhouden haar aan te sporen. Mariecke vond dat helemaal geweldig. Ik vind het maar gemeen en zou meteen uitvallen tegen haar. Maar Lipstick hield zich in en keek belangstellend naar Mariecke. Ik zou dat nooit kunnen, vandaar dat ik haar enigszins bewonder (Zie bladzijde 69). Zij wordt ook wel kwaad maar houdt zich nog in. Ik zou meteen zijn uitgevallen als iemand me zo zou irriteren. Dat vind ik dus wel knap van haar.
Daarnaast bewonder ik het werk dat ze doet. Ze kan bijzonder goed naar mensen luisteren en dingen interpreteren, wat ik zelf absoluut niet kan. Ik ben eerder een prater dan een luisteraar. Maar Lipstick stelt af en toe eens een vraag waarop Mariecke dan weer verder haar verhaal doet. Hier neemt ze dan aantekeningen van en luistert zo goed mogelijk naar wat ze te vertellen heeft. Daar is eigenlijk geen concrete passage voor aan te wijzen. Ze zit namelijk durend dit verhaal steeds met haar kladblok op schoot te schrijven over wat Mariecke verteld. Zie bladzijdes 7,15 en 26 voor een paar voorbeelden hiervan.
Daarnaast vind ik haar ook een tikje zielig waardoor ik meer credit voor haar krijg. Op bladzijde 88 komt naar voren dat er iets niet helemaal in orde is in haar persoonlijke leven. Haar stem verschiet makkelijk en ze lijkt er niet helemaal bij te zijn. Op bladzijde 94 ziet Mariecke dat zij heeft gehuild. Lipstick was bovendien al een tijdje niet op haar werk geweest en nu ze er wel weer is wilt ze Mariecke opgeven omdat ze zo moedeloos is geworden. Ze is een wrak doordat haar man haar heeft bedrogen. Nu wil ze van iedereen af die dingen voor haar achterhoud of haar dwars liggen. Mariecke heeft beide van deze eigenschappen. Ze vertelt de lezers alles, maar Lipstick moet het zelf uitzoeken (zie bladzijde 43), en Mariecke irriteerde haar express door pauzes te laten vallen tijdens haar verhaal om Lipstick aan het lijntje te houden (zie bladzijde 51). Hierdoor wilt ze Mariecke opgeven, maar omdat Mariecke dat niet wilt doet ze nu ineens wel haar verhaal. Lipstick blijft alsnog, wat ik erg sympathiek van haar vind. Ze vergeeft Mariecke en gaat weer verder met haar werk, toegewijd dat ze wel niet is. Die eigenschap bewonder ik ook aan haar.

Opdracht 2 b:

Waar ik mezelf vreselijk aan irriteerde was de persoon Mariecke. Ik kan haar echt niet begrijpen. Zij is zo veel verschillend van mij. Zo zit ze in een inrichting wegens een moord die ze heeft gepleegd. Op een dag gingen zij met de hele groep een middagje teamsport doen. Ze werden opgedeeld in twee teams en moesten dan zo snel mogelijk een parcours afleggen. Dat verhaal wordt beschreven vanaf bladzijde 28. Ze beschrijft deze gebeurtenis heel negatief voor de lezers, dat het eerder een marteling was dan een activiteit. Zinnen zoals “Als iedereen bekaf is, moet je als een gek naar de rubberen banden rennen en die met je team rond het meertje rollen” en “Uiteindelijk wacht bij het eindpunt als beloning een springplank naar de hel” sprongen er voor mij uit. Mij lijkt het juist best grappig om aan zo’n activiteit mee te doen. Maar zij had er zo’n erge hekel aan dat ze zich express liet vallen. Hierdoor liep ze een blessure op aan haar enkel en hoeft ze voorlopig niet meer mee te doen aan sport. Heeft ze toch nog haar zin gekregen. Ik vind dat echt onuitstaanbaar. Ze moet zich juist open zetten voor andere dingen en toch proberen lol te maken, je leeft maar één keer. Dus waarom meteen zo negatieve opstelling innemen? Ze moet wat positiever tegen deze dingen aankijken. Ik weet zeker dat ze het dan wel vast leuk zou hebben gevonden.
Daarnaast snap ik niet dat Mariecke de lift van Daniëlle had aangenomen. Daniëlle had voorgesteld om haar vanuit Villeneuve een lift te geven naar het zuiden, in de buurt van waar haar vader, de Specialist, op haar stond te wachten. Eigenlijk had ze al een treinkaartje van haar ouders gekregen maar in plaatst daarvan lifte ze naar Villeneuve en wachtte ze daar drie dagen lang op Daniëlle. Natuurlijk kwam zij niet opdagen, zij is gewoon niet een betrouwbaar persoon. Vanaf bladzijde 78 wordt het verblijf in Villeneuve beschreven. Ze had geen idee wat ze daar te zoeken had, het was pure tijdsverspilling. Daarnaast werden haar ouders vreselijk ongerust en wisten niet meer waar ze het zoeken moesten. Ik vind het vreselijk onverantwoordelijk en zelfzuchtig van haar. Ze heeft er geen moment over nagedacht wat zij hiermee zou aanrichten, Ze zocht alleen de spanning op en wilde natuurlijk geen figuur slaan tegenover haar idool, Daniëlle. Ik zou daar nooit iets van aan hebben getrokken, in ieder geval niet in dit geval, en zou gewoon de trein hebben genomen.
Op bladzijde 138 laat Mariecke zich opnieuw verleiden door Daniëlle. Ze haalde haar over om met een neppistool een man te bedreigen en zo geld te ontnemen. Ze moest dit doen omdat een man een pakketje drugs had afgepakt toen Daniëlle even weg was en Mariecke over was gebleven. Hij haalde heel de kamer overhoop en begon te schreeuwen dat hij al lang had betaald en nu het pakje nodig had. Mariecke raakte in paniek en begon te zoeken, tot hij het uit eindelik had gevonden en weer rustig het pand verliet. Het bleek achteraf dat hij helemaal nog niet had betaald, Daniëlle was behoorlijk kwaad toen ze over dit incident hoorde. Mariecke moet nu mensen bestelen om het geld terug te verdienen… In ieder geval, als ze dat durft. Ik zou dat niet hebben gedaan, omdat het haar zaken zijn en niet mijn verantwoordelijkheid. Toch laat Mariecke zich weer verleiden door het kwaad en gaat op pad om geld te stelen.

Op wie ik ook kritiek heb, is Daniëlle. Op bladzijde 61 gaat zij met een of andere gast die ze amper kent, Santino, ’s avonds door de bergen rijden terwijl Mariecke hun rond moest rijden. Mariecke scheurde door de bochten terwijl er op de achterbank het een en ander gebeurde. Uiteindelijk mondde dit uit op seks, terwijl Mariecke vrolijk mee kon kijken. Ik snap echt niet wat Daniëlle daar zo leuk aan vond. Zij kickte daar wel op en werd er geil van, maar ik vind het eerder nogal ranzig. Toen Santino weer weg was en zij en Mariecke weer terugliepen naar het hotel zei ze: “Heb je het gezien?” en “als je wilt mag je ook een keer met hem”. Dat vind ik echt het toppunt. Oké, ze heeft seks met een jongen die ze amper kent. Maar om hem dan ook nog eens te gaan delen met je vriendin vind ik pas echt te ver gaan. En alsof het allemaal nog niet genoeg was lag ze de volgende avond al weer met een andere oude man in bed. Als ik Mariecke was had ik me vanaf dat moment al afgevraagd of ik met zo iemand bevriend kon raken.
Daarnaast heb ik ook kritiek op de manier waarop de Mariecke op haar liet wachten in Villeneuve. Daniëlle had gezegd dat ze zou staan bij het benzinestation met het blauwe dak, maar ze was daar helemaal niet meer geweest. Mariecke ziet Daniëlle echter wel als een goede vriendin/rolmodel, en dat flikt ze haar zoiets. Het was geen wonder dat Daniëlle even flink boos werd toen ze een paar dagen later terug in Nederland was en ineens Daniëlle in een club zag staan dansen. Over hun ontmoeting wordt verteld op bladzijde 115. Daniëlle had op zijn minst eventjes kunnen bellen dat ze niet kwam. Of anders gewoon niet afspreken of erbij vertellen dat ze misschien toch niet gaat. Maar om haar zo te laten zitten vind ik ronduit onbeschoft.
Wat ik tot slotte ook niet begreep van Daniëlle, was dat ze zich op bladzijde 156 niet verzette tegen de aanranding door Van Brunschots. Zij zat hem namelijk al heel de avond te verleiden, en toen hij eindelijk in zee toesloeg en haar begon te betasten, deed ze niks. Ze bevroor als het ware, verstijfde, kon geen woord meer uitbrengen. Ik zou juist denken dat zij als laatste persoon van de wereld zich niet zou verzetten tegen aanranding. Toch deed ze niets, en stond machteloos in het water, hulpeloos. Haar verleden spreekt haar echter tegen, want zoals ik hiervoor al zei heeft ze nogal veel en onbekende mannen gehad. Dus waarom zou juist zij zo moeilijk doen over die aanrakingen? Ze had echt wel de kracht om hem van zich af te duwen, maar toch deed ze dat niet. Ik vond dat maar apart en snapte het niet. Ik weet van mezelf dat als iemand zoiets bij mij zou doen ik hem uit reflex zo weg zou duwen en hem misschien nog wel een klap zou verkopen ook. Daniëlle had dit eigenlijk ook gewoon moeten doen.

Opdracht 3:

Schrijver Boelsums, Mirjam
Titel Slangen aaien: roman

Jaar van uitgave: 998
Bron: Het Parool
Publicatiedatum: 27-02-1998
Recensent: Danielle Serdijn
Recensietitel: Pipi Langkous pleegt moord

Uit een onderzoek dat een paar jaar geleden aan de Tilburgse universiteit werd uitgevoerd, bleek dat critici bij de beoordeling van literatuur een sterke neiging hebben om veel gewicht te geven aan buitentekstuele zaken zoals geslacht, leeftijd en nevenactiviteiten van een auteur. Nog voor er één letter gelezen is, bestaat er al een indruk. Op grond van deze regel wekte de sociologe Mirjam Boelsums (1955) de verwachting te zullen debuteren met een degelijke roman. Een roman die misschien een beetje zou lijken op de boeken van generatie- en fondsgenoten, zoals Carla Boogaards of Basha Faber. De statige foto op de achterflap van Boelsums bevestigde die indruk nog eens. Op voorhand moest Slangen aaien welhaast een orthodoxe vrouwenroman zijn over familievetes, geboortes, sterfgevallen, liefdes en menstruaties. De eerste bladzijde van Slangen aaien bevat weinig uitgesproken regels, alsof de schrijfster de ware aard van haar personages niet direct wil prijsgeven. In alle rust wordt er verteld over een luchtballon die overvliegt en over koeien in het weiland. Maar ergens halverwege de tweede bladzijde ontpopt de aanvankelijk zo rustige verteller zich tot een ratelaar en weten we een ding zeker: dit is geen degelijk damesproza. “Het enige wat ik niet mee heb, is mijn leeftijd; ik ben namelijk nog pas zeventien. Maar op zich hoeft dat geen bezwaar te zijn. Dingen lopen niet uit de hand omdat je zeventien bent.” Aan het woord is een meisje met een grote waffel, precies zo’n meisje als je tegenkwam in Vermoorde onschuld van Karin Overmars of in Baby Storm van Wanda Reisel. Zij zijn de comédiennes onder de literaire figuren. Ze ratelen in plaats van spreken, ze zijn volmaakt eigenwijs, waardoor ze in onmogelijke situaties raken. Hun ouders spelen een marginale rol; die zijn gescheiden of op zakenreis, of helemaal uit beeld verdwenen. Deze meisjes zijn moderne Pipi Langkousen. Zouden we de familiebanden nog wat scherper tekenen, dan zijn ze de vrouwelijke tegenhangers van personages uit boeken van Arnon Grunberg of Ronald Giphart. Net iets minder vilein, niet iets minder berekend, maar hun effect op het publiek is hetzelfde: ondanks hun egoïstische, niet zelden neurotische natuur palmen ze je in. Het zijn schelmen, kwajongens, maar met een goede inborst. Zo heeft het meisje Mariecke uit Slangen aaien een moord op haar geweten. Vanuit een gesloten inrichting te Hessum vertelt zij haar verhaal. Niet aan de vrouw van de reclassering, die ongeveer een zenuwtoeval nabij is omdat dit klantje weigert een zinvolle verklaring te geven voor de moord, maar aan iemand buiten dit boek, de lezer. Die lezer wordt in vertrouwen genomen en komt te weten dat er voor die moord geen enkele rationele verklaring bestaat. “Het gebeurde gewoon.” vertelt Mariecke. Goed, er zijn verzachtende omstandigheden, zoals in het ambtelijk protocol wordt opgenomen. Mariecke adoreerde bijvoorbeeld het meisje met wie ze de moord pleegde. En Marieckes ouders zijn niet de meest inlevende opvoeders; vader jaagt een prijs voor de beste specialist na, moeder is overspannen, drinkt en geraakt vervolgens in new-age sferen. Maar alles bij elkaar geeft dat geen definitief antwoord op het waarom van die moord. Dat is natuurlijk ook de boodschap van deze geschiedenis; er gebeurt van alles, maar zonder reden. Wie dat niet genoeg vindt, zal het moeten doen met wat men stijl noemt: ‘Sinds ik hier zit, belt niemand me meer. het lijkt wel of ik een Turk geworden ben of zoiets.’ Dit is geen belediging, maar een stijlvorm. Hetzelfde geldt voor de vele herhalingen. Daar draait het niet om een gebrek aan synoniemen, maar om stijl: ‘…ik kreeg honger en als ik honger krijg, gaat het mis. Honger vind ik onuitstaanbaar…’ Grunberg is er beroemd mee geworden. Dat is opvallend: een schrijfster die de veertig ruimschoots gepasseerd is zoekt aansluiting bij een jongere generatie. De vraag rijst of de ongekunstelde ratelstijl van iemand als Grunberg nu ook school heet gemaakt onder oudere debutanten. Of werd Mirjam Boelsums, die lesgeeft op schrijversvakschool ’t Colofon, moe van de verzoeken van haar studenten om net zo te leren schrijven als jonge succesauteurs? Is Slangen aaien het boek waarin de juf het nog een keer uitlegt? Hoe dan ook, wat deze roman aankleeft, is dat de stijl – hoe consequent ook uitgevoerd – iets onoprechts heeft. De schrijfster toont dat zij een trucje beheerst; als een buikspreker imiteert ze de stem van haar jongere collega’s. Mirjam Boelsums doet heel goed haar best om die stem authentiek te laten klinken, maar op geen enkele bladzijde kun je je aan de indruk onttrekken dat dit het geforceerde geluid is van een imitator.

Bron:
http://66.102.9.104

—————————————————————————-

Verwerking recensie:

• De eerste bladzijde van Slangen aaien bevat weinig uitgesproken regels, alsof de schrijfster de ware aard van haar personages niet direct wil prijsgeven.

Hier ben ik het helemaal mee eens. De eerste paar bladzijdes gingen alleen maar over koetjes in een weiland en een luchtballon die ze alleen maar kon zien en niet kon horen omdat ze niet naar buiten mocht gaan. De recensent vond dat dit waarde toebracht aan het boek, maar ik ben echter van mening dat dit helemaal niks toevoegt. Ik vond het een saaie en nutteloze passage. “alsof de schrijfster de ware aard van haar personages niet direct wil prijsgeven” vind ik al helemaal nergens op slaan, omdat er na twee pagina’s al wel uitgebreid de personages worden besproken. Dan kon ze net zo goed die eerste twee pagina’s weglaten, want dat lees je toch zo door binnen een minuut. Dat brengt niet echt spanning met zich mee, en bovendien maakte me absoluut niet nieuwsgierig naar de personages.

• Ze ratelen in plaats van spreken, ze zijn volmaakt eigenwijs, waardoor ze in onmogelijke situaties raken.

Met deze uitspraak ben ik het echter wel eens. Mariecke praat namelijk aan een stuk door over haar ouders, vrienden, kennissen en gebeurtenissen uit het verleden, wat er soms niet eens toe doet. Ze zegt dan ook: meestal vertel ik maar gewoon wat, omdat ik dat leuk vind. Ze ratelt inderdaad nogal veel, terwijl ze het alleen zegt tegen de lezers en niet tegen mevrouw Lipstick. Ook is ze erg eigenwijs. Zo wist ze dat haar ouders haar graag bij een zeer bijzondere gebeurenis wilden zien, maar toch was ze zo eigenwijs om mee te liften vanuit Frankrijk met Daniëlle. Uiteindelijk was Daniëlle weer zo koppig om niet op te komen dagen, zonder zelfs maar af te bellen. Hiermee beginnen eigenlijk de grote problemen: ze moet weer terug naar Nederland zien te komen, terwijl haar ouders vreselijk boos op haar zullen zijn omdat ze niet bij de belangrijke gebeurtenis was. Mij zou bijvoorbeeld zoiets nooit kunnen overkomen omdat ik niet zo eigenwijs ben en beter nadenk over mijn beslissingen. Mariecke wist namelijk al dat Daniëlle niet te vertrouwen was, maar toch neemt ze het besluit alles op het spel te zetten en de lift te accepteren. Hierdoor raakt ze dus in onmogelijke situaties.

• Deze meisjes zijn moderne Pipi Langkousen.

Dit citaat is naar mijn mening de meest uitsprekende van de hele recensie. Al snap ik zelf niet helemaal goed wat er hiermee bedoeld wordt. Waarschijnlijk dat de meiden in dit boek vreselijk eigenwijs zijn, en daar ben ik het helemaal mee eens. Ze doen alles naar hun eigen zinnen en houden geen rekening met anderen. Ze bekijken alles vaak via hun eigen perspectief, Mariecke verandert hier echter in durend het verhaal. Vroeger was ze namelijk niet opgekomen voor een vriendin van haar (die nu overleden is), maar toen Daniëlle werd aangerand door Marieckes leraar kwam ze wel voor haar op. Ze herinnerde zich namelijk wat er vroeger was gebeurt en voelde de spijt. Ze verandert bij wijze van spreke van een Pipi Langkous naar een liefelijker persoon. Maar Daniëlle blijft toch een eigenwijze meid.
• Mariecke adoreerde bijvoorbeeld het meisje met wie ze de moord pleegde.

Hier ben ik het ook al helemaal mee eens. Mariecke ziet haar namelijk als haar grote voorbeeld en wilt niet voor schut staan tegenover haar, of haar laten denken dat ze dingen niet durft. De titel van het boek heeft daar ook mee te maken. Slangen Aaien, dat houdt in om het gevaar op te zoeken en risico’s te nemen. In het begin van het verhaal daagt Daniëlle haar uit maar durft ze er niet op in te gaan, maar op het einde van het boek durft ze wel op commando van Daniëlle een man te bedreigen met een namaakpistool en uiteindelijk laat ze zich zelfs verleiden om de belager van Daniëlle de verdrinkingsdood te geven. Daniëlle is al die tijd haar grote voorbeeld geweest, en nu is ze bijna net zoals zij is. Zij heeft haar namelijk meegesleurd in haar leven en Mariecke dingen laten doen die ze anders niet eens in haar hoofd zou halen.

• Mirjam Boelsums doet heel goed haar best om die stem authentiek te laten klinken, maar op geen enkele bladzijde kun je je aan de indruk onttrekken dat dit het geforceerde geluid is van een imitator.

Hier ben ik het echter niet mee eens. Ik vind de schrijfstijl echt niks. Het komt op mij erg nep en gemaakt over. Ik weet niet goed waardoor dat komt, maar ik denk door de te simpele zinnen die ze schrijft. In de meeste romans staan ingewikkeldere zinnen maar hierbij is het taalgebruik te eenvoudig gelaten waardoor het eerder overkomt als een kinderboek maar dan met een iets heftiger thema. Hierdoor neem ik het verhaal niet echt serieus en komt het over als een nep roman.