Selecteer een pagina

[b]Muziekleer: [/b]
De Griekse muziekleer is gebaseerd op tetrarchorden. Één octaaf bestaat uit twee delen van vier maten. Iets anders dat afwijkt van onze muziekleer is dat bij de Grieken de toonreeks van boven naar onder liep, in plaats van onder naar boven bij ons nu.

Vroeger hadden de Grieken nog geen absolute toonhoogte, deze verschilde nog al eens. Dus als het over noten en toonhoogte gaan moeten die relatief op worden gevat.
Er zijn drie verschillende octaafreeksen (twee tetrachorden): (op volgorde van voornaamheid)
1. De Dorische octaafreeks (grote secunde + grote secunde + kleine secunde  e d c b – a g f e
2. De Frygische octaafreeks (grote secunde + kleine secunde + grote secunde  d c b a – g f e d)
3. De Lydische octaafreeks (kleine secunde + grote secunde + grote secunde  c b a g – f e d c)

Het systeem ziet er dan ongeveer zo uit, deze is van de belangrijkste, de Dorisch reeks:

a’ tetrachord Hyperbalaion
g’ (der hoogste tonen)
f’
e’
d’ tetrachord Diezeugmenon
c’ (der gescheiden tonen)
b’ b
tetrachord Synemmenon
a (der verbonden tonen)
g tetrachord Meson
f (der middentonen)
e d
c tetrachord Hypaton
B (der laagste tonen)
A Prolesbanomenos

De laatste toon, de prolesbanomenos is aan de reeks toegevoegd, zodat de twee octaven vol zouden zijn.

Door boven en onder deze octaafreeksen een tetrachord toe te voegen ontstonden er nog zes bij. Uit de Dorische ontstonden het Hyperdorische en het Hypodorische. Uit de Frygische onstonden het Hyperfrygische en het Hypofrygische. Uit de Lydische ontstonden de Hyperlydische en de Hypolydische.
Dorisch

b’ a’ g’ f’ e’ d’ c’ b a g f e d c B A

Hyperdorisch Hypodorisch
( = aeolisch) (= mixolydisch)
Frygisch

a’ g’ f’ e’ d’ c’ b’ a g f e d c B A G

Hyperfrygisch Hypofrygisch
( = Ionisch)

Lydisch

g’ f’ e’ d’ c’ b’ a’ g f e d c B A G F

Hyperlydisch Hypolydisch

Notatie en Metriek
Het volgende waar de Griekse leer in verschilt met die van ons is de notatie. Ten eerste hadden ze aparte notaties voor de instrumentale muziek en de vocale muziek. Deze twee notaties werden boven elkaar geschreven.
Zij hadden geen noten zoals wij die kennen, maar ze gebruikten gewoon het Griekse alfabet om de noten duidelijk te maken.
Daarnaast kende zij ook een andere metriek, maar onze metriek kan daar goed van afgeleid zijn, eigenlijk verschillen ze niet gigantisch veel van elkaar. Om dat ongeveer duidelijk te maken staan de noten zoals wij ze waarschijnlijk zouden schrijven ernaast.
De Grieken maakten gebruik van de verhouding kort- lang. Hierbij was één lange noot gelijk aan twee korte.
Iambos: kort- lang ~ —
Trochaios: lang- kort — ~
Daktulos lang- kort- kort — ~ ~
Anapaistos: kort- kort- lang ~ ~ —
Spondeios: lang- lang — —

Men heeft lang geleden ontdekt dat een verkorting van één snaar andere tonen laat horen. Een man die het andersom heeft gedaan is Pythagoras, hij is gaan zoeken waar bepaalde intervallen zaten op die ene snaar op het monochord, hoe hij die ten gehore kon brengen. Na (lang) zoeken en luisteren, maar vooral ook veel rekenen heeft hij dit opgesteld:
 Op ½ van de snaar vindt men het octaaf.
 Op 2/3 vindt men de kwint.
 Op ¾ vindt men de kwart.
 Op 64/81 of 4/5 vindt men de grote terts.
 Op 27/32 of 5/6 vindt men de kleine terts.
 Op 8/9 vindt men de grote secunde.
 Op 243/256 vindt men de kleine secunde.

Bewaarde muziek:
Aangezien de Grieken de muziek grote kracht toekenden zullen er veel muziekstukken hebben bestaan. Het was een deel van de opvoeding om een kind muziek te leren. Dan moeten er wel muziekstukken hebben bestaan om hen te leren. Van die, misschien wel duizenden muziekstukken zijn er (veel te) weinig over gebleven. Waar de rest is gebleven is onbekend, waarschijnlijk zijn ze gewoon verloren gegaan in de loop der tijd.
De liederen, muziekstukken die nog zouden moeten bestaan zijn:
1. drie hymnen – Mesomedes
2. Pyntische ode – Pindaros
3. kithara – F. Bellerman
4. 2 hymnen voor Apollo – ?
5. Looflied (Paian) – Berliner Papyrus
6. Lied op zelfmoord Ajax – Berliner Papyrus
7. Liedje van Seikilos – Seikilos
8. fragment van 1e Stasimon uit Orestes – Euripides

Eén hiervan heb ik gevonden en deze staat hieronder, het Seikiloslied

Waarschijnlijk is dit stukje wel iets veranderd, sowieso is het veranderd omdat wij het als absolute noten hebben gezien, terwijl het geschreven is met relatieve noten. Daarnaast is het ook aangepast omdat het voor ons te lezen moet zijn, dus is het in voor ons normale noten geschreven.

Redenen en Toepassingen:
Muziek kon de ergste ziektes genezen, volgens Aristoteles was een van de instrumenten, de aulos, een uitstekend middel om krankzinnigheid te verdrijven.
Maar dat was niet het enige, Plato schreef namelijk in Boek 4 van De Staat1: ‘het invoeren van een nieuwe soort muziek moet worden vermeden, omdat het de hele Staat in gevaar brengt; aangezien muziekstijlen nooit veranderd kunnen worden zonder de belangrijkste politieke instellingen te beïnvloeden’. Hieruit blijkt dat muziek ook invloed had op de politiek. Eigenlijk had alles met muziek te maken, politiek, opvoeding, welzijn, religie en amusement.
De wil van de mens kon zelfs beïnvloed worden door muziek, de stand van de gemoedsrust heeft volgens de ethostheorie te maken met de melodie. Hierdoor heeft muziek een pedagogische mogelijkheden en een morele kracht.
Vrijwel alle grote Griekse filosofen lijken van mening te zijn dat muziek een enorme kracht heeft.
Wij geven de muziek vooral het naamplaatje: amusement. Toch kennen ook wij nog steeds die helende kracht van de muziek. Muziek kan bij ons geen krankzinnigheid verdrijven, maar het kan een persoon wel totaal tot rust laten komen. Muziek kan een emotie versterken en muziek maken is een goede manier om je woede mee te uiten. Eigenlijk kunnen alle emoties worden geuit in muziek. Daarnaast kan het een goed middel tegen stress zijn.

Opvoeding
Over muziek in de opvoeding en in de religie wil ik nog even op doorgaan. Beginnend met de opvoeding.
Een jongeman ging op zijn zevende naar school, daar leerde hij lezen, schrijven, rekenen en ook lichamelijke opvoeding was een belangrijk onderdeel van zijn opvoeding. Maar wat eigenlijk nog het vreemdst voor ons is, is dat muziek ook een grote rol speelde. Volgens Aristoteles was het naast sport een van de meest belangrijke vakken, belangrijker nog dan rekenkunde!
De leerlingen hoefden niet naar een speciale muziekschool, het bespelen van een instrument leerde ieder kind op de gewone school. Onder ‘muziekles’ op school behoorde ook dans, het voordragen van gedichten en zang (deze werden veelal ook begeleid met muziek).

Religie
Andere momenten waarop muziek een belangrijke rol speelde was tijdens de feesten, de religieuze feesten. De offers, de optochten en de feestdagen allen ter ere van een god(in) werden heel serieus genomen. Tijdens deze religieuze gebeurtenissen werd veel muziek gemaakt, er werd veel gedanst en veel gelachen, er werd feestgevierd omdat de god/ godin bij hen was en hen hielp. Ze moesten de goden aan hun kant houden, ze moesten hen te vriend houden, daarom werden veel feesten ter ere van hen georganiseerd. Het grootste feest was voor de grootste god: Zeus, voor hem werd één maal in de vier jaar een groots festival georganiseerd in Olympia, namelijk de Olympische Spelen. Maar ook voor Apollo, Poseidon kenden de Grieken spelen in andere steden.
Er werd niet alleen muziek gemaakt ter ere van een god(in). Ook de goden zelf kenden muziek in hun verhalen.
In de oude mythen en sagen van de Grieken komen ook een stel verhalen voor waarin muziek een grote rol speelt. Amphioon ‘bouwde’ door zó mooi op zijn lyra (die door Hermes geschonken was) te spelen een hele burcht, de stenen stapelden uit zichzelf op.

Orpheus had al macht over de bomen, de dieren en de rotsen met zijn kunsten, maar ging nog een stap verder en probeerde met zijn muziekkunst zijn overleden vrouw terug te krijgen, het was hem bijna gelukt, maar op het laatst kijkt hij om, aangezien hij zijn vrouw niet hoort lopen achter hem. De afspraak was echter dat Orpheus niet om zou kijken totdat hij en zijn vrouw, die achter hem zou lopen, uit de onderwereld weg waren.

Ook Pan heeft, alhoewel het een minder prettig verhaal is iets met muziek te maken. Pan is de god van de herders en was verliefd op een nimf. Deze wilde echter alleen maar van hem wegrennen en hij veranderde haar in riet, in zijn woede of wanhopigheid sneed hij haar in stukken en maakte van haar een panfluit.

Instrumenten:
Om de magie van de muziek te kunnen voortbrengen, zijn muziekinstrumenten nodig. De Grieken kende er meerdere, maar het waren meer variaties op twee thema’s. De eerste is een blaasinstrument, de aulos. Dit was een fluit, het geluid is vergelijkbaar met dat van een hobo. De aulos is gemaakt van riet, de hobo van hout, dat zal er mee te maken hebben dat het geluid te vergelijken is.
Variaties op dit thema is de di-aulos, de dubbele fluit. Deze bestond uit twee rieten buizen naast elkaar. Vaak werd bij de (di-) aulosspeler een band om zijn hoofd gedaan, hierdoor was de druk op de lippen en de wangen wat kleiner en was de mond luchtdicht afgesloten. Die band maakte het makkelijker en fijner om te spelen.

Het tweede instrument is de kithara. Dit instrument kon heel zwaar worden, de klankkast was namelijk gemaakt van het schild van een schildpad. Over het schild werden snaren gespannen, als het een grote schildpad was geweest, dan was het een zwaar instrument. De kithara heeft een klank die tussen een gitaar en een lier in zit.

Een variatie op dit thema is de lyra, de lier die heel bekend is, ook bij ander culturen. Dit was een goede vervanging van de kithara, als deze te zwaar was. Het waren ook goede instrumenten om tijdens de lessen te gebruiken.
Daarnaast is er ook nog de citer. Deze lijkt op de lyra, maar is van hout gemaakt. Het heeft wel een soort klankkast, maar dan een houten. Deze was veel lichter en kon dus lopend bespeeld worden.
De lyra werd vooral zittend bespeeld, de citer staand.

Motivatie enzo:
Eigenlijk is het niet moeilijk om een motivatie voor dit werkstuk te schrijven. Het was namelijk een opdracht die we moesten uitvoeren. Maar het onderwerp stond niet vast, het eerste deel van de opdracht was dan ook een onderwerp bedenken.
Mijn eerste idee was de bouwkunst, de invloeden van de Griekse en Romeinse Oudheid op gebouwen. Welke invloeden zijn er overgevlogen en waarom zijn die in dat speciale gebouw gebruikt. Aangezien ik ook erg van Amerika houd, had ik het ingekort tot de Griekse invloeden op de bouwkunst van Washington. In Washington staan namelijk allerlei gebouwen die héél veel aspecten van de Oudheid bevatten. Om een paar voorbeelden te noemen: het Witte Huis, Jefferson Memorial, Lincoln Memorial, de rechtbank. Genoeg gebouwen, daar is geen twijfel over mogelijk.
Maar zoals te lezen is, heb ik niet voor dit onderwerp gekozen. In plaats van ‘de invloeden van de Oudheid op de bouwkunst in Washington en de reden ervan’ is het de Griekse muziek geworden.
Ik had de hele week erover na zitten denken en vond Washington een leuk en interessant onderwerp voor mijn werkstuk/ presentatie/ creatieve actie (dat moest ik nog bedenken, wat ik ermee ging doen). Maar ik geloof dat ik die week een proefwerk Grieks had over een hoofdstuk waar de muziek aan de orde kwam. Er stond aan het einde van een stuk tekst: “Muziek was heel belangrijk in Athene.”
Op zich zou ik dan denken: fijn voor de Atheners… Maar aangezien ik nog steeds met de opdracht van KCV in mijn hoofd zat, zag ik het als een soort uitdaging. Zou ik uit kunnen vinden waarom het zo belangrijk was voor de Atheners en de rest van de Grieken?
Daarnaast was ik die tijd bezig om de theorie voor mijn muziekexamen in mijn hoofd te stampen. Dus ik was al volop bezig met muziek en diens theorie. Ik vind muziek zelf ook heel belangrijk, ik denk dat het toch wel een vrij grote rol speelt in mijn leven. In muziek kun je jezelf uitten, je kunt er emoties in kwijt, stress, woede. Je kunt je verstand even op nul zetten als je muziek luistert. Als je muziek maakt ben je even ergens anders mee bezig, ik kan helemaal in een muziekstuk opgaan, dan ben ik zó hard aan het proberen om het goed te doen. Muziek maken is allerlei dingen tegelijk doen, die kun je niet allemaal doen als je ook nog aan iets anders denkt. Geen plaats voor!
Maar goed, toen kwam de ochtend dat ik mijn onderwerp door moest geven, de hele tijd dat mensen voor mij onderwerpen aan het doorgeven waren heb ik nog zitten denken, twijfelen en voor- en nadelen rijtjes zitten maken. Toen ik uiteindelijk aan de beurt was heb ik toch gezegd dat mijn ‘iets’ over de Griekse muziek zou gaan. Om heel eerlijk te zeggen weet ik niet precies meer waarom, misschien omdat ik dacht dat het me méér zou interesseren dan de bouwkunst in Washington, misschien om een totaal andere reden, maar dat is niet meer te achterhalen.
Toen ik eenmaal aan de slag ging, bleek het vrij ingewikkeld te zijn. Veel ingewikkelder dan ik had gedacht. Grieken zagen blijkbaar iets wiskundigs in muziek, iets waar ik nog nooit bij had stilgestaan dat het zou kunnen. Eigenlijk vind ik het ook wel raar, om een kunst, iets dat moet ontspannen te gaan onderzoeken op een geheel wetenschappelijke manier. Maar die Grieken deden wel meer rare dingen vanuit mijn oogpunt gezien, dus op zich kijk ik hier ook niet héél raar van op!
Mijn eerste idee was om een presentatie te houden, maar naar verloop van tijd kwam ik erachter dat het niet gemakkelijk zou worden. Als ik namelijk de muziekleer wil uit gaan leggen, vrees ik dat ik eerst de muziektheorie van nu moet gaan vertellen voordat ik aan die van de Grieken kan beginnen. Als iemand namelijk geen noten kan lezen, helemaal niets over muziek weet qua theorie, dan is dit totale abracadabra! Om nou een presentatie te gaan houden waar misschien 2 of 3 ijs uit kunnen maken is ook niet zo’n succes. Uiteindelijk is het dus een werkstuk geworden.
Ookal waren er moeilijk stukken waar ik, geloof ik, toch best goed ben uitgekomen, was het interessant. Zoals ik al eerder heb gezegd ben ik geïnteresseerd in muziek en dit werkstuk heeft me laten zien dat muziekgeschiedenis heel interessant kan zijn.
Ook al waren die Grieken een raar volk en hadden ze rare gewoonten, toch zouden we ze zéér dankbaar moeten zijn! Zonder hen en hun onderzoeken zouden wij niet kunnen leven zoals we nu doen. (een pluspunt zou wel zijn dat we de stelling van Pythagoras etc. Niet zouden hoeven leren!)
Mijn uiteindelijke conclusie luidt:
Muziekgeschiedenis kan heel leuk en interessant zijn, maar enige voorkennis is zeker vereist!

Inspiratiebron:
Nu nog steeds is het te zien, de Griekse Oudheid is en blijft een inspiratiebron. Niet alleen in de beeldhouwkunst, de architectuur, de schilderkunst en literatuur. Orfeo Shows/ Operation Orfeo, het balletstuk dat we dit jaar hebben gezien, is een van de vele voorbeelden van de Oudheid als inspiratiebron voor componisten en choreografen. Vele stukken zijn al heel vaak herschreven voor de muziek of voor de dans. Niet alleen de instrumentale muziek, maar ook vocale muziek. Een voorbeeld van de vocale muziek is de opera, voor de instrumentale zijn vele voorbeelden te noemen, alleen al van Wolfgang Amadeus Mozart, maar om het bij één te houden, zijn eerste: Apollo et Hyacinthus.
Helden en heldinnen uit de Griekse en Romeinse mythen waren gewilde personages om te laten spelen op allerlei feestelijkheden in de zeventiende en achttiende eeuw. De vorsten, voor wie de stukken werden opgevoerd, konden zich herkennen, althans ze herkenden zichzelf in de helden.
Opera was/ is een geliefde manier om mythen en hun helden om te zetten in muziek en zang. Er zijn allerlei opera’s geschreven over verschillende personages. Eigenlijk alle mythen bevatten een moraal, daarom waren ze zo geliefd een aantal eeuwen geleden. Het was dan niet alleen amusement, maar tegelijkertijd werd het publiek iets geleerd.
Ook nu nog steeds wordt er muziek geschreven voor opvoeringen over de Griekse oudheid. Kijk maar (weer) naar Orfeo Shows/ Operation Orfeo, de choreograaf heeft nieuwe muziek laten schrijven om zijn choreografie op te laten uitvoeren. Misschien heeft dit minder met de mythe zelf nog te maken, maar toch moet het de dans, die de mythe uitbeeldt, versterken. Dus dan heeft de muziek zeker wel een grote rol in de uitgevoerde mythe.
Maar de Griekse verhalen worden ook vertaald naar ‘modernere’ stukken, laatst zijn we naar ‘De kikkers van Aristofanes’ geweest. Daar kwam ook muziek in voor, er werden liedjes gezongen die te maken hadden met het toneelstuk. Ook daar in Theater het Klein werden liederen gezongen die als inspiratiebron de Griekse Oudheid hadden. Uiteraard was er ook een heel toneelstuk dat gebaseerd was op de Oudheid, dus uiteindelijk was er die avond heel wat dat als inspiratiebron de Oudheid kende.
Niet alleen de mythen worden gebruikt in de muziek, de helden en de heldinnen van de Oudheid worden ook graag beschreven en nagespeeld in muziek en andere kunsten. De motieven uit de mythen, de legendarische figuren en de literaire teksten uit de Oudheid vormen allemaal bronnen van inspiratie voor kunstenaars.

Gebruikte boeken:

Titel – Auteur – Uitgeverij
Muziek door de eeuwen – W.C.M. Kloppenburg – N.V. De Arbeiderspers
Muziek geschiedenis in voorbeelden – Otto Hamburg – Aula
Beknopt overzicht van de Muziekgeschiedenis – Ignace Bossuyt – Acco
Muziekinstrumenten -? – Lannoo
Inleiding tot de muziekgeschiedenis – Casper Höweler – H.J. Paris
Muziekgeschiedenis – Prof. Dr. K. Ph. Bernet Kempers – A.J.G. Strengholt N.V.
De Oude Grieken – Loverance en Wood – De Lantaarn
Griekenland – Anne Pearson – Van Holkema & Warendorf
De oudheid in klank – G.J.M. Bartelink – Aristos Rotterdam