Selecteer een pagina

Samenvatting

Deel I
Hanna Piccard is journaliste van een Nederlandse krant. Ze krijgt een contract aangeboden in Italië en die kans grijpt ze. Vanuit Italië gaat ze voor de Nederlandse krant corresponderen.
In Italië ontmoet ze door een auto-ongeluk op straat, Joe Kurhajec. Hij is Vietnam veteraan, maar kwam plotseling op het idee om beeldhouwer te worden. Via hem ontmoet Hanna, Andrea Simonetti, kunsthistoricus en dichter. Hij is gescheiden en woont in een groot huis met zijn dertienjarige dochter Leda.
Als Dita van der Waals, een vriendin uit Nederland, bij Hanna op bezoek gaat, vertelt Hanna haar dat ze verliefd is op Andrea. Dita zegt dan iets opmerkelijks, waar een grote kern van waarheid in zit: “Het past bij jou. Een mooie uitzichtloze liefde. Twee jaar lang tweemaal de seizoenen. En een derde jaar om ziek halfdood van eenzaamheid te zijn, een derde jaar om hem uit te zweten” (p 54)
Simonetti nodigt Hanna uit voor een zeiltocht in een weekend in februari (1977). Hanna leert op de zeiltocht Leda Simonetti kennen.
Hanna wordt steeds verliefder op Andrea. Ze zoekt een aanleiding om bij hem thuis te komen. In de villa valt de kop van een Boeddhabeeldje door Hanna’s zware stappen. Andrea wil beslist, dat Hanna het kopje zelf terugzet. Het kost haar veel moeite. Er is al sprake van een machtsstrijd. Tijdens de rondleiding in het huis ontmoet ze Federico Zuccarelli, directeur van het museum. Het is een oudere vrijgezel. Na dit bezoek verlangt Hanna hevig naar hem. Als ze lang niets van hem hoort, gaat ze hem opzoeken op zijn kantoor. Zij geeft haar gevoelens prijs, maar hij laat zich niet dwingen tot een liefdesverklaring. Andrea geeft gelijk daarna te kennen dat hij rustig wil handelen. Maar Hanna houdt vol. Ze ontmoeten elkaar daarna regelmatig. Op een van die gelegenheden vertelt Andrea dat hij bezig is met een groot gedicht: 30 zangen, 3000 verzen over de 13e eeuwse keizer Friedrich II en de visser Cola Pesce. Het thema in het gedicht is: het probleem van de menselijke kennis en van de menselijke heerszucht. Aan het eind van deel I woont Hanna al vijf weken bij Andrea. Hun relatie wordt afgewisseld door aantrekken en afstoten. Een dagelijks machtsstrijd. Soms vlucht ze even naar haar eigen flat, twijfelend of Andrea wel echt van haar houdt. Maar toch keert ze steeds weer terug.

Deel II
Dit deel begint een jaar later in Amsterdam. In dit veel grotere deel staat Andrea centraal.
Hanna, Andrea en zijn dochter Leda gaan samen op vakantie in Nederland om Hanna’s afkomst beter te leren kennen. Daar ontmoeten ze toevallig Hanna’s vroegere geliefde Leon Brest. Leda ziet in Nederland een jonge zwemmer, die ze twee keer treft. Hij heet Jan Zocher. Ze is verliefd op hem.
Ondertussen gaat het steeds slechter tussen Hanna en Andrea. Ze liegen tegen elkaar en kwetsen elkaar.
Een dag nadat ze teruggekeerd zijn in Italie komt het nieuws van de ontvoering van Aldo Moro. De Rode Brigades hebben hem ontvoerd om met de regering te kunnen onderhandelen, maar deze weigert en Aldo wordt dood teruggevonden.
Andrea en Hanna reageren heel verschillend van elkaar en na een felle discussie gooit Andrea haar van de trap. Hanna verbreekt daarop de relatie.

Ze gaan nog een keer een weekend naar het buitenhuis van Zucarelli. Leda volgt de zwemwedstrijd van haar geliefde per boot, maar deze komt in een groep kwallen terecht. Zuccarelli verdrinkt, omdat hij te diep wil duiken. Andrea wil de relatie met Hanna opnieuw opbouwen, maar Hanna is vastbesloten om terug naar Nederland te gaan.
Daar gaat ze werken op een scheepvaartkantoor in Rotterdam. Ze hervat haar relatie met Leon Brest en als snel wonen ze weer samen. Na vier maanden krijgt ze een brief van Andrea, waarin hij schrijft over de verdrinking van Zucarelli. Hanna schrijft hem dat ze vaak droomt over een cirkel in het gras.

http://huiswerk.scholieren.com/uittreksels/verslag.php?verslagid=5521

Motivatie

Het werk, Hokwerda´s Kind, van Oek de Jong had me heel erg geboeid, omdat ik vind dat hij heel rakend kan schrijven, hij is in staat de spijker op de kop te slaan. Toen ik niet door Geheime Kamers van Jeroen Brouwer door kwam, werd mij Cirkel in het gras aangeraden door u, aangezien het eerdere werk van Oek de Jong mij goed bevallen was.
Cirkel in het gras is een heel ander boek dan Hokwerda’s kind, maar in beide boeken komt de liefde aan bod. De moeilijkheden die mensen ondergaan wanneer zij een ander lief hebben. Oek de Jong is in staat om zo rakend te schrijven, dat je je realiseert dat liefde werkelijk moeilijk is. Dat het niet alleen mooi is, maar dat het ook verschrikkelijk veel pijn kan doen.
De relatie

Hanna Piccard en Andrea Simonetti hebben een zeer gecompliceerde relatie. Ze verwachten zo vreselijk veel van elkaar. Er is geen duidelijkheid, het ene moment houden vreselijk veel van elkaar en genieten ze intens van elkaar, terwijl ze elkaar het andere moment vanuit het diepste van hun hart kunnen haten. Hanna en Andrea zijn mensen die op zoek zijn naar het ultieme geluk en bereid zijn er veel voor op te geven om dat te bereiken. Maar wat is het ultieme geluk, wanneer heb je dat bereikt? Hanna wil alleen maar dat hij van haar houdt, dat hij haar lief heeft. Ze wil eigenlijk alleen maar bij hem zijn, van hem genieten. Ze is al gelukkig als ze alleen maar bij hem kan zijn. “Van de foto’s waar ze getweeën opstonden waren de meeste in Sutri genomen en vele van die foto’s toonden een vrouw die zo gelukkig was dat ze niet naar haar geliefde durfde te kijken.” ( p 235) Maar zó simpel is het allemaal niet.

Hun eerste ontmoeting vindt plaats wanneer Hanna moet schuilen voor de regen en zij beschutting zoekt bij een portico. Als zij een eindje loopt, ziet ze hem zitten en ze is meteen onder de indruk van hem, van zijn uitstraling, van zijn houding. “De binnenstromende gegevens verwerkte ze natuurlijk onbewust, maar het was duidelijk dat er een zekere aantrekkingskracht uitging van deze slanke man en van zijn lichaamshouding, want haar ogen hechtten zich aan hem.” ( p 14 ) Ze vindt hem indrukwekkend, al vergeet ze hem snel weer wanneer ze zich weer in de dagelijkse sleur bevindt.
Hanna ontmoet per toeval Joe Kurhajec, een goede vriend van Andrea. Kurhajec vertelt Hanna over zijn goede vriend Andrea en stelt voor dat Hanna en hij elkaar eens zullen ontmoeten.
Hanna herkent Andrea onmiddellijk wanneer ze elkaar weer treffen tijdens een diner, maar hij geeft geen enkel teken van herkenning. Tijdens het diner wisselen ze enkele woorden maar de indruk die Andrea bij Hanna achterlaat is niet echt positief. “ ‘En hoe vind je hem?’ ‘Arrogant, zo arrogant als de pest! Vertel me nu maar eens een mop.’ ” ( p 49) Het spelletje dat ze met elkaar spelen begint dan al. Hanna vind hem eigenlijk maar een arrogante man, maar toch vind intrigeert hij haar. Ze bekent dan ook aan haar goede vriendin, Dita van der Waals dat ze verliefd is op een Italiaan; Andrea Simonetti.

Een periode van briefwisseling tussen Andrea en Hanna volgt. Simonetti nodigt Hanna vervolgens uit om een weekend te gaan zeilen met hem en zijn dochter. Hanna geniet van de zeiltocht en heeft het idee dat ze eindelijk weer tot rust komt, één wordt met de natuur, met de zee. Andrea en Hanna gaan nog wat onwennig met elkaar om, ze weten niet precies wat ze aan elkaar hebben en draaien maar wat om elkaar heen.” Ze geeuwden en namen een tweede glas. Het was duidelijk dat ook Simonetti aarzelde en wachtte. Vooruit, zeeheld, dacht ze. Jij bent hier de man, doe iets.” ( p 62) Er gebeurt niets, terwijl ze dat eigenlijk allebei wel wilden. Dit is ook typerend voor hun relatie; er is geen duidelijk; geen duidelijkheid over hun samenzijn en ook geen duidelijkheid over wie wat wil. Dit is ook één van de punten waarop het uiteindelijk mis loopt. “Het viel moeilijk te achterhalen wat ze wilde. Of ze wilde wat ze zei niet te willen. Of ze niet wilde wat ze zei te willen. Hij liet haar met rust, in de hoop dat dat haar tot rust zou brengen.” ( p 337)

Tijdens het boodschappen doen komen ze elkaar weer tegen en nodigt Simonetti Hanna bij hem thuis uit. Vanaf dat punt is Hanna helemaal verkocht, alleen heeft ze dat nog niet aan Andrea vertelt. Hanna lijkt wel verslaafd aan hem, van zijn nabijheid wordt ze nerveus, uitzinnig. “Hanna Piccard bevocht een uitzinnig geworden begeerte. Ze probeerde zo te zitten dat de dunne stof van haar blouse losjes over haar borsten viel en haar gezwollen tepels voor zijn scherp oog verborgen bleven. Op haar rug sprong het zweet uit de poriën, haar benen trilden – nog nooit had haar lichaam zo sterk gereageerd op de nabijheid van een man.” ( p 78)
Ze steelt zelfs zijn boodschappentas zodat zij iets van hem dicht bij haar heeft. Ze slaapt met de tas naast haar. Op de tas worden al haar verlangens en teleurstellingen botgevierd. Ze liefkoost hem, maar ze trapt hem ook in een hoek. Er is nog steeds geen duidelijkheid over wat Simonetti precies wil van Hanna. Het ene moment trekt hij haar aan, terwijl hij haar het andere moment weer net zo hard afstoot. Terwijl Hanna er echt voor wil gaan, zij is bereid om er alles voor te geven.

Om wat meer duidelijkheid te krijgen zoekt ze hem op in zijn kantoor om hem te dwingen tot een liefdesverklaring of in ieder geval tot het geven van meer duidelijkheid. Simonetti is alleen niet bereid om zich door Hanna te laten dwingen. Hij houdt niet van dwang, hij verafschuwt dwang. Na een flinke woordenwisseling komen ze in de lift, als Hanna op het punt staat te vertrekken, toch nader tot elkaar. Vanaf dat moment laat Andrea langzaam zijn pantser zakken en laat hij Hanna toe in zijn leven. Dat is het begin van een stormachtige relatie.

Hun relatie wordt langzaam opgebouwd. Simonetti begint haar iedere dag eventjes te bezoeken zodat ze aan elkaar konden wennen maar de onzekerheid blijft. Ze zoeken de grenzen op van hun relatie. Uiteindelijk kunnen ze nooit helemaal aan elkaar kunnen wennen, maar daarom blijft het juist een uitdaging. “Het leek of ze nooit echt aan elkaar zouden kunnen wennen. Juist daarom zochten ze elkaar in het donker steeds weer op, aarzelend, alsof ze zich aan elkaar konden branden, terughoudend, lichtgeraakt, verlangend naar overgave, verveeld door de geringste herhaling.” ( p 337 )

Na vijf weken vraagt Andrea of Hanna bij hem in wil trekken. Hanna is blij verrast, maar heeft toch haar twijfels omdat dit wel weer een grote stap is. Ze zullen nu nog meer aan elkaar moeten wennen, ook aan elkaars vervelende eigenschappen.
Nadat Hanna bij Andrea is ingetrokken bereikt hun relatie een ander niveau en wordt heel erg intens. Hanna houdt zo verschrikkelijk veel van Andrea, zoveel dat het pijn doet, zoveel dat ze er soms niet mee om kan gaan. “Andrea, soms is het zo afschuwelijk vernederend om van je te houden, zo vernederend om met hart en ziel aan iemand te zijn overgeleverd. Je woorden zijn soms erg hard. Ik ben je vijand niet.” ( p 102)
Het complexe in hun relatie is dat Hanna zich kwetsbaar opstelt door zich voor alles open te stellen, alle gevoelens te ondergaan, terwijl Andrea een muur om zich heen houdt om zichzelf te beschermen. Hij houdt ook zielsveel van Hanna, maar hij kan het soms niet uiten op de manier die zij graag zou willen. Daar doelt Hanna ook op als ze zegt “Je woorden zijn soms erg hard. Ik ben je vijand niet (p 102). Hij houdt zoveel van haar dat het af en toe te veel wordt voor hem en hij haar moet afstoten terwijl hij haar graag bij zich wil hebben. “Zonder enige aanleiding had Simonetti zich daarna weer afgewend van de vrouw waartoe hij zich zo sterk aangetrokken voelde. Hij verzette zich tegen zijn gestaag groeiende weerstand, maar het leek of er niet aan te ontkomen viel: de aandrift om het geluk te breken. Het maakte hem moedeloos.” ( p 189)
Dit is ook een rare eigenschap van Andrea, hij durft niet toe te geven aan zijn gevoelens, hij durft niet gelukkig te zijn. Daarvan wordt niet alleen hij, maar ook Hanna de dupe.
Andrea houdt van perfectie, snakt naar perfectie. Hij wil intens gelukkig zijn en het leven zo intens mogelijk beleven. Hanna biedt hem die mogelijkheid, want hij is verliefd op haar, hij houdt van haar. “Ieder wil van tijd tot tijd zo scherp mogelijk voelen dat hij in leven is. Wanneer is die gewaarwording het sterkst? Zodra je in je zekerheden wordt aangetast of gedwongen bent om ze los te laten. Verliefd worden is een manier om dat te ervaren. Door de hartstocht wordt dat pantser van zekerheden verbrijzeld en kun je het leven ineens heel intens ervaren.” ( p 226 )

Ze zijn hun gevoelens niet de baas, omdat ze zó sterk zijn. Ze leven niet met hun gevoelens, maar wórden geleefd door hun gevoelens. “Simonetti ergerde zich weer mateloos aan de onbenulligheid en de herhalingen waartoe gevoelens hen dwongen. Waarom kon dit zaakje niet in enkele minuten worden opgelost? Waarom werden die gevoelens van onlust zo lang in stand gehouden en gecultiveerd? Kennelijk hielden ze van zulke gevoelens en hadden ze ze nodig. Vertroebeling. Verduistering. Haar dagelijkse portie getergd-zijn. Haar dagelijkse portie gekwetst-zijn. Mijn dagelijkse portie afkeer van de geliefde. Mijn dagelijkse portie angst. Mijn dagelijkse portie onrust. Mijn dagelijkse portie schuldgevoel. Mijn dagelijkse portie verlangen. Ellendige tredmolen. Als een geblinddoekte ezel, zo loop ik in het rond.” ( p 146) Simonetti illustreert het hier heel mooi door te zeggen dat hij zich net een ezel voelt die steeds gedwongen wordt om rondjes te lopen, om steeds weer hetzelfde te ondergaan, terwijl hij dat helemaal niet wil. Hij kiest niet voor deze gevoelens, ze zijn er gewoon.
Ze zijn afhankelijk van elkaar en zijn in staat elkaar te betoveren. “Terwijl ze door haar oogharen naar hem keek, herinnerde ze zich het meest aandoenlijkste moment van die nacht: ten slotte had hij het kennelijk niet langer kunnen verdragen om door haar te worden gadegeslagen, hij had het bovenlijf opgericht, tutto tremante, en zich aan haar vastgeklampt om zich voor haar ogen te verbergen. En ze besefte dat hij van haar zou zijn zolang ze deze immense verwarring in hem teweeg kon brengen.” ( p 167) De verwarring ze in elkaar teweeg kunnen brengen is enorm. Ze blijven elkaar boeien en dat is ook wel één van de redenen waarom hun relatie toch zo lang stand heeft gehouden.

Na een bezoek aan Amsterdam, de geboortestad van Hanna, is de houding van Simonetti veranderd, hij wordt steeds afstandelijker en Hanna merkt het. Het begint met kleine woordenwisselingen die later tot iets groters worden gemaakt. Neem bijvoorbeeld de ontvoering van Aldo Moro, tevens een belangrijk aspect in het verhaal. Ze delen niet dezelfde mening over de handelswijze van het kabinet betreffende de onderhandelingen met de terroristen die Aldo Moro gegijzeld hielden. Uiteindelijk windt Andrea zich hartstikke op en beseft Hanna dat hij nooit echt van haar gehouden heeft, het was alleen maar een verliefdheid. Een man die echt van haar zou houden, zou niet zo tegen haar tekeer gaan. “ ‘Kortom, wat heb ik voor goeds te verwachten van iemand die geen wezenlijk contact heeft met de realiteit?’ Hanna Picard had haar armen over elkaar geslagen en deed er het zwijgen toe. ‘Wanneer is een mens vrij, Hanna? Wie mag zichzelf werkelijk vrij noemen? Of kunnen we ons vanaf een zekere leeftijd alleen nog maar voortslepen in een taaie verveling?’ Hanna Picard zweeg en dacht: Hij heeft nooit van me gehouden, nooit.” ( p 188)

Andrea zelf merkte ook zijn gedragsverandering en hij probeerde het tegen te gaan. Hij beseft dat hij zich steeds meer afwend van de vrouw waar hij van houdt, terwijl hij eigenlijk gelukkig wil worden met haar. Hier blijkt weer dat Andrea het zichzelf niet toe wil staan gelukkig te zijn. “Zonder enige aanleiding had Simonetti zich daarna weer afgewend van de vrouw waartoe hij zich zo sterk aangetrokken voelde. Hij verzette zich tegen zijn gestaag groeiende weerstand, maar het leek of er niet aan te ontkomen viel: de aandrift om het geluk te breken. Het maakte hem moedeloos. (….) Tenslotte kon Simonetti haar aanwezigheid in zijn huis nauwelijks meer verdragen.” ( p 189)
Ze hebben elkaar zo ver gedreven dat er geen uitweg meer was. “We hielden van elkaar, maar vreemd genoeg konden we elkaars nabijheid nooit lang verdragen. Altijd op de toppen van onze zenuwen. Ik hield van haar, ik was verslaafd aan haar lichaam, haar schokkende emotionaliteit en haar bizarre karakter. Ik bedroog mezelf, het kwaad hoopte zich op in mijn lichaam, kramp tussen mijn schouderbladen, kramp in mijn borst, enfin, het werd iets gruwelijks en soms had ik het gevoel dat ik niet langer voor mezelf in kon staan, dat we elkaar, zonder het te beseffen, tot iets uitzinnigs dreven. Het was een uitzichtloze verhouding, want zij wilde in Rome blijven en ik wilde niet uit Rome vertrekken. Het besef van het uitzichtloze en het tijdelijke prikkelde ons. We hielden van het bederf.” ( p 269 ) Het uitzichtloze en het tijdelijke prikkelde hen, maar dat bereikt ook een punt waarop het ophoudt. Het heet niet voor niets het tijdelijke.

Dit is eigenlijk het begin van het einde. Vanaf dat moment kan Simonetti zich niet langer verzetten tegen zijn gevoelens van weerzin, hoe graag hij dit ook zou willen. Terwijl Hanna wel de vrouw is die hem laat zien waar het eigenlijk om draait. “En zij was het, de vrouw, die al zijn streven overbodig maakte. De opperste, de definitieve en ware wijsheid werd toegedicht aan een vrouw: zij toonde hem immers, met haar gevoeligheid, waar het in het leven om ging.” ( p 190)
Hij heeft de gevoelens van weerzin al wel vaker ondergaan toen hij van een vrouw hield en wist dus zelf eigenlijk al dat dit het begin van het einde was, hoewel hij er in eerste instantie niet aan toe wilde geven. “Simonetti viel stil. Geeuwen, een plotseling opkomende slaperigheid, afwezigheid, diep zuchten, verstarring, verzwakking van het denkvermogen, vertroebeling van het bewustzijn, lacherigheid, de neiging om zacht en treurig te fluiten- de afweerreacties waren hem bekend en ze intrigeerden hem.” ( p 191)
Andrea wil Hanna van hem weg hebben, hij wil haar afstoten. Hij wil haar kwetsen zodat zij hem niet meer wil en hij niet meer met zijn ingewikkelde gevoelens om hoeft te gaan. Als hij zijn grote gedicht eindelijk af heeft wil hij het graag aan Hanna laten lezen omdat hij weet dat hij haar daar een plezier mee doet. Ze is geïnteresseerd in alles wat hij doet. Maar de voltooiing van het gedicht brengt hem niet de bevrediging die hij zocht. Hij is daarom ook niet bereid om het gedicht aan Hanna te laten lezen. Hij gunt het haar niet, hij wíl haar kwetsen. “Een ogenblik verlangde hij hevig naar de aanwezigheid van Hanna Piccard. Simonetti had de voltooiing van zijn gedicht voor haar verzwegen. Het was of hij haar wilde straffen, alsof hij zich op iemand wilde wreken voor het alleen-zijn.Hij had het haar willen zeggen maar het was hem tot zijn ontsteltenis niet gelukt. (….) In de daarop volgende dagen legde hij verschillende malen een exemplaar van de proefdruk op Hanna’s bureau om deze er even later weer weg te halen. Hij wílde haar kwetsen. Hij probeerde het haar te zeggen, maar het was alsof zijn lippen aan elkaar groeiden. Het liefst had hij dagenlang helemaal niets gezegd.” ( p 212/213)

Er komt een punt waarop voor Andrea de grens bereikt is en hij niet langer rationeel met zijn gevoelens ten opzichte van Hanna om kan gaan. Er is dan nog maar één uitweg. Breken met de vrouw waar hij zielsveel van houdt. “Om een lang verhaal kort te maken: ten slotte komt de dag waarop ik de nabijheid van mijn geliefde niet langer kan verdragen, het geringste geluid dat zij voortbrengt snijdt door mijn zenuwstel, ik verkramp. En wat is in een kramptoestand het laatste redmiddel? (….) Geweld. Dan valt de bijl. Tsjak! Ik heb het weer voor elkaar gekregen. Tsjak!” ( p 308)

Hanna merkt ook de veranderingen in het gedrag van Andrea op en voelt dat hij afstand neemt. Ze voelt dat het einde nabij is, maar wil er niet aan toegeven. Ze wil de pijn niet ondergaan en doet net alsof er niets aan de hand is. Ze houdt zichzelf voor de gek en dat weet ze ook. Ze weet dat ze er eigenlijk mee op moet houden als ze niet nog erger gekwetst wil worden. Maar ze wíl en kán het niet. Ze zal steeds een stukje verder afstand van hem nemen totdat het onvermijdelijke zich voltrekt. “Ze zag het stukje koraal uit haar handen glijden, als in een droom, en haar handen deden niets om het vast te houden. Er braken slechts enkele takjes van het koraal. Toen ze zich bukte om die takjes op te rapen wist ze dat ze die ogenblikkelijk weg moest gooien en tegelijkertijd besefte ze dat ze dat niet kon. Ze zou de stukjes koraal wegleggen, ze iets verder wegleggen, ze aan het oog onttrekken, maar ten slotte zouden ze terechtkomen in een van de papieren zakjes waarin ze de ansichtkaarten, de plattegronden, de buskaartjes en de hotelrekeningen van haar reizen bewaarde.” ( p 236 )

Als Hanna erachter komt dat het gedicht van Andrea over de keizer en de duiker af is, is ze woedend. Ze snapt niet hoe Andrea dit voor haar verborgen heeft kunnen houden. Als ze hem ernaar vraagt tijdens een woordenwisseling loopt het zo uit de hand dat Simonetti Hanna van de trap naar beneden gooit. Voor Hanna is dan de maat vol. Voor haar is het genoeg geweest. Ze houdt nog steeds van hem, maar kan deze enorme vernederingen niet langer verdragen. Ze vraagt zich af waar het zo mis gelopen is, waarom ze toch steeds zo veel van elkaar verwachtten, terwijl het ook zo simpel had kunnen zijn. “Dwangarbeider, dwangarbeider! Wat kun je me toch beledigen! Ach Andrea, Andrea, waarom verlammen we elkaar zo, waarom zijn we zo veeleisend, waarom kunnen we niet alleen maar tevreden zijn met en Hooglied.” ( p 239 )
Nu de beslissing gevallen is, durft Hanna weer aan de toekomst te denken. Een toekomst voor haar alleen. “Nadat ze de kapitein voor zijn hoffelijkheid had bedankt, haastte ze zich naar haar auto. Voorwaarts. Van nu af aan was ze op weg naar Amsterdam.” ( p 366 )

Hanna schrijft Simonetti een brief waarin ze hem om uitleg en verontschuldiging vraagt. Ze vraagt hem waarom hij haar in zijn leven toe heeft gelaten terwijl hij van begin af aan al niet overtuigd was van hun relatie. Waarom hij het zo ver heeft laten komen.
Maar Andrea heeft geen spijt van zijn gewelddadige optreden, het voelde als een opluchting omdat hij nu eindelijk duidelijk had gemaakt wat hij al zo lang wilde zeggen. De boodschap was overgekomen. Hij geeft in de brief toe dat het zijn fout is geweest dat het fout gelopen is. Hanna was de vrouw waar hij oud mee wilde worden, de vrouw die hem liet zien waar het leven werkelijk om ging. Maar die vrouw was ook een mens, een mens van vlees en bloed met negatieve punten. Hij wil niet aanvaarden dat ze niet perfect is en daarop is het stukgelopen, terwijl hij dat eigenlijk niet wilde. “Ik heb het weer voor elkaar gekregen: een vrouw tegengekomen, een vrouw met een levensgevoel dat me ruimer en milder lijkt dan het mijne, een vrouw met een oordeel dat me verrast en intrigeert, een vrouw die haar parfum om mijn polsen spuit, een vrouw die graag in de gespannen spieren van mijn bovenbenen knijpt en verwonderd constateert dat ik bijna geen billen heb, een vrouw die al spoedig zielsveel van me houdt en bij elke zonsondergang aan me denkt. Het is me weer gelukt om haar tegen te komen. Mijn haren worden niet langer door Leda maar door haar geknipt, ze verandert mijn leven en ik loop scheef van geluk, ik leer enkele nieuwe recepten en dan staat me nog maar één ding te doen: te aanvaarden dat ook zij een mens is, dat ik niet verlost ben en dat het domweg ploeteren blijft. Dat lukt me, het lukt me zeven dagen in de week, maar op de achtste dag lukt het me niet.” ( p 306/307 )
Hanna is blij met de verklaring van Andrea, hoewel het haar ook pijn doet. Ze wil nog één keer met Andrea gaan zwemmen om definitief afscheid van hem te nemen.

Simonetti gaat ondertussen met Zucarelli, zijn baas, naar het eiland Ravallo. Simonetti wil genieten van zijn tijd daar, maar het lukt hem niet omdat zijn verlangen naar Hanna te groot is. “Zijn verlangen naar Hanna was zo groot dat hij opeens haar lichaamsgeur in de ochtendkoelte rook en de neiging voelde zijn hand uit te strekken naar een onzichtbare persoon die naast hem op het muurtje zat. Enkele minuten was zijn verlangen zo sterk dat het leek of zich naast hem werkelijk iemand zou gaan materialiseren, en hij begreep hoe sommigen, in tijden met een sterker geloof, hun hemelse geliefde duidelijk hadden kunnen zien.” ( p 327 )
Nu de beslissing gevallen is en Hanna voor zichzelf besloten heeft dat het voor haar niet meer hoeft, durft Andrea pas werkelijk toe te geven aan zijn gevoelens. Hij laat zijn pantser eindelijk helemaal zakken. “Zijn wanhoop nam gestaag toe en de door zijn hoofd malende gedachten kregen een sacrale toon. Hij was er heilig van overtuigd dat hij met deze vrouw wilde leven, dat hij met haar diende te leven want hij was haar niet toevallig tegengekomen. Ja, in haar zou hij herboren worden. Nu, na zeventien jaar verzet, diende hij eindelijk een vrouw toe te laten in zijn leven, zich gewonnen te geven en zich aan de voorzienigheid, de een of andere voorzienigheid, te onderwerpen. Ze zou iets op zijn vermoeide ogen smeren, slijk, en hem van zijn blindheid genezen.”( p 276 )
Zijn gevoel voor Hanna is zo sterk dat hij niet in staat is om normaal te functioneren als zij niet in de buurt is. Hij durft ook eindelijk aan zichzelf toe te geven dat hij verliefd is. “Hij voelde zich leeg en doelloos, leeg van verlangen naar Hanna, die pas de volgende middag zou arriveren. Zodra hij zijn ogen sloot zag hij haar bokkige gezicht of haar boze rug voor zich, maar het kon hem niet schelen hoe ze zich aan hem zou vertonen. Hij meende dat hij nu eindelijk in staat was met haar om te gaan en haar van zichzelf te bevrijden. (….) Simonetti voelde zich leeg en doelloos en het leek of hij nu pas, na anderhalf jaar, verliefd was geworden.” ( p 333 )
Nu Simonetti zo zeker is geworden van zijn gevoelens wil hij natuurlijk niets liever dan zijn geluk met Hanna delen. Hij weet dat hij haar gekwetst heeft maar hij denkt dat hij haar wel kan overtuigen, dat ze wel zo gek is om hem te vergeven en met hem verder te gaan. “Simonetti wist dat Hanna Piccard gekomen was om nog eenmaal met hem te zwemmen, maar hij lachte erom, in zijn overmoed. Zijn liefde leek hem volkomen, hij vertrouwde op de overredingskracht van zijn ogen. Ik zal haar alleen maar aankijken, dacht hij, ik kijk haar net zo lang aan tot ze blijft, tot ze alles opgeeft en blijft.” ( p 392 )

Maar Hanna is niet meer bereid om toe te geven. Ze heeft nu eindelijk voor zichzelf gekozen en ze heeft zich voorgenomen niet meer voor hem te zwichten, hoe graag ze dat zelf ook zou willen. Haar verstand gaat het eindelijk winnen van haar hart. Op Ravallo voelde Hanna de verandering in het gedrag van Andrea en dit maakte haar onzeker. Moest ze werkelijk afstand nemen van de man die haar zoveel deed, of moest ze hem vergeven en opnieuw beginnen. “ ‘Ik ben er niet meer aan gewend je zo dicht bij me te hebben’ zei Hanna en omklemde de pols van zijn uitgestrekte hand. ‘Ik zal er nooit meer aan wennen. We gaan.’ (….) Simonetti’s stralende ogen hadden haar in verwarring gebracht, het aanraken van zijn lichaam vergrootte die verwarring, want ze voelde dat het eindelijk een ontspannen en gewillig lichaam was geworden. Toen Simonetti haar ogen kuste en met het puntje van zijn tong haar trillende wimpers raakte, duwde Hanna hem weg. Voor het eerst in anderhalf jaar voelde ze dat ze niet langer op hem hoefde te jagen en was ze ervan overtuigd dat hij haar wilde. Ik moet hier weg, dacht ze.” ( p 372)

Als Hanna merkt dat ze Simonetti voor zich gewonnen heeft, is het voor haar helemaal over. De spanning is ervan af, want het spelletje is over. Anderhalf jaar lang hebben ze elkaar aangetrokken om elkaar vervolgens weer net zo hard te laten vallen. Ze leefden van de spanning, hielden niet van sleur in hun relatie. Ze dreven elkaar tot iets uitzinnigs. “Eindelijk ben je echt bij me gekomen, Andrea. Maar kunnen we werkelijk met elkaar leven en het brood delen? Ik zou kunnen beweren dat het godsonmogelijk is, al was het alleen maar omdat we allebei te zeer verlangen naar het geluk. Elektrocuties en verlammingen- dat is het gevolg van een al te grote hartstocht. We drijven elkaar tot het uiterste. Het is alles of niets.” ( p 410 )
Uiteindelijk is het niets geworden. Niets voor Hanna en niets voor Andrea, behalve misschien de ervaring. Uiteindelijk zullen ze er allebei verdriet van hebben.
Hanna is terug gekeerd naar Nederland en daar heeft zij haar relatie met haar ex Leon Bres weer opgevat. “De vanzelfsprekendheid waarmee de hereniging tot stand is gekomen lijkt me een goed teken.” ( p 429)

Ik vind het jammer dat mensen die zielsveel van elkaar houden, elkaar zo kapot kunnen maken. Het ging gewoon écht niet. Het was alles of niets. Alles was niet mogelijk en dus werd het niets. Ik snap niet dat ze zo stijf kunnen vasthouden aan hun idealen, aan hun manier van leven. Andrea en Hanna zijn beide erg emotionele mensen die leven op gevoelens. Die geleefd wórden door gevoelens. Uiteindelijk heeft Hanna’s verstand het gewonnen van haar hart en dat is misschien maar goed ook, omdat ze elkaar anders waarschijnlijk helemaal kapot hadden gemaakt.

It is impossible to have true love without hate…