Selecteer een pagina

Het Paleis op de dam

In 1648 werd met de bouw van het nieuwe stadhuis van Amsterdam begonnen, Het Paleis op de dam. De redenen voor het beginnen van de bouw was het eindigen van de tachtigjarige oorlog, zodat er eindelijk geld vrijkwam voor andere dingen dan oorlogvoeren. Na het eindigen van de oorlog was Amsterdam ook sterk gegroeid door de toestroom van vluchtelingen en mensen die nergens anders heen konden. Het toenmalige stadhuis werd al snel te klein en men besloot Amsterdam een stadhuis te geven dat waardig was aan de grootte en welvaart van de stad.
Het werd ontworpen door Jacob van Kampen, die een indrukwekkend gebouw in gedachten had dat doorweeft was met de Griekse en Romeinse cultuur, naar welk voorbeeld men toen probeerde te leven.
Voor de bouw werden de beste Nederlandse beeldhouwers, schilders, timmerlieden en dichters verzameld. Trots won het van kritiek op de belastingverhoging bij de burgers en men was er al snel van overtuigd dat met de bouw van het stadhuis een achtste wereldwonder geschiedde. Ook buitenlanders waren na voltooiing vaak verbijsterd over de grootsheid die het paleis uitstraalde.

In de tijd dat het paleis als stadhuis werd gebruikt waren alle vertrekken openbaar, tenminste als zij niet in gebruik waren. Er hingen veel schilderijen met daarop afbeeldingen van veelal Griekse of Romeinse verhalen en bijbelvoorstellingen. Veel van deze schilderijen werden geschilderd door Jacob de Wit.
De grootste zaal in het paleis is de burgerzaal. Deze is tien verdiepingen hoog en stond symbool voor de grootsheid en welvaart van Amsterdam. In de stadhuistijd was dit een openbare ruimte, maar nu wordt de zaal gebruikt voor ontmoetingen tussen bijvoorbeeld diplomaten of feesten van de royalty. In de hoeken staan de vier elementen van de aarde verbeeld als mensen: aarde, lucht, water en vuur. Ook staan er beelden van Iustitia, rechtvaardigheid, en Prudentia, wijsheid.
Het stadhuis had ook een rechtszaal. Voor de ingang staat Iustitia met Nijd, verbeeld als Medusa, en Hebzucht, verbeeld als Koning Midas, aan haar voeten. In de rechtszaal zelf waren ook verschillende schilderijen en reliëfs zoals Het Salomonsoordeel afgebeeld om de rechters eraan te herinneren rechtvaardig te spreken.
In de vierschaar werden de doodsvonnissen uitgesproken. Deze waren vaak slechts een schijnvertoning; het vonnis stond voor het begin van de zitting al vast. Om de schijn op te houden stonden er beelden van Barmhartigheid, Gerechtigheid en Wijsheid en verschillende reliëfs.
Ook voor verschillende andere zalen en kamers stonden beelden die de betekenis van de kamer lieten blijken. Naast de huwkamer stond Afrodite, de godin van de vruchtbaarheid samen met haar zonen. Naast de kamer van de schout stond een beeld van Mars, de god van de oorlog. Voor de weeskamer, wat dat dan ook is, stond een beeld van Sybele met op haar hoofd een kroon in de vorm van een stad. In haar handen draagt ze sleutels. Naast de trappen die naar de bank leidden staat een beeld van Mercurius, de boodschapper van de goden. Voor de ingang van de krijgzalen stond Jupiter, de vader van de goden.
Toen Amsterdam werd ingenomen door Lodewijk Napoleon werd het paleis door hem in gebruik genomen als woonpaleis. Hij verbouwde het grondig, maar liet de beelden staan, aangezien hij daar een liefhebber van was. Met het verliezen van de functie als stadhuis verloren ook de beelden hun betekenis. Napoleon liet de kerkers in de kelder verbouwen tot wijnkelders en gaf ook de pijnkamer, nu de kantine, een andere functie. Omdat hij helemaal dol was op Frans meubilair liet hij een enorme collectie empiremeubilair vervaardigen voor het paleis. Daarom kan men nu trots zeggen dat het paleis de grootste buitenlandse bezitter van Frans meubilair is.
Nadat Napoleon uit Nederland vertrokken was besloot zijn opvolger, Willem l, het paleis weer te herstellen naar de oorspronkelijke stadhuisfunctie. Ook zijn opvolgers deden dit en vooral koningin Wilhelmina liet het grondig verbouwen. Nu wordt het paleis voornamelijk gebruikt voor exposities, voorstellingen en feesten. Langzaam krijgt het zijn toegankelijkheid weer terug.

Het paleis vind ik zeker een van de bezienswaardigheden van Amsterdam. Vanwege de grootte en de grote hoeveelheid kunst en cultuur die erin verwerkt is, is het paleis een van de mooiste dingen van de stad. Het weerspiegelt de welvaart en het aanzien dat de stad, zeker toen, had. Hoewel het paleis erg mooi is en Amsterdam zeker een groter stadhuis nodig had, vraag ik me toch de noodzaak van dit enorm gedecoreerd gebouw af. De burgemeester heeft zelf, als vermogend man, geen last gehad van de belastingverhoging, maar de minder gefortuneerden zijn de dupe geweest. Het geld is beter besteed aan een paleis dan aan een oorlog, aangezien de cultuur behouden blijft en wij er ook nog van profiteren, maar ik vraag me af of het wel ten koste mag gaan van de burgers.
Ik vind het wel nuttig dat we de verhalen en diepere gedachten over de schilderijen, reliëfs en beelden te weten krijgen zodat we weten waar we op moeten letten als we er naartoe gaan. Wel ben ik een beetje bang dat we nogal worden doorgegooid met informatie, zodat alle lol er vanaf is wanneer we het gaan bezoeken. Achtergrondinformatie weten is leuk, maar ik vind het een beetje ver gaan om de betekenis van iedere kras in elke steen te moeten weten. Maar misschien is dit niet het geval en maak ik me druk om niks (dat lijkt me waarschijnlijker).