Selecteer een pagina

52. Welke oplossing draagt Firapeel aan om de crisis aan het hof op te lossen?

Hij stelt voor om het onrecht te verzoenen. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten Bruun, Isengrijn en Hersint vrijgelaten worden. De ram Belijn, die zelf toegegeven heeft dat hij Cuwaert in het verderf heeft gestort, moet aan de beer, de wolf en zijn vrouw gegeven worden. Daarna zullen ze Reinaert opsporen en ophangen..

53. Heeft het verhaal een happy end?

Op het eerste gezicht lijkt het verhaal een happy-end te hebben, want Isengrijn en Bruun hebben het excuus van de koning aanvaard en ze sluiten vrede. Daarbij hebben ze ook geen last meer van Reinaert de Vos, want die is vertrokken en het staat iedereen vrij hem te vermoorden als ze hem tegenkomen.
Maar zo’n goed einde heeft het verhaal eigenlijk niet, want aan het hof heerst chaos. De konings eer is geschonden en zijn onderdanen zullen twijfelen aan zijn macht. Verder loopt Reinaert de Vos nog steeds vrij en ongestraft rond.
Als laatste zijn er ook veel slachtoffers gevallen door de daden van Reinaert. Het zal nog een tijd duren voordat alles weer rustig is. Van een happy-end is dus geen sprake.

54. Cuwaert komt zowel aan het begin als aan het eind van het verhaal voor. Wat valt je op als je beide scènes vergelijkt?

Cuwaerts houding tegenover Reinaert is gedurende het verhaal anders geworden, hier onder zal ik beschrijven hoe dat is gebeurd.
In hoofdstuk één zien we dat Cuwaert kapelaan wil worden en Reinaert hem daarbij helpt door hem het credo te leren. Maar ‘het credo zingen’ heeft nog een andere betekenis, namelijk: homoseksueel vrijen. Dit wordt ook gesuggereerd door de houding waarin ze zitten.
Ook zei de vos dat hij Cuwaert ‘kapelaan zou maken’, dit heeft als tweede betekenis: ‘masturberen’. Ook dat wordt enigszins gesuggereerd door de houding.
Verder zien we dat Cuwaert wordt beschreven als Reinaert’s neef; dit is praktisch onmogelijk omdat zij van een ander soort zijn. Maar vroeger waren deze feodale familiebanden erg belangrijk. Als men namelijk goede vrienden was, werd men al snel familie van elkaar genoemd. Hieruit kunnen we opmaken dat Cuwaert en Reinaert dus goede vrienden zouden zijn.
Maar het tegenovergestelde blijkt, wanneer Pancer voorbijloopt, omdat hij het zingen hoorde. Toen had Reinaert Cuwaert al bijna onthoofd, om hem daarna op te eten.

55. Hoe weet koning Nobel, nadat hij het hoofd van Cuwaert gezien heeft, dat de schat van koning Ermerike was verzonnen door de vos?

Reinaert heeft Cuwaert vermoord en de koning is er opnieuw ingeluisd. Als het verhaal van Reinaert over zijn vriendschap met Cuwaert en Belijn, dan is het zeer waarschijnlijk dat de rest van zijn verhaal ook gelogen is.
Een andere verklaring is dat als er echt een schat zou zijn, dan zou Reinaert niet nog een list verzinnen.

56. Belijn de ram krijgt er in dit hoofdstuk verschillende malen flink van langs. Schrijf een opstel van maximaal 300 woorden waarin je deze dag vanuit het perspectief van Belijn beschrijft. Probeer daarin het karakter van Belijn, zoals dat in verschillende scènes naar voren komt, zo goed mogelijk te verwerken.

Belijn is niet alleen zeer trots en braaf, maar ook heel trouw aan zijn geloof, ambitieus en standvastig en daarom zijn de gebeurtenissen die in het laatste deel van het verhaal plaatsvinden voor hem absoluut geen pretje. Ook zijn drift naar erkenning en bewondering maakt dat hij het niet makkelijk krijgt in de laatste alinea’s van Van den vos Reinaerde.
Het begint voor de ram al vervelend te worden als koning Nobel hem iets vraagt wat Belijn ieder ander geweigerd zou hebben: hij vroeg hem Reinaert de vos te zegenen. Dat gaat absoluut tegen zijn geloof in. Hij wordt gedwongen om de grootste schurk in het land, die in de pauselijke ban is te zegenen. De zeer grote angst voor de koning is groter dan Belijns standvastigheid. Die standvastigheid blijkt nog eens uit het feit dat hij in eerste instantie zelfs koning Nobel durft te weigeren. De angst blijkt meteen daarna als hij heftig zijn best doet om de koning van zijn woede te bedaren door te doen wat hij vraagt.
Niet snel daarna volgen gebeurtenissen die Belijn nog veel meer schaden. Hij moet met Reinaert mee om hem het eerste deel van zijn reis te begeleiden. Als ze bij het huis van Reinaert zijn heeft Belijn niet in de gaten dat Cuwaert wordt opgegeten en als hij vraagt waar hij blijft gelooft hij de leugens van de vos. Het wordt voor de ram pas erg als Reinaert hem, zonder dat Belijn dat zelf weet, de afgebeten kop van Cuwaert naar de koning laat brengen. De vos had hem laten denken dat hij een prachtige brief bracht en hij had hem verteld dat Belijn de koning mocht zeggen dat hij de brief in hoogsteigen persoon geschreven had. Dit is natuurlijk geweldig voor een ambitieus figuur die op zoek is naar bewondering en erkenning. Daarom is het ook twee keer zo erg als Belijn erachter komt wat de vos hem heeft aangedaan. Het moet ten eerste een grote schok geweest zijn en later moet het ook teleurstelling en woede veroorzaakt hebben bij de ram. Het gevoel is vergelijkbaar met een droom die bijna lijkt te gewaarworden maar op het laatste moment in een nachtmerrie verandert en vervolgens realiteit wordt.
Uiteindelijk krijgt hij nog een laatste klap. Dat is wanneer Firapeel de luipaard voorstelt om Belijn en zijn familie te straffen voor alle leed die Reinaert de koning en zijn onderdanen heeft berokkend. Belijns reactie hierop wordt niet verteld in het verhaal, maar gezien zijn karakter moet dit zijn geest bijna tot instorten gebracht hebben.

57. Satire van Suske en Wiske. Wie maakt de schrijver van Suske en Wiske belachelijk?

Er zijn vele opmerkingen door het verhaal verweven waarin de maatschappij belachelijk wordt gemaakt. Soms wordt het letterlijk gezegd, maar soms ook niet en is er een plaatje te zien. Het leukste aan de satire van ‘Suske en Wiske’ is dat het vaak heel subtiel is, waardoor het een versterkend effect heeft. Ook is het vaak heel herkenbaar.
In het verhaal worden zoveel dingen uit de maatschappij belachelijk gemaakt, dat wij ze niet allemaal kunnen opnoemen. Dit volgen er toch enkele.
Het begint al meteen op de eerste bladzijde. Er is dan een diner aan de gang en daar wordt gezegd: ‘U heeft dus twee koeien geleverd voor dit festijn?’ Waarop de ander antwoordt: ‘ze waren toch gek!’ Ook wordt er gezegd: ‘Daar heb ik de pest aan!’ Waarop een ander reageert: ‘Mijn varkens ook!’. Deze twee uitspraken gaan over de varkenspest en de gekke koeien ziekte. Waarschijnlijk heersten die twee ziekten in de tijd waarin deze strip is geschreven. De schrijver drijft er hier de spot mee. Wij denken dat hij dit doet om duidelijk te maken hoeveel aandacht er in de media aan wordt besteed en dat dat misschien overdreven is.
Een paar bladzijdes verder wordt de regering belachelijk gemaakt door de uitspraak: ‘Arme dieren die hun land ontvluchten en hier bescherming zoeken mogen niet worden teruggestuurd! Er moet iets veranderen in dit land!’ Dit is een protest tegen het beleid van de overheid wat betreft de asielzoekers in het land. Blijkbaar is de schrijver het er niet mee eens, want hij laat de dieren zeggen wat hij zelf vind. Het dierenrijk staat dan voor zijn eigen land.
Op een gegeven moment zegt een ekster: ‘Links? Mij niet gezien, ik ben uiterst rechts!’ Deze zin heeft een dubbele betekenis, want eigenlijk gaat het puur om het feit of de ekster links voorbij wil vliegen. Maar de andere betekenis gaat in op de politieke smaak van de ekster. Hier laat de schrijver opnieuw de dieren zijn mening geven. Blijkbaar is de schrijver links, want de ekster die rechts is, wordt met een schoen de boom uitgegooid, gevolgd door de zin: ‘Met die idioten kan ik ook niets aanvangen.’ Hier worden de politieke partijen belachelijk gemaakt en misschien ook wel de regering.
Naast dit worden ook de ontwikkelingen in het land belachelijk gemaakt. De schrijver laat duidelijk merken dat hij sommige ontwikkelingen overbodig vind door te zeggen: ‘Een G.S.M. Grote-Smoel-Medium! Everybody is er gek op!’ Hiermee maakt hij niet alleen de makers van de mobiletelefoon belachelijk, maar hij zet ook de maatschappij als geheel een beetje voor schut, want het is die maatschappij die een uitvinding als deze met open armen ontvangt.
Maar de schrijver heeft nog meer commentaar op de maatschappij. ‘Ai, dat wordt klimwerk of eerst supersnel montignaccen!’ Dit is gaat over de maatschappij en het ideaal beeld dat zij heeft. De schrijver is het waarschijnlijk niet eens met de vele diëten die er zijn en vindt het belachelijk dat er zoveel mensen willen afvallen.
Toch krijgt de regering het het zwaarst te voorduren, want er wordt ook gezegd: ‘We zullen de loop van deze beek eens verleggen! Ruimtelijke ordening noemt men dat!’ Natuurlijk is dit officieel geen ruimtelijke ordening. Op deze manier maakt de schrijver duidelijk dat de regering een hele hoop mooie thermen heeft, maar het eigenlijk niet zoveel voorstelt.
Verder is er ook een plaatje te zien waarbij alle leden van de vergadering liggen te slapen. Als de koning de vergadering wil beginnen, moet hij de anderen eerst wakker maken. Waarschijnlijk ziet de schrijver het zo: hij denkt dat de regering niet zoveel uitvoert. Dit is natuurlijk heel duidelijk tegen de regering gericht.
De ministers worden verderop nog meer belachelijk gemaakt met de zin: ‘Niks ervan! Ministers, partijvoorzitters… ze beloven van alles en ze doen niets! Een pot nat! Niet te vertrouwen! Veel duidelijker kan het niet: de ministers zijn volgens de schrijver niets waard en de bevolking kan niet op hen bouwen.
Dat de schrijver niet tevreden is met de gang van zaken in zijn land laat hij ook duidelijk merken met de plaatjes bijna op het eind van het verhaal. Daar komt Lambik de stad binnen met een hoop toeters en bellen. Wiske vraagt hem dan waarom hij dat doet, want normaal gesproken is hij zo bescheiden. Hij antwoordt dan: ‘Ben ik ook Wiske, maar binnenkort zijn er verkiezingen.’ Ofwel: de ministers en partijen doen zich stukken beter voor vlak voor de verkiezingen om stemmen te winnen. Maar de schrijver is het hier niet echt mee eens, wij denken dat hij vindt dat die ministers en partijen zich niet zo moeten aanstellen en zich niet anders moeten voordoen dan ze zijn, alleen maar om meer stemmen te winnen.
Als laatste maakt de schrijver nog een nieuwe ontwikkeling belachelijk. Namelijk de euro. Hij laat Lambik zeggen: ‘… straks moeten we in euro betalen en dan kan het misschien niet meer.’ Hiermee laat hij duidelijk merken dat hij er niet gerust op is dat die euro goed is voor de burgers. Indirect maakt hij zo ook de regering belachelijk, want zij heeft deze nieuwe munt bedacht.

58. In welke scènes maakt de dichter van Reinaerts historie gebruik van wetenschappelijke middeleeuwse kennis over de vos?

In regel 75 vertelt Isengrijn, de wolf, dat Reinaert zijn kinderen had bepist. Vossen urineren wel vaker op iets als ze hun geurvlag willen afzetten.
In regel 158 vertelt Isengrijn ook nog dat Reinaert Cuwaert, het konijn, had willen opeten.
In regel 287 wordt Coppe, de hen, op een lijkbaar gebracht, omdat Reinaert haar keel heeft doorgebeten. Vossen staan bekend als kippendieven.
In regel 535 ligt Reinaert te zonnen voor de uitgang van zijn burcht.
In regel 563 vertelt Reinaert aan Bruun dat hij iets verschrikkelijks heeft gegeten: honing. Vossen zijn carnivoren en eten dus alleen vlees.
In regels 845- 936 vangt Reinaert een vette kip bij boer Lamfroid’s huis en peuzelt die lekker op terwijl Bruun vecht voor zijn leven tegen de dorpelingen.
In regel 1700 loopt Reinaert expres met Grimbeert de das een eindje om, zodat ze lang het klooster moeten lopen. Grimbeert weet niet dat daar allemaal kippen rondscharrelen, maar Reinaert probeert meteen zijn slag te slaan, hoewel hij net aan Grimbeert heeft beloofd niet meer te roven, en duikt op een lekker vette kip af.
In regels 2075- 2085 vertelt Reinaert dat hij eerst een lammetje doodbeet en vervolgens ook twee bokjes doodbeet toen hij er eenmaal achter was hoe lekker die waren.
In regels 2377- 2395 vertelt Reinaert hoe zijn vader uit een hol kwam lopen, de ingang met zand dichtmaakte en met zijn staart de sporen van zijn poten uitwiste. Het uitwissen van sporen met de staart is eigenlijk iets dat alleen leeuwen doen, maar vossen kunnen het natuurlijk ook, omdat zij ook een staart hebben.
In regel 3125 snijdt Reinaert de keel van Cuwaert voor de tweede keer door, deze keer met het gewenste resultaat. Samen met zijn vrouw en kinderen eet hij hem op.
In regels 3303-3329 blijkt ook dat Reinaert met zijn gezin in een hol woont.

59. Waarom stond Reinaerts historie bij de rooms-katholieke op de verboden lijst en bij de protestanten juist niet?

In de zestiende eeuw werd Reinaerts historie door de rooms-katholieken op de verboden lijst gezet. In het verhaal van Reinaert werd de katholieke kerk en haar priesters namelijk slecht afgeschilderd. Er zit misschien een verborgen boodschap achter de passage waarin reinaerd Cuwaert tussen de benen neemt om hem het ‘credo te leren’.Ook de passage waarin de pastoor naakt naar buiten komt en hij aflaten belooft aan degene die zijn vrouw uit het water haalt komt de geestelijkheid niet goed naar voren. De protestanten daarentegen moedigden mensen aan om het verhaal te lezen, omdat zij fel tegen de aflatenhandel waren en in dit verhaal er de spot mee werd gedreven.

60. Welke twee antisemitische toespelingen zitten in de naam ‘Jodocus de neushoorn’ verborgen?

A In Jodocus zit het woord ‘jood’. Jodocus op zichzelf kan worden opgevat als een ander woord voor mafkees. Van Genechten verwijst met de voornaam dus naar de joden, die in zijn ogen belachelijk zijn.
Met neushoorn verwijst Van Genechten naar de scheve neus die de stereotype jood altijd heeft. Bij een neushoorn staat de hoorn heel scheef naar boven gekromd, bij een jood staat de neus heel scheef naar beneden gekromd, vindt hij.
Van Genechten insinueert dus met deze naam dat joden dom én lelijk zijn.
B Lionel is de animalificatie van Hitler. Nadat de neushoorn (de jood) aan de macht is gekomen en daardoor allerlei misvormde schepsels (nog meer joden) heeft voortgebracht, komt Lionel vanuit het oosten (= Duitsland) alle goede dieren (de ariërs) bevrijden van deze plaag.

61. Een vergelijking van een moderne versie van Reinaert met Willems versie

Aan de hand van onderstaande tekst zal ik vergelijken hoe Reinaert wordt afgeschilderd in verschillende werken.

Reinaert in de bewerking van Stijn Streuvels (1921)
Op de eerste bladzijde van het boek, onder de ‘Verantwoording’, wordt gesproken van ‘de lotgevallen van meester Reinaert’. Hieruit blijkt dat men Reinaert als een soort slachtoffer beschouwt.
Ook in ons boek wordt Bruun met voorbeelden en woorden gewaarschuwd voor hij naar Reinaert gaat , in de bewerking van Streuvels is daar weinig van terug te zien.
Uit deze twee voorbeelden blijkt dat Reinaert in deze bewerking veel beter is dan wordt gesuggereerd in ons boek.

Reinaert naar het Comburgse handschrift
Ook in deze bewerking komt Reinaert er goed vanaf. Zoals te zien is in het stuk waarbij Grimbeert de klachten van die andere dieren weerlegt aan Nobel. Reinaert wordt hier uitermate goed verdedigd door Grimbeert. In deze bewerking wordt hij met modernere woorden ‘uitgescholden’, daarom lijken deze woorden wat minder krachtig. Verder worden Reinaerts streken met een neutrale kijk op de zaak beschreven. Met name hierdoor lijken zijn streken minder erg te zijn.

62. Een vergelijking van het oorspronkelijke verhaal van Reinaert met de stripbewerking in het Suske en Wiske-album De rebelse Reinaert

Het verhaal van Suske en Wiske mag dan gebaseerd zijn op ‘Reinaert de Vos’, er zijn toch een aantal grote verschillen. Natuurlijk is het grootste verschil het feit dat Suske en Wiske in het verhaal meespelen. Zij redden een aantal keer de slachtoffers van Reinaert en dat gebeurt uiteraard niet in het originele verhaal. Ook gaat niet de das de derde keer Reinaert dagvaardigen, maar gaat Lambik verkleed als das. Dit is natuurlijk zo gekomen omdat de schrijver altijd verhalen over Suske en Wiske schrijft en zij er dus in moeten voorkomen. Daarbij is het leuker om te lezen dat de slachtoffers steeds worden gered, want dat is minder gruwelijk.
Verder zijn er een aantal kleine verschillen wat betreft de inhoud van het verhaal. Een paar voorbeelden daarvan zijn: Reinaert woont in een kasteel in plaats van in een burcht, de pastoor wordt niet voor gek gezet en behoudt ook zijn geslachtsdelen, Reinaert krijgt als straf dat hij op boete toch moet gaan, in plaats van dat de hij zelf met dat idee aankomt. De schrijver heeft dit waarschijnlijk niet heel bewust gedaan. Het zijn maar nuanceverschillen en hebben verder niet veel invloed op het verhaal. Misschien kwam het beter uit als de schrijver deze dingen veranderde.
Het einde van het verhaal van Suske en Wiske verschilt vrij veel van het origineel, want bij Suske en Wiske eindigt het verhaal met de koning en de koningin die nog steeds naar de schat aan het zoeken zijn. De koning heeft namelijk niet het afgehakte hoofd van Cuwaert ontvangen en is zich daarom niet bewust van de list van Reinaert. Door dit einde weet niemand hoe het verhaal afloopt en dat houdt het vrij spannend. De schrijver laat het zo aan de lezer zelf over of het verhaal goed of slecht afloopt, want dat kan de lezer zelf verzinnen en aanvullen.
De karakters van de dieren komen aardig overeen. Reinaert doet net alsof hij heel aardig is, maar ondertussen misleidt hij iedereen, Bruun is erg gretig naar de honing en de koningin is ook erg hebberig, vooral als er over de schat gesproken wordt. Toch is er een klein verschil, want in Suske en Wiske worden de dieren iets positiever voorgesteld. Wij denken dat de schrijver dat heeft gedaan om duidelijk te maken dat Reinaert de grote schurk van het verhaal is en dat de andere dieren slachtoffers zijn. Door de karakters óf heel slecht óf heel goed te maken is dat verschil groter en is het duidelijker wie de slechterik is.
Wij vonden het verhaal van Suske en Wiske leuker om te lezen dan ‘Reinaert de Vos’. Ten eerste omdat ‘Suske en Wiske’ erg veel humor bevat en daardoor leuk is om te lezen. Het is ook niet zo gruwelijk als het originele verhaal, want alles wordt wat positiever en beter weergegeven, zodat het verhaal ook geschikt is voor jeugdige lezertjes. Toch was het ook leuk om ‘Reinaert de Vos’ te lezen, omdat dat eens wat anders dan anders is. Wij vonden het vooral erg verrassend dat men ook in die tijd al zulke gruwelijke en soms wat bloederige verhalen schreef. Toch lezen wij liever iets van deze tijd en hebben wij een voorkeur voor ‘Suske en Wiske’.