Selecteer een pagina

Druk en jaar van uitgave: 8ste druk, april 2005.
Aantal bladzijden: 352.

Opdracht 1.

Samenvatting.

De zesjarige Loes groeit op in een vredige nieuwbouwwijk, waar zij samen met haar moeder de oude, krakende pastorie bewoont. Ook de Luco’s, Ludo en Duuc, wonen daar, twee vriendelijke mannen van wie iedereen aanneemt dat het kamerhuurders zijn. De moeder van Loes is niet zoals andere moeders. Daardoor is Loes de populairste en stoerste in het dorp. Dan komt Thomas bij hen in het dorp wonen. De kinderen vinden hem aanvankelijk een beetje raar. Dat is echter over nadat Loes bevriend met hem wordt. Ze raken zelfs verloofd en vieren een verlovingsfeestje bij Loes thuis. Daar komt de moeder van Loes erachter dat Thomas van zijn achternaam Iedema heet en dat laat haar schrikken. Vroeger woonde zij en Thomas’ vader in hetzelfde dorp. Loes’ moeder was verliefd op hem en ondanks dat hij getrouwd was, had ze een relatie met hem. Toen ze zwanger van hem raakte, wilde hij echter niets meer met haar te maken hebben.
Op een stormachtige nacht wordt de vader van Thomas vermoord met een potlood. De moeder van Loes wordt beschuldigd en veroordeeld tot een lange gevangenisstraf. Vanaf die dag is alles anders. Loes wordt nu opgevoed door de Luco’s en ze gaat niet meer met Thomas en de andere kinderen om. De moeders in het dorp hebben het te doen met Loes’ moeder. Ze geloven niet dat zij er iets mee te maken heeft. Geruchten en speculaties grijpen al snel om zich heen. Uiteindelijk wordt Loes er van beschuldigd dat zij ervoor heeft gezorgd dat haar moeder Thomas’ vader heeft vermoord. Wat er eigenlijk is gebeurd, zal niemand ooit te weten komen. Loes wordt stil en teruggetrokken. De kinderen willen de oude Loes terug en beginnen haar te treiteren om haar zo boos te krijgen. Loes reageert echter helemaal niet op die pesterijen.

Van haar moeder krijgt Loes tekeningen uit de gevangenis opgestuurd. Wanneer Loes twaalf jaar is, komt het bericht dat de moeder van Loes vrijgelaten wordt. Ze komt weer naar huis toe, maar alles is anders dan vroeger. Loes’ moeder besluit dat ze moeten verhuizen naar het buitenland, daar kennen niemand ze. Ze vertrekken naar Lewis, een Engels eilandje. Daar krijgt Loes nieuwe vrienden. Ze wordt de vriendin van de leider van de groep, Gavin. Loes hoort er helemaal bij. Elke dag spelen ze op het strandje en in een hut.
Met de moeder van Loes gaat het niet zo best. Thuis kan ze haar draai niet vinden. Op een gegeven moment trekt ze het niet langer en verhuist ergens anders heen. Loes is weer samen met de Luco’s, iets wat ze niet erg vindt. Op haar achttiende verjaardag krijgt Loes van de Luco’s een aardbeienakker in het Westland. Ze is namelijk dol op aardbeien.
Loes gaat weer naar Nederland verhuizen om te studeren. In Nederland durft Loes haar appartement niet meer uit, uit angst dat ze Thomas tegen komt, die hier waarschijnlijk ook wel zou studeren. Dan ziet ze op televisie een documentaire over de Bijlmergevangenis waarin ze haar moeder aan het werk ziet. Ze besluit haar op te zoeken. Tijdens de ontmoeting komt ze achter de waarheid.

Opdracht 2.

Wat is volgens jou het belangrijkste probleem waarmee de hoofdpersoon te maken krijgt?
De hoofdpersoon is zeker Loes. Ze heeft een heerlijk, zorgeloos leventje; iedereen vindt haar aardig, ze heeft een gave moeder, ze doet veel leuke dingen, wordt waanzinnig verliefd en verloofd zich zelfs op zesjarige leeftijd. Maar als ze haar verloofde voorstelt aan haar moeder en haar moeder erachter komt dat de jongen de zoon is van een oude relatie, verandert er een heleboel. Loes mag niet meer met Thomas omgaan. Dit vindt ze natuurlijk heel erg. Ze loopt vaak weg en gaat soms een paar dagen bij Thomas wonen. Als ze op een avond weer wegloopt, komt ze de vader van Thomas tegen. Ze raken in gesprek en het gesprek neemt gaandeweg een hele andere wending dan eigenlijk de bedoeling is. De vader van Thomas begint opeens tegen haar te schreeuwen dat haar moeder een vervelend mens is en dat ze maar tegen haar moet zeggen dat ze niet weer hoeft te beginnen met ‘die onzin’. Daar heeft de vader van Thomas namelijk geen behoefte aan. Loes snapt er niets van. Maar uiteindelijk dringt het tot haar door dat hij wel eens haar vader zou kunnen zijn en dat hij de man is die de schuld op zich kan nemen dat haar moeders leven zo verscheurd is. Loes wordt heel erg boos en voelt zich bedreigd. Ze wordt zelfs zo boos dat ze een potlood uit haar jaszak pakt en haar arm naar zijn gezicht brengt. Op dat moment wordt ze weggetrokken door de Luco’s en naar huis gestuurd. Ze rent naar huis.

De volgende dag komt er politie bericht brengen dat Thomas’ vader is vermoord en de moeder van Loes wordt als dader aangewezen. Loes’ wereld stort in. Haar moeder een moordenares? Dat kan ze zich niet voorstellen, ook denkt ze dat zij aanzet heeft gegeven tot de moord door de vader van Thomas pijn te doen met dat potlood. Ze wordt hier heel stil van en teruggetrokken. Haar grootste probleem is dus dat ze een trauma oploopt op jonge leeftijd en hiermee niets kan. Haar moeder, haar steun en toeverlaat, zit voor zes jaar in het gevang en kan haar hierbij niet helpen.

Berust de persoon in de situatie of probeert zij die juist op te lossen?

Loes laat de situatie zoals die is. Haar klasgenoten proberen het eerst te begrijpen en haar weer vrolijk te maken. Maar dit lijkt onmogelijk, Loes geeft geen enkel respons. Omdat de kinderen nog maar zes of zeven jaar oud zijn, kunnen ze zich nog moeilijk inleven. Ze proberen Loes’ aandacht te trekken door haar te gaan pesten. Ook hier reageert ze niet op. Ze verklikt hen nooit en roept nooit om hulp. Ze laat het allemaal langs zich heen gaan en denkt dat ze het pesten vast wel ergens aan verdient heeft. Ze neemt de straf geduldig op zich.

Blz. 111 en 112. daarop wordt een passage beschreven dat Loes na een lange reis, die ze samen met de Luco’s maakt om er even tussenuit te zijn, weer terug komt op school en nog steeds stil en teruggetrokken is. De kinderen hebben er genoeg van en schelden haar uit voor alles wat los en vast zit. Ze jonassen haar in het fietsenhok, maar zelfs dat heeft geen effect op haar.
Blz. 120 en 121. hierin wordt beschreven dat ze allerlei streken uithaalden met Loes en dan bijna baden dat ze beslag ging doen bij de meester. Maar ook dit deed ze niet. Wel haalt ze een wraakactie uit, ze vult alle laarzen met water. De moeders van de andere kinderen schieten hiermee naar de Luco’s alsof Loes iets vreselijks heeft gedaan. Zij weten niets af van de wraakactie van hun kinderen die Loes steeds moet verdragen.
Blz. 153. op deze bladzijde lees je dat zelfs de leraren niet onbevooroordeeld kunnen omgaan met Loes. Ze behandelen haar als een imbeciel en hebben totaal geen respect voor haar. Ze doet mee met de sportdag, omdat de leraar tegen haar had gezegd dat hij het niet gek vond dat iedereen haar asociaal en arrogant vindt. ze wil zich dan wel bewijzen, maar dit wordt de kop in gedrukt door een andere leraar.

Twee eigenschappen of karaktertrekken die de persoon hierbij helpen of juist tegenwerken.
Loes is koppig en dat werkt haar wel een beetje tegen. Ze weet niet goed hoe ze zich moet gedragen en houdt het daarom maar bij niets zeggen en negeren wat ze haar aandoen. Haar koppigheid werkt haar hierbij wel tegen, ze kan veel beter haar mond opendoen en iemand in vertrouwen nemen om haar probleem te verlichten. De Luco´s zijn hiervoor geknipt als haar moeder in de gevangenis zit, maar ook deze kans neemt ze niet. Ook al proberen Ludo en Duuc dit vaak genoeg. Ze willen Loes graag helpen, maar dit lukt hen niet. ( ik kan de bladzijde niet meer vinden, maar er is een passage in het boek waarin Loes vertelt over de reis die ze heeft gemaakt met de Luco’s en dat ze tijdens die reis probeerden Loes zover te krijgen om te vertellen wat er nu eigenlijk was gebeurd.)

Twee situaties/passages waarin de hoofdpersoon beter had kunnen handelen.
De al eerder genoemde passages (bij opdracht 2, nummer 1 en 3) zijn ook de passages die ik voor deze opdracht zal gebruiken.

Passage 1; blz. 111 en 112; Loes had tijdens de reis wel tijd voor zichzelf kunnen nemen en de Luco’s in vertrouwen kunnen nemen. Dit heeft ze niet gedaan, ik denk dat ze dat beter wel had kunnen doen. Dan was ze meer zichzelf geweest als ze was teruggekeerd naar school. Ze houdt zich teveel vast aan het feit dat haar moeder weg is, de schuld heeft gekregen en dat zij het, voor haar gevoel, eigenlijk heeft gedaan. Nu is het als zes-/zevenjarige natuurlijk heel moeilijk zoiets uit jezelf te doen, maar aan de andere kant wordt je door zo’n traumatische gebeurtenis wel zodanig volwassen dat je wel betere beslissingen kunt nemen. Als je op zo’n jonge leeftijd besluit je geheim met niemand te delen, zelfs niet met je vader (in Loes’ geval: vaders), dan ben je wel zodanig in staat om te beslissen dat je het niet wil delen. Ik denk dat Loes vergat dat ze nog maar een kind was en dat ze er niets aan kon doen. Als ze er wel over had gepraat met de Luco’s op de reis, was er een geestelijke last van haar schouders gehaald en was ze beter in staat geweest zich te verweren tegen haar klasgenoten. Dan had ze weer leuke verhalen kunnen vertellen en hadden ze haar weer moeiteloos opgenomen in de groep, want zo vergevingsgezind waren de kinderen wel. Ik denk dat Loes dit niet inzag.

Passage 3; blz. 153: Loes wordt in deze passage vernederd door haar leraren. Ik was hier wel op ingegaan. Hoewel de leraren ook wel oogkleppen op lijken te hebben, ze zien toch zelf ook wel dat Loes wordt gepest? Als leraar moet je daar wat aan doen. Loes zit dan in groep 8 en is dan ouder en verstandiger. Misschien is het ook maar beter dat ze er niet tegenin gaat. De hele gemeenschap is al tegen haar en haar familie. Ze kan toch niets meer goed doen. Eigenlijk is het heel erg zielig voor haar. Toch vind ik dat ze haar mannetje moet staan en met een geheven hoofd verder door het leven moet proberen te gaan. Ze is immers niet de dader, haar moeder komt weer thuis en ze kan niets meer veranderen aan het verleden; wat gebeurd is, is gebeurd. Niets meer aan te doen. Maar dit wil ze niet geloven, het komt er niet in bij haar. Ik vind dat de Luco’s wel iets meer radicaal hadden mogen zijn, ze hadden wat harder moeten optreden. Ze laten Loes veel te veel haar eigen gang gaan. Ze helpen haar zoals ze zelf graag geholpen zouden worden, met rust gelaten worden en het zelf uitzoeken. Maar ze zien niet dat dit bij Loes geen effect heeft. zij heeft juist een sterk iemand nodig die haar ‘opraapt’ en haar gerust stelt, maar tegelijkertijd ook een weg naar verbetering van haar gemoedstoestand vrijmaakt. Dit zien zij niet. Dit heeft als gevolg dat Loes maar leert te accepteren dat niemand haar mag en dat ze gewoon een sukkel is die niets kan. Als de Luco’s harder hadden opgetreden en haar niet hadden vertroeteld als een prinsesje, was het niet zover gekomen dat zelfs de leraren haar vernederden en dat ze daar dan niets van durfde te zeggen. Door haar moeder was ze juist opgevoed om haar mannetje te staan en niet over zich heen moest laten lopen.