Selecteer een pagina

1. Ik zal deze samenvatting in chronologische volgorde schrijven omdat dat duidelijker is en het is makkelijker voor mij.
Phinus Vermeer groeit op als wees op bij zijn twee tantes. Als hij een volwassen man is ontmoet hij Franka met haar zoontje Jem. Ze trouwen en het wordt een perfect huwelijk. Een gelukkige moeder die werkt met probleemjongeren, een gelukkige vader die werkt voor Jumbo en die veel van koken houdt, en een gelukkig zoontje die heel zachtaardig is en veel van de natuur houdt. Helaas komt aan al dit geluk een einde als Jem wordt doodgeschoten terwijl hij met zijn vriendin Sanne in ‘the escape’ (discotheek) is. Vanaf dit moment gaat het ook mis tussen Franka en Phinus. Ze groeien steeds verder uit elkaar en krijgen steeds vaker ruzie. Franka wil samen rouwen, maar Phinus wil alles het liefst zo snel mogelijk vergeten. Hij gaat achter de dader aan en probeert deze zo lang mogelijk de cel in te krijgen (wat niet lukt: 3jaar). Ondertussen vecht hij met zijn schuldgevoel, hij wilde immers zo graag dan Jem Sanne meenam naar de discotheek i.p.v. naar het café. Om het weer goed te maken met Franka neemt hij haar mee naar een herberg op het platteland van Aduard. Dit doet hun relatie niet goed. Zodra ze terug zijn, gaat Franka logeren bij een vriendin. Sanne komt langs bij Phinus en verteld hem dat ze zwanger is van de keer dat ze samen naar bed zijn geweest, en dat ze een abortus wil. Ze krijgen ruzie, want Phinus wil het kind wel en Sanne loopt boos weg. Tijdens het zoeken naar haar krijgt Phinus problemen in een café met twee uitsmijters. Hij verliest zijn zelfbeheersing en komt in de cel terecht, waar hij eindelijk aan het verwerkingsproces kan beginnen.

2. Ik ben dit jaar op zoek naar nieuwe uitdagingen wat boeken betreft. Vorig jaar heb ik heel veel van Tim Krabbé gelezen, waardoor dat een beetje is gaan vervelen. Ook Ronald Giphart en Yvonne Keuls heb ik regelmatig gelezen. De laatste paar boeken waren een beetje oppervlakkig, echt puur voor het vermaak. Nou zocht ik iets moeilijkers, iets met inhoud (ik wijs terug naar Giphart als het tegenovergestelde). Ik hoorde van verschillende mensen dan ‘Zonder genade’ van Renate Dorrestein een heel mooi boek was, daardoor ben ik heel nieuwsgierig geworden. Ook heb ik vaak gehoord dat Renate Dorrestein een heel goede schrijfster is. Dat ook andere boeken van haar heel goed zijn, en dat sprak me ook wel aan
Toen ik de omslag zag dacht ik dat het over jongeren zou gaan. Je ziet in het klein het postuur van een man en een vrouw die naast elkaar staan, dan daar achter twee meisjes iets groter en daar weer achter het grootst het postuur van een jongen. Ik dacht dat dit een groep jongeren was. Omdat het grootste deel roze is moest ik meteen denken aan liefde en relaties. De man, de vrouw en de titel zijn fel geel. Dit springt eruit omdat de rest van de kaft heel rustig gekleurd is. Het geeft een beetje een agressieve en opstandelijke indruk. De titel is ‘zonder genade’. Zo kwam ik op het idee van een groep vrienden waartussen ruzie ontstaat. En geloof me, als jongeren ruzie hebben kan het er hard en ‘genadeloos’ aan toe gaan.
Na de flaptekst gelezen te hebben merkte ik dat ik er totaal naast zat. Het gaat over een echtpaar dat hun zoontje verloor, niet over een vriendengroep. Wel gaat het over spanningen binnen de relaties. Naast een korte inhoudsweergave staan er bij de flaptekst ook korte uitspraken uit de krant over dit boek. Allemaal even veelbelovend. Ze gaven mij alleen wel de indruk dat het een heel spannend boek was, ik citeer: “Renate Dorrestein is een schrijfster die, net als Hitchcock, weet dat angst relatief is. Binnen de juiste context kan een stuk steen even angstaanjagend zijn als een geladen geweer.” En “Een griezelig en verontrustend boek, dat met geen ander boek te vergelijken is.” Maar dat viel toch tegen. Er zat totaal geen spanning in.
De titel sloeg ook heel ergens anders op. Het zou kunnen slaan op de dood, die altijd zonder genade toeslaat. Dit keer op Jem, terwijl hij dat helemaal niet verdiend had. Ook zou het kunnen gaan over de katholieke ‘genade’. Zodra je doodgaat kom je in het vagevuur. Daar worden al je zonden vergeven en mag je naar de hemel toe, daar wordt je genade geschonken. Phinus echter zal altijd achtervolgd worden door schuldgevoelens. Is het niet om het feit dat hij met Jem’s vriendinnetje naar bed is geweest, dan wel doordat híj had gezegd dat Jem naar de discotheek moest. Hem zal nooit genade geschonken worden. Zijn verdere leven zal in dat ozicht een hel zijn.
Meestal is het zo dat je, door de titels van de hoofdstukken te lezen, een vaag idee krijgt waar het verhaal over gaat. Maar in dit boek is dat totaal niet het geval. Titels zoals ‘Wat geld volgens Phinus vermag’ en ‘wat het lot voor elkaar krijgt’ laten je raden naar wat er gebeurd zou kunnen zijn, maar ze verklappen nog niets. Wel laten ze de chronologische volgorde zien. ‘Wat Jem altijd zei’ en ‘Wat de dader bewoog’ zijn duidelijk flashbacks. Eerst eentje toen Jem nog jong was, en dan een recentere, toen hij doodgeschoten werd.

3. Er is een duidelijk probleem in dit boek; Twee geliefden verliezen hun zoon. Maar voor Phinus is dat nog niet alles, hij krijgt ook te kampen met een schuldgevoel. Híj had immers gezegd tegen Jem dat hij Sanne mee moest nemen naar een. In plaats van dit schuldgevoel en het grote verdriet om het verlies van zijn zoon te verwerken, schuift hij het in een klein hoekje, en hij gaat zich bezighouden met andere dingen. Hij wil koste wat kost de dader te pakken krijgen en hem zo lang mogelijk cel geven. Helaas pakt dit niet zo goed uit, Marius H krijgt 5 jaar. Phinus gaat in hoger beroep waarmee hij bereikt dat de schuldige 3 jaar krijgt.
De relatie die hij heeft met Franka gaat ook snel achteruit. Zij wil wel gewoon rouwen, mooie herinneringen aan Jem bovenhalen, en een stille tocht organiseren. Maar Phinus is het hier allemaal niet mee eens. Hij heeft zijn eigen manier. Eerst gaat hij met Sanne naar bed, daarna slaat hij een man tegen de grond en uiteindelijk komt hij in de gevangenis terecht. Hij is nu alles kwijt, zijn zoon, zijn vrouw, iets wat zijn kind had kunnen worden, echt alles. Pas nú is hij klaar om Jem op een normale manier te vergeten.
Dit was wel het laatste wat ik had verwacht. Ik dacht dat hij als eerste zijn relatie met Franka zou proberen te redden, maar al snel bleek dat dat een onbegonnen zaak was. Het is zo dom van hem dat hij de enige vrouw die hetzelfde heeft doorgemaakt als hij, en waar hij dus het beste mee kan praten, weg laat glippen. Het was sowieso niet slim van hem om met Sanne naar bed te gaan als hij al zo’n lieve vrouw heeft.
Ten tweede dacht ik dat hij wel naar iemand toe zou gaan om te praten. Iemand die hij niet kent en die geen mensen kent in zijn omgeving, zodat hij gewoon eerlijk over Sanne kan vertellen zonder dat hij daar meteen op afgerekend wordt (al zou dat wel terecht zijn). Ook kan hij het dan meteen over zijn schuldgevoelens hebben, zodat het vertrouwenspersoon hem daar vanaf kan helpen.
In plaats van logisch en verstandig te handelen, verliest Phinus zichzelf helemaal. Hij heeft eerst zijn leven niet meer in controle en dan verliest hij ook nog eens zijn zelfbeheersing. Het lijkt wel alsof hij doordraait, hij denkt niet meer normaal zoals jij en ik. Uiteindelijk komt het zelfs zover dat hij twee mensen vermoord. Ze deden ook wel heel vervelend, maar doden is wel heel overdreven. Zijn brein gaat heel vreemd tekeer. De barvrouw maakt een lullige opmerking en hij denkt ‘beurt overslaan’ , hij denkt in zetten van een speelbord. Eigenlijk handelt hij precies hetzelfde als de moordenaar van Jem. Hij had ook een rotdag achter de rug en dan kan één klein dingetje genoeg zijn om alles eruit te laten komen. Bij Marius H zorgde dat voor een woede aanval waarin hij Jem doodschoot, bij Phinus voor een woede aanval waarin hij de hoofden van de barvrouw en de uitsmijter tegen elkaar aan slaat.
Pas als Phinus in zijn cel zit komt hij tot bezinning. Ik had echt niet verwacht dat hij zo diep moest zinken om alles te kunnen verwerken. Hij leek me een heel verstandige man, die zichzelf helemaal onder controle had en overal een goede oplossing op wist. Zo zie je maar dat de dood van een heel dierbaar iemand je een totaal anders mens kan maken.

4. Ik heb me gedurende het hele boek lopen verbazen over de relatie tussen Jem en zijn vader. Het was zo perfect, ze hadden het zo leuk samen. Eén passage daarvan is me heel erg bijgebleven, dat was toen Jem nog klein was. Hij had net een nachtmerrie gehad en Phinus moest komen kijken omdat het spookte in zijn kamer. Hij zei tegen Jem dat hij spook eens om moest draaien, koops krijg je dan, en koopsen bestaan helemaal niet. Niets om je druk over te maken dus. Dit vond ik zo prachtig, dat je een kinderangst op die manier op weet te lossen. Als ik dat stukje nog een keer boven haal word ik helemaal verdrietig van het idee dat Jem later doodgeschoten wordt. Hij had echt een perfecte jeugd, wat ouders betreft dan. Het is ook zo zonde dat Phinus zo verandert. Hij was een uiterst leuke man, echt een voorbeeldvader en daar blijft niets meer van over.
Wat ik ook heel jammer vond, is dat hij aan het eind nog ruzie maakt met Sanne. Als ze samen uit eten gaan verteld ze hem dat ze zwanger is en dat ze een abortus wil laten plegen. Ze heeft daar alleen niet genoeg geld voor en daarom vraagt ze Phinus om hulp. In plaats van haar te helpen wil hij dat ze het kind houdt, omdat er dan een kind op de wereld gezet wordt met zijn genen. Dit was echt een oerstomme actie van hem. Ik vind het zo egoïstisch. Hij moet zich eens inleven in Sanne. Als een meisje van vijftien een kind krijgt wordt ze verstoten door de mensen om haar heen. Hij denkt alleen maar aan zichzelf, híj wil persé een kind dat echt van hem is, maar Sanne moet er negen maanden mee rondlopen, Sanne wordt door de mensen raar aangekeken, en Sanne krijgt ruzie met haar ouders. Daar denkt hij allemaal niet aan. Ook was Sanne Jem’s vriendinnetje en niet dat van hem. Als hij eerlijk had gezegd dat hij niet de echte vader was, was het nooit zover gekomen. Dan had Sanne helemaal nooit met hem naar bed gewild. Als ik Sanne geweest was zou ik ook weggelopen zijn, ik geef haar groot gelijk.
Het waarheidsgehalte van het boek lijkt heel hoog. Alleen is het vanuit de ogen van een man geschreven (in de 3e persoon enkelvoud) en Renate Dorrestein is een vrouw. Er zitten stukjes in het boek die zo uit het dagelijkse leven gegrepen zijn. Bijvoorbeeld wanneer Phinus Franka en Jem wil laten schrikken door sinaasappel schillen in zijn mond te doen als tanden. Ik weet nog heel goed dat wij dat ook altijd deden. Of wanneer Phinus van Jem moet raden in welke beker cola zit en in welke beker pepsi. Dit komt mij allemaal zo bekend voor. En ik weet zeker dat dat bij meer mensen het geval is. Het is alsof Dorrestein dit zelf allemaal meegemaakt heeft. Waarschijnlijk is ze nooit echt haar zoon op deze wijze verloren. Maar de dingen zoals ik die hierboven genoemd heb, zullen wel degelijk recht uit haar leven komen.
Het is wel jammer dat ik me aan geen enkel personage in het boek verwant voel. Phinus is het belangrijkste, maar die is een wat oudere vader, het tegenovergestelde van mij dus eigenlijk. Franka is dan wel een vrouw maar haar persoonlijkheid is heel anders dan die van mij. Zij is veel zelfstandiger, ze kan veel beter tegen een stootje. Jem echter is weer veel te lief. Hij is heel afhankelijk van andere mensen. Ook is hij vegetarisch, en heel gevoelig voor dieren. Daar kan ik mezelf niet echt in vinden. Ik heb graag veel mensen om me heen, maar ik vind het niet fijn om afhankelijk van ze te zijn. Ook Sanne is niet zoals ik, ze is veel te stoutmoedig. Lang leve de lol en als het mis gaat kan ik altijd nog een abortus plegen.

5. Het belangrijkste wat ik van dit boek heb geleerd, is dat het leven, ook als je alles volgens de regeltjes doet en lief bent voor alles en iedereen, vreselijk slecht en ondankbaar kan zijn. Ik kon echt helemaal niets ontdekken wat niet perfect was aan het gezin van Phinus, Franka en Jem. Misschien was het wel té perfect. Zoals Franka ook een keer zei, “Phinus, je bent té trouw”, dat vond ze een beetje saai. Ik merk ook bij mezelf dat als alles goed gaat, het begint te vervelen. Dan ben ik weer toe aan iets spannends.
Ik dacht bijna dat er nergens meer gezinnen waren die normaal eten koken (dus geen magnetronmaaltijden), en die gezellig samen gezelschapsspellen doen. Je hoort zo vaak van mensen dat ze tv kijken, computeren, werken, en (bijna) geen tijd meer hebben voor hun gezin. Gelukkig laat dit boek zien dat er nog wel degelijk van die families zijn. Dat het niet raar is als je van lekker eten koken houdt, en van tijd vrijmaken voor het sociale leven thuis. Ik merk dat ik zelf steeds vaker in de stad of bij vrienden zit als thuis. Mijn ouders hebben dat ook tegen mij gezegd, dus ik let er nu op dat ik hun niet vergeet. Dit boek heeft mij geholpen de leuke dingen van thuis zijn te zien. Ik vond het maar saai om op de bank te zitten, puur om het ‘thuis zijn’ voor mijn ouders. Maar ik zag niet dat het ontzettend leuk is om met mijn broertje te praten over hoe het gaat bij hem op school, en over zijn leven. Ook heb ik het leuke van koken ontdekt. Het is heerlijk om aan andere mensen je kookkunsten te laten zien en proeven, en daarna te horen dat je zo ‘voortreffelijk gekookt’ hebt, ‘moet je vaker doen’.

6. De moeilijkheidsgraad van dit boek is best hoog naar mijn mening, maar niet té. Hierdoor blijft het wel boeiend. Eén keer in de zoveel tijd kom je opeens een zin tegen die er eigenlijk helemaal niet tussenhoort. Een soort gedachte, een herinnering die opeens in je hoofd schiet. Als Phinus alleen in de auto zit terwijl Jem al dood is bijvoorbeeld: “rode stoplichten, oranje stoplichten, de belsignalen van spoorwegovergangen… Doe gauw je ogen dicht, Jem, we hebben haast.” Deze dingen zorgen ervoor dat het verhaal niet saai en langdradig wordt. Ik merk ook meteen wanneer het alweer een tijdje geleden is dat er eentje is geweest.
Ik heb van een paar mensen gehoord dat ze het boek saai vonden omdat het zo moeilijk was, maar daar had ik totaal geen moeite mee. Je moet zo nu en dan gewoon goed opletten en hard nadenken. Door die moeilijkheid kan het ook zijn dat je bepaalde grappen mist, omdat ze voor een wat intelligenter publiek bedoeld zijn. Het is jammer, dat niet iedereen dit boek kan lezen (en het leuk vinden), want het is heel mooi.
Je moet de chronologische volgorde van het verhaal goed in de gaten houden, er zitten namelijk veel flashbacks in. Het is heel leuk dat Dorrestein je soms al iets laat vermoeden voordat je het leest. Phinus heeft het bijvoorbeeld over een slippertje van hem, maar er is nog niks verteld in een flashback. Pas veel later in het boek kom je te weten met wie en waarom het gebeurde. Hierdoor werd ik helemaal nieuwsgierig, en bleef ik doorlezen.