Selecteer een pagina

Inhoud:
1. Algemene gegevens
2. Opdracht 1 Samenvatting
3. Opdracht 2 Personages
4. Verwerkingsopdracht

1. Algemene gegevens
Terug naar oegstgeest
Jan Wolkers
27e druk Amsterdam: Meulenhoff 1985
247 p.

2. Opdracht 1 Samenvatting:

De ouders van Jan beginnen in Oegstgeest een kruidenierswinkel. Jan wordt geboren op zijn vaders 35ste verjaardag. Als Jan een half jaar is, krijgt hij bronchitis, waardoor hij astmatisch blijft. Een ongeluk met de kroepketel, die gebruikt wordt om te stomen bij ziekte, is de oorzaak van het litteken op zijn linkerslaap. Jan groeit op in een streng gereformeerd gezin. Hij is voor zijn ouders, die hem graag zouden zien als een braaf en gelovig jongetje, geen gemakkelijk kind. Het gezin waarin Jan opgroeit is groot. Het meeste contact heeft hij met zijn broer, met wie hij uit ruimtegebrek het bed moet delen. Zij hebben een haat-liefde verhouding, hoewel de bewondering voor zijn broer bij Jan de overhand heeft. Er komen veel herinneringen aan de lagere-schooltijd naar boven. Op juffrouw Vink is hij dol, in tegenstelling tot juffrouw Hakkenberg van de tweede klas. Zo goed als het bij de eerste ging, zo slecht gaat het dan ook bij de tweede. Hij gaat daarop naar een andere school, waar het weer goed gaat. Jan herinnert zich allerlei annekdotes van de hoofdonderwijzer ‘de papegaai’. De schrijver bezoekt beide scholen, evenals een overbuurvrouw en het pand van de winkel, waarin inmiddels een middenstandsbank gevestigd is.
Na de lagere school volgt Jan de MULO, die hij nooit afmaakt, omdat hij van school verwijderd wordt. Hij deelt de geloofsovertuiging van zijn ouders niet. Als hij iets uitgehaald heeft, volgt onvermijdelijk de cirkelgang: straf, wraak, medelijden, schuldgevoel. Na het verlaten van de school moet Jan helpen in de winkel van zijn ouders, waarmee het door de crisisjaren van de oorlog steeds slechter gaat. Jan is niet erg geschikt als winkelbediende, omdat hij arme mensen weleens iets gratis geeft. De ouders van Jan verhuren kamers en, om geld voor de kapper te besparen, koopt vader een tondeuse. Uiteindelijk wordt de winkel opgeheven, en gaat Jans vader een kantine in een kasteel beheren. Op zijn 14de krijgt Jan zijn eerste echte baantje bij het Academisch Ziekenhuis. Samen met een andere verzorger bedrijft Jan wrede spelletjes met dieren. Al in de vroege kinderjaren is er sprake van ambivalente gevoelens voor dieren en er zijn meerdere voorbeelden van sadisme. Zijn tweede baantje is tuinjongen op een landgoed. Jan tekent veel in de tuin en studeert Engels en Frans uit de boeken van zijn zus. Hij bezoekt de avondtekenschool en neemt les in machineschrijven. Hij krijgt een vriendinnetje, maar door zijn stuntelige toenaderingspogingen, loopt dit stuk. Na nog enkele baantjes krijgt hij in 1943 werk op het distributiekantoor in Oegstgeest. In die tijd begint hij griezelverhalen te schrijven. Als Jan een oproep krijgt voor de arbeidsdienst, duikt hij onder. De schrijver bezoekt verschillende van zijn vroegere werkplekken: de laboratoria, waar de sfeer niets veranderd is, en het landgoed, dat er totaal verwaarloosd bij ligt. Het boek eindigt met het overlijden van zijn geliefde broer en de herinneringen aan hem.

3. Opdracht 2 Personages:

De belangrijkste figuur in dit boek is de verteller, Jan. Hij maakt alles mee en verteld over zijn jeugd. Hierna komt het personage van zijn vader. De aspecten die zich afspelen tussen Jan en zijn vader zijn in het boek telkens weer van de slechte kant. In zijn schoolcarrière verwisselt Jan vaak van school, Zijn vader vindt dit maar lastig, hij heeft namelijk al genoeg kinderen om voor te zorgen. (zie hfdst 5 p. 69). Na een jaar op de Mulo te hebben gezeten werd Jan van school gehaald om in de winkel van zijn ouders te komen werken. Toen hem op een keer gevraagd werd wijn te halen voor het avondmaal, haalde hij perongeluk de verkeerd. Ondanks dat deze wijn uitstekend te drinken was, was zijn vader toch boos op hem. ( hfdst 10 p. 149). Hij kon in de ogen van zijn vader weinig goed doen. Het was namelijk niet zo dat Jan niet wilde. (hfdst 9 p. 126). Maar het liep op de een of andere manier toch wel weer mis.
De ouders van Jan waren streng christelijk, elke avond werd er een stukje uit de bijel voorgelezen. Zijn vader was predikant en de ker was super belangrijk. Door deze sterke geloofsovertuiging die
Jan duidelijk niet had, hij Jan en zijn vader nog een stukje uit elkaar geggaan. Omdat Jan vrijwel zijn eigen weg trekt, en zich weinig van zijn vaders mening aantrekt, verslapt het contact een beetje. Vooral als Jan een baantje krijgt op een landgoed is hij weinig meer thuis. Overdag werkt hij en ‘s avonds gaat hij naar een tekenschool. (hfdst 13 p. 190).
Ikzelf zou nooit zo’n afstandelijke relatie met mijn vader kunnen hebbe. Ik vind het belangrijk dat er gepraat wordt over wat er bij mij op school gebeurt en ook in mijn omgeving. Wat ik meemaak, krijgt mijn vader altijd wel te horen. Natuurlijk is dit ook wel anders omdat wij anders zijn opgevoed. We zijn wel christelijk en ook protestant, maar één keer per drie maanden naar de kerk gaan vinden mijn ouders zelf ook meer dan genoeg. Het feit dat Jan nog veel meer broertjes en zusjes heeft speelt ook een rol. Als vader heb je dan meer kinderen waar je aandacht aan moet besteden, en de kleintjes zijn dan vaak toch wel het belangrijkste. Ik ben ook blij dat ik af en toe bij mij vader op schoot kan gaan zitten en lekker met hem knuffelen, dit kan ook een meisjes ding zijn, maar in het boek wordt hier niets over gezegt.

4. Opdracht 3 Verwerkingsopdracht:

Omdat ik toen ik het boek ging lezen niet eens wist waar oegstgeest lag, heb ik besloten wat over Oegstgeest te vertellen. Ik heb wat opgezocht over de geschiedenis van Oegstgeest:

Dit fraaie bouwwerk is in 1901 gesticht en in Gothischen stijl opgetrokken. Hoewel sober gebouwd, maakt het bedehuis door zeer juiste verhoudingen een aangenamen indruk. Oegstgeest is een oud dorp.Reeds in de negende eeuw onzer jaartelling wordt er melding gemaakt van Ostresgeist- later spreekt men van Oestgeest. Deze laatste naam is zeer juist-immers oest betekent oost en het dorp ligt werkelijk aan de oostzijde der geestgronden.

Langs de buitenplaats “Duinzicht” waar Bisschop Baron van Wijkerslooth ongeveer 60 jaar geleden een monumentaal woonhuis bouwde, welk woonhuis echter nu reeds zeer geruimen tijd ledig en onbewoond staat. Men zegt, dat de kerkvorst bepaald heeft, dat dit huis een eeuw lang na zijn dood onbewoond moest blijven. Het eens zo mooie huis maakt een droevigen, verlaten indruk. Op een gedeelte van de buitenplaats “Duinzicht” is laatst een Rooms Katholieke school gebouwd.

Aan de noordzijde van “Duinzicht” loopt het Filozofenlaantje. Dan volgt er een driesprong, waar een paar monumentale hekposten met wapenschilden en het opschrift “D’Hooge Boom” staan. Achter het ijzeren hek staat een stenen kolom, die het opschrift draagt: “Daniel Wijttenbach, Civis Bernas.” Aldus moet de heugenschap bewaard blijven van de vermaarden Leidschen professor in de klassieke letteren (1746-1820)

De Postbrug, die het Oegstgeester kanaal overspant is een afwateringskanaal van Rijnland. De naam Postbrug herinnert er nog aan den tijd, dat hier de postpaarden van de diligences verwisseld werden. Over de brug staat het hek, dat het Groene kerkje met het daarom liggend kerkhof van de weg afscheidt. Zeer schilderachtig ligt hier dit eenvoudige kerkje, waarvan de zijwanden dicht met klimop zijn begroeid. Het gebouwtje ligt eenigszins op een heuvel en er wordt verteld, dat Oegstgeest om deze reden ook wel eens Kerkwerve werd genoemd. Inwendig heeft het kerkje weinig bijzonders. Men vindt er enige geschilderde glazen met afbeeldingen o.a. van het Huis Endegeest en met de geslachtwapens van de familie, die het kasteel bewoonden. Verder staat er een bank met mooi snijwerk, die van 1689 dateert en bestemd was voor de ambachtsheer en zijn familie. Merkwaardig is het mooie houten tongewelf, alsmede een mooie koperen voorlezerslessenaar, bovendien staan er in ’t gebouwtje enkele grafstenen van zeer oude datum. Op de doodenakker om het kerkgebouw heen, trekt onder meer de wit marmeren graftombe van Jhr.Mr. D.T.Gevers van Endegeest zeer de aandacht.

Inleiding:

Voor mijn twee boekverslagen heb ik gbesloten een kleine inleiding te schrijven. Ik heb de twee boeken “Terug naar oegstgeest” en “Nathan Sid” gekozen. Ik heb er niet voor gekozen om deze twee boeken met elkaar te vergelijken. Dit komt, omdat ik dit in de vierde klas al een keer heb geprobeert, en ik hier toen een vijf voor had. We lijken de verslagen op elkaar. De structuur van de verslagen zijn hetzelfde. Ik heb er voor gekozen om van beide boeken een korte samenvatting te geven, vervolgens in te gaan op de personages (ook allebei een ouderlijk figuur) en tot slot heb ik de verwerkingsopdracht gekozen, waarin gevraagd werd naar informatie te zoeken. Ik heb informatie opgezocht, waarvan ik dacht dat het bij het boek paste. Ik wens u plezier met het lezen van mijn verslagen, en een fijne vakantie.