Selecteer een pagina

Vergilius

De Herdersfluit
Bucolica
Rens Jaspers, V5d
KCV
19-6-2005
Leesverslag

Samenvatting
In De Herdersfluit staan allerlei gedichten over herders en het landleven. Het boek is verdeeld in tien herdersdichten, die eclogen worden genoemd. In elke ecloge wordt een andere onderwerp behandeld. Herders praten dan over het onderwerp van de ecloge, na een korte inleiding (die overigens niet door Vergilius is geschreven, maar door Rik Deweerdt, de vertaler). Omdat het allemaal verschillende gedichten zijn, en het geen zin heeft om over alle ecologen iets te vertellen, heb ik één ecloge gekozen voor dit verslag. Het is de zevende ecloge: Een zangwedstrijd in Arcadië.
In deze zevende ecloge gaat het over Corydon en Thyrsis. Deze twee Arcadische herders gaan een zangwedstrijd aan op de Povlakte, aan de oever dan de Mincius . Meliboeus, die het gezang mag aanschouwen, bepaalt wie de wedstrijd wint.
Eerst beginnen de herders elk met een aanroeping. Thyrsis probeert hierbij de kracht van de valeriaan te gebruiken tegen de dichter Codrus. Dan biedt Corydon de jachtgodin Diana geschenken aan in de gedaante van Micon de jager en geeft Thyrsis geschenken aan de tuingod Priapus, in de gedaante van een arme tuinier.
Daarna begint het dichten. Ze vertellen over meerdere dingen. Corydon zingt dat hij verlangt naar de liefde van de zeenimf Galatea en Tyrsis wenst dat hij niet meer hoeft te werken. Corydon zingt over zomer, en Thyrsis beschrijft een wintertafereel in zijn lied.
Uiteindelijk bepaalt Meliboeus dat Corydon de zangwedstrijd wint.

Mening
De vertaling van het boek is tamelijk ingewikkeld. Ik geloof graag dat het Nederlands net zo dichterlijk is als het Latijn geweest moet zijn. Het is heel goed dat er voorafgaande aan elke herdersdicht een korte inleiding is waarin precies beschreven staat wat er in de ecloge allemaal verteld gaat worden. Het is ten eerste een houvast omdat de vertaling soms moeilijk te begrijpen is en daarnaast is het ook prettig omdat je meer weet waar ze over spreken: het wordt opeens toegankelijk.
Van de eclogen heb ik niet het idee gekregen uitgebreid in de gedachten van de herders van 2000 jaar geleden te hebben kunnen kijken. De gedichten zijn mooi, maar het kost redelijk veel moeite om ze te begrijpen. Ik kreeg het idee dat het praktische een beetje verdween in het poëtische. Toch is het met wat meer tijd goed mogelijk om een redelijk beeld te krijgen van de situatie van toen, als er waarheid zit in de verhalen van Vergilius tenminste.
Wat mij aanspreekt in het boek is dat het in mindere mate één groot verhaal is, en meer kleine afzonderlijke verhaaltjes met ieder hun eigen onderwerp. Het is niet nodig om erg veel eerder genoemde feiten te onthouden.
Wat mij aan de andere kant weer tegenvalt is de manier waarom de gesprekken beschreven zijn. Soms krijg je van die beschrijving het idee dat de twee herders helemaal niet tegen elkaar aan het praten zijn, maar allebei hun eigen monoloog voeren. Het is dan toeval dat ze allebei over hetzelfde onderwerp praten. Er zijn een paar manieren om te laten zien dat er interactie is en dat ze echt goed reageren op elkaar, maar in dit boek ontbreken die op sommige plaatsen. Ook heb ik soms moeite gehad met het ietwat verouderde Nederlands. Gelukkig wordt het verhaal door deze dingen niet onduidelijk.