Selecteer een pagina

Opdracht 1. Maak een beknopte samenvatting van het verhaal.

Het boek gaat over het levensverhaal van een pedofiel, die gaandeweg wanhopig probeert zijn liefde voor nimfijnen (kleine meisjes) te verbergen, weg te drukken en op goede momenten naar boven te laten komen. Je leest hoe hij trouwt, scheidt en gaandeweg ga je op verschillende manieren tegen Humbert aankijken. De hoofdpersoon is dus Humbert. Hij “schreef dit boek”als het ware. Hij is geboren in 1910, in Parijs. Hij is half Engels, half Nederlands. Dat staat in het boek, maar ik denk oorspronkelijk half Engels, half Frans. Na talloze rare gebeurtenissen valt hij uiteindelijk voor het ingewikkelde meisje Lolita (12jr.). Hijzelf is dan midden veertig (1952). Als hij dan ook nog eens bij haar in huis terecht komt wordt hij helemaal gek en doet hij vreselijke dingen, zoals verkrachting.

Opdracht 2a. Formuleer het thema
Het thema is heel duidelijk pedofilie. Constant gaat het over de moeilijke tijden voor H.H., en na dit boek snap je ook precies hoe een pedofiel tegen zichzelf en anderen aankijkt. Wat je na dit boek heel goed begrijpt is dat het leven van een pedofiel echt heel moeilijk is. De hoofdpersoon is een pedofiel. Dat is een (jong)volwassene die zich seksueel aangetrokken voelt tot een kind van het andere geslacht.
Een ander thema zou ook de puberteit kunnen zijn. Maar dit ligt iets lastiger. H.H. wordt dan wel verliefd op een pre- puberend meisje, gaandeweg ontdek je dat Lolita wel degelijk veel kuren heeft die een kind nauwelijks zou kunnen bedenken. Ze speelt een spelletje met iedereen, en zo ook met Humbert. In dit boek spelen puberale gedachtes wel degelijk een rol.

Opdracht 2b. Citeer 5 uitspraken van een van de figuren of de verteller die betrekking hebben op het onderwerp en licht die toe.

Blz. 145. Humbert: “Wat is er kis met mussen?,”mompelde ik in haar haar. Dit zegt hij tegen Lolita, nadat zij hem omhelsd omdat hij haar een cadeau heeft gegeven. Hij zegt dit omdat Lolita niet wilde dat hij haar kuste. Hijzelf wil niets liever dan dat natuurlijk. Hij vraagt daarom ook waarom ze kussen niks vind.
Blz. 167. Humbert: ‘Het stond me niet aan zoals mijn kleine maîtresse haar schouders ophaalde en haar neusvleugels uitzette toen ik een oppervlakkig praatje trachtte te maken.’
Hij zegt dit nadat hij het bed heeft gedeeld met Lolita, en wanneer ze samen aan de ontbijttafel zitten van een café.
Blz. 168. Lolita: ‘Druiloor,’zei ze, en lachte me liefjes toe. ‘Walgelijk wezen. Ik was een fris bloempje, en kijk eens wat je me nu hebt aangedaan. Eigenlijk moest ik nu de politie bellen en zeggen dat je me verkracht hebt. O, wat ben jij een ouwe viezerik.’ Dit zegt Lolita, nadat ze met Humbert de nacht heeft doorgebracht. Dit laat zien hoe ingewikkeld ze is. Is dit een grapje? H.H. weet het niet. Niemand weet het, behalve zijzelf.
Blz. 237. Humbert: Nadat ze allemaal weg waren zei mijn Lo bah, deed haar ogen dicht, en liet zich in een stoel vallen met alle vier de ledematen als een zeester om de opperste walging en uitputting uit te drukken en bezwoer dat het stel jongens het afstotelijkste was dat ze ooit had gezien. Voor die opmerking kocht ik een nieuw tennisracket voor haar. Dit zegt Humbert als verteller omdat Lolita net een feest met jongens heeft gehad. Hij was daar jaloers op.
Blz. 13. Humbert: ‘Lolita, mijn levenslicht, mijn lendevuur. Mijn zonde, mijn ziel. Lo-lie-ta: de tongpunt daalt drie treden het gehemelte af en tikt bij drie tegen de tanden. Lo. Lie. Ta.’
Zo begint het boek. Je merkt al meteen erg goed dat de persoon die het zegt iets voelt voor Lolita. Maar ook dat er meer aan de hand is (mijn zonde). Het is de inleiding voor een zwaar ingewikkeld, maar wel leuk boek.

Opdracht 2c. Verklaar de titel en maak duidelijk in hoeverre die titel correspondeert met het boek.
LOLITA. Dat is de titel van het boek. Het is het meest gebruikte woord in het boek. Het is de naam van het meest beminde meisje in het boek. Lolita is het meisje dat vanaf haar negende tot aan ongeveer haar vijftiende in het leven van de hoofdpersoon is. Dat zes jaren lang hem gek maakt, hem eerst zonder te weten verleid, en later donders goed weet waar ze mee bezig is. Het meisje met de vele namen: Dolly, Dolores, Lola, Lolita. Haar naam is zo ongeveer in het hele boek het belangrijkste. De titel lag dus wel voorhanden.

Opdracht 2d. Verzin zelf drie zelfverzonnen titels en leg uit waarom die volgens jou van toepassing zijn op het boek.
Titel 1. Mij lijkt “liefde, leven, leugen, lolita”wel een goede titel omdat het boek over al die vier woorden draait. De liefde voor een klein meisje, het moeilijke leven van een pedofiel, de leugens die met een pedofiel samen gaan, en dan natuurlijk het meisje zelf, lolita. Die vier woorden geven goed de inhoud weer.
Titel 2. Mij lijkt “onmogelijke hunkeringen”wel goed omdat in het boek veel hunkeringen worden beschreven. De moeilijke woorden zijn er omdat het hele boek vol moeilijke woorden staat. Onmogelijk is omdat de liefde met een klein meisje bedrijven niet kan. Niet kan in de zin van ongehoord.
Titel 3. Als laatste kan ik me wel voorstellen dat je het boek “door nimfijnen bezeten”noemt. De hoofdpersoon is dit namelijk. Nimfijnen is een typisch woord dat de schrijver gebruikt voor kleine knappe meisjes met een bepaalde uitstraling.

Opdracht 2 e. Noteer een spreekwoord dat met het boek te maken heeft en licht hem toe.
Een spreekwoord is het niet helemaal, maar misschien kan een gezegde hier ook wel. Ik heb gekozen voor “een wolf in schaapskleren,” omdat H.H. ook zo’n persoonlijkheid heeft. Constant dingen verbergen en zo. De wolf in hem wil natuurlijk kleine meisjes liefhebben. Ik vind dit gezegde heel vanzelfsprekend.

Opdracht 2f. Verzin zelf een spreekwoord en geef weer aan waarom het een geslaagd spreekwoord is.
Men kan de tafel met gaten niet dekken. Ik bedoel hiermee dat de tafel een mens is. De gaten in de tafel staan voor de gebreken, zoals pedofilie. Met niet kunnen dekken bedoel ik dat je nies over de gaten heen kan zetten, want dan kom je alleen maar verder in de problemen. Deze tafel is Humbert. Ik hoop dat je nu begrijpt wat ik ermee bedoel. Niet de andere vorm van dekken hè. Dekken in de zin van de tafel dekken.

Opdracht 3. Werk 2 van de 3 opdrachten uit.
a. Hoe gaat de hoofdpersoon met het thema/probleem om?
b. Zoek een vorm van troost voor de hoofdpersoon op een originele manier.
c. Wat heb je geleerd van dit thema?

A. De hoofdpersoon gaat op verschillende manieren met pedofilie om. Hij verbergt het, stopt het weg, maar aan de andere kant ook weer niet. Op sommige momenten geeft hij eraan toe en doet hij rare dingen. In de loop van het boek is hij er constant ontzettend mee bezig. Hij bedenkt bijvoorbeeld niet: ik ga met die oudere vrouw trouwen want die lijkt me de leukste. Maar: als ik met die vrouw trouw kan ik meer bij haar kind zijn, en die vrouw lijkt het meest op een nimfijn. De gedachtes over zijn pedofilie veranderen niet of nauwelijks. Hij accepteert ze al vrij snel.
C. Ik heb geleerd hoe een pedofiel tegen de wereld aankijkt. Ik weet nu hoe zo iemand zich voelt, ik heb kunnen meeleven met de hoofdpersoon, terwijl ik wist dat hij fout was. Dat vergeet je wel op sommige stukken. Ik heb ook veel over de sluwheid geleerd die je moet hebben om niet gepakt te worden. En als laatste heb ik een hele hoop nieuwe moeilijke woorden geleerd natuurlijk, maar dat heb je met een boek voor volwassenen.